VIERKANT BESCHOUWD

Vijfenzeventig jaar Verenigde Naties

'Vrede, waardigheid en gelijkheid op een gezonde planeet'

Inleiding

Bovenstaande subtitel slaat niet op een motto van Greenpeace of een andere organisatie die het milieu op de aarde is toegedaan. Het is de slogan die elke pagina van de site van de Verenigde Naties (VN) siert, de organisatie die gaat over vrede en veiligheid in de wereld, maar ook over vluchtelingen, gezondheid, scholing van kinderen, cultuur en nog legio andere onderwerpen die van belang zijn voor de wereldbevolking. In dit VB wil de redactie ingaan op de inzet van uit de hele wereld afkomstige militairen die werden uitgezonden in het kader van een VN-operatie. Hiertoe blikken we eerst terug op de ontstaansgeschiedenis van de VN. Vervolgens bespreken we een aantal van de in het oog springende VN-missies van de afgelopen vijfenzeventig jaar. We vragen ons af wat deze hebben opgeleverd en welke rol Nederland daarin speelde. Tenslotte spreken we ons uit over de toekomst van de VN.

Geschiedenis

De VN zijn in de geschiedenis de opvolger van de Volkenbond, de organisatie die op initiatief van de Amerikaanse president Woodrow Wilson na de Eerste Wereldoorlog (WO I) werd opgericht om in de toekomst dit soort rampzalige oorlogen voorgoed uit te bannen. De verschrikkingen van de loopgraven, waar miljoenen soldaten aan weerszijden een nutteloze dood stierven, stonden alle partijen nog scherp voor ogen. De soevereine staten uit die tijd sloten zich dan ook vrijwel unaniem aan bij de Volkenbond. Des te merkwaardiger was het dat de Verenigde Staten (VS), als initiatiefnemer, geen lid werden van de Volkenbond; althans het oprichtingsverdrag werd door de VS nooit geratificeerd. Maar de Volkenbond had te lijden onder een nog grotere tekortkoming: de organisatie beschikte niet over enig machtsmiddel om de vrede te handhaven als die in gevaar zou komen door kwaadwillend optreden van leden of niet-gebonden landen. Dat werd al vrij kort na de oprichting van de Volkenbond duidelijk toen Japan in 1931 delen van China annexeerde. Duitsland verliet de Volkenbond toen Adolf Hitler aan de macht kwam en het echec was compleet toen het Italië van Mussolini Ethiopië bezette. De wereld hield zich op de Ethiopische keizer Haile Selassie na stil of keek de andere kant op. De Sovjet-Unie werd geroyeerd na de inval in Finland (1939) en de Volkenbond was gedegradeerd tot een Engels-Frans ‘bondgenootschap’. Niet veel later liet de Engelse premier Neville Chamberlain zich door Hitler na diens annexatie van Oostenrijk, de Anschluss, zand in de ogen strooien. Het, samen met Italië en Frankrijk, sluiten van het Verdrag van München met de Duitse dictator was een laatste poging om een nieuwe oorlog in Europa te voorkomen. Tsjecho-Slowakije moest hierbij, ter ‘bevrijding’ van de zogeheten Sudeten-Duitsers, het Sudetenland afstaan aan Duitsland-Oostenrijk. ‘Peace for our time’, sprak Chamberlain ferm na terugkomst 30 september 1938 op het Londense vliegveld Heston, wapperend met het mede door Hitler ondertekende niet-aanvalsverdrag. De Duitse inval in Polen vond plaats op 1 september 1939: ‘Peace for our time’ had niet langer dan elf maanden standgehouden en de Volkenbond werd opgeheven.

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog (WO II) werd nagedacht over een toekomstige opvolger van de Volkenbond, waarbij de organisatie zo zou worden ingericht dat zij niet zou gaan leiden aan dezelfde tekortkomingen. Dat resulteerde in de formele oprichting en de ratificatie van het oprichtingsverdrag van de VN op 24 oktober 1945. Eerder op 26 juni 1945 was door de oprichtende landen hierover in grote lijnen al overeenstemming bereikt. Zo kwam er een VN-Veiligheidsraad, het veruit belangrijkste orgaan van de VN. De vijf grote mogendheden van die tijd, de VS, de Sovjet-Unie, Groot-Brittannië, Frankrijk en China werden de permanente leden van de Veiligheidsraad, met het recht van veto op voorgestelde besluiten. De overige tien zetels in de Veiligheidsraad worden afwisselend bezet door de andere lidstaten van de VN. In 1971 werd het ‘oude’ China, de Republic of China (Taiwan), onder druk van de in 1949 door Mao Zedong uitgeroepen communistische Volksrepubliek China uit de Veiligheidsraad gezet.

