Afbeelding: Pexels

DEFENSIEBELEID EN KRIJGSMACHT

COVID-19 en de mondiale economie

CDRE B.D. DRS. D.F. NAGEL

Omdat het begrip globalisering niet eenduidig is, verstaat het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) hieronder een proces dat zowel economische, technologische, institutionele en sociale ontwikkelingen omvat. Door de voortschrijdende internationalisering van de productie van goederen en diensten raken nationale economieën steeds meer met elkaar verweven. Globalisering zorgt voor meer export, meer werkgelegenheid en meer kansen voor bedrijven. Zeker geldt dit voor de open economie van Nederland die daardoor voor ons land veel welvaart heeft gebracht.

We zijn inmiddels wel gewend geraakt aan het idee dat economische groei kan leiden tot meer welvaart voor alle werkenden. Echter, die groei heeft een schaduwzijde: ‘Bedrijfswinsten zijn sinds de jaren tachtig geëxplodeerd, maar werkenden zagen de economische groei nauwelijks terug in hun portemonnee’ [1].

Inmiddels zijn er signalen van twijfel ontstaan over de waarde van globalisering. China is bezig met een wereldwijde expansie, zit in een opgaande economische groei, dus daar nog niet. De president van de Verenigde Staten (VS) heeft vier jaar gepleit voor ‘America first’ en het land vertoont sindsdien kenmerken van protectionisme. In Europa zijn het welvaartsniveau en comfort toegenomen, evenals de verbeterde levensstandaard. Nochtans spelen de belangen van de individuele landen een dominante rol en die oefenen daarmee invloed uit op de globalisering, voor zover van belang voor henzelf!

In de Macro Economische Verkenningen (MEV) 2021 wordt gewezen op de ongewisse ontwikkelingen van het internationale handelssysteem. Hoe verloopt het met het Amerikaanse handelsbeleid? Hoe ontwikkelt de positie van China zich in de komende jaren? Komt er een vrijhandelsakkoord tussen de Europese Unie (EU) en het Verenigd Koninkrijk (VK)?

Daarnaast zijn er de gevolgen van de coronacrisis. De diepte van de economische val en het tempo van herstel hangen af van het verloop van de pandemie en de beleidsreacties daarop. Mondiaal zijn er grote verschillen tussen China, de VS, West-Europa en Zuid-Amerika. De invloed op de wereldhandel is aanzienlijk, maar deze lijkt zich langzaam te herstellen na een historische val van 12% (iets meer dan in 2009). Inmiddels is er echter een tweede golf van besmettingen gaande die de mondiale economie opnieuw en waarschijnlijk nog dieper zal ontwrichten. Het is goed denkbaar dat hierdoor de migratiestroom vanuit Afrika en Arabische landen opnieuw zal aanzwellen. Alleen door intensievere samenwerking van de EU-landen en gezamenlijke inzet van Europese krijgsmachten kan deze groeiende stroom worden weerstaan. Wederom een dringende aanleiding, vanwege het gezamenlijke belang, voor een intensievere Europese samenwerking. Nederland heeft hierin natuurlijk ook een verantwoordelijkheid die daarom de krijgsmacht niet ongemoeid zal laten. Voorts heeft de coronacrisis laten zien dat er goede afspraken voor het leveren van goederen en diensten nodig zijn voor noodgevallen. De huidige crisis heeft aangetoond dat de markt volstrekt tekort schiet om leveringszekerheid te garanderen. Of het nu gaat om mondkapjes, beademingsapparatuur of, in de nabije toekomst, vaccins. De onzekerheden van de internationale arena, gevoegd bij en versterkt door de corona-pandemie hebben een grote invloed op de Nederlandse economie. Het Nederlandse bbp is in het eerste halfjaar van 2020 gedaald met 10%; dit is een daling van historische proporties.

‘Vertrouwen, veerkracht en verdienvermogen’, luidde de ondertitel van Miljoenennota 2021. De minister van Financiën schetste in zijn voorwoord dat de omstandigheden waaronder deze nota tot stand was gekomen aanzienlijk afwijken van het voorgaande jaar. Niettemin kan Nederland de crisis te boven komen omdat we beschikken over sterke economische fundamenten en voldoende buffers. In de nota stelde hij dan ook dat naast de andere plannen van het kabinet, de voornemens om in 2021 extra te investeren in defensie, politie en onderwijs, overeind blijven. De grote onzekerheden waarmee de coronacrisis wordt omgeven hebben ertoe geleid dat, naast de MEV, ook een verkenning gericht op de middellangetermijn is opgesteld, waarbij ook een scenario gekenmerkt door een diep dal, werd beschreven. In dit scenario heeft de corona-recessie grotere langdurige gevolgen. Het bbp daalt in 2025 met 9% en de werkeloosheid komt uit op 6%. Het begrotingstekort zal in dit scenario meer dan 3% bedragen. Het in 2021 te formeren kabinet zal in eerste aanleg niet van dit scenario uitgaan, maar dient het voorshands in het achterhoofd houden.

