DEFENSIEBELEID EN KRIJGSMACHT

Nieuwjaarswensen vullen geen budget

Terugblik op het beroepsverenigingsjaar 2020 [1]

LKOL B.D. F.A. EBBELAAR

Het defensienieuws van 16 januari dit jaar: 2020 wordt een cruciaal jaar voor Defensie. Nederland geeft nog altijd geen 2% van het bruto binnenlands product uit aan de verdediging van het eigen en NAVO-grondgebied. Maar, dit jaar schrijven de politieke partijen hun verkiezings-programma. ‘Er is nog een wereld te winnen’, aldus minister Ank Bijleveld-Schouten tijdens haar nieuwjaarstoespraak in Amersfoort begin dit jaar.

Mooie en ware woorden sprak minister Bijleveld begin januari 2020. Het ontlokte GOV-duovoorzitter Ruud Vermeulen tijdens onze eerste D&K-vergadering van 2020 de uitspraak: ‘We weten wel dat we moeten veranderen en dat er meer budget bij moet, maar we doen het niet’. Wat allen toen nog niet wisten was dat we tweeënhalve maand later ‘op slot’ gingen door het coronavirus. Even geen oefeningen, minder aanwezigheid bij missies en voor D&K vooral gedachtenuitwisseling via de mail.

In de doelstellingen van de NOV lezen we dat de vereniging een professionele mening wil geven over de krijgsmachtorganisatie, haar werkwijze, en wil meedenken over vrede en veiligheid. Dat doet de werkgroep Defensiebeleid en Krijgsmacht (D&K), een denktank voor voorzitters en besturen van de NOV, de KVMO, en zo ook voor de GOV|MHB. Daarnaast wil D&K een vraagbaak zijn voor niet-militairen bij uitspraken van politici en denktanks die zich bezighouden met internationale veiligheid. Het gaat dan om de militaire consequenties.

Doet de werkgroep de goede dingen goed?

Het begin van een nieuw jaar is een goed moment om bovenstaande vraag te stellen. ‘Zijn wij nog goed bezig’, vroeg D&K-voorzitter genm b.d. Harm de Jonge ons eind januari. Na drie vergaderingen kwamen wij tot een bescheiden positieve vaststelling, ons voorgehouden door de twee oudste leden met de meeste jaren binnen de groep. Genm b.d. Hans de Vries: ‘Doorgaan met aandacht vragen voor de tekortkomingen’. Bgen b.d. Jelle Reitsma: ‘Het is vaak moeilijk vast te stellen wat D&K heeft bereikt of beïnvloed. D&K heeft nu betere contacten met politici dan ooit. We moeten doorgaan om per jaar enkele interviews of artikelen in de media te krijgen. Count your blessings’.

Maar, wat zijn de goede dingen? Naast het volgen van lopende thema’s zoals de ‘Herijking’ (later Defensievisie 2035), vroeg ook de aarzelende budgetontwikkeling weer onze aandacht. Meer focus kreeg het thema innovatie, op gang geholpen door een presentatie van cdre prof. dr. Frans Osinga op de NLDA. We vroegen ons af of innovatie voor herstel van de huidige krijgsmacht gaat zorgen. Het moet beide. Er moet worden ingezet op innovatief herstel.

Richtlijnen van de voorzitters

In januari gaven ook de duovoorzitters richtlijnen voor onze inspanningen in 2020. Voorzitter NOV Ruud Vermeulen:

  • Total Force concept gaat goed, vooral op logistiek gebied. Dit uitstralen naar de Vaste Commissie voor Defensie (VCD).
  • Inzet van reservisten: de vrijblijvendheid bij ernstinzet moet veranderen.
  • Besteed aandacht aan de mens in de krijgsmacht. Wij denken te veel in middelen en concepten, maar mensen maken de toepassing mogelijk.
  • Werk aan bewustwording dat de krijgsmacht er nog steeds slecht voorstaat. Net als de minister bij haar nieuwjaarswensen gebruikte Vermeulen daarbij het beeld van 75 jaar bevrijding. Alleen trok hij de conclusie dat de krijgsmacht er weer uitziet als in de jaren dertig. De lessen van de jaren veertig zijn weggezakt. We roepen wel (minister-president, minister en staatssecretaris van Defensie) dat er veel moet gebeuren en dat er geld bij moet, maar het gebeurt te weinig.