Significante VN missies met Nederlandse inbreng

Korea (NDVN)

Al in 1950 werd het mandaat van de VN op de proef gesteld toen de oorlog in Korea uitbrak. Op 25 juni braken Noord-Koreaanse troepen door de demarcatielijn en vielen het zuidelijke deel van het verdeelde land binnen. De VN-Veiligheidsraad besloot tot militaire steun aan het zuiden, en een internationale troepenmacht van vijftien landen werd gevormd. De Nederlandse regering, het kabinet-Drees, was echter niet erg geporteerd om betrokken te raken bij alweer een landoorlog in Azië en Nederland bood in eerste instantie ‘slechts’ de torpedobootjager HMS Evertsen aan. Enige dagen later, op 15 juli 1950, kwam er een verzoek van de SG van de VN, de Noor Trygve Lie, om nog een infanteriebataljon ter beschikking van de VN te stellen ten behoeve van de strijd in Korea. Het Nederlands Detachement Verenigde Naties (NDVN) bleef bestaan tot eind 1954, toen het na de wapenstilstand van juli 1953 teruggekeerd was in Nederland. De Koreaanse oorlog kende geen echte winnaar, het schiereiland is nog steeds gescheiden in een noordelijk communistisch deel en een zuidelijk, op westerse leest geschoeid, kapitalistisch deel. Een vredesverdrag werd nooit gesloten. Bijna vijfduizend Nederlandse militairen zijn uitgezonden geweest naar Korea van wie er 122 sneuvelden. Aan drie militairen werd de Militaire Willemsorde uitgereikt, waarvan twee postuum. Naar schatting vonden twee miljoen Koreanen de dood.

Libanon (UNIFIL)

In 1978 werd het zuiden van Libanon bezet door het Israëlische leger, waarop de VN-Veiligheidsraad besloot tot het aannemen van resoluties 425 en 426. Hierin werd de terugtrekking door Israël van zijn leger uit Libanon geëist. Om in de grensstrook de wankele vrede te handhaven werd de United Nations Interim Force in Lebanon (UNIFIL) opgericht om toezicht te houden op de terugtrekking van Israël uit Libanon. Andere doelstellingen waren herstel van vrede en veiligheid en het verlenen van steun aan de wettige Libanese regering om het gezag te herwinnen. Op verzoek van de VN stuurde Nederland tussen 1979 en 1983 een pantserinfanteriebataljon, Dutchbatt geheten. Na 1983 werd deze inbreng teruggebracht tot een eenheid ter grootte van een compagnie. Als gevolg van de steeds verder verslechterende veiligheidssituatie in Libanon werd in 1985 de Nederlandse bijdrage aan Unifil in zijn geheel beëindigd. Van de ruim negenduizend militairen die deel uitmaakten van Dutchbatt kwamen er negen om het leven.

Voormalig Joegoslavië (UNPROFOR)

