HISTORIE

Kaasjagers boven de polder





De F-86K in dienst bij de Koninklijke Luchtmacht

lkol b.d. P. Dekkers

Foto boven: Flightline met F-86K's

Voor hedendaagse begrippen is het nauwelijks nog voorstelbaar, maar onze Koninklijke Luchtmacht had medio jaren vijftig een sterkte van alleen al rond de vijfhonderd jachtvliegtuigen, jachtbommenwerpers en fotoverkenners. Inclusief les- en transportvliegtuigen bestond de KLu van die dagen uit bijna 900 vliegtuigen. Exacte cijfers zijn hierover nauwelijks te verkrijgen, onder andere omdat de omvang van de vloot vrijwel constant in beweging was. De technische en aerodynamische ontwikkelingen volgden elkaar in die dagen razendsnel op, de vliegtuigen gingen niet heel lang mee en vaak waren ze op het moment van aflevering al bijna verouderd.


Daarbij gingen ook nog eens met grote regelmaat toestellen verloren en verliescijfers van tien à twintig vliegtuigen in een jaar waren niet uitzonderlijk. Medio jaren vijftig werd de ruggengraat van de luchtstrijdkrachten gevormd door de Hawker Hunter als luchtverdedigingsjager in plaats van de verouderde Gloster Meteor en de F-84F Thunderstreak verving voor de aanvalsvluchten de eerdere F-84G Thunderjet. Ondanks deze enorme aantallen, meer dan de huidige Duitse Luftwaffe en de Britse Royal Air Force gezamenlijk, ontbrak er echter een belangrijk element: de volledige luchtverdediging van Nederland, en die van de meeste Europese NAVO-landen, bestond uit dagjagers. Bij slecht weer, of na het invallen van de duisternis, waren ze van weinig nut. Om in dat manco te voorzien werden de Europese NAVO-landen, waaronder Nederland, door de VS vanaf december 1956 voorzien van North American F-86K Sabres. Oorspronkelijk zou ons land er, in het kader van het Mutual Defense Assistance Program, 28 geschonken krijgen maar in een later stadium zou de Nederlandse luchtmacht alle 57 F-86K toestellen gratis geleverd krijgen. Later werd de vloot nog eens aangevuld met zes vliegtuigen uit de Italiaanse productielijn.


De toestellen bleven daarbij overigens Amerikaans eigendom en moesten eventueel later weer overgedragen worden aan andere NAVO-landen. Zo gingen in april 1962 na de opheffing van 702 Squadron acht toestellen over naar de Italiaanse luchtmacht, Aeronautica Militare Italiano (AMI); merkwaardigerwijs waren dit geen van alle vliegtuigen die bij Fiat van de band waren gelopen. Een van deze kisten, de Q-249, verongelukte op de basis in Rimini niet lang na aflevering aan de AMI.

Lees verder:

De ontwikkeling van de F-86 Sabre

De F-86K in Nederland

Vliegbasis Twenthe


Trainen en oefenen

Het einde

Op de foto links: Flightline met F-86, S-14 en Hunter