KVMO-voorzitter Marc de Natris:

  • Aandacht voor de adaptieve krijgsmacht, Total Force.
  • Wat wordt de ondergrens van het aantal militairen in de krijgsmacht? Is adaptief vullen het verhullen van een tekort aan militairen? Waar moeten we in de krijgsmacht per se militairen hebben? Welke capaciteiten die je niet kunt uitbesteden, moet je binnen de krijgsmacht hebben?
  • De schrijvers van partijprogramma’s blijven ondersteunen met onze observaties en inzichten.

Werkbezoeken aan kazernes en bases

Op 19 februari waren vertegenwoordigers van de werkgroep te gast op het NAVO-hoofdkwartier om te vragen hoe deze vaak benoemde hoeksteen van ons veiligheids- en defensiebeleid nu aankijkt tegen een land dat flink achterblijft. In het meinummer van Carré beschreef ik als secretaris D&K hoe Nederland al jaren vooral met landcapaciteiten sterk achterblijft bij wat wij de NAVO hebben toegezegd. ‘The Netherlands’ land forces would be seriously challenged if engaged in a high-end battle against a peer opponent’, zo werd in 2018 droogjes genoteerd. Op het moment van schrijven, begin maart, waren de gevolgen van het coronavirus nog niet bekend. Nederland was nog rijk met nog steeds een groot begrotingsoverschot. Alleen al in de eerste drie kwartalen van 2019 veertien miljard euro [2]. Heeft onze minister-president de moed om met de verkiezingen in het vooruitzicht zijn bezorgde, maar positieve woorden over de NAVO tijdens een bijeenkomst van de Atlantische Commissie [3] waar te maken en met de begroting voor 2021 duidelijk verder te investeren in Defensie? Of wordt het een laffe beleidsarme begroting en gaan de partijprogrammacommissies onze veiligheid weer met weinig zeggende bewoordingen in vier zinnen ontzettend belangrijk vinden?

NAVO-hoofdkwartier, Brussel

Gepantserd wielvoertuig Bushmaster, 13 Lichte Brigade

Eind september legden wij een informatiebezoek af bij drie landmachteenheden in het zuiden van het land. Enkele notities:

  • In dit deel van het land is er een personeelsvulling van plusminus 80%: minder slecht dan elders, maar nog steeds veel te weinig! Het grootste tekort is er aan sergeanten-groepscommandant, met ongeveer 50% vacatures. De geoefendheid is gericht op het pelotonsoptreden dat met samenvoegingen nog kan worden zekergesteld.
  • Grootste bottleneck is de opleidingscapaciteit. Er is achterstand in het deelnemen aan functieopleidingen, omdat het OTCO te weinig instructeurs heeft.
  • Moe van beloftes. Door dit soort zaken is er een brede ‘verzuring’.
  • Veiligheid: de aandacht voor veiligheid is doorgeslagen in een angst voor elke onveiligheid. Voor elke activiteit moet een eenheid een risicoanalyse maken, vele pagina’s lang. Het slurpt enorm veel tijd en inspanning. Ten tweede worden veiligheidsvragen gesteld die contrair zijn aan het militaire vak. Verhoudt deze benadering zich met een organisatie die geacht wordt in conflictsituaties met gevaar voor eigen leven koelbloedig op te treden en vijanden uit te schakelen?
  • Materiële inzetbaarheid werd goed genoemd. Komt mede door het minder oefenen in de coronaperiode.

Symposia en debatten

Symposia bieden een uitgelezen kans informatie te verzamelen, GOV-boodschappen met anderen te delen en het netwerk te versterken. In het verenigingsjaar 2019-2020 namen afgevaardigden van D&K onder andere digitaal deel aan presentaties van de Atlantische Commissie, de Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap over ‘The Future of War’ door dr. Frank Hoffman en een uitleg van de ontwikkelingen in Nederland over het ontwikkelingsprogramma Robot Autonome Systemen door lkol Martijn Hädicke, georganiseerd door de Armed Forces Communications and Energy Association (AFCEA).

