HUMOR

Yellow submarine

Jelle zal wel zien

lkol b.d. P. Dekkers

‘We all live in a yellow submarine’, zo begint een van de vele songs van de Beatles uit 1966. Een liedje dat vrijwel iedereen meteen aanspreekt, door de pakkende melodie en de grappige geluidseffecten die de indruk moeten wekken vanuit een onderzeeboot te komen. Zoals met wel meer teksten van de Beatles uit de laatste jaren van hun actieve loopbaan, kon deze op meerdere manieren worden uitgelegd. John Lennon verklaarde het zelf als een eenvoudig, voor kinderen bedoeld, liedje met een leidende rol voor Ringo Starr. Later werden er op de tekst door anderen allerlei hypotheses en complottheorieën losgelaten, zoals het leven onder grote druk (‘in a yellow submarine’) of de voor die tijd fabelachtige inkomsten van de vier Beatles (‘we found a sea of green’, een zee aan dollarbiljetten) of een verwijzing naar de vele vrienden van het stel (‘and our friends are all aboard’).


Nog in hetzelfde jaar zag ook een Nederlandse bewerking het licht; die kwam van niemand minder dan van een van de drie grote cabaretiers van die tijd, Wim Kan, in zijn oudejaarsconference uit 1966: ‘Lachend over de loongrens’. Kort na middernacht klonk in bijna heel Nederland uit de radio het liedje: ‘Waar we heen gaan, Jelle zal wel zien’, op de melodie van ‘Yellow Submarine’. De tekst van Wim Kan ging over de premier van het naar hem genoemde interim-kabinet-Zijlstra. Een minderheidskabinet moest de puinhopen opruimen van het kabinet-Cals, dat ten val was gekomen in het kielzog van de 'Nacht van Schmelzer' in de Tweede Kamer. Jelle Zijlstra profileerde zich in recordtijd als een bekwaam en doortastend politicus en kreeg de reputatie van redder des vaderlands. Zijn gezag en populariteit namen ongekende vormen aan. Als expert op financieel-economisch terrein bleef hij altijd koppig vasthouden aan zijn eigen gelijk en hij ging de problemen van zijn tijd met eerlijke politiek te lijf. Zijlstra bereikte de top van de politieke, en later als president van de Nederlandse Bank, financiële wereld. Hij was de altijd vertrouwenwekkende figuur, die Kan met enige guitigheid aldus portretteerde.


Heden ten dage bekruipt ons weleens het gevoel dat ons land wel een kleine dosis Zijlstra zou kunnen gebruiken. Aan guitige politici geen gebrek, echter aan daadkracht en voortvarendheid bij het oplossen van problemen des te meer. De strijd tegen de grootschalige georganiseerde misdaad, het personeelsgebrek in de gezondheidszorg, bij het onderwijs, de politie, om maar eens wat te noemen, het lijkt allemaal niet goed van de grond te willen komen. Om nog maar te zwijgen over het gedoe rond de klimaatdoelen, de stikstofregels en de PFAS-problematiek. Ook wil het niet lukken om de defensiebegroting zelfs maar in de buurt van de ooit afgesproken 2% bbp te laten komen. Eerder geformuleerde prioriteiten werden kort na het publiceren ervan alweer stilletjes verlaten en mede daarom lijkt het investeren in noodzakelijk nieuw materieel op een traag voortkabbelende soap. Nadat de minister met, naar het schijnt veel moeite, een paar extra F-35A jachtvliegtuigen kon lospeuteren, diende zich weer een volgende keuzestress aan: de onderzeeboten. De marine wil de vier verouderde Walrus-klasse onderzeeboten vervangen. In 2027 zou de eerste nieuwe boot in vaart genomen moeten worden, de minister wilde daartoe al in 2018 de eerste stappen zetten, maar die termijn is al verschoven naar eind 2019 en dreigt nog verder op te schuiven naar 2021. Het kabinet is nog steeds aan het bakkeleien wie de boten mag gaan bouwen. Van de plank kopen is geen optie vanwege de eisen die de marine aan het ontwerp stelt.


De Nederlandse marine en de vakbonden gaan bij voorkeur in zee met de Nederlandse botenbouwer Damen Shipyards. Maar er zijn nog kapers op de kust die azen op de order, en elk van deze bedrijven lijkt zijn eigen belangen te hebben kunnen koppelen aan een van de Nederlandse ministeries. Zo lobbyt Duitsland voor ThyssenKrupp (TKMS) uit Kiel en de Franse regering komt met zijn staatsbedrijf Naval. Zelfs Spanje had nog een kandidaat-bouwer, Navantia, maar dat bedrijf is onlangs afgevallen. BuZa wil diplomatieke aanvaringen voorkomen en bij Financiën wordt gedacht dat Defensie de betrokken bedrijven langer aan het lijntje zou moeten houden met offertes en plannen, omdat de prijs dan nog wel eens zou kunnen zakken. Ook stellen TKMS en Naval een groot aantal banen en samenwerking met Nederlandse bedrijven in het vooruitzicht. Punt van zorg blijft dat Damen weliswaar grote oppervlakteschepen voor de marine heeft gebouwd, maar geen ervaring heeft met onderzeeboten. Vandaar dat de werf samenwerking heeft gezocht met het Zweedse Saab-Kockums voor de bouw van dit soort schepen. Om het kabinet te overtuigen van de wenselijkheid om grote wapenorders aan de ‘eigen’ industrie te gunnen is het keuzemoment uitgesteld tot 2021, en dat terwijl de boten in 2027 al in het Helderse water moeten liggen.


En zo kabbelen we verder in de oceaan, op golven van studies, aanbevelingen, offertes en Europese aanbestedingsregels. Hadden we maar een Zijlstra als kapitein, of om John Lennon nog eens te citeren: ‘Full speed ahead mister boatswain, full speed ahead’. ‘Aye, aye, captain’.


En waar we heen gaan? Jelle zal wel zien.