Column duovoorzitters

Korten of Cashen

door Ruud Vermeulen

In de laatste Prodef van dit jaar wil ik het nog eens over pensioenen hebben. Geheel in lijn met de COVID-19 pandemie, leven wij ook hier tussen hoop en vrees. De hamvraag voor nu en de komende jaren wordt, wat gebeurt er met de uitkeringen (ouderen) en met de premies (jongeren)?

Eerst een terugblik. Zoals alle ambtenaren weten is de kas van het ABP in de jaren ‘80 gebruikt door Lubbers om daarmee het begrotingstekort mede te financieren. In een van zijn laatste interviews gaf hij nog aan dat compensatie hiervoor op zijn plaats zou zijn.

De ECB houdt de rente in de EU kunstmatig laag. De politiek en De Nederlandse Bank dwingen daarom bij wet af, dat er voor de berekening van de toekomstige betalingsverplichtingen moet worden uitgegaan van een kunstmatig lage rekenrente, van nu 0,2%. Dit terwijl de feitelijk rendementen langjarig ongeveer 7% bedragen. Door de daardoor kunstmatig laag gehouden dekkingsgraad werden pensioenen niet geïndexeerd en ligt het geld opgeslagen in de steeds verder uitpuilende pakhuizen van de pensioenfondsen.

Deze rekenmethodiek heeft inmiddels geleid tot een ontwaarding van onze pensioenen met 20%. En ja, dat geldt voor iedereen, jong en oud. Alleen, het treft je als je daadwerkelijk een pensioen ontvangt. Het geld blijft in het fonds en wordt overgeheveld naar de jongere generaties. Hier is echt sprake van een tweede pensioenroof, na die van Lubbers. Een indexatie achterstand van 20% met de huidige hoeveelheid kapitaal in de fondsen is ronduit ethisch verwerpelijk.

Hoe ernstig die pensioenroof is blijkt wel uit de berekeningen van Professor van Praag in o.a. het Algemeen Dagblad. In dit artikel wordt beschreven dat door de ongebreidelde kapitaalvorming (het niet uitkeren van indexatie), het kapitaal nu zo gegroeid is dat alleen al met de normale beleggingsrendementen, de uitkeringen plus de achterstallige indexatie betaald kunnen worden. En dat er dan, zonder inleg van premie, nog steeds een forse kapitaalvermeerdering plaatsvindt.

Met de huidige gekunstelde dekkingsgraad komt het ABP aan het einde van dit jaar onder de 90% uit. Volgens de al neerwaarts aangepaste regels van Koolmees moet er dan gekort worden. Op 31/12 is het jaarlijks vaststellingsmoment. Ik ben benieuwd wat minister Koolmees gaat doen? En ik ben ook benieuwd hoe de FNV gaat reageren, als hij besluit tot korten.

De huidige methodiek is echt krom. Voor de berekening van de uitkeringen moet worden gerekend met 0,2%. Voor het berekenen van de pensioenpremie mag worden gerekend met 2,4% toekomstverwachting. Wanneer je weet dat de overheid 70% van de pensioenpremie voor zijn rekening moet nemen, dan is het wel duidelijk dat de premie niet te hoog mag worden.

Dit kabinet heeft het op zich genomen om de pensioenproblematiek op te lossen. Er ligt nu een pensioenakkoord. Overigens wel getekend door de FNV en de CNV, maar niet door de derde vakbond de VCP, de vakbond waar wij ons bij aangesloten hebben. Waarom niet, er liggen geen maatmensen en maatfondsen voor om te weten hoe e.e.a. uitpakt. Daarmee wordt dit akkoord een stap in de duisternis. Natuurlijk heeft het ABP dit op hoofdlijnen uitgerekend en zou zowel de verdeling van het fonds en de gevolgen kunnen duiden, maar het is niet gebeurd. Voor ons, voor de VCP waren de risico’s te groot. Koolmees is over deze opstelling zo boos dat de VCP niet meer aan tafel wordt genood. De VCP is wel de vakbond met mensen met de hoogste pensioenen, uitgesteld loon weet u nog wel.

