OPINIE - BINNENLAND

De rol van de overheid voor Nederland en Defensie in het bijzonder

DR. JAAP ANTEN

Al jaren voor de coronacrisis ontstond er een discussie, binnen Europa en Noord-Amerika in het groot, en binnen de werkgroep Defensiebeleid en Krijgsmacht (D&K) in het klein, over de vraag of het neoliberalisme niet te ver is doorgeschoten. De vraag of de overheid, in het bijzonder de centrale overheid, te ver is teruggetreden en te veel aan de markt overlaat.

Voor Nederland heeft Herman Tjeenk Willink, voormalig vicevoorzitter van de Raad van State en nu minister van Staat, benadrukt waardoor dit is gekomen. 'Omdat in de afgelopen veertig jaar eigenlijk vooral de nadruk heeft gelegen op wat de overheid niet meer zou kunnen. Daarom hebben we diensten verkocht, hebben we zaken uitbesteed, hebben we gedecentraliseerd. In zekere zin is de overheid een verdienmodel geworden' [1].

Drie oorzaken volgens Herman Tjeenk Willink

In de eerste plaats is de overheidsrol teruggebracht tot vooral faciliteren voor het private bedrijfsleven, in de zin van hoe meer bedrijfsmatige omzet, hoe beter. 'In die opvatting is de overheid last, is de overheid een kostenpost, en niet een autonome voorwaarde voor een stabiele samenleving, inclusief een goed vestigingsklimaat’. Vervolgens wordt ook de overheid zelf gezien als een bedrijf met sterke nadruk op kosten en baten. Dat moet goed gemanaged worden. Hoe minder kosten en hoe minder mensen, hoe beter. Liefst een begrotingsoverschot. Tenslotte wordt de burger gezien als een homo economicus, zowel een kostenpost als een klant van de overheid. Maar de burger is ook een sociaal wezen, zie de coronacrisis. En de overheid moet dus sociale structuren in stand houden en beschermen. Zo niet, dan ondermijnt dit de democratische rechtsorde verder dan al is gebeurd [2].

In het bijzonder Defensie is, naar mijn mening, overduidelijk een slachtoffer van een te ver terugtredende overheid die zich te veel als een bedrijf definieert. Het beschermingsaspect werd verwaarloosd, het bezuinigen op de Defensie werd als een soort bedrijfsmatige 'financiële winst' opgevat en militairen (net als ambtenaren, zorgpersoneel en burgers) werden primair gezien als kostenpost.

Problemen worden niet opgelost met het denken dat die problemen heeft veroorzaakt

Let wel, natuurlijk heeft de Nederlandse overheid de kosten van de gezondheidszorg, pensioenen en onderwijs, die sneller groeiden dan de economie, onder controle moeten brengen. Dat is redelijk gelukt, anders zouden we nu een tweede Venezuela zijn geweest. Tjeenk Willink zal het met deze tegenwerping eens zijn, want zijn woorden duidden erop dat een verantwoordelijke overheid ervoor moet zorgen dat de kosten niet uit de hand lopen. Maar de gemakkelijke financiële tunnel-ideologie, dat de overheid een bedrijf is waarvan het bestaansrecht is om het bedrijfsleven te stimuleren, mede door zelf te bezuinigen, is óók onjuist.

Die ideologie veranderen is helaas niet makkelijk want 'De overheid is geen lamp die je aan en uitzet. Het is niet vanzelfsprekend dat de overheid, die heel sterk zat op wat niet, zich automatisch aanpast op wat wel’. Het zal niet makkelijk worden en vereist visie. Hierbij citeert hij Albert Einstein: 'Je kunt geen problemen oplossen met het denken dat die problemen heeft veroorzaakt'.

De overheid is nu gedwongen de laissez-faire houding te laten varen

De coronacrisis dwingt tot regie

Toch zie ik een lichtpuntje, dat de uitgezette overheidslamp weer aan gaat. De coronacrisis heeft deze discussie geïntensiveerd. De overheid is nu gedwongen de laissez-faire houding te laten varen. Het regisseren en centraal coördineren van deze crisis, het financieel in de lucht houden van bepaalde bedrijfstakken en de financiële opvang van de onvermijdelijke grote werkloosheid, heeft dat noodzakelijk gemaakt. Hiertegenover staat een sterk oplopende overheidsschuld, ook al omdat de economische recessie minder inkomsten oplevert.

Dit alles dwingt tot keuzes in de vorm van regie. Bedrijfstakken overeind houden, ja natuurlijk, maar wel binnen het kader van wat noodzakelijk of gewenst is. De economie stimuleren, deels via keuzes op lange termijn. Moet de KLM in deze vorm door belastinggeld in de lucht gehouden worden? En keuzes om de oplopende werkloosheid om te zetten in veelbelovende banen. Naar mijn mening zou dat niet zozeer moeten door ambtenaren aan te nemen, maar door de markteconomie gericht te stimuleren.

En om Tjeenk Willink voor het laatst aan het woord te laten: 'Waar we nu voor moeten oppassen is dat we niet blijven steken in de opvatting dat economische groei via de private sector het ijkpunt is voor succesvol beleid, op een moment dat er een diepe recessie aankomt en publieke middelen dus moeten worden ingezet en worden ingezet voor economisch herstel'.