Aan de inzet van Nederlandse militairen in voormalig Joegoslavië in de jaren negentig is al zoveel aandacht besteed in de media dat wij het niet zinvol achten om daar in deze context uitgebreid verslag van te doen. Nederland heeft indertijd met meerdere eenheden grotere en kleinere bijdragen geleverd aan de VN-missie, zoals een logistiek-/transportbataljon en een verbindingsbataljon. Dieptepunt was het debacle Srebrenica (1995, Dutchbatt III), waarbij alle zwakheden van het militair optreden van de VN genadeloos en gelijktijdig aan het licht kwamen. Ontoereikende bewapening, een rammelend mandaat, het niet kunnen afdwingen van de bevoorrading met brandstof en munitie, niet met de direct betrokken eenheid gecommuniceerde afspraken tussen grote mogendheden en het uitblijven van de zo nodige luchtsteun die eerdergenoemde manco’s wellicht nog voor een deel had kunnen compenseren, hebben voor Nederland geleid tot een zich over meerdere decennia voortslepend drama. Enig lichtpuntje hierbij is mogelijk dat ons land zijn naïviteit kwijtraakte die het eerder nog aan de dag legde bij militaire inspanningen. Minder ongelukkig was de inzet van het luchtwapen in deze periode. In 1992 kondigde de VN ter bescherming van de Bosnische bevolking een vliegverbod af. Dit werd echter op grote schaal geschonden waarop de VN in 1993 besloten het af te dwingen: de VN-operatie Deny Flight was een feit. Ook Nederland deed mee met een detachement F-16’s in wisselende samenstelling. Omdat al na korte tijd niet alleen Clear Weather Intercept (CWI) maar ook Close Air Support (CAS) ter ondersteuning van de UNPROFOR-troepen opgedragen kon worden, ontwikkelde de KLu het voor die tijd unieke swing role concept dat het mogelijk maakte tijdens een Combat Air Patrol (CAP) missie voor beide soorten opdrachten ingezet te kunnen worden. Nederlandse F-16’s scoorden enkele successen, waaronder de geslaagde aanval op de basis Udbina. Maar ook hier kwam uiteindelijk de achilleshiel van VN-operaties aan het licht. Na het herhaalde verzoek om luchtsteun door Dutchbatt-commandant Karremans werd eindelijk door de eerste Nederlandse F-16 een succesvolle aanval uitgevoerd. Vrijwel meteen moest op grond van eerdere, destijds geheime afspraken tussen de grote mogendheden het verlenen van luchtsteun tegen de troepen van Mladic worden stopgezet. Knarsetandend moesten de Nederlandse vliegers vanuit de lucht toezien hoe Dutchbatt op de grond verder in de knel kwam.

Ethiopië – Eritrea (UNMEE)

In 1993 wist Eritrea zich af te scheiden van Ethiopië, nadat het dertig jaar daarvoor was ingelijfd. Verzuimd werd echter om de grenzen nauwkeurig in kaart te brengen. Na eerdere grensincidenten brak in 1998 een twee jaar durende oorlog uit die eindigde met een staakt-het-vuren in 2000. De VN-Veiligheidsraad besloot tot het sturen van een VN-missie, United Nations in Ethiopia and Eritrea (UNMEE). Een missie die toezicht moest houden op de handhaving van het staakt-het-vuren, de terugtrekking van de troepen en het ruimen van mijnen. Eind 2000 besloot de Nederlandse regering tot het uitzenden van een bataljon mariniers en vier Chinook helikopters. Het bataljon maakte deel uit van de eerder samengestelde internationale VN-brigade Stand-by High Readiness Brigade (SHIRBRIG). Buiten VN-verband, maar op aandringen van het parlement, om indien nodig landgenoten in Eritrea te kunnen ontzetten, stuurde Nederland ook nog eens een detachement gloednieuwe Apache gevechtshelikopters naar het missiegebied; een van de lessons learned uit de missies in voormalig Joegoslavië. De ver weg gelegen basis Djibouti was echter de enige beschikbare deployment base. Of de Apaches ooit effectief hadden kunnen optreden, gelet op de extreme afstand naar het missiegebied, blijft een open vraag. Voor Nederland kan het al met al als een succesvolle missie worden beschouwd. In ruim twee jaar tijd werden 1600 militairen uitgezonden vanuit alle krijgsmachtdelen. Incidenten deden zich nauwelijks voor en met name de Apache squadrons hadden volop gelegenheid om het opereren met de nieuwe helikopters te trainen. Vanuit VN-perspectief was de missie echter een mislukking. Ofschoon beide landen hadden toegezegd een beslissing omtrent de grenzen te aanvaarden werden de VN door Eritrea tegengewerkt. De bevoorrading van UNMEE werd gesaboteerd en in 2008 werden de VN-troepen het land uitgezet. Hierop besloot de Veiligheidsraad de missie te beëindigen.

Mali (MINUSMA)

Na de oorlog in Libië, in 2012 keerden Touareg-rebellen, die aan de kant van Khadaffi hadden gevochten, terug naar Mali en begonnen een opstand in de noordelijke provincie Azawad. Hierbij boekten zij meerdere overwinningen op het regeringsleger dat niet tegen hen was opgewassen. Uiteindelijk resulteerde dit in een staatsgreep waarbij de president Amadou Toeré werd afgezet en door een militaire junta werd vervangen. De veiligheidssituatie verslechterde en Frankrijk, de oude koloniale heerser, besloot begin 2013 tot militair ingrijpen. Door de Franse interventie kon de rebellie worden gestopt en in april van dat jaar werd de VN ‘Multidimensional Integrated Stabilisation Mission in Mali’ (MINUSMA) opgericht, die onder leiding kwam te staan van de Nederlander Bert Koenders. De missie kreeg in eerste instantie een mandaat van twaalf maanden voor een lijst van acht hoofddoelstellingen. Nederland leverde gedurende een periode van vijf jaar vanaf april 2014 een belangrijk aandeel aan deze missie, met name door het verzamelen van inlichtingen. In totaal zijn ongeveer zesduizend Nederlandse militairen in het kader van deze missie uitgezonden geweest, waarbij de hooofdmoot werd geleverd door leden van het Korps Commando Troepen (KCT), het Korps Mariniers (KMarns), de Luchtmobiele Brigade (Lumbl Brig) en het Defensie Helikopter Commando (DHC). Helaas kwamen hierbij vier Nederlandse militairen om het leven.

