Pensioenen

door: Martin Weusthuis

Tien procent pensioen ineens? Kom maar op met dat geld!

In het wetsvoorstel ‘Bedrag ineens, RVU en verlofsparen’ is de mogelijkheid opgenomen om op pensioendatum een bedrag ineens op te nemen van maximaal 10% van het gespaarde pensioenkapitaal. Bij mensen die vóór hun AOW-datum met pensioen gaan leidt dat tot fiscaal nadelige effecten, omdat vóór AOW-datum hogere belastingtarieven gelden dan vanaf AOW-datum.

Daarom is de Tweede kamer onlangs akkoord gegaan met een wijziging in het voorstel van wet waarmee de deelnemer de keuze krijgt dat bedrag ineens op te nemen op de gewenste pensioendatum, óf in de maand februari van het jaar volgend op het jaar waarin de deelnemer de AOW-gerechtigde leeftijd bereikt. Het keuzemoment blijft dus de gewenste pensioendatum, de uitbetalingsdatum kan op pensioendatum liggen óf op een latere datum in het jaar na bereiken van de AOW-leeftijd. De bedoeling is dat het wetsvoorstel kracht van wet krijgt op 1 januari 2022.

Voor pensioenfondsen ontstaat zo de mogelijkheid om de periodieke pensioenuitkeringen op pensioendatum, met inbegrip van de (latere) datum van uitbetaling van dat bedrag ineens, op een juiste wijze vast te stellen. Gaat de deelnemer met pensioen op 65 jaar en wil hij het bedrag ineens pas ontvangen na zijn AOW-datum (bijv. 67 jaar), dan kan een pensioenfonds daar alvast rekening mee houden bij het vaststellen van de pensioenuitkeringen vanaf 65 jaar.

Bezwaren pensioenuitvoerders

De Raad van State was al geen voorstander van twee ingangsmomenten vanwege complexiteit in uitvoering. Pensioenfondsen en -pensioenverzekeraars stellen ook dat deze regeling tot complexiteits- en kostenverhoging in de uitvoering leiden, maar de wens naar (fiscaal) individueel maatwerk woog blijkbaar zwaarder. De uitvoerders zagen als het dan toch moet, graag de variant van 90% (of meer) pensioen van het begin tot het eind en ergens in die periode de uitkering van de 10% (of minder) ineens. Maar er is gekozen voor de variant van 100% pensioen tot het moment van uitbetaling van die 10% ineens en daarna verder met een 90% pensioen. De deelnemer zou dan toch van te voren moeten weten wat de netto effecten van zijn keuze zijn. Verder is Nederland op weg naar een nieuw pensioenstelsel met individuele kapitalen. Hoe pakt een keuze genomen in het huidige collectieve stelsel uit in het nieuwe stelsel met een eigen individueel pensioenvermogen?

De pensioenuitvoerders vrezen voor hun eigen processen en voor het feit dat ze het haast niet meer aan u uit kunnen leggen, terwijl zij wel verantwoordelijk zijn voor uw keuzebegeleiding. Daarom hopen ze de Eerste Kamer nog op andere gedachten te brengen. Misschien sterft een sympathiek idee alsnog in schoonheid.

Combinatie bedrag ineens en hoog-laagconstructie

De ABP-pensioenregeling kent de mogelijkheid van een zgn. hoog-laagconstructie. Nu nog alleen voor burgerambtenaren, in 2021 ook voor militaire ambtenaren. De hoog-laagconstructie geeft de mogelijkheid om eerdere pensioenuitkeringen 25% hoger te laten zijn dan latere pensioenuitkeringen, en andersom. Combinatie van de hooglaagconstructie en het bedrag ineens leek eerder wel, maar is nu met dit wetsvoorstel niet meer mogelijk.

Dat is enerzijds een paternalistische gedachte, anderzijds een beroep op de solidariteit binnen een pensioenfonds. Een deelnemer kan door de combinatie zoveel geld naar voren halen dat er in later jaren wel erg weinig geld overblijft, met als eventueel gevolg dat de maatschappij moet bijspringen (denk aan bijstand en huur- en zorgtoeslag). Een deelnemer die aanvoelt niet lang meer te leven, kan door de combinatie van vanaf 60 jaar zijn pensioen laten ingaan, én het zoveel mogelijk omzetten van ouderdomspensioen naar partnerpensioen, én de hoog-laagconstructie én het inzetten van het bedrag ineens, zoveel geld naar voren halen en individueel voordelig inzetten dat hij de solidariteitsgedachte van een fonds geweld aandoet.

Individuele fiscale gevolgen

Bij de achterban van de GOV|MHB is een ABP ouderdomspensioen van € 40.000,- á € 50.000,- een veel voorkomend bedrag. Het kapitaal dat op pensioendatum bij elkaar is gespaard om dat pensioen levenslang uit te kunnen keren ligt met een factor 17 op pensioendatum al gauw op € 680.000,- á € 850.000,-. Tien procent van deze bedragen is € 68.000 of € 85.000,-. Daar kun je wat mee doen. Als u dat bedrag in één keer opneemt vóór uw AOW-datum, valt u onder het progressieve fiscale tarief van maximaal 49,50% (2020) bij een belastbaar inkomen vanaf € 68.508,-. Bij opname vanaf AOW-datum is dat ook zo, maar in de schijven daaronder betaalt u minder omdat de premies volksverzekering voor de AOW, ANW en WLZ wegvallen. Laat u dus het bedrag ineens uitbetalen vóór uw AOWdatum, dan kunt u zomaar de helft van dat bedrag kwijt zijn aan (fiscale) heffingen. Bij uitbetaling vanaf AOW-datum ligt dat afhankelijk van de individuele situatie een stuk lager.