Afbeelding: Wikimedia Commons

PRIKKEN EN PRIKKELS

Visie op de toekomst: een zwart gat?

Nederlanders, het blijft een bijzonder volkje. Zoals Koningin Maxima al zei: ‘Dé Nederlander bestaat niet’. Ons land bestaat uit een prachtige smeltkroes van karakters en culturen. Nederlanders zijn te vinden in allerlei soorten en maten: van hele goede tot erg slechte, van apolitiek tot zeer politiek geëngageerd, van links georiënteerd tot rechts geïnteresseerd. Het zijn hartstochtelijke ondernemers, maar ook ambtenaren en andere overheidsdienaars, zoals politieagenten en militairen. Zo verschillend als ze zijn, ze hebben één ding gemeen: een sterke eigen mening die iedereen mag horen, ook al wordt daar soms niet om gevraagd. Gelukkig is vrijheid van meningsuiting in ons land een groot goed, uiteraard met inachtneming van de eigen verantwoordelijkheid.

Die eigen mening zit ons echter ook wel eens in de weg. We hebben zeventien miljoen bondscoaches, virologen en onderwijskundigen. We bekritiseren ongezouten onze regering als we vinden dat het land niet goed wordt geleid. Daar staat tegenover dat we er niet van houden dat diezelfde regering ons vertelt wat we moeten doen; we weten het zelf namelijk toch veel beter? In de ogen van de gemiddelde buitenstaander zijn we wellicht eigenwijs en betweterig. Maar wat weten zij daar nu van? We zijn gewoon kritisch.

Die kritische houding hadden we goed kunnen gebruiken op 15 oktober, toen de Defensievisie 2035 ‘Vechten voor een veilige toekomst’ werd uitgebracht. Afgezien van een paar kleinere berichten in de kranten en een enkel nieuwsbericht via social media, is de visie in korte tijd nagenoeg geruisloos naar de achtergrond verdwenen. Natuurlijk zijn er op dit moment belangrijkere zaken die de aandacht verdienen, zoals het bestrijden van COVID-19 en de maatschappelijke en financieel-economische gevolgen van die pandemie, maar iets meer aandacht hadden we zeker verwacht. Ten tijde van het schrijven van dit redactionele artikel was een lijst met 76 Kamervragen over de visie aangeboden, dus er was nog hoop. De rode draad in die vragenlijst betrof echter vooral de betaalbaarheid, naast vragen over noodzaak, specialisatie en prioritering, ook gedreven door financiële motieven. Veiligheid is namelijk wel belangrijk, maar omdat Poetin en Xi nog niet hoorbaar aan onze voordeur kloppen - maar overigens wel dagelijks via de digitale keukendeur proberen binnen te komen - mag het vooral niet te veel kosten.

Dat kan dan zo zijn, maar de in de Defensievisie geschetste internationale veiligheidssituatie lijkt niet op waarde geschat te worden in het land van de kooplieden en de dominees. Terroristische aanslagen van de laatste tijd tonen aan dat steeds meer aandacht voor de directe veiligheid van onze leefomgeving vereist is en in de recentelijk verstuurde NATO Defence Planning Capability Review wordt Nederland in keurige maar duidelijke taal de oren gewassen: we dragen in financiële zin niet genoeg bij en wat we aan capaciteiten bijdragen is niet altijd van het vereiste niveau. Toch lijkt het erop dat de krijgsmacht en de politie ook de komende jaren niet kunnen rekenen op een significante verhoging van hun budgetten, ter verhoging van de slagkracht en tegen dreigingen van welke aard dan ook.

Veiligheid is namelijk wel belangrijk, maar omdat Poetin en Xi nog niet hoorbaar op de deur kloppen - maar overigens wel dagelijks via de digitale keukendeur proberen binnen te komen - mag het vooral niet te veel kosten

Terug naar de visie met de veelbelovende titel ‘Vechten voor een veilige toekomst’. Wij kunnen ons goed vinden in de analyse van de dreiging en we zijn het ook wel eens met de bekende algemeenheden dat Europa en de Verenigde Staten (VS) belangrijke handelspartners zijn, dat we moeten streven naar meer en betere Europese samenwerking en dat de NAVO nog steeds belangrijk is voor onze veiligheid. Het pleidooi voor meer aanpassingsvermogen en gevechtskracht, maar ook de transformatie tot een slimme, flexibele, schaalbare en technologisch hoogwaardige krijgsmacht die proactief op dreigingen kan reageren, is een prachtig vergezicht. Op dat punt scoort de visie goed, met ronkende bij-de-tijdse begrippen die lekker weglezen.

Hoewel de keuze voor de drie eigenschappen in lijn is met de reeds ingezette koers in de Defensienota 2018, lijken de tien inrichtingsprincipes op een schot hagel: alle buzzwords staan erin en daarmee wordt de suggestie gewekt dat we alles afdekken. Echter, in de inleiding wordt juist gepleit voor meer focus en het maken van keuzes. Wanneer gaat dat gebeuren dan?

Waar we echt van hebben opgekeken is de financiële paragraaf. De minister had al verklapt dat voor een geloofwaardige defensie ettelijke miljarden euro’s nodig zijn. In de visie is dat financiële plaatje zichtbaar gemaakt en het laat de lezer zien dat in 2035 de defensiebegroting meer dan verdubbeld moet zijn, tot ongeveer 26 miljard euro. Dapper als je weet dat de krijgsmacht nog steeds bezig is met het op orde brengen van de basis. Het repareren van de capaciteiten, kazernes en oefenterreinen die in de afgelopen jaren verloren zijn gegaan, maar ook het herstellen van kennis en ervaring is een kwestie van lange adem en zeker ook van diepe zakken. Maar komt dat geld er dan ook? De uitvoering van en de rekening voor deze visie wordt neergelegd bij de komende kabinetten, die wellicht andere prioriteiten zullen stellen. Dus hopla, daar gaat de visie. Want een visie is per slot van rekening maar een visie en dat hoeft niet per se de visie te zijn van volgende kabinetten

In de visie is een grote rol weggelegd voor inrichtingsprincipe 8 met als titel ‘Inzetten op een sterker en zelfredzamer Europa’. Dit wordt toegelicht met een grote hoeveelheid wishful thinking van wat ‘we’ allemaal moeten gaan doen in dat kader. Het is een mooie uiteenzetting, maar - terug naar de realiteit - Europa is nu niet direct het toonbeeld van eenheid en het zal waarschijnlijk nog lang duren voordat er enige vorm van eenheid op belangrijke punten te constateren zal zijn. Centraal daarbij is en blijft de eigen soevereiniteit. De praktijk toont aan dat naties die niet graag loslaten. Met kreten als ‘we zetten in op’, ‘we intensiveren’ en ‘we sturen op’ kom je er niet. Maar de opmerking ‘we komen de afspraken in EU- en NAVO-verband na’ is echt een gotspe. Dat de regering van één van de slechtst presterende NAVO-landen dat durft te stellen is tenenkrommend.

Hebben we dan niets positiefs te melden? Jawel. Uiteindelijk zijn wij blij met een Defensievisie die een blik in de toekomst werpt. Dit stelt ons na lange tijd weer in staat om gericht te kunnen spreken en nadenken over de toekomst van onze krijgsmacht. Wel blijven we oud-Hollandsch kritisch: Voor wat betreft de financiering van de uitvoering van de visie hebben afgelopen kabinetten geen flitsend track-record. De defensiebegroting is al vele decennia de sluitpost van de rijksbegroting, ondanks het feit dat alle maatschappelijke en medische voorzieningen waardeloos zullen blijken als we daar niet in vrijheid van kunnen genieten. Tegen die achtergrond lijkt deze visie toch vooral een testament van de beide bewindslieden en leest het meer als een buitengewoon politiek document, dan als de aanzet tot een actieplan.

We zijn het eens met de minister dat veiligheid geen luxe is en dat de hele defensieorganisatie moet blijven vechten voor een veilige toekomst. We hopen echter dat de voorkant van het document geen voorspellende waarde heeft. Het heeft namelijk angstig veel weg van een zwart gat, waarin de visie langzaam verdwijnt … Redactie