De betekenis van deelname door Nederland aan VN-missies

Voor een handelsland als Nederland is internationale veiligheid van groot belang. Om als klein land daar toch invloed op te kunnen uitoefenen is het daarom noodzakelijk ingebed te zijn in internationale organisaties die op het gebied van internationale veiligheid en politiek het verschil kunnen maken, zoals de NAVO en de VN. Bij deze laatste organisatie speelt vooral het lidmaatschap van de VN-Veiligheidsraad een belangrijke rol. Het bezetten van een van de tien zetels, die bij toerbeurt twee jaar lang worden bezet door de niet-permanente leden, is voor ons land een belangrijke doelstelling, omdat op die wijze een plaats op het wereldtoneel verzekerd kan worden. Door deel te nemen aan VN-vredesmissies kan Nederland bijdragen aan mondiale vrede en veiligheid. De vertegenwoordiging in andere VN ‘onderafdelingen’ als de Wereldhandelsorganisatie (WTO), de Wereldbank en het Internationale Monetaire Fonds (IMF) geven Nederland een stem in de internationale processen die soms bepalend zijn voor onze economische voorspoed en welvaart. Maar de belangrijkste ‘trofee’ lijkt wel een tijdelijke plaats aan tafel bij de VN-Veiligheidsraad. Nederland lijkt daarin heel ver te willen gaan om dat doel te bereiken, zoals het delen van de zetel met een ander land zoals onlangs nog met Italië. Deze toch wat merkwaardige duo-constructie, waarbij Nederland een jaar kon aanschuiven, kwam overigens pas tot stand nadat ons land twee jaar substantieel had bijgedragen aan MINUSMA. Het deelnemen aan VN-geleide vredesmissies blijkt dan ook een belangrijk middel om een ‘wit voetje’ te halen bij de organisatie.

De vraag is of de Nederlandse inspanningen om deel te nemen aan de VN-missies aan de verwachtingen hebben beantwoord, mede gelet op de opofferingen die ermee gepaard zijn gegaan. Het is niet eenvoudig hierop een eensluidend antwoord te formuleren. Nederland is sinds de oprichting zes keer niet-permanent lid van de Veiligheidsraad geweest, ten laatste in 2018 toen ons land zelfs een maand lang voorzitter van de Veiligheidsraad was. Nederland had zich, met name in de persoon van minister Koenders, de benen uit het lijf gelopen om dit te bereiken, en onze deelname aan MINUSMA zal hierbij een belangrijke factor zijn geweest. Toch is ook een tijdelijk lidmaatschap van de Veiligheidsraad niet ‘voor spek en bonen’. Een voorbeeld daarvan was de onder het voorzitterschap van Nederland, in de persoon van Sigrid Kaag, tot stand gekomen en unaniem aangenomen Resolutie 2417. Deze resolutie verbiedt het uithongeren van bevolkingsgroepen in oorlogssituaties expliciet, met sancties tegen degenen die humanitaire hulpverlening blokkeren. In het lijstje van thematische onderwerpen voor debat heeft ons land zich sterk gemaakt voor een drietal thema’s: gemeenschappelijke actie om het functioneren van VN-vredesoperaties te verbeteren, conflictpreventie en versterking van de internationale rechtsorde met vervolging en berechting van plegers van internationale misdrijven. Nederland heeft dus in de afgelopen jaren niet helemaal voor niets in de Veiligheidsraad gezeten en heeft zich inmiddels kandidaat gesteld voor een nieuwe tweejarige termijn voor de periode 2033 – 2034.

De toekomst van de VN na vijfenzeventig jaar; leve de VN?

Helaas vallen veel belangrijke voorstellen, die mogelijk van de wereld een vrediger oord gemaakt zouden kunnen hebben, ten prooi aan een veto van of meer van de permanente leden van de Veiligheidsraad als dat hen politiek opportuun lijkt; het beruchte njet van de Sovjet-Unie en het tegenwoordige Rusland van Vladimir Poetin. Het vetorecht van de permanente leden blijft een heikel punt dat een effectief functioneren van de VN als behoeder van de wereldvrede ernstig belemmert. Met het oog op de soms bittere relaties tussen de permanente leden zijn door de jaren heen meerdere pogingen ondernomen om in deze situatie verbetering te brengen. In 2005 werd bijna een compromis bereikt over het toelaten van nieuwe permanente leden, maar deze discussie kwam ook weer muurvast te zitten. Nadien, met nieuwe crisissituaties als Libië, Jemen, Syrië en het internationale terrorisme verdween de aandacht voor een hervorming van de Veiligheidsraad weer. Na het aantreden van Donald Trump als president van de VS is helaas de effectiviteit van de VN verder uitgehold. Naast Rusland zagen nu ook de VS aan de poten van de VN; een laatste voorbeeld hiervan was het verlaten van de Wereldgezondheidsorganisatie, de WHO, door de VS. Bij resoluties waarbij de positie van Israël in het geding is spreken de VS hun veto uit; even consequent als de Russen bij de hun onwelgevallige zaken het njet. Het lijkt erop dat de positie van China, dat zich ten doel heeft gesteld over enige decennia de dominante factor in de wereld te worden, alleen maar wordt versterkt. Nederland, dat uiteraard geen enkele invloed kan uitoefenen op dit soort processen en machinaties, is daardoor welhaast gedwongen om aansluiting te zoeken bij andere landen of organisaties. Als politiek orgaan blijft er dan, ondanks alle tekortkomingen, niet veel anders over dan de EU door middel waarvan Nederland nog invloed kan uitoefenen op zijn veiligheids- en economische positie in de wereld. Daarbij moet het dan wel bereid zijn concessies te doen aan de hier te lande florerende instelling van ‘wereldverbeteraar’. En het opnieuw inzetten van militaire middelen ten behoeve van de VN zal gepaard gaan met slachtoffers en ‘vuile handen’. Dat is het eerlijke verhaal.

Het gebouw van de Verenigde naties in New York (afbeelding: archief VN)

De gemiddelde verwachte levensduur van de - westerse - mens ligt nu op circa 80 jaar. Van ons kan dus gezegd worden dat, uitzonderingen daargelaten, wij na het uitblazen van vijfenzeventig kaarsjes onze laatste fase zijn ingegaan. Een fase die vaak gepaard gaat met allerlei ongemakken, ziektes en beperkingen. Laat ons hopen dat een dergelijk lot de VN bespaard blijft; integendeel. Om in het huidige corona-woordgebruik te blijven: hopelijk kunnen de VN een vaccin ontdekken dat de organisatie weer vitaliseert. In deze steeds chaotischer wordende wereld moet je overigens wel een ras-optimist zijn om daar geen hard hoofd in te hebben. Een grondige hervorming zou daarvoor een eerste stap kunnen zijn. Om te voorkomen dat de VN het terminale stadium bereikt en dezelfde weg opgaat als de Volkenbond tachtig jaar geleden is het inperken van het vetorecht dat aan vijf landen is toegekend een eerste vereiste.

Het huidige vetorecht verlamt voortdurende de besluitvorming

Het huidige vetorecht, of het nu als NJET, NON, NO, of 不 klinkt, zorgt voor een voortdurende verlamming bij het nemen van besluiten of door het aanvaarden van afgezwakte resoluties. Resoluties die het ingrijpen in conflictsituaties vrijwel onmogelijk maken, of leiden tot het uitzenden van tandeloze tijgers naar conflictgebieden. Hoe deze inperking vorm te geven? Bijvoorbeeld door het vetorecht uit te breiden naar de niet-permanente leden en zodanig vormgeven dat geen absolute consensus meer noodzakelijk is voor een besluit, maar een (ruime) meerderheid van stemmen. Een andere hoogst gewenste hervorming in het verlengde hiervan zou moeten zijn dat mensenrechten niet langer uitsluitend met de mond worden beleden, zodat er een situatie bestaat waarbij het lidmaatschap van de Human Rights Council is voorbehouden aan landen die een bewezen track record hebben op het gebied van het respