CARREACTIE

Visie landmacht van februari 2020; een denkproces gemist

In Carré nr. 5 van 2020 trof ik het volgende artikel aan: ‘Een nieuwe toekomstvisie landmacht, helemaal niet slecht’, door lid van de werkgroep Defensiebeleid en Krijgsmacht (D&K), lkol b.d. F.A. Ebbelaar.

Juist vanwege mijn recente en als prettig ervaren eigen optreden bij de werkgroep D&K was ik benieuwd naar de inhoud. Lkol Ebbelaar, ik mocht Frans zeggen, gaf aan dat hij en een groter gedeelte van de werkgroep positief gestemd was over de toekomstvisie van de landmacht. Na zijn exposé moest ik de visie zelf ook even lezen, die was immers inderdaad slechts negen goed leesbare pagina’s met enkele tekeningen.

In het begin was ik niet teleurgesteld, de taal stond me inderdaad aan. Begrippen als hybride, tussen de mensen, permanente strategische competitie, informatiegestuurd optreden (IGO) en ‘multi-domain’. Allemaal heel herkenbaar en relevant voor het toekomstig veiligheidsbeleid van Nederland en dus ook voor het optreden van de krijgsmacht.

De volgende stap was echter teleurstellend. Mensen, het meest belangrijke en meest waardevolle kapitaal krijgt uiteraard de nodige aandacht. Maar wat als we die niet hebben en niet kunnen krijgen? Geen woord daarover. Middelen: meteen wordt de tank en haar beoogde opvolger, het Direct Firing Platform als robuust middel van de toekomst neergezet. En we blijven vasthouden aan drie brigades als kern van de slagkracht. De schrijvers moeten gedacht hebben ze te moeten pimpen en er een nieuw sausje overheen te gieten en de termen Hamer, Vlindermes, Katapult, Scalpel, Paraplu en Polsstok vliegen je tegemoet.

Mijn kritiek gaat eigenlijk niet over het vasthouden aan de brigadestructuur, maar wel wat eraan vooraf hoort te gaan. Ik mis een denkproces, de beschouwing over hóe dan het slagveld van de toekomst eruit ziet. Die ontbreekt nu geheel. In dat kader wil ik graag verwijzen naar de YouTube-filmpjes die te zien zijn over het slagveld in Nagorno-Karabach waar tanks en ander zwaar pantser door relatief goedkope en autonoom opererende drones met het grootste gemak worden vernietigd. Als dit het strijdtoneel van de toekomst is, dan ben ik blij dat we een tekort aan mensen hebben. Die zou ik het niet aan willen doen om in deze toekomstvisie in het Direct Firing Platform levend geslachtofferd te worden omdat we niet hebben nagedacht over het type strijd waarin de landmacht van de toekomst zijn werk moet kunnen doen. Zo beschouwd kan de landmacht niet bijdragen aan vrede, vrijheid en veiligheid in alle drie de hoofdtaken.

In verband met de recente aanwijzing SG zijn naam en adres van de auteur bij de redactie bekend

Repliek lkol b.d. F.A. Ebbelaar

Toekomst en realiteit

De effecten van de landmacht worden vooral bereikt door het optreden van verbonden wapens. Mensen en materieel van verschillende kwaliteiten vullen elkaar aan. Naast proven concepts als tanks zullen deze aangevuld worden met moderne wapensystemen/middelen zoals de genoemde drones, informatiemanoeuvre met o.a. de virtuele en cognitieve dimensie, onbemande systemen, etc. De landmacht is bezig met tal van beproevingen. Ook drones zonder ondersteuning zullen snel zijn uitgeschakeld. Ook die zullen in samenhang met andere middelen worden ingezet. Ten aanzien van een Direct Firing Platform als opvolger van de tank is het maar de vraag of er mensen in zullen zitten. Desalniettemin zal de mens op de grond de bepalende factor blijven. Ik ben daarom niet blij met het tekort aan mensen dat de landmacht momenteel heeft. Belangstelling is er genoeg, maar opleidingscapaciteit is de grote bottleneck. Door de jarenlange bezuinigingen ontbeert de huidige landmacht de benodigde mix aan middelen voor succesvol optreden. Er wordt wel veel gesproken over moderne middelen, maar die stromen nog niet binnen. De realiteit is dat wij de pantserinfanteristen al acht jaar zonder zware directe en indirecte vuurkracht alleen op pad sturen. Prachtige termen over hybride, tussen de mensen, permanente strategische competitie, informatiegestuurd optreden en multi-domain, waar de schrijver van de reactie blij van wordt, vullen dit gat nu en in de komende jaren niet op. We horen deze al te lang, ook al zijn ze waar. Het invullen van de toekomst duurt te lang, daarom zal de tussentermijn opgevuld moeten worden. Het is niet voor niets dat Duitsland weer tankbataljons opricht. Met hoogtechnische vergezichten kun je voorlopig niet vechten. Kijk naar de Reaper bij,CLSK: hoe lang het duurt om een capaciteit daadwerkelijk in te kunnen zetten. Wij zijn goed in jarenlange hitech luchtspiegelingen en in werkelijkheid de beloofde gevechtskracht aan de NAVO niet te leveren. De conclusie op basis van negen pagina’s dat Staf CLAS niet nagedacht zou hebben over het type strijd waarin de landmacht van de toekomst zijn werk moet kunnen doen laat ik voor rekening van de schrijver van de carreactie. Uit zijn laatste alinea bespeur ik wel een angst voor de realiteit. In geval van strijd op de grond zal ook Nederland moeten bijdragen met haar landmacht, ondersteund door de andere krijgsmachtsdelen. Beduidend meer dan bij vredesoperaties zullen daarbij in conflictomstandigheden militairen sneuvelen. Hoewel Nederland kiest voor een technisch hoogwaardige krijgsmacht, betekent dat niet dat wij alleen nog veilig vanuit een bunker met een joystick het gevecht zullen voeren en het sneuvelen kunnen overlaten aan minder hoogwaardig uitgeruste landen. Binnen de NAVO geldt risk sharing. ‘Sneuveldiscriminatie’ zal niet bijdragen aan de onderlinge verbondenheid en de wil om gezamenlijk ten strijde te trekken. Ook wij zullen moeten bijdragen en ons niet uit de ‘vuurlinie’ weg kunnen specialiseren.