Publicaties, interviews, presentaties, overige gesprekken

  • In november 2019 heeft D&K input geleverd voor een artikel in de Telegraaf over de stagnerende reparatie en versterking van de krijgsmacht.
  • Op 5 december 2019 zond NOV-voorzitter Ruud Vermeulen de D&K-notitie met de zorgen over de stagnering van het project ‘Grensverleggende IT’ naar staatssecretaris Visser en naar de leden van VCD. ‘Een moderne krijgsmacht vecht voor een belangrijk deel in het digitale domein. Ook voor zijn bedrijfsvoering en verantwoording is een adequate digitale ondersteuning hard nodig. De werkgroep D&K van de NOV constateert dat het programma waarmee de gewenste basis-IT-infrastructuur zou worden gerealiseerd, niet van de grond komt. Een desastreuze ontwikkeling’. De verwoording is grotendeels van de hand van D&K-lid bgen b.d. ir. Bert Booman. In Carré nr. 8-2019 is de notitie gepubliceerd.
  • In dezelfde Carré leverde dr. Jaap Anten twee bijdragen: Een samenvatting van het ‘Grote Elsevier Defensiedebat’ en een tweede artikel getiteld ‘Hoe om te gaan met China’. In de deze bijdrage gaat hij in op het China-debat in Nederland. Voor het Nederlandse standpunt zijn de internationale rechtsorde en het EU-beleid met betrekking tot China essentieel. Anten plaatste echter kanttekeningen bij het selectief en hypocriet gebruik van de eigen kernwaarden door het Westen waardoor kritiek op China aan kracht verliest. Hij is niet onder de indruk van de beleidsnotitie ‘Nederland-China: een nieuwe balans’ van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Het mist volgens hem strategische uitspraken, waar het latere AIV-advies ook op ingaat. Vanuit zijn strategische visie geeft de AIV een drietal zeer belangrijke algemene adviezen. Om er effectief mee om te gaan moet Nederland: (A) het Chinese langetermijndenken overnemen, (B) de geïntegreerde Chinese aanpak overnemen, want 'de Chinezen verbinden immers wel economie en strategie, handel en geopolitiek' en (C) accepteren dat China als eerste land alleen de westerse wereldorde kan en wil veranderen. Andere uitspraken in het Nederlandse China-debat geven aan dat Nederland terecht schuilt onder het China-beleid van de EU, maar dit niet doet met volle inzet. Het kabinet laat zijn beleid afhangen van Europa en twijfelt er tegelijkertijd aan wat Europa tegen China klaarspeelt.
  • KLTZ Pepijn Verstand verzorgde op 17 januari een interessante presentatie over de Maritime Capacity Alliance (MCA): de initiatieven voor de opbouw van vooral logistieke zeetransportcapaciteit in de samenwerking Defensie en industrie. Dit initiatief gaat duidelijk verder dan alleen het claimen van koopvaardijschepen zoals tijdens de Koude Oorlog. Het gaat hier vooral om de samenwerking die tot een grotere opbrengst moet leiden. Van incidentele samenwerking naar strategische samenwerking. Het collectieve belang van Defensie en van reders is de drijvende kracht. De toegevoegde waarde voor Defensie bestaat uit meer transportcapaciteiten tegen veel lagere investeringen (minder aanschaf en eigen bezit van schepen). Voor de reders betere bedrijfsopbrengsten (lagere kosten, meer winst). Voor beide, inmiddels ook aantrekkelijke personele voorwaarden: uitwisseling van personeel, militairen die tijdelijk op koopvaardijschepen varen, meer reservisten voor de marine, aanvullende opleidingsplaatsen voor marinepersoneel in opleiding op koopvaardijschepen. De reservisten kunnen ingezet worden voor algemene maritieme taken aan boord van marineschepen. Daarenboven beter gebruik van elkaars kennis. Er zijn pilots uitgevoerd waarbij de Defensie Verkeers- en Vervoerorganisatie (DVVO) in nauwe samenwerking met reders tot betere keuzes van schepen, routes en havens kwam en daarmee sneller en goedkoper opereerde.

De Telegraaf, 30 november 2019

Samenwerking DVVO en civiele reders

  • Op 12 februari riep D&K-voorzitter genm b.d. Harm de Jonge in het tv-programma EenVandaag op, naast de werving, het behoud van personeel te ondersteunen door goede arbeidsvoorwaarden. Niet alleen een hoger startsalaris, maar ook door een flexibele omgang met de ongemakken van bijvoorbeeld herhaalde uitzendingen in de periode dat het personeel een jong gezin heeft gesticht.
  • Het eerder genoemde artikel over GrIT in Carré nr. 8-2019 had intussen de aandacht van de media getrokken. Eveneens in het programma EenVandaag sprak bgen b.d. ir. Bert Booman op 17 februari onze zorgen uit over de gestopte voortgang van het project GrIT. Hij beklemtoonde ook daar dat er snel besluitvorming over GrIT nodig is, omdat de vernieuwing van de IT voor de krijgsmacht steeds urgenter wordt: ‘Informatiegestuurd optreden (IGO) is wat Defensie zegt te willen en dan is het cruciaal dat de programma’s GrIT en Foxtrot de komende jaren worden gerealiseerd’. Eerder die week had hij deze boodschap kunnen verwoorden met artikelen in Trouw, Investico en De Groene Amsterdammer.
  • Mobiele IT In samenhang met GrIT werd ook aandacht besteed aan de mobiele IT. Op 13 maart verzorgde kol Rob Miedema een gewaardeerde informatieve uitleg over de programma’s Foxtrot en Tactical Edge Network (TEN). De mobiele IT betreft niet alleen CLAS en het Korps Mariniers, maar heeft ook raakvlakken met andere delen van CZSK en CLSK en met het statische GrIT en VOSS. Het programma Foxtrot richt zich op de modernisering van het mobiele IT-domein. Het wil samenhang brengen in alle diverse mobiele projecten. Spanningsveld: Verhoudingsgewijs houden zich volgens Miedema weinig mensen bezig met mobiele IT. Tegelijkertijd heeft wel iedereen de mond vol van het strategisch belang in de vorm van IGO. In het moderne gevecht draait alles om onderlinge verbondenheid, connectivity. De sensor to shooter tijden worden steeds korter. If you are not connected, you become irrelevant. Het Ministerie van EZ ziet connectiviteit als de grootste bron van groei. De politiek, de top van Defensie en OPCo-commandanten begrijpen dat zonder connectiviteit de capaciteiten nauwelijks meer gevechtskracht opleveren. Zie de lessen van de Oekraïne-oorlog. Echter, als het om de uitvoering gaat wordt het budget toch liever aan beeldbepalende platformen als schepen, vliegtuigen en gevechtsvoertuigen besteed en kost het moeite om IT-geld in de begroting te krijgen. In de laatste voorjaarsnota is er 300 miljoen voor Foxtrot uitgetrokken. Aanpak: In februari 2017 is vastgesteld en aan de bestuurders gemeld dat we risico’s lopen in het mobiele domein. Het jaar 2018 begon het programma Foxtrot. In de loop van 2018 kwam het verzoek van Duitsland om het samen te doen. Dit gaat gebeuren onder het programma TEN. Duitsland wil alle gevechtsvoertuigen hiermee uitrusten. Het gaat om ongeveer 35.000 voertuigen en een geschatte programma-omvang van 16 miljard euro (DEU 14 miljard, NLD 2 miljard). Belangrijkste take aways: IT bij Defensie heeft verschillende gezichten. Met GrIT zijn de mobiele IT-problemen niet opgelost. Zonder Foxtrot geen IGO.
  • Begin juni heeft voorzitter D&K in reactie op de Slotwet Defensie 2019 met nieuwe input van bgen b.d. ir. Bert Booman in een brief aan Kamerleden van de VCD zijn zorgen geuit over de stagnatie van het GrIT-project. In dezelfde zin is gereageerd op het Verantwoordingsonderzoek Defensie 2019 van de Algemene Rekenkamer waarbij is gepleit de IT, en vooral de mobiele IT, mee te wegen bij beoordeling de inzetgereedheidsmeldingen.
  • In Carré nr. 2-2020 uitte D&K-lid kol b.d. drs. Ad de Rooij zijn zorgen over de optimistische uitspraken van de Commandant van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie in november 2019 op de website Defensie Platform. Met de uitkomsten uit de berekeningen van maj Willem Goes laat hij zien dat de werkelijkheid veel wranger is: veel te weinig medical treatment facilities, zwaar onvoldoende afvoercapaciteit, te weinig medische deskundigheid. Conclusie: zelfs als er maar één brigade (of equivalent) wordt ingezet schiet de beschikbare capaciteit zwaar tekort. Hij sluit af met de verzuchting:

Je zult maar gewond raken

  • In dezelfde Carré pleitte D&K-lid dr. Martijn Kitzen (Onze missie) ervoor dat de politiek bij toekomstige missies duidelijke doelen aangeeft. De vage doelen van de missies in Uruzgan, Kunduz en Mali, omwille van binnenlandse politieke drijfveren, leidden in het operatiegebied tot onnodige onduidelijkheid. Verder zetten kortetermijn binnenlandse partijpolitieke redenen aan tot ongeduld en ‘goed-nieuws-shows’. Operationele staven besteedden daardoor te veel tijd aan het voorbereiden van mogelijke Kamervragen om hieraan tegemoet te komen.
  • Toenemende druk op de exploitatie D&K-lid cdre b.d. drs. Don Nagel uitte in Carré nr. 3-2020 zijn zorgen over het onvoldoende stijgende budget met de voorgenomen ambitieuze plannen voor personeel en investeringen. Hij vreesde het ergste voor de exploitatie: ‘Aannemende dat aan de ambities voor personeel en investeringen niet wordt getornd, zal de behoefte aan extra geld binnen het defensiebudget moeten worden gevonden. Wat resteert is het verlagen van de uitgaven voor ‘overige exploitatie’, i.c. de uitgaven voor oefeningen van eenheden, opleiding en training van personeel, herstel en uitbreiden van voorraden (reservedelen, munitie etc.). In het verleden zijn bezuinigingen, financiële tekorten en andere maatregelen veelal opgelost ten koste van deze uitgaven. Dit structureel onderhuids ondergraven van de krijgsmacht dreigt nu opnieuw. Zijn conclusie: ‘Met het huidige budget zal Defensie de in 2020 uitgesproken ambities niet kunnen waarmaken. De aan (NAVO-)partners uitgesproken toezeggingen staan hierdoor nog steeds onder grote druk en zullen op korte termijn zeker niet kunnen worden nagekomen.
  • In het julinummer van Carré (nr. 4-2020) verschenen drie artikelen van onze hand. Van bgen b.d. ir. Bert Booman ‘Zonder GrIT en FOXTROT kan Defensie haar taken niet uitvoeren’ waarin hij stelt ‘Het recente jaarverslag van Defensie stelt dat de continuïteit van de IT is gewaarborgd. Dat is misleidend’. Cdre b.d. drs. Don Nagel besteedt aandacht aan ‘Defensie en de Brede Maatschappelijke Heroverwegingen’. Naast een schets van de zeven aangedragen beleidsvarianten spreekt hij de D&K-voorkeur uit voor de varianten C,D en E: voortzetting van het herstel en het vervolgens versterken en vernieuwen van de krijgsmacht. Dit vraagt een budgetverhoging van 20%. Voorzitter en secretaris D&K vragen zich in een gezamenlijk artikel af ‘Wordt de publieke sector weer donor?’. Met een verwijzing naar de vorige financiële crisis roepen ze op deze keer tijdens de coronacrisis geen private ondernemingen te redden ten koste van de publieke sector.
  • Aanwijzing SG A/978 Zowel dr. Martijn Kitzen als kol b.d. drs. Ad de Rooij spraken in Carré nr. 5-2020 hun ongenoegen uit over de betuttelende aanwijzing over extern optreden, mediacontacten en publicaties. Zonder controle vooraf door de Directie Communicatie (DC) mag er, op straffe van mogelijke juridische consequenties, eigenlijk niets meer. Militairen zijn blijkbaar minder te vertrouwen dan medewerkers van andere ministeries waar het extern delen van informatie juist wordt aangemoedigd: ’…door het extern delen van informatie stel je burgers en media in staat om de totstandkoming en uitvoering van beleid te volgen’. Kitzen vreest ook voor het lerende vermogen van Defensie, een organisatie die drempels opwerpt voor medewerkers die zich willen mengen in een openbaar debat, door bijvoorbeeld een artikel te publiceren.