Wat betekent dit in het algemeen?

Essentieel is nu dat de overheid niet minimale concessies doet en het verder bij het oude laat. De overheid moet het nationaal belang minder aan de markt over laten. En om te beginnen niet alleen nationaal gaan regisseren, maar ook internationaal, om het belang binnen Europa en daarbuiten veilig te stellen. Essentieel daarbij is de overstap van een rigide financiële tunnelvisie - vaak beperkt tot schatgraven naar 'financiële winst' op korte termijn - naar een veel grotere rol voor het middellange- en langetermijndenken. En de ambtelijke top en alles daaronder in deze zin gaan hervormen.

De overheid moet een industriebeleid gaan voeren in die sectoren die voor Nederland van belang zijn

Wat betekent dit voor industrie en Defensie in het bijzonder?

De overheid moet een industriebeleid gaan voeren in die sectoren die voor Nederland van belang zijn. Dit betekent industrieel langetermijndenken, niets nieuws op deze planeet. Dit betekent ook dat Nederland bepaalde logistieke ketens en eindproducten meer in eigen beheer moet houden. De coronacrisis toonde namelijk, behalve meer Europese samenwerking op financieel gebied, ook aan, dat zolang die Europese samenwerking er nog niet is, het qua geld, geneeskundige capaciteit, enz. het overal 'eigen volk eerst’ is. Bijvoorbeeld, in de defensie-industrie moet de overheid ervoor zorgen dat Nederland het vervaardigen van eindproducten als fregatten niet verliest. En dat daarbij de Europese toelevering een rol speelt. Dat kan alleen door te zorgen dat Nederland zich een deel van de Europese industriële koek toe-eigent, die nu steeds meer tussen Frankrijk en Duitsland verdeeld lijkt te gaan worden. Dat vereist keiharde overheidsafspraken met deze landen en een uitruil van specialistische productiesectoren (radar, sommige drones en voertuigen). Dit kan ook gevolgen hebben voor de aanschaf van bijvoorbeeld drones en mogelijke een toekomstige zesde generatie gevechtsvliegtuigen.

Uiteraard betekent dit een veel actiever beleid van Buitenlandse Zaken èn van Defensie. Daarbij moet de overheid bescherming belangrijk vinden en Defensie niet meer als een bijwagen van Buitenlandse Zaken gaan zien. Dus de Nederlandse overheid moet op dit punt meer de regie nemen, zeker op de lange termijn. Bij meer regie van overheidswege is dit niet strijdig met nationale bescherming, waar de bevolking tijdens de coronacrisis en zijn financiële nasleep de overheid op kortere termijn op aanspreekt. Een onafhankelijke, primair strategisch denkende nationale veiligheidsraad zou dit kunnen bespoedigen. De overheid zou het defensiepersoneel niet meer als een kostenpost moeten zien, zeker niet met de huidige negenduizend vacatures. Personeel zou kunnen worden behouden voor Defensie door een verbeterde cao. Ook bij de werving van nieuw personeel kan nog een verbeterslag worden gerealiseerd. Modern personeelsbeleid vereist een zich adaptief opstellen; voorts zou een herinvoering van een vrijwillige dienstplicht kunnen worden overwogen. Een grotere bijdrage aan de Europese veiligheid is onontkoombaar en vereist op de lange en middellange termijn een veel grotere Nederlandse bijdrage aan defensiematerieel en personeel. Dit kan een deeloplossing zijn voor de door corona ontstane werkloosheid.

De derde hoofdtaak: steun aan de samenleving

Tot slot is nog van belang dat een krijgsmacht die veel beter op orde is voor de eerste hoofdtaak bijna automatisch een veel betere bijdrage levert aan de derde hoofdtaak. Zoals veel meer medische zorg tijdens onheilen als watersnood en de coronacrisis. Dat geldt niet zozeer voor mogelijke ordeverstoringen tijdens crises. Met uitzondering van de KMar kunnen militairen niet worden ingezet als een soort additionele politie. Het gaat hier om andere zaken, bijvoorbeeld wanneer een hospitaal onvoldoende capaciteit heeft, een militair ziekenhuis, of veldhospitaal bepaalde taken zou kunnen overnemen. Dat is nu ondenkbaar. Veldhospitalen zijn wegbezuinigd en de inzet van geneeskundig personeel tijdens de coronacrisis rond mei was al maximaal. De logistiek voor de brigades is zwaar uitgehold, dus als nationale rampen te groot zouden worden kan Defensie zijn taken niet meer aan.

Eindnoten

1. Deze en de andere citaten zijn door Herman Tjeenk Willink gedaan in het televieprogramma Buitenhof op 31 mei 2020. https://www.vpro.nl/buitenhof/kijk/afleveringen/2020/buitenhof-31-mei-2020.html 2. Zie ook Tjeenk Willinks pre-coronavoordracht 'Groter denken, kleiner doen', Introductie voor de Transformation Dialogues op donderdag 12 september 2019 in de Balie te Amsterdam. https://www.ngl-international.com/groter-denken-kleiner-doen/ Dit geeft inzicht in zijn opvatting over de toenemende gevaren voor de democratische rechtsorde door de toenemend terugtredende overheid. Het is tevens de titel van zijn beknopte boekje hierover dat in december 2018 is verschenen.