BOEKBESPREKING

Vrouwen in de frontlinie

Van Tweede Wereldoorlog tot coronacrisis

LKOL B.D. P. DEKKERS

BOEKINFORMATIE

Auteur: Johan Kroes Uitgever: Lux Uitgeverij Apeldoorn ISBN: 978-94-919352-8-2 Prijs: € 21,95 (bol.com)

Dit boek verhaalt van vrouwelijke militairen die bij de Nederlandse krijgsmacht hebben gediend. Van de eerste aarzelende stapjes bij de Vrouwen Hulpkorpsen (VHK) in de Tweede Wereldoorlog (WO II) en het Vrouwenkorps KNIL (VK-KNIL), tot de militaire corona-arts op de IC-afdeling van het Calamiteitenziekenhuis in Utrecht.

De auteur is een zelfstandig speech- en tekstschrijver die als zodanig o.a. gewerkt heeft voor Ank Bijleveld in haar toenmalige hoedanigheid van Commissaris van de Koning in Overijssel en voormalig minister van Defensie Jeanine Hennis. Bij het schrijven van een toespraak voor Hennis constateerde hij dat er weliswaar veel sociologisch onderzoek was gedaan naar de positie van vrouwen in de krijgsmacht, maar dat er maar weinig historie was vastgelegd. Hij besloot de geschiedenis van de vrouwelijke pioniers op te tekenen en met dit boek hoopt hij dat hun verhalen bewaard blijven.

Overhandiging van het boek aan minister Bijleveld

In dit, aanvankelijk als jubileumboek verschenen werk, heeft de auteur verhalen opgetekend van vijftig vrouwen die bij Defensie hebben gediend of nog steeds dienen. Al deze vrouwen hebben hun eigen verhaal, soms indringend, soms ontroerend, soms zakelijk, maar altijd boeiend. In hun eigen woorden doen zij verslag van wat hen gedreven heeft om dienst te nemen, hoe zij de militaire dienst hebben ervaren, de omgang met mannelijke collega’s en hoe zij zich soms een plaats moesten bevechten binnen de vakgroep waarvan zij deel gingen uitmaken. In vrijwel alle functies waar zij als eerste vrouw hun intrede deden werden zij soms beschouwd als een bezienswaardigheid, maar vaak ook met de nodige scepsis. Om in de woorden van een van hen te spreken: ‘Je moest best een harde tante zijn om je in die wereld staande te houden’. Vrijwel alle vrouwen die als eerste ergens binnenkwamen delen die ervaring, of het nu de eerste vrouwelijke F-16 vlieger, de eerste luchtmobiele vrouw, de eerste ‘onderzeevrouw’ of de eerste vrouwelijke generaal betreft. En tekenend voor al deze vrouwen is dat ze allemaal een grote drive hebben gehad om hun doel te bereiken. Zo verhaalt een van hen dat ze bijna alles had opgegeven om bij de infanterie terecht te komen: haar baan, haar paard en haar relatie. Maar ook maken ze gewag van gevoelens van eenzaamheid, alleen in een tent, geen buddy en meer dan eens slachtoffer van seksueel getinte opmerkingen van mannelijke collega’s. Iets waar de meesten overigens prima mee om wisten te gaan. Zij waarschuwen er wel voor om niet te proberen als vrouw een ‘kerel onder de kerels’ te zijn, iets waarmee je snel jezelf voorbij loopt.

Ofschoon het merendeel van de geïnterviewde vrouwen rept van succes stories komen er ook vrouwen aan het woord die het minder goed verging. Om in de woorden van een van hen, die terugkijkt op haar eerste uitzending in 1996 naar Bosnië, te spreken: ‘Ik zag weer die vrouw die iedere dag moed moest verzamelen om weer te beginnen …Vooral de continue aandacht die je als vrouw kreeg maakte het zwaar. Je kreeg geen seconde rust … daardoor ging ik mij afsluiten’. Het gezamenlijk gebruik van slaap- en doucheruimtes werkte destijds bepaald nog niet. Gelukkig is er in latere jaren veel ten goede veranderd en deze, toch wat wrange ervaring, is een van de uitzonderingen. Het laatste mannenbolwerk, dat pas in 2019 werd geslecht, de Onderzeedienst, was de bestemming van een van de laatste hoofdpersonen in het boek. Zij liet optekenen dat het onzin was om onderzeeboten aan te passen aan vrouwen aan boord: een aparte slaapruimte, douche en toilet, dat is niet meer van deze tijd.

Ronduit ontroerend is het verhaal van de verpleegkundige bij het Korps Mariniers die in april van dit jaar haar werkplek omruilde voor de Intensive Care (IC) afdeling van een ziekenhuis. Zij verhaalt over de vele momenten op de IC die haar de rest van haar leven zullen bijblijven. Bijvoorbeeld over een oudere patiënt die in Brabant in slaap werd gebracht en naar Twente werd overgebracht en pas weken later weer wakker werd in een vreemd ziekenhuis, met vreemde mensen aan het bed die met een vreemd accent spraken. Of de patiënt aan de beademing, die in een kunstmatige coma gebracht ging worden in de gedeelde wetenschap dat hij nooit meer wakker zou worden in deze wereld.

Zoals gezegd, een boek dat soms ontroert, maar de lezer ook weet te vermaken en de mannelijke lezer kennis laat maken met de voor hun wellicht onbekende wereld van de vrouwelijke militair. Voor de vrouwelijke militairen zullen de verhalen wel degelijk herkenbaar zijn, en wellicht ook de verzuchting van een van hen: ‘We hadden als vrouwen meer voor elkaar moeten opkomen’.