Foto: Ministerie van Defensie

VIERKANT BESCHOUWD

De bijzondere positie
van de militair

Onlangs hebben we kunnen waarnemen dat grote groepen burgers de ontevredenheid over hun positie en de financiële waardering daarvoor kenbaar maakten door omvangrijke aandachttrekkende manifestaties in Den Haag te houden. Boeren, bouwers en leerkrachten hebben het werk neergelegd en zijn in groten getale naar de hofstad getrokken om hun ongenoegen op een onmiskenbare wijze te tonen, waarbij zij nogal wat overlast veroorzaakten voor de rest van Nederland. Het laat zich aanzien dat het einde van de onrust in onze huidige samenleving nog niet in zicht is.

Ook voor militairen geldt dat niet alles naar wens is. Ondanks het feit dat de samenleving in algemene zin de laatste tijd wat meer begrip aan de dag lijkt te leggen voor militairen en hun werk, is de opstelling van het Ministerie van Defensie ten opzichte van militair personeel niet om over naar huis te schrijven. Deze werkgever is niet zo scheutig met haar waardering voor en beloning van haar voornaamste kapitaal, de militaire ambtenaar. Wat al enige tijd opvalt is dat menig militair de wapenrok aan de wilgen hangt en zijn of haar heil zoekt in de burgermaatschappij. Bovendien is er nog een ander punt van grote zorg, namelijk de huidige onderbezetting in materieel en personeel opzicht en de geoefendheid van de eenheden die deel uit maken van de defensieorganisatie; de krijgsmacht is momenteel niet bij machte om de haar grondwettelijk opgelegde taken op een juiste en veilige wijze uit te uitvoeren.

Pakketvergelijking

Onlangs zijn na een lange periode van niet altijd even constructieve onderhandelingen werkgever Defensie en de vakbonden tot een arbeidsvoorwaardenakkoord gekomen waarin een aantal afspraken is gemaakt betreffende onder andere de financiële rechtspositie van militairen. Eindelijk, na jaren van achterstand is er sprake van enige verbetering in de financiële arbeidsvoorwaarden van de militair. Overeengekomen is om verder te praten over het loongebouw, vergoedingen, toelagen en pensioenen.

Daarbij is ook afgesproken dat een pakketvergelijking zal plaatsvinden die richting zal geven aan de verdere ontwikkelingen. Een degelijke vergelijking is nodig om een reëel beeld te krijgen van de regelingen betreffende het militair personeel in vergelijking met het burgerpersoneel van Defensie, de rijksoverheid en de politie. Dat daarbij de taakstelling van de krijgsmacht en de daarbij behorende bijzondere positie van de militaire ambtenaar niet ter discussie mag staan lijkt ons overduidelijk. Maar gezien de ervaringen met de laatste pakketvergelijking en de ondermaatse gevolgen daarvan voor de financiële arbeidsvoorwaarden van de militair hebben wij totaal geen vertrouwen in een dergelijke aanpak.

Waarom die bijzondere positie voor de militaire ambtenaar; zijn dit andere werknemers dan de ambtenaren van andere ministeries? Wat onderscheidt militairen dan van anderen?

Foto: Ministerie van Defensie

Bijzondere positie

De krijgsmacht moet garanderen dat de haar door de grondwet opgedragen taken te allen tijde en overal uitgevoerd kunnen worden. De bijzondere rechtspositie van de militair vindt zijn oorsprong in deze opdracht. Om de opgedragen taken op een juiste wijze te kunnen uitvoeren moet een militair zorgen dat hij of zij altijd geschikt en beschikbaar is om te worden ingezet, vaak op korte termijn. De militair moet dus zorgen fit en geschikt te zijn in fysiek en psychisch opzicht alsmede goed opgeleid voor gewapende inzet. Gezien het karakter van de opdracht kan dat leiden tot het in ultieme gevallen toepassen van dodelijk geweld, waardoor de militair moet voldoen aan eisen die niet aan andere werknemers worden gesteld, althans niet in die mate. Zo moet de militair soms in extreme situaties van bijvoorbeeld hitte, kou en verminderde hygiënische omstandigheden zijn werk verrichten en wordt hij of zij blootgesteld aan gezondheidsrisico’s. Bovendien moet de militair optreden in situaties waarin anderen proberen hem of haar te doden, maar ook moet hij of zij dus in staat zijn anderen buiten gevecht te stellen en in het uiterste geval te doden. Risico’s lopen is het hoofdkenmerk van het militaire beroep.