Invloed op en kansen voor de Nederlandse krijgsmacht

Het ontbreken van leveringszekerheid van goederen en diensten is door de coronacrisis zonneklaar gebleken. Dit gebeurde al in vredestijd. In geval van oorlogsdreiging, waarbij Nederland ook kan worden betrokken, is de leveringszekerheid van militair materieel waarschijnlijk nog veel minder gegarandeerd. Dit moet een signaal zijn om het niveau van (oorlogs-)voorraden van de krijgsmacht nu reeds te verhogen. Vanzelfsprekend vergt dit een verhoging van het defensiebudget. Vergroten van voorraden verloopt in de regel geleidelijk door beperkte productiecapaciteit van de leveranciers. Dit betekent dat het defensiebudget met gelijke tred en dus stapsgewijze kan worden verhoogd.

De tekorten van de overheid nemen dit jaar en het volgend jaar toe door het verlenen van steunmaatregelen aan bedrijven in de civiele sector. Hierdoor kan het defensiebudget opnieuw onder druk komen te staan. Als het kabinet echter blijft inzetten op behoud van werkgelegenheid en handhaven en voortzetten van economische groei en zodoende een stijging van de staatsschuld accepteert, is bezuiniging op het defensiebudget onnodig. Immers, de vacatures bij defensie kunnen (deels) worden opgelost door ook steunmaatregelen in te zetten om overtollig personeel uit andere sectoren om te scholen tot militair. Daarmee wordt voorkomen dat het om te scholen personeel (mogelijk langdurig) werkzoekend wordt en dan van een werkloosheidsuitkering moet rondkomen. Er is dan weliswaar sprake van een verlies aan arbeidsplaatsen, maar de krijgsmacht biedt de mogelijkheid werkzoekenden na gebleken geschiktheid te kunnen opvangen en kan zo het forse probleem van de personeelstekorten geleidelijk inlopen.

Het kabinet heeft ook besloten tot de oprichting van een Nationaal Groeifonds van 20 miljard euro voor de komende vijf jaar. De bestemmingen van dit fonds zijn nog niet duidelijk. De vastgoedsector van Defensie heeft door de draconische bezuinigingen in de afgelopen decennia een onaanvaardbare achterstand opgelopen die geresulteerd heeft in ontoereikende en ongeschikte gebouwen, achterstallig onderhoud etc. De politieke leiding van Defensie heeft dit onderkend en voorrang gegeven aan infrastructuurprojecten. Daar het budget, als altijd, de limiterende factor blijkt en de urgentie van maatregelen op infragebied groot, ontstond het dilemma van kiezen voor investeringen in wapensystemen of infra-projecten. Voilà, het Nationaal Groeifond biedt de reikende hand. De urgente projecten kunnen daaruit worden gefinancierd en vanwege de urgentie mogelijk versneld worden uitgevoerd. De investeringen voor verdere opbouw, vervangingsinvesteringen, update van bestaande wapensystemen en uitbreidingsinvesteringen van de krijgsmacht kunnen onverkort doorgang vinden. Met behulp het Groeifonds kunnen zij mogelijk zelfs worden geïntensiveerd en/of versneld. Het Groeifonds heeft daardoor niet alleen een zinvolle bestemming, maar door infraprojecten te versnellen en te vervroegen kunnen extra arbeidsplaatsen worden gecreëerd en daarmee de werkgelegenheid vergroot. Hetzelfde geldt voor het versneld op orde kunnen brengen van onze krijgsmacht. Daar waar de krijgsmacht, samen met de Nederlandse industrie, werkt aan innovatieve projecten, maar financiële grenzen het tempo van deze projecten bepalen, biedt het Groeifonds eveneens mogelijkheden hierin versnelling te brengen. De kans op meer werkgelegenheid kan hierbij de belangrijkste drijfveer zijn. Bovendien zijn industrie en krijgsmacht gebaat bij het bijblijven en mogelijk vooroplopen bij innovatieve projecten.

De coronacrisis hoeft voor de krijgsmacht niet perse negatief uit te werken. Integendeel, er zijn nieuwe kansen waar maatschappij en krijgsmacht baat bij kunnen hebben.

Don’t stop thinking about tomorrow (aldus Fleetwood Mac in 1977).

Eindnoot: 1. Sander Heijne en Hendrik Noten, Fantoom groei, 2020, Atlas Contact