Oudjaar 2019 en de sprong naar het volgende decennium!

door Ruud Vermeulen

In het laatste Prodef van dit jaar, maar ook van dit decennium, is het goed om terug te kijken en vervolgens ook de blik naar voren te werpen. En natuurlijk gaat het in dit nummer dan over de dramatische vulling van de krijgsmacht. Eenheden die voor 40 tot 60% gevuld zijn. Hoe heeft het zover kunnen komen? Hoe kunnen wij het structureel oplossen?

Het verleden

Na de forse bezuinigingen en de inkrimping in 1995 met ongeveer 5000 functies, de bezuinigingen in 2004/2005 met 12.000 functies, begon dit decennium met een vervolgbezuiniging van wederom 12.000 functies. Drie personele bezuinigingen van een dergelijke omvang in 16 jaar tijd, dat hakt erin. Dan is het vertrouwen in de toekomst van de organisatie weg. Vervolgens kwam er in dit decennium een lange reeks aan impopulaire maatregelen zoals de WUL, het AOW-gat, de opgelegde maximale vulling van 90%, de verhoging van de UKW-leeftijd, de overgang van eindloon- naar middelloonpensioen en de van overheidswege afgedwongen jarenlange nullijn. Daarnaast speelden ook de moeizame cao-onderhandelingen die na twee jaar eindigden in de nacht van Dijkhof en daarna de onderhandelingen voor een eerlijke compensatie van de pensioenen. Ook deze onderhandelingen waren niet gespeend van enige dramatiek.


Conclusie: onze politieke meesters hebben er echt alles aan gedaan om de krijgsmacht onder te bezetten. Je kunt er vanuit gaan dat je de wrange vruchten gaat plukken van een organisatie die zo door de gehaktmolen wordt gehaald. Niet de inhoud van ons werk, niet de arbeidsmarkt, maar de politieke leiding is verantwoordelijk voor de huidige personele chaos.

De weg naar voren

In 2010 gaf de Lgen Hans Leijh aan dat wij onze inspanningen moesten gaan richten

op, zoals hij dat noemde, “de agenda van de toekomst”. Dit hield in: de herziening van

het loongebouw, onze toelages, het personeelssysteem en de pensioenen. En wel

in die volgorde. Wij weten inmiddels dat, onder druk van het ABP en de slappe knieën

van onze leiding, dit laatste onderwerp als eerste is gerealiseerd. Maar ten aanzien

van de andere onderwerpen zijn wij in het afgelopen decennium geen stap verder

gekomen.


Eigenlijk zijn er twee beeldspraken die naar mijn mening richting zouden moeten geven aan ons denken, namelijk het “Vergiet” en

de “Kachel”.


Als eerste het vergiet. Wanneer wij de organisatie willen vullen met goed, goed opgeleid en goed gemotiveerd personeel, dan moet je eerst het behoud regelen. Ik zie nu dat wij rommelen aan verkorte opleidingen, het versoepelen van eisen en mensen op andere leeftijden aannemen of langer behouden. In mijn ogen lapmiddelen en bovendien werkt het, denk ik, contrair. Essentieel is juist het waarderen van je mensen en daarmee het eisen van kwaliteit. Alleen dan trek je ook kwaliteit en kwantiteit aan. Waardeer je soldaten, sergeanten, luitenants en kapiteins eens. Maak zichtbaar wat zij doen, welke verantwoordelijkheid wij op hun schouders leggen, welke risico’s wij van hun vragen te nemen. En als laatste: betaal ze daar ook naar. Dit zal effect hebben. Deze waardering wordt gemist. Een nieuw loongebouw en de discussie hierover bieden hiervoor de optimale mogelijkheid.


De toelages van burgers bij het Rijk en Defensie, en die van de militairen verschillen niet veel. Behalve de oefentoelages, de uitzendtoelages en de TOD. Durf de vergelijking met de burgers eens te maken, maar dan wel eerlijk en fair. Wederom, waardeer militairen voor het unieke werk dat zij doen en wat van hun gevraagd wordt.

Zingeving

Er is veel vraag naar de inzet van onze krijgsmacht. Deze vraag komt van binnen de landsgrenzen, maar ook van daarbuiten. Militairen trainen voor inzet. Wanneer je een beroepskrijgsmacht hebt, dan moet je ook bereid zijn hem in te zetten. Het is goed voor de professionaliteit, maar het geeft ook de noodzakelijk zingeving. Niet alleen trainen, maar daadwerkelijk je werk uitvoeren.


Wanneer je dan ook in het personeelssysteem komt tot eerlijke en bij de tijd passende carrièremogelijkheden en een operationele pauze voor hen die dit in het spitsuur van het leven nodig hebben, dan ben je structureel bezig. Het vergiet is dat zo gedicht.


De kachel moet een goede trek hebben. Er moet perspectief zijn binnen en buiten onze organisatie. Essentieel voor dit perspectief is dat je eerst je personeel waardeert, carrièremogelijkheden biedt en zingeving invult. Dus eerst de vergiet dichten, pas daarna kun je vanuit je kracht gaan opereren. Bijna niemand verlaat de organisatie zonder pijn in zijn hart. Het werk is leuk en uitdagend. Wanneer de waardering er is kun je de eerlijke competitie met de markt aan.


Op basis van waardering en kwaliteit van onze mensen zal er een uitstroom plaatsvinden. Er zijn een aantal scenario’s voor deze uitstroom. Soldaten en korporaals van de wapens (inclusief de mariniers) kunnen met voorrang bij onze counterparts van politie, Boa’s, justitiële inrichtingen en douane geplaatst worden. Daarnaast moet je de uitstroom van kaderleden naar externe werkgevers via onder andere de adaptieve krijgsmacht juist stimuleren en faciliteren in plaats van de angst te laten regeren. Wanneer de doorstroom loopt, er dus perspectief is en de krijgsmacht uitgaat van zijn kracht en van een competitief en goed loongebouw, eerlijke vergelijkbare toelages en een goed personeelssysteem, dan werf je. Ook in deze moeilijke tijden.

Samenvattend

Wij moeten de afgelopen dertig jaar zo snel mogelijk achter ons laten. Daartoe moet het vergiet worden gedicht. De Centre of gravity is hier: “waardeer je mensen en de arbeid die zij verrichten”. De trek in de schoorsteen komt vervolgens vanzelf wanneer Nederland ziet dat er een trotse krijgsmacht is, die terecht gewaardeerd wordt door zijn leiding. Deze krijgsmacht is door zijn kwaliteit onweerstaanbaar aantrekkelijk voor andere werkgevers. De trek boven in de schoorsteen leidt onherroepelijk tot aanzuiging, tot werving van onderen. De discussie over het loongebouw, de toelages en het personeelssyteem bieden de mogelijkheid om zowel het vergiet als de schoorsteen te realiseren en daarmee afscheid te nemen van dertig slechte jaren voor de krijgsmacht.


Ik wens u en de uwen een zalige Kerst en een voorspoedig 2020.