WERKGROEP DEFENSIEBELEID EN KRIJGSMACHT

Groei vanuit achterstand

Terugblik op beroepsverenigingsjaar 2019

lkol b.d. F.A. Ebbelaar

In de doelstellingen van de NOV lezen we dat de vereniging een professionele mening wil geven over de krijgsmachtorganisatie, haar werkwijze, en wil meedenken over vrede en veiligheid. Dat doet de werkgroep Defensiebeleid en Krijgsmacht (D&K), een denktank voor voorzitters en besturen van de NOV, de KVMO, en zo ook voor de GOV|MHB. Daarnaast wil D&K een vraagbaak zijn voor niet-militairen bij uitspraken van politici en denktanks die zich bezighouden met internationale veiligheid. Het gaat dan om de militaire consequenties.

Voor het bepalen van de GOV-standpunten was in 2019 de aangekondigde herijking van de Defensienota een regelmatig terugkerend werkthema. Waar moeten de ‘lange lijnen’ toe leiden volgens de GOV? Daarnaast werd vanuit de optiek van de beroepsvereniging onder meer inspanning gepleegd voor het belichten van de inzetbaarheidsproblematiek tengevolge van de ondervulling. Werkbezoeken aan eenheden lieten bij herhaling zien hoe de krijgsmacht steeds meer aan slagkracht verliest door het ontslag nemen van personeel door onder meer onvoldoende concurrerende arbeidsvoorwaarden.

Na de jaren van negatieve bezuinigingsberichten wilde D&K in haar meldingen toe naar boodschappen met een positieve strekking. Dat viel tegen. Werving, behoud van personeel, opleiding van personeel, inzetbaarheid van materieel geven nog steeds zorgen.

Herijking Defensienota

Na publicatie in Carré nr. 7-2018 heeft D&K in april 2019 haar gewenste thema’s voor de herijking toegezonden aan verschillende woordvoerders uit de Vaste Commissie voor Defensie (VCD). De werkgroep wilde daarmee tijdig haar ideeën verspreiden waar de breed aangekondigde ‘lange lijnen’ van minister Bijleveld over moeten gaan. Later in het jaar hebben vertegenwoordigers van de werkgroep in gesprekken met Kamerleden deze thema’s toegelicht.

Begrotingsbehandeling

D&K-lid cdre b.d. Don Nagel verwoordde in Carré nr. 6 onze mening over de defensiebegroting 2020. ‘De miljoenennota laat het duidelijk zien: deze regering blijft het komende jaar dankbaar moet je zijn roepen, maar wil niet echt inhoudelijk verder vooruitkijken dan de volgende verkiezingen.

In oktober heeft D&K Kamerleden van informatie kunnen voorzien ter voorbereiding op de begrotingsbehandeling in november. Uit de gesprekken met leden van de VCD weten we dat dit gewaardeerd wordt en dat onze input zijn weg vindt naar schriftelijke vragen en vragen tijdens de begrotingsdebatten. Ook op deze wijze kunnen wij onze observaties, informatie uit gesprekken op kazernes en onze zorgen onder de aandacht brengen van de politiek en de top van Defensie. In Carré nr. 7 hebben wij u geïnformeerd over onze voornaamste vragen en onduidelijkheden bij deze begroting. Teleurstellend is dat de antwoorden die door het ministerie werden gegeven regelmatig ontwijkend en weinigzeggend zijn.

Onderzoeken voor en directe steun aan de voorzitters

Zonder richtlijnen geen sturing. In januari gaven de duo-voorzitters onderstaande aanwijzingen. Voorzitter KVMO: overtuig de samenleving en Tweede Kamer van de noodzaak van een voor zijn taken berekende krijgsmacht, van een toekomstbestendige innovatieve adaptieve krijgsmacht en geef ad hoc reacties op gebeurtenissen. Ook voorzitter NOV wilde de focus nadrukkelijk op het informeren en overtuigen van de politiek. Een tweede focus op onze leden en potentiële leden en dit in het kader van werving. Andere prioriteiten in volgorde: groeien van het budget naar 2%, een relevante krijgsmacht qua wapensystemen, internationale samenwerking (zowel feitelijk als op het gebied van het aanschaffen van materieel), adaptieve krijgsmacht.