Om de vereiste graad van inzetbaarheid te verkrijgen is de militair verplicht bepaalde opleidingen te volgen en functies te vervullen en is de militair beperkt in de keuze van functies, aard, duur en plaats van tewerkstelling. Ook is de militair verplicht aangewezen op geneeskundige zorg door de militair geneeskundige dienst; hoezo vrije artsenkeuze?

Een ander onderscheid met ambtenaren van andere ministeries is het feit dat militairen onderworpen zijn aan een strikt stelsel van normen en waarden die binnen de krijgsmacht gelden. Bij Defensie gelden verscherpte gedragsnormen die ook van toepassing zijn buiten de werksituatie waarbij specifieke handhavingsmiddelen als militair straf- en tuchtrecht van toepassing zijn.

Los daarvan kunnen aan de militair beperkingen worden opgelegd, niet alleen voor wat betreft arbeidstijden maar ook met betrekking tot het opnemen van verlof en van vrije tijd.


Na aanstelling als militair ligt het niet voor de hand om voor het einde van de verbintenis ontslag te nemen, maar aan de andere kant kan de militair onvrijwillig ontslagen worden als gevolg van buiten zijn schuld liggende organisatiewijzigingen. Ook mag de militair niet staken en is het recht om deel te nemen aan collectieve acties beperkt; eigenlijk bezit de minister van Defensie als werkgever een bijna almachtige positie ten opzichte van haar militaire ambtenaren in hun hoedanigheid als werknemer.

Een andere verzwarende factor van het uitoefenen van het militaire vak is het feit dat het handelen van de krijgsmacht en van de militair wordt gelegd langs de burgerlijke meetlat van goed en slecht. Zo moeten militairen leven met de vaak ongenuanceerde meningen van anderen over hetgeen hen overkomen is in voormalig Joegoslavië en worden ze belast met alle andere onterechte opmerkingen die daarover circuleren (zie bijvoorbeeld Dutchbat 3). Meer recent lijkt het wel of de betrokken militairen zich zorgen zouden moeten gaan maken over het verwijt en nog erger de eventuele schuld die hen wordt toegedicht inzake de collateral damage die de door hen afgeworpen vliegtuigbommen in Noord-Syrië hebben veroorzaakt. In het parlement kreeg een individuele militair van een volksvertegenwoordiger daarvoor zelfs het label van moordenaar opgeplakt. En wat te denken van de onlangs weer opgekomen gewoonte om militairen die vlak na de oorlog en masse naar voormalig Nederlands-Indië werden gezonden te betitelen als oorlogsmisdadigers? Meer dan eens blijkt, dat het optreden van de militair maatschappelijk gezien nog steeds negatief wordt bejegend. Dat dit leidt tot een wezenlijke verzwaring van de hen door de regering opgedragen taak, is voor ons een feit.


Alsof de bovengemelde lijst nog niet lang genoeg is zijn aan het militaire métier nog andere feitelijke ongemakken verbonden, zoals lange afstanden tussen wonen en werken, een weekendhuwelijk of regelmatig verhuizen. De praktijk wijst uit dat hierdoor druk kan ontstaan op de sociale omgeving en gezinsomstandigheden van de betrokken militair. Als we dan kijken naar de geplande verhuizing van het Korps Mariniers van Doorn naar Vlissingen kunnen we constateren dat dit voor veel militairen de reden is om het Korps te verlaten, met als vaak gehanteerd argument werkgelegenheid voor de partner en woonmogelijkheden.

Als gevolg van oefenen en inzet is de militair vaak langere tijd van huis, waarbij veelal sprake is van beperkingen in privacy, huisvesting in primitieve omstandigheden en verblijf buiten de diensturen in de werkomgeving, vaak 24/7. Naar de mening van de redactie is er wel zeker sprake van een bijzondere positie van de militair.


Regelmatig werd de bijzondere positie van de militaire ambtenaar onder de loep genomen en dat gebeurde niet alleen in tijden van herstructurering en bezuinigingen. Ook nu doen berichten de ronde dat de arbeidsvoorwaarden van militairen gelijkgeschakeld moeten worden met die van burgerambtenaren bij Defensie en ambtenaren bij andere ministeries en wordt de vraag gesteld waarom die militaire ambtenaar een bijzondere positie moet hebben.