Wat is de situatie nu? Tot uiterlijk 2026 blijven wij in het huidige contract. In het nieuwe pensioencontract is, na lang vijven en zessen, uiteindelijk toch afgesproken dat daadwerkelijk gemaakte rendementen een belangrijke rol gaan spelen. De fondsen, in ons geval het ABP, zijn nu aan zet. Zij moeten nu het kapitaal gaan verdelen over de generaties. Op basis van die verdeling wordt besloten over het invaren, over de wijze van indexeren over de generaties, het repareren van de doorsneeproblematiek (de groep van 40 tot 50 jaar wordt door de stelselwijziging maximaal 10% pensioen afgenomen) en over de berekening van de pensioenpremie. Midden 2022 moet dit zijn afgerond, dit om mogelijk te maken dat in 2026 alle IT systemen hiervoor zijn ingericht.

Maar na deze inleiding, wat is mijn boodschap? Minister Koolmees heeft lang, heel lang gepoogd de oude methodiek van de rekenrente en dekkingsgraad overeind te houden, maar is nu gezwicht. Alleen tot 2026 blijft het huidige stelsel gehandhaafd. De maand december is de maand van de waarheid. Zakken wij onder de 90% dekkingsgraad met het ABP? Gaat minister Koolmees korten en daarmede de indexatieachterstand nog verder verhogen? Met deze volle geldpakhuizen en in het zicht van de verkiezingen? Dit zou dan de derde keer zijn dat er sprake is van diefstal. Bovendien kunnen wij tot 2026 nog vier keer hiermee worden geconfronteerd.

De FNV In 2010 blies het FNV het voorliggende pensioenakkoord op met de term ‘casinopensioen’. Dat vormt de basis onder de huidige ellende. Het nieuwe pensioencontract is tot stand gekomen door toedoen van het FNV. De VCP, wij, wilden niet tekenen vanwege de grote onzekerheden, wij willen eerst duidelijkheid. De FNV predikt ook dat wij er allemaal beter van worden. Ik hoop van harte dat de heer Tuur Elzinga gelijk krijgt. In het artikeltje van Paul Eikelenkamp verderop in dit Prodef-bulletin, zien wij dat de FNV-fractie in het VO van het ABP zich niet opstelt ten faveure van de deelnemers, maar van minister Koolmees. Werknemersvertegenwoordiging?

Het ABP is de grootste van de vijf grote fondsen. Deze fondsen hebben goed betaalde bestuurders die zeker gewicht in de schaal werpen. Heel voorzichtig is tussen de regels door te horen en te lezen dat ook zij vinden dat er veel te veel geld in kas is, maar dat zij zich aan de regels van de Nederlandse bank, lees Koolmees moeten houden. De fondsen zijn nu aan zet in de uitvoering van het nieuwe pensioencontract. Zij moeten het invaren (verdelen van het kapitaal over de generaties) berekenen en voorstellen doen, beslissen over al of niet indexeren, de doorsnee-problematiek verdelen. De vraag die in het VO en ook daar buiten aan hen wordt gesteld is; zijn zij er voor de deelnemers of zijn zij er voor de regering en de Nederlandse bank. Waar ligt hun loyaliteit? Komen zij op voor de mensen die hen betalen of voelen zij zich verbonden met de politiek en de Nederlandse Bank? Ik, als deelnemer heb hier een heel slecht gevoel bij.

Naar mijn mening loopt het ABP-bestuur volledig aan de leiband van Koolmees en Klaas Knot. De rol van de FNV is uiterst dubieus. Het vertrouwen dat zij opkomen voor de werknemers is bij mij weg. En Koolmees, die heeft zijn pensioencontract binnen, nu nog pappen en nathouden. En wat met de uitkeringsgerechtigden en de premiebetalers?

Cashen wordt het niet tot 2026. Korten zou best kunnen met dank aan Koolmees/D’66, DNB en de FNV.