● Nationaal plan defensieuitgaven t.b.v. de NAVO, aangeboden in december 2018[1]. Daarin veel intenties om te groeien qua budget en daarmee in gevechtskracht en voortzettingsvermogen. D&K was aanwezig tijdens het Algemeen Overleg in de Tweede Kamer op 7 februari ter voorbereiding op de zogenaamde NAVO-ministeriële, de NAVO-bijeenkomst van ministers van defensie op 13 en 14 februari. Daar moest minister Bijleveld de financieel onvoldoende onderbouwde plannen verdedigen. De NAVO was blij met de uitgesproken Nederlandse intenties, maar waarnemend minister van Defensie van de VS Shanahan noemde Nederland expliciet, samen met nog drie andere landen, als een land dat weliswaar plannen heeft om in de richting van de 2% bbp te bewegen, maar daarvoor nog geen financiële onderbouwing heeft[2]. In Carré nr. 2 beschreef Don Nagel de observaties van D&K. Hij looft de goede voornemens en dringt aan er ook budget achter te plaatsen. Dat is goed om de houding ‘eerst zien dan geloven’ tegen te gaan. Zowel bij de NAVO, bij ons, maar vooral bij het actief dienende personeel. En wellicht bij het kabinet zelf.


● Besturingsmodel ministerie: in de eerste maanden van 2019 is informatie verzameld over de aangekondigde veranderingen in de top van het ministerie. Vragen kwamen op als: is dit nodig op deze wijze? Waarom nu en leidt dit dan tot een verbetering? Wat blijft er over van de Commandant der Strijdkrachten? In maart publiceerde de werkgroep haar reactie in Carré.


● Visie op personeel. Gealarmeerd door de steeds verdere achteruitgang van de vulling is D&K vanaf de jaarwisseling zich steeds meer actief gaan oriënteren. Hoe ziet die ondervulling eruit en waarom? Arbeidsvoorwaarden valt niet onder het takenpakket van D&K, maar als de gevechtskracht achteruit holt en gesprekspartners bij werkbezoeken dit voortdurend als een belangrijke factor noemen, dan valt dit binnen de doelstellingen van de werkgroep. Vanuit die insteek is bij de voorzitters van de verenigingen aangedrongen, al dan niet stapsgewijs, resultaten te zoeken in de onderhandelingen en de impasse om te buigen in een positieve herstart.


● Om tijdig voorbereid te zijn op de voorbereiding van de verkiezingen van 2021 heeft D&K als uitvloeisel van de gewenste thema’s voor de herijking dit jaar haar eigen ‘GOV-Defensieparagraaf’ ontwikkeld. Die is in het najaar reeds aangeboden aan leden van de VCD en zal begin volgend jaar worden toegezonden aan diverse partijprogrammacommissies en Kamerleden.

Noten

1. Minister van Defensie, Kamerbrief Nationaal plan defensie-uitgaven ten behoeve van de NAVO, Den Haag, 14-12-2018

2. Minister van Defensie, Kamerbrief Verslag bijeenkomst NAVO-ministers van Defensie op 13 en 14 februari 2019 te Brussel, Den Haag, 22-02-2019

Voorzitter D&K in gesprek met leden van de 4. NLD Tankcompagnie van 414 Panzerbattalion

Werkbezoeken aan kazernes en bases

● Van 26 tot en met 28 februari brachten voorzitter en secretaris D&K achtereenvolgens bezoeken aan het Nederlandse tankeskadron in Loheide bij Bergen in Duitsland en aan 45 Pantserinfanteriebataljon en 43 Brigadeverkenningseskaderon in Havelte. Bij onze contacten binnen CLAS en de politiek konden we daarna beter de praktijk schilderen rondom tekortschietende inzetbaarheid, lokale initiatieven voor werving, het belang van goede arbeidsvoorwaarden voor met name behoud van personeel. Het verslag van dit bezoek trok aandacht op de NOV-website, LinkedIn en in Carré nr. 3.


● In maart en april bezocht D&K ondercommandanten van 13 Lichte Brigade. De situatie was daar enigszins beter dan in het noorden van het land.

Bij 400 Geneeskundig Bataljon waren wij welkom in september om te horen hoe deze eenheid nog worstelt met bezuinigingen uit de afgelopen zes jaar. In onze reactie op de begroting voor 2020 op de GOV- en NOV-websites en in Carré meldden wij dat het bataljon al tijden lang niet in staat is op een goede wijze voor alle defensieonderdelen en alle missies de Role 2 faciliteit te leveren. En zeker niet voor een mobiel NAVO-artikel 5 gevecht.

Symposia en debatten

Symposia bieden een uitgelezen kans informatie te verzamelen, GOV-boodschappen met anderen te delen en het netwerk te versterken. In het verenigingsjaar 2018-2019 namen afgevaardigden van D&K onder andere deel aan bijeenkomsten van de Atlantische Commissie en het Instituut Clingendael, het symposium over basisgereedheid van de Vereniging Infanterie Officieren, Het Kooy-symposium van het KIVI over extreme omstandigheden, Het Grote Defensiedebat van Elsevier, verschillende bijeenkomsten in de Balie in Amsterdam, de Johan de Wittconferentie van de KIM Alumni Vereniging, Stichting Nederlandse Industrie voor Defensie en Veiligheid, Koninklijke Vereniging ter Beoefening van de Krijgswetenschap. Ook volgden wij regelmatig overleggen en debatten van de VCD met de minister.


Onze analist en columnist dr. Jaap Anten gaf in verschillende Carré-uitgaven verslag van bijeenkomsten waarbij hij met eigen conclusies kritische noten plaatste: in Carré nr. 6 over een Clingendael-bijeenkomst over de toekomst van de NAVO en in nr. 7 de lezing door minister-president Mark Rutte voor de Atlantische Commissie ‘Het belang van stabiliteit in de trans-Atlantische betrekkingen voor Nederland en Amerika’.

Publicaties, interviews, presentaties, overige gesprekken

Bron: dagblad Trouw

  • Tijdens de vergadering in januari informeerde kol Paul Hoefsloot ons over de nieuwe visie van CLAS ‘Veiligheid is vooruitzien’. De belangrijkste drijfveren voor deze visie waren de geopolitieke veranderingen, de technologische ontwikkelingen, de herijking en de demografische ontwikkelingen. De visie is geschreven in samenhang met visies van de andere OPCO’s, de Defensienota 2018, de Geïntegreerde Buitenland- en Veiligheid Strategie en het onderzoeksproject van The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) over mogelijke toekomstige ontwikkelingen van CLAS Playing your Strengths. Belangrijkste uitgangspunt voor CLAS blijft de mens die het gevecht voert.


  • Met een opiniestuk in het dagblad Trouw, op vrijdag 1 maart, wees voorzitter-D&K genm b.d. Harm de Jonge op het gebrek aan machtsdenken in Europa en Nederland: ‘Nederland is tot nu toe een remmende factor bij pogingen van Europa om een prominentere rol te spelen in het vredes- en veiligheidsdomein. De oorzaak is terughoudendheid om zaken bij de naam te noemen als het gaat om noodzakelijke confrontatie en inzet. Uruzgan was bijvoorbeeld slechts een opbouwmissie en voor wat betreft het huidige European Intervention Initiative wijst onze regering in haar communicatie naar de Tweede Kamer selectief op een welgevallige optie als humanitaire inzet. Dat klinkt aardiger dan operationele inzet. De opstelling van Nederland is als het konijn in het koplamplicht’.


  • Voorzitter D&K gaat in Carré nr. 2 in op de aangekondigde aanpassing van de topstructuur van Defensie. Hij ziet een terugdringen van de militaire inbreng in de top van Defensie en vraagt zich af hoe de nieuwe Directeur Beleid goed inhoud kan geven aan het operationele beleid. De positie van de CDS wordt beperkt tot uitvoering. Daarmee is hij sitting duck, want dit is het gebied waar fouten gemaakt kunnen worden en hij eindverantwoordelijk is. De verandering lijkt ingeven om de verantwoordelijkheidsterreinen aan te scherpen en de afrekenbaarheid te verhogen. In beginsel een goed idee voor de bewindslieden, maar niet op dit moment nu Defensie net met allerlei krampen probeert te groeien.
  • Het project mijnenbestrijding daagde D&K-lid drs. ing. Paul Greuter uit enkele risico’s bij dit aanbestedingstraject te benoemen. Er is sprake van een experimenteel concept, waarbij tijdens de ontwikkeling meerwerk of vertraging kan ontstaan. De keuze van het Naval-consortium zal ertoe leiden dat er andere dan de gebruikelijke merken aan deelsystemen (bijv. radar) zullen binnenstromen bij de marine, m.a.w. minder standaardisatie, meer logistieke inspanning en opleidingen. Deze en andere waarnemingen zijn ook gedeeld met enkele defensiewoordvoerders.


  • Tijdens de vergadering van D&K op 8 maart, later beschreven in Carré nr. 3, gaf lkol Daan Storm van Leeuwen ons inzicht in Informatiegestuurd Optreden (IGO) en de daarvoor te overwinnen barrières. De OODA-loop staat bij IGO centraal. Die moet sneller worden doorlopen dan door de tegenstander. Voor de activiteiten Observe en Orient is een superieure informatiepositie een vereiste. Goede sensoren, situational awareness/understanding en goede analyse zijn voorwaardelijk. Maar wil je dat informatie of inlichtingen leiden tot actie dan moet je die niet alleen verzamelen, maar ook met elkaar delen. Dat is nog niet vanzelfsprekend. De benodigde connectiviteit moet worden verhoogd. In de afgelopen jaren zijn zeker pogingen ondernomen, maar telkens liep de uitwerking vast omdat iedereen toch weer net iets anders bedoelde. Vorig jaar heeft de Directie Plannen het thema weer opnieuw opgepakt. Geleerd vanuit het verleden wil men nu eerst de basis repareren met snel realiseerbare voorstellen in samenwerking met de industrie. Om voortgang te houden wil men er zeker geen megaproject van maken.


  • In hetzelfde nummer van Carré gaf D&K’er lkol b.d. Dick Duijn met zijn EU-ervaring uitleg van de noodzaak van een volwaardige EU-militaire commandostructuur. ‘Met de recent vastgestelde EU Global Strategy ontkomt de EU niet meer aan een eigen militaire aansturing en is met frisse tegenzin een eerste bescheiden stap in die richting gezet’.


  • Verder vatte Don Nagel in Carré nr. 3 de conclusies samen van de jaarlijkse Air and Space conference van het Joint Air Power Competence Centre (JAPCC) dat deze keer handelde over de ‘Fog of Day Zero’ waarbij het ging om inzicht te krijgen in de onzekerheid en onrust in de periode voorafgaande aan een massale oorlog of oorlogsverklaring.


  • Als DCOM SOCOM ging kol Maurice Timmermans op 5 april in op de aanleiding tot de oprichting van een NLD SOCOM: De internationale veiligheidssituatie is veranderd en daarin wordt SOF veel gevraagd. Daarnaast vraagt de NAVO om een Special Operations Component Command (SOCC). In samenwerking met België en Denemarken wordt dit een Combined SOCC dat in 2020 Fully Operational Capable (FOC) is en in 2021 standby zal staan. In Nederland waren SOF-eenheden altijd verdeeld. Door de indeling bij de OPCO’s bleef SOF onderbelicht. Door oprichting van een SOCOM wordt dit eindelijk meer gebundeld en direct onder de CDS gebracht. Dit heeft ook een positief effect voor de behoeftestelling die nu centraal wordt gedaan waardoor de interoperabiliteit toeneemt. Zonder andere informatieverzamelorganen en eenheden tekort te doen onderkent Timmermans een hogere kwaliteit bij SOF-operators, die leidt tot snellere inzet, waardoor onder meer beeldvorming over conflictgebieden vooral in de pre-conflictperiode kan worden zekergesteld.


Bron: dagblad Trouw

  • Op basis van de informatie uit de verschillende ‘veldbezoeken’ kon secretaris D&K op 3 mei in Trouw aandacht vragen voor de achterblijvende arbeidsvoorwaarden. Zeker als die vergeleken worden met bijvoorbeeld de salarissen in de Duitse Bundeswehr. Het idee van Kamerlid Belhaj om op korte termijn de Nederlandse krijgsmacht open te stellen voor niet-Nederlandse EU-burgers om de personeelstekorten te bestrijden wijst hij van de hand. 'In de tuinbouw zien we deze dagen hoe mensen uit Oost-Europa de asperges steken, omdat Nederlanders dat werk voor het geboden salaris niet wensen te doen. Is dat nu de door Belhaj gewenste situatie voor onze krijgsmacht? De GOV pleit voor betere arbeidsvoorwaarden voor onze eigen militairen. Weinig EU-buitenlanders van mevrouw Belhaj zullen trouwens in de Nederlandse krijgsmacht willen dienen als je een paar honderd kilometer verder in een ander leger aanmerkelijk meer kunt verdienen'.
  • Tijdens de plenaire D&K-vergadering van 10 mei gaf ltz1 Roy de Ruiter een presentatie over zijn proefschrift ‘Breuklijn 1989’. Voorzitter D&K vroeg zich daarbij af wat voor conclusies wij kunnen trekken uit een vergelijking tussen de periode Ter Beek en de periode Bijleveld. Wat kunnen we ermee? De Ruiter zag niet zozeer lessons learned, maar wel parallellen: twee nota’s, grote investeringen. Zie de korte samenvatting in Carré nr. 4. Na afloop van de interessante presentatie trokken wij een aanvullende conclusie: na de val van de muur was Den Haag relatief snel om, maar duurde het toch nog jaren voordat de werkvloer de Sovjet-Unie als tegenstander had losgelaten. De eerste missies vanaf 1993 werden voorzichtig en met naïviteit aangegaan. Na Srebrenica begrepen we meer van Rules of Engagement, escalatiedominantie, three block war. De weg terug: vanaf 2013 Gerasimov Doctrine, 2014 inname Krim, 2017 de eerste Nederlandse brigade-oefening sinds vele jaren met optreden tegen een peer adversary als scenario. Pas in de Defensienota 2018 werd formeel prioriteit bij de eerste hoofdtaak uitgesproken, maar nog wel gereedstelling volgens de war of choice aanpak. Kortom, de krijgsmacht heeft er ongeveer vijf jaar voor nodig om te schakelen naar een nieuwe veiligheidssituatie en moet daarna zichzelf weer uitvinden en oefenen voor de nieuwe focus. Verschillende voorbeelden van omwentelingen in de veiligheidssituatie hebben zich in kortere tijdspannes afgespeeld. Dit pleit voor focus op de eerste hoofdtaak, die zich niet moet beperken tot de drie traditionele domeinen. Verschuiven naar wars of choice kan altijd.


  • Op 7 juni gaf D&K-lid dr. Jaap Anten een uiteenzetting over de lessons learned tijdens het Australische project Collins-klasse onderzeeboten. Als belangrijkste conclusie kwam naar voren dat er een groot verschil is tussen landen die een cultuur hebben in het maken van kustonderzeeboten, en landen die oceangoing onderzeeboten bouwen In het geval van de Collins-klasse leverde dat met Zweden veel twist op en een ander model dan oorspronkelijk gewenst. De uiteindelijke sonarkap, machinegrootte en het combat-informatiesysteem werkten wel, maar genereerden meer lawaai dan gedacht. De VS hebben er na jaren van verminderde inzetbaarheid sterk aan bijgedragen dat de boot ook effectief werd. Australië heeft zelfs de te vervangen onderzeeboot nog moeten updaten om niet zonder deze capaciteit te zitten in de tussenliggende jaren. Tweede belangrijke conclusie: een vervanging duurt langer dan gedacht. Voor Jaap is het duidelijk dat de vervanging van de Walrus ook langer gaat duren en dat we waarschijnlijk langer gaan opereren met de Walrus-klasse. Een extra update van de Walrus acht hij niet waarschijnlijk.


  • Begin september wisselden enkele D&K-leden van gedachten met onderzoekers van de Algemene Rekenkamer. Het onderzoeksrapport bij het jaarverslag 2018 over Defensie was onderwerp van gesprek.


  • Brigadegeneraal Paul Ducheine presenteerde op 20 september de werkgroep zijn mening over manoeuvring in the information environment en ging in op veranderingen onder invloed van ICT en de bijdrage en positie van het Defensie Cyber Commando (DCC). Tien jaar geleden waren de hoogst gewaardeerde bedrijven voornamelijk afkomstig uit de olie-industrie. Ze kwamen uit de VS en Europa. Nu zijn dat databedrijven en online verkopende bedrijven; Google, Microsoft, Apple, Facebook, Amazon etc. uit de VS en Azië. Traditionele machtsorganen zoals diplomatie, economie, krijgsmacht en informatie zijn veranderd door toedoen van internet en informatiegebruik via internet. In onze informatiemaatschappij hebben alle vitale belangen te maken met cybersecurity. De machtsuitoefening vraagt andere methoden. De Chinezen spreken over unrestricted warfare waarin alternatieve middelen los van regels en conventies worden ingezet. Het zwaartepunt van ISIS-achtige organisaties ligt op gebruik en inzet van informatie. Cyber is daar een onderdeel van. Evenals Defensie is DCC voornamelijk gericht op missies en gevechtssituaties en niet op interne nationale bescherming. Werkelijke inzet buiten artikel 5 is mogelijk op basis van een artikel 100-brief. Buiten die situatie ondersteunt DCC de MIVD met de uitleen van personeel, dat daarmee ook getraind wordt en blijft. Het draait daarbij om inlichtingen inwinnen. Er worden zogeheten Cyber Mission Teams gevormd door personeel van MIVD en DCC. Het DCC valt rechtstreeks onder de CDS en richt zich op het strategisch niveau. De krijgsmachtdelen hebben eigen ruimte voor het tactische niveau.

Bgen b.d. Jelle Reitsma

  • Op 25 oktober informeerde kol marns Rob de Wit ons over de HCSS-studie Geopolitics and Maritime Security en de ontwikkelingen bij de marine. De vrijheid op zee staat onder druk. China claimt grote delen van de Zuid-Chinese Zee, Rusland speelt in toenemende mate een controlerende rol in de vrijkomende arctische route. De NAVO is haar technologische voorsprong verloren. Bij sommige uitrustingsstukken is zelfs sprake van operationele veroudering in vergelijk met inzetmiddelen van landen als China en Rusland. Economische belangen: 90% van de wereldhandel gaat over zee. De zeebodem is in toenemende mate een leverancier van grondstoffen. Verder is de zee een voedselbron. De aanwezigheid van belangrijke infrastructuur als kabels en windmolens neemt toe waardoor de vraag en het belang van beveiliging stijgt. Wie willen we zijn? De marine beweegt zich niet alleen op, maar ook onder en boven zee en kan optreden op land ondersteunen. De noodzaak van samenwerken met en in andere domeinen dringt zich nog meer op: niet alleen met de conventionele domeinen, maar ook met cyber en ruimte (space). Operationele ontwikkelingen: bijv. swarming met veel, relatief goedkopere schepen, high angle, highly manoeuvreable en hypersonic optreden. Cyber en infowarfare. Technische ontwikkelingen: de huidige vloot is technisch verouderd. De marine is de komende tien jaar aan de beurt voor vervanging. Kort- versus langcyclische vervanging: de hull is daarbij langcyclisch en de sensoren, info- en wapensystemen worden kortcyclisch vervangen. Familievorming van schepen, verkleining bemanning. Gebruik van onbemande en autonome systemen, drones. Smart L-radar voor ballistic missile defence. Oprichting van een Maritime Operations Centre.


  • In van Carré nr. 7 beschreven drs. Hans Stevens en dr. Jaap Anten de ontwikkelingen rondom de thema’s dien(st)plicht/recht, maatschappelijke diensttijd. ‘Heeft de dienstplicht toekomst?’ Hardnekkig personeelstekort is de aanleiding voor het belichten van dit thema.


  • Ook dit jaar heeft onze nestor, bgen b.d. Jelle Reitsma, verschillende keren op internet tv-zender Family7 in hun actualiteitenprogramma ‘Uitgelicht!’ zijn gedegen visie kunnen geven op veiligheidsontwikkelingen en daarbij de GOV-boodschappen kunnen versterken.

Samenstelling van de werkgroep D&K

In 2019 bestond de werkgroep uit een mix van deelnemers: zeven actieve en tien post-actieve officieren, vier oud-reserveofficieren en twee niet-militairen. De krijgsmachtdelenzijn als volgt vertegenwoordigd; veertien met relatie tot de landmacht, vijf met een marine-achtergrond en vier van de luchtmacht. De militaire rangen lopen uiteen van genm tot ritm en kap. Versterking van onze marechaussee-expertise is welkom.

Naar 2020

De werkgroep wenst u een goede overgang naar het nieuwe jaar. Een jaar waarin wij ons opnieuw zullen inzetten voor het stapsgewijs groeien naar een volwaardige, gerespecteerde, gevulde en getrainde, voor haar taken berekende krijgsmacht. Met Nederland als betrouwbaar bondgenoot die gaat leveren wat wij de NAVO toegezegd hebben.