Flintlock 2020: een A-29B Super Tucano vliegt boven een eenheid van het leger van Mauritanië (afbeelding Wikimedia Commons)

OPINIE - BINNENLAND

Sense of urgency

Nut en noodzaak van een nieuwe missie in de Sahel

MARTIJN KITZEN

Begin dit jaar nam ik deel aan oefening Flintlock in de Sahel. Als adviseur op het hoofdkwartier zag ik van dichtbij hoe Afrikaanse landen en hun westerse partners samen de problematiek in de regio aanpakken. Daarnaast was ik uitgenodigd voor het bijbehorende senior leadership seminar waar vertegenwoordigers van de diverse landen en internationale organisaties bespraken hoe de strijd tegen instabiliteit ervoor staat.

Aangezien er nog geen sprake was van de COVID-19 epidemie, was het eenvoudig om contacten te leggen en zo een beter beeld te krijgen. Daarbij viel op dat iedereen ervan doordrongen bleek dat er snel een betere aanpak nodig is. Extremisme, criminaliteit, etnische tegenstellingen en zwak bestuur zorgen ervoor dat het geweld zich in rap tempo uitbreidt. Steeds vaker sluiten gemarginaliseerde groepen een verbond met internationaal opererende terroristische en criminele organisaties die zo hun tentakels over de hele regio uitslaan. Geen wonder dat militairen, diplomaten, hoge regeringsfunctionarissen en zelfs tolken allemaal een zekere sense of urgency toonden. Nogal logisch zult u zeggen. Het is immers in het eigenbelang van de diverse Sahel-landen dat de problemen snel opgelost worden. Ook niet verrassend dat de constatering dat het snel anders moest vergezeld ging van het verzoek tot meer militaire steun en ontwikkelingshulp. Dat hebben we in onder meer Afghanistan ook vaak genoeg gezien. Toch was deze oproep duidelijk anders. Ten eerste werd mij meerdere malen gevraagd of men in Nederland niet nadacht over een grotere rol in de regio. Er was bijvoorbeeld een officier uit Burkina Faso die de Nederlandse Long Range Reconnaissance Patrol als onderdeel van de MINUSMA-missie in Mali aan het werk had gezien. Hij wilde heel graag dat onze militairen dat optreden ook aan zijn manschappen zouden komen leren. Een collega van hem vroeg me of we niet konden helpen met het implementeren van een geïntegreerde benadering. Al enige tijd probeerde hij tevergeefs met ontwikkelingsprojecten de bevolking in het operatiegebied van zijn eenheid aan de overheid te binden, maar zijn commandant wilde hier niets van weten. De opdracht was terroristen doden. Ook deze officier had Nederlandse militairen aan het werk gezien en wilde graag dat we zijn leidinggevenden ervan kwamen doordringen dat je met vechten alleen er niet komt. Dit soort verzoeken kwam niet alleen uit eigen belang, maar ook uit professionele militaire waardering voor de manier waarop wij de zaken aanpakken.

Een tweede punt betreft de impact van de instabiliteit in de Sahel op onze eigen veiligheid. Dit gebied is relatief dichtbij, waardoor extremisme, smokkel en migratiestromen nauw samenhangen met vrede en veiligheid in Europa. Organisaties als de EU en de NAVO erkennen dit ook. Daarin lopen de zuidelijke lidstaten die de druk voelen toenemen en Frankrijk als voormalige koloniale machthebber (met nog steeds grote belangen) voorop. De reële dreiging die uitgaat van de ontwikkelingen in de regio raakt volgens een recent rapport van de Adviesraad Internationale Vraagstukken (AIV) echter ook ons land. Daarnaast bekijken de Verenigde Staten (VS) het gebied vanuit geopolitieke overwegingen en zien ze hoe China (en in mindere mate Rusland) steeds meer invloed in de regio krijgt. Ook vanuit deze optiek is het zaak snel meer hulp te sturen. Ondanks alle retoriek uit Washington over terugtrekking van troepen neemt de activiteit in de regio al een tijdje toe. Tijdens Flintlock werd dat ook bevestigd door Amerikaanse officieren, diplomaten en zelfs de onderminister van buitenlandse zaken. Voor Nederland liggen hier meerdere kansen. Onder lokale troepen is er behoefte aan opleiding en begeleiding door onze militairen. De voorbeelden hierboven illustreren dat we onder meer op basis van onze operationele aanpak meer dan welkom zijn. Nederland zou daarom met een relatief kleine trainingsmissie een doorslaggevende rol kunnen spelen. Doordat dit ook bijdraagt aan de bestrijding van instabiliteit heeft zo’n missie direct relevantie voor de Europese veiligheid. En dan is er ook nog de Amerikaanse visie die de inzet van westerse partners ziet als essentieel in de strijd tegen beïnvloeding vanuit andere mogendheden. Dat maakt dat ons land zich door een militaire bijdrage in de Sahel ook internationaal goed op de kaart kan zetten.

Kortom, ik denk dat we erbij gebaat zijn om op korte termijn een nieuwe (trainings-) missie te ontplooien. De voorzitter NOV gaf het belang daarvan in april ook al aan. Hij onderkende toen dat de focus voorlopig bij de strijd tegen COVID-19 ligt, maar dat het essentieel is dit soort strategische kansen te benutten. We zijn inmiddels alweer ruim een half jaar verder, maar ik zie nog geen sense of urgency bij onze eigen politici en beleidsmakers. In die spreekwoordelijke woestijn moet de (op)roep blijkbaar nog verder doorklinken.

Dr. Martijn Kitzen is Universitair Hoofddocent Krijgswetenschappen aan de Nederlandse Defensie Academie en voormalig officier