Begrotingsbehandeling

D&K-lid kol b.d. drs. Ad de Rooij beschreef op de NOV-site en in Carré nr. 6-2020 onze mening over de defensiebegroting 2021. ‘Op Prinsjesdag bleek er op het eerste gezicht veel goed nieuws voor de krijgsmacht. Zie het jubelende persbericht dat het ministerie publiceerde. Maar De ronkende woorden van de minister en de bestuursstaf steken pijnlijk af tegen de te magere resultaten. De meest teleurstellende mededeling was de zin dat ‘…de opdracht beter in balans wordt gebracht met de beschikbare en personele middelen’. De internationale veiligheidssituatie zou bepalend moeten zijn voor de taakstelling van de krijgsmacht en de middelen die worden toebedeeld. In bovenstaande zin wordt het echter omgedraaid. De financiële middelen bepalen de taken die de krijgsmacht kan uitvoeren. Een gotspe! Hij noemt onder andere tekortschietende IT voor IGO, een nieuw loongebouw dat niet van de grond komt, zwaar onvoldoende geneeskundige ondersteuning, het ontbreken van geld voor vuurkracht te land en ter zee; een actiepunt uit het Nationaal Plan 2018 dat vermeld staat als afgedaan, ondanks het feit dat er helemaal niets aan gedaan is. Het schip zinkt, terwijl het orkest vrolijk doorspeelt. In oktober heeft D&K Kamerleden van informatie kunnen voorzien ter voorbereiding op de begrotingsbehandeling in november.

Defensievisie 2035

Op 15 oktober 2020, drieënhalf jaar na het begin van deze kabinetsperiode, was daar dan eindelijk de Defensievisie 2035: de al in de Defensienota 2018 aangekondigde uitwerking van ‘de lange lijnen naar de toekomst’. De vraag bij D&K rees of het ook echt een visie is. Geeft de Defensievisie 2035 een beeld waar de vier krijgsmachtsdelen en de overige defensieonderdelen moeten uitkomen, een stip op de horizon? Een half jaar voor verkiezingen komen met een visie vraagt erom dat de schrijvers regelmatig moeten vaststellen dat de uitvoering afhankelijk is van de volgende en opvolgende kabinetten. Elders in dit nummer van Carré een korte samenvatting van onze reacties.

Samenstelling van de werkgroep D&K

In 2020 bestond de werkgroep uit acht actieve en tien post-actieve officieren, vier oud-reserveofficieren en twee niet-militairen. De krijgsmachtdelen zijn als volgt vertegenwoordigd: veertien met een landmachtrelatie, vier met een marine-achtergrond, en drie van de luchtmacht. De militaire rangen lopen uiteen van genm tot ritm c.q. kap.

Naar 2021

De werkgroep wenst u een goede overgang naar het nieuwe jaar. Een jaar waarin wij ons opnieuw zullen inzetten voor het stapsgewijs groeien naar een volwaardige, gerespecteerde, gevulde en getrainde, voor haar taken berekende krijgsmacht. Met Nederland als betrouwbare bondgenoot die gaat leveren wat wij de NAVO toegezegd hebben.

Eindnoten 1. De periode 15 november 2019 tot 15 november 2020 2. https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2019/52/overheid-houdt-14-miljard-over-na-eerste-drie-kwartalen-van-2019 3. Toespraak van minister-president Mark Rutte voor de Atlantische Commissie, 03-10-2019.