Van diverse kanten is een beeld geschetst dat de arbeidsvoorwaarden van militairen goudgerand zijn.

Daarbij wordt (bewust) vergeten of verzwegen aan te geven waarom die regelingen er zijn en worden de consequenties van de bijzondere rechtspositie van de militair in de discussies niet aangegeven. Zo komt de bijzondere positie van de militair onder druk te staan.


In haar brief aan de Tweede Kamer van 11 december 2014 met als titel ‘De bijzondere positie van de militair’ heeft de toenmalige minister van Defensie de taak van de krijgsmacht, het unieke karakter en de bijzondere kenmerken van de militair en de beperkingen die gelden voor de militair, kort en helder uitgelegd. De minister geeft in deze brief tevens aan dat het personeels- en arbeidsvoorwaardenbeleid recht moet doen aan de vastgestelde bijzondere positie van de militair en dat Defensie daartoe goed werkgeverschap moet tonen.


Daar kunnen we het natuurlijk van harte mee eens zijn, maar sinds deze brief zijn nu vijf jaren verstreken, jaren waarin door de militaire belangenorganisaties, de vertegenwoordigers van de militaire werknemers, hard is gestreden om daadwerkelijk invulling te geven aan deze vooruitzichten en beloften. Het begin is er, maar we zijn er nog lang niet. Er staat nog een aantal onderwerpen op de rol, zoals loongebouw, toelagen, pensioenen e.d. Wat opvalt in die brief is dat de minister stelt dat Defensie streeft naar een modernisering van het arbeidsvoorwaardenstelsel waarbij de bijzondere positie van de militair uitgangspunt blijft, maar dat de ontwikkelingen in de andere overheidssectoren niet genegeerd kunnen worden. Wij zijn daarom van mening dat als basis daarvoor een reële en eerlijke functiewaardering nodig is. Een objectieve waardering die de militair-operationele aspecten meeweegt, een en ander in de juiste proporties weergeeft en vervolgens wordt vertaald in concrete cijfers.


Foto: Ministerie van Defensie

Foto: Ministerie van Defensie

Personeel, een conditio sine qua non

Om de aan de krijgsmacht opgedragen taken te kunnen uitvoeren is het van belang dat de krijgsmacht beschikt over qua materieel en personeel goed uitgeruste en geoefende eenheden. De laatste jaren en nog steeds is er sprake van een te hoog verloop van het zittende personeel. Dit betreft ervaren personeel dat goed is opgeleid en getraind en waarvan vervanging veel tijd en moeite kost. Dit leidt tot onaanvaardbare tekorten die gevolgen hebben voor de inzetbaarheid van eenheden en die een risico vormen t.a.v. de veiligheid van het personeel bij inzet. Militair personeel binnenkrijgen en -houden moet een topprioriteit zijn voor Defensie en een ruim en aansprekend arbeidsvoorwaardenpakket is daarvoor in onze ogen een onmisbaar instrument om dit te bereiken.

Het militair personeel is essentieel voor de krijgsmacht. Om hierover te kunnen blijven beschikken is het van belang, dat tegenover hun inzet en offers goede voorzieningen worden getroffen, zowel voor de actief dienende militair en ook voor de oud-militairen in de post-actieve periode. Daarom is een personeelsbeleid en een arbeidsvoorwaardenstelsel van Defensie dat de bijzondere positie van de militair weerspiegelt van wezenlijk belang voor het onder alle omstandigheden goed functioneren van de krijgsmacht.


Militairen hebben recht op een bijzondere positie; zij vormen een bijzondere beroepsgroep en gaan door waar anderen stoppen.

Ten slotte

Samuel Huntington schreef in zijn The soldier and the State dat het militair zijn een vak is en zelfs een heel bijzonder vak. De militair is de enige die we het recht respectievelijk het risico hebben gegeven om te doden en gedood te worden. Dat vereist op zijn minst een erkenning voor militairen en een bevestiging daarvan in materieel opzicht. Een goede financiële waardering voor hen die doen wat stilzwijgend wordt aangenomen, namelijk doorgaan waar anderen stoppen, desnoods ten koste van hun leven. Militairen zijn van waarde en dat moet zijn prijs hebben!

Redactie