VAN DE VOORZITTER

Politieke winden versus professionalisme

BGEN B.D. J.L.R.M. VERMEULEN

De militaire professie is zo oud als de mensheid. Mensen leven in groepen en deze groepen staan elkaar om te kunnen overleven soms letterlijk naar het leven. Maar ook in de dierenwereld zien wij hetzelfde patroon. De kennis en kunde van de groep wordt benut om effectief te kunnen jagen. Deze jagers bakenen hun eigen domein af en verdedigen dat letterlijk met hand en tand. En uit onze eigen literatuur komt het gezegde ‘Wie niet sterk is, moet slim zijn’.

Al duizenden jaren zijn mensen bezig met het verder professionaliseren van het militaire handwerk. Om dit naar een hoger niveau te brengen zijn er zelfs speciale onderwijsinstellingen voor opgericht, zoals bijvoorbeeld de Führungsakademie in Duitsland en de vroegere Krijgsschool in Nederland. Dit alles met als doel het denken over militaire strategie en tactiek te evalueren en op een hoger plan te brengen voor het eventuele gevecht van de toekomst. Door na te denken over potentiële tegenstanders, de (r)evolutie van middelen, menselijke mogelijkheden en beperkingen, klimatologische omstandigheden en het slagveld, kunnen oplossingen worden gevonden om tot een zo goed mogelijke aanpak van de strategische en tactische problematiek te komen. De militaire professie verheffen tot kunst. Niet voor niets heet het boekwerk van Sun Tzu van 2400 jaar geleden ‘De kunst van het oorlogvoeren’.

Zoals Von Clausewitz al zei, ‘Oorlog is de voortzetting van de politiek met andere middelen’. In wezen zien wij hier al de hybride conflicten, geheime verdragen, de problematiek van het als eerste mobiliseren en daarmee de oorlog kunnen winnen. Maar daarmede ook het politieke signaal afgeven dat wij eventueel oorlog gaan voeren zonder een oorlogsverklaring af te geven, wat overigens al de aanleiding tot de Eerste Wereldoorlog (WO I) was.

Wat ligt mij nu op het hart? Het Beleid-Uitvoering-Toezicht (BUT)-model is inmiddels van kracht. De Directeur-Generaal Beleid (DGB) stelt in zijn directoraat de visie op Defensie op, de Defensievisie 2035: ‘Vechten voor een veilige toekomst’. Een directoraat dat onder leiding staat van een diplomaat. Een directoraat gevuld met overwegend burgerambtenaren. Deze visie wordt geschraagd door drie eigenschappen en tien inrichtingsprincipes. Mijn oordeel over deze visie luidt: een goed stuk van Buitenlandse Zaken.

Maar voor de krijgsmacht zouden antwoorden op andere vragen gegeven moeten worden, zoals: welke taken heeft de krijgsmacht, hoe zien onze tegenstanders er in 2035 uit, hoe zouden wij deze tegenstanders met militaire middelen kunnen afschrikken en welke doctrine hoort hierbij? En daarna komt de vraag: wie zou dan wat moeten doen? En als laatste wellicht nog de daarbij behorende eigenschappen en inrichtingsprincipes van onze krijgsmacht.

Dit is een visie van diplomaten en burgerambtenaren. Dit is niet een visie over ‘Vechten voor een veilige toekomst’. Deze visie is gespeend van visionaire inzichten ten behoeve van de militaire professie, van de militaire kunst. Dit is weer een volgend schrijnend voorbeeld van hoe de departementen losgezongen zijn van het doel waartoe zij op aarde zijn. Andere aansprekende voorbeelden van een gebrek aan professionalisme zijn te vinden bij de belastingdienst die zich liet opzadelen met uitvoeringstaken die zij niet aankon. Een dienst die zich leent om onder politieke druk op ondemocratische wijze tot stand gekomen zaken toch uit te voeren, zelfs ten koste van de eigen bevolking. Een Ministerie van Volksgezondheid dat de voeling met de operationele werkelijkheid kwijt is. Het RIVM moet de kennis leveren, het Outbreak Management Team (OMT) werd snel opgericht om een bredere onderbouwing te krijgen. Daarna werd het zogeheten Red Team, bestaande uit onafhankelijke deskundigen, zomaar erkend om het coronabeleid nog eens te evalueren. Het testen op coronabesmetting was echter na zeven maanden nog steeds niet op orde. Voormalig bestuursvoorzitter van DSM, Feike Sybesma, werd als speciaal gezant-corona namens het kabinet ingezet om voldoende testcapaciteit te organiseren en te adviseren omtrent de ontwikkeling van vaccins. Hij moest de wanvertoning van het departement zien te doorbreken en in voorkomend geval gewoon omzeilen. Kennis en kunde van de professie is ondergeschikt geraakt aan het reageren op politieke winden. En dat breekt ons nu op.

En bij Defensie? Bij Defensie laten wij een visie opstellen door burgerambtenaren.

De politieke aansturing is verrot. De departementen worden afgerekend op de politieke winden. Niet alleen de krijgsmacht, maar ook de andere departementen gaan kapot aan dit gebrek aan professionalisme.