Afbeelding: Ministerie van Defensie

DEFENSIEBELEID EN KRIJGSMACHT

COVID-19 en het veiligheidsgevoel in Nederland

MAJ (R) B.D. DRS. J.A.J. STEVENS

Het gevoel van onveiligheid bij de Nederlandse bevolking wordt sedert maart 2020 gedomineerd door de dreiging besmet te worden met het coronavirus. Hierbij zijn alle ogen gericht op het leiderschap van de overheid. De meerderheid van de Nederlandse bevolking wil dat de overheid zodanig optreedt dat het virus wordt teruggedrongen en de samenleving weer ‘normaal’ wordt. Ondanks dat eisen velen meer vrijheden voor zichzelf op, onder het motto: ‘We moeten ons aan de beperkingen houden, maar …’

Door de lockdown kon in veel sectoren niet of minder gewerkt worden. Gevolg: angst voor grootschalig banenverlies, werkloosheid en armoede: een voedingsbron voor sociale onrust. De vereiste collectieve discipline om de verspreiding van corona in te dammen blijkt in Nederland beperkt te zijn. De maatregelen roepen onrust en weerstand op bij jongeren, die zich beperkt voelen in hun bewegingsvrijheid en bij ouderen door soms onbarmhartig isolement. Gevolg: sociale onvrede en psychische problemen. De morele weerbaarheid in Nederland blijkt laag te zijn en wordt door de crisis verder aangetast.

Ook binnen de krijgsmacht is een soortgelijk fenomeen ontstaan. Veiligheidsincidenten, zoals het mortierongeval in Mali, hebben - onder druk vanuit de politiek - geleid tot een overdreven aandacht voor veiligheid binnen de krijgsmacht. Dit werkt verlammend omdat geen actie mag worden ondernomen voordat alle veiligheidsprotocollen zijn afgewikkeld. Dit tast het moreel - en dus ook de mentale weerbaarheid - van de militairen aan.

In de zomer van 2020 is gebleken dat de bezorgdheid van korte duur was (en waarschijnlijk weer zal zijn). Zodra de beperkingen werden teruggeschroefd, leek het wel of er nooit een dreiging van een virus had bestaan.

Aan de andere kant blijkt het virus een aanleiding te zijn voor sommigen om de al bestaande onvrede met de maatschappij verder op scherp te zetten. Groepen als Viruswaarheid en QAnon-aanhangers tonen openlijk dat ze lak aan de veiligheidsregels hebben en gaan zover dat ze gezagsdragers en politici bedreigen. Al bestaande tegenstellingen in de Nederlandse maatschappij worden duidelijker. Het lijkt erop dat de onvrede in de toekomst niet zomaar zal verdwijnen.

De Nederlandse bevolking vertrouwt erop dat de krijgsmacht ‘er staat’ als de nood aan de man is. De krijgsmacht heeft tijdens de eerste golf in het kader van de derde hoofdtaak steun aan civiele instanties geleverd. Door de huidige miserabele toestand van de krijgsmacht was dit maar beperkt mogelijk, zeker op geneeskundig gebied. In die zin kan de krijgsmacht er nu niet ‘staan’ in al die gevallen waarin de civiele autoriteiten een beroep doen op bijstand van militairen.

Ook in de tweede golf wordt weer een beroep op de krijgsmacht gedaan, met name bij het opzetten van teststraten. Op geneeskundig gebied zijn de mogelijkheden voor steun aan civiele autoriteiten echter beperkt. De krijgsmacht heeft helaas vrijwel geen middelen meer om de civiele ziekenhuiscapaciteit (m.u.v. IC-bedden) te vergroten. Wil de krijgsmacht op geneeskundig gebied wat betreft de derde hoofdtaak een betrouwbare partner zijn, dan zal deze capaciteit moeten worden uitgebreid.

Overigens geldt dit laatste niet alleen op geneeskundig gebied. Zoals gezegd kijken de Nederlandse autoriteiten en bevolking in geval van nood naar ‘het leger’. De krijgsmacht is nu in lang niet alle gevallen in staat die rol te vervullen. Zonder extra capaciteiten kan de krijgsmacht deze door Nederland gewenste en verwachte taken niet uitvoeren.