Juridische zaken

door: Bert Blonk

Bevordering

Een militair in de rang van kapitein was van mening dat de functie die hij uitvoerde, gewaardeerd moest worden op het niveau van majoor. Hij verzocht dus om, met terugwerkende kracht tot plaatsingsdatum, bevorderd te worden, met uitbetaling van het salarisverschil.

Het besluit dat hij hierop ontving was in zoverre positief dat het bevoegde gezag het wat betreft de functiewaardering met hem eens was. De functie was van oudsher gewaardeerd op ‘kapitein’, maar na een reorganisatie had deze functie opnieuw gewaardeerd moeten worden, met als uitkomst ‘majoor’. Dat was ten onrechte niet gebeurd.

Toch wilde men niet overgaan tot bevordering, laat staan bevordering met terugwerkende kracht. De reden daarvoor was dat de militair weliswaar aan de functievereisten voldeed, maar niet over voldoende brede opbouw van kennis en ervaring beschikte. Wél werd beslist om het salarisverschil, in de vorm van een schadeloosstelling, uit te betalen vanaf datum plaatsing.

De militair was het er niet mee eens dat de bevordering achterwege bleef en maakte met onze ondersteuning bezwaar. De uitkomst daarvan was dat de militair werd bevorderd met als ingangsdatum de datum van zijn verzoek.

Het patroon van deze casus heb ik al eerder in andere cases gezien: men stelt vast dat een militair een functie vervult die een rang hoger is gewaardeerd, maar bevordert niet omdat de militair daar qua moment in zijn/haar loopbaan nog niet aan toe is.

Op zichzelf is dit een weerspiegeling van de militaire praktijk waarin bevordering pas na een zekere opbouw van kennis en ervaring aan de orde is, maar de regelgeving heeft een ander uitgangspunt: wanneer aan een functie een bepaalde rang is gekoppeld, behoort de militair die die functie vervult, die rang te krijgen. Dit is het geval bij functietoewijzing en bij herwaardering van de functie. Dat zijn gewoon harde rechtsregels en gelukkig erkende het bevoegde gezag in het onderhavige geval dit ook.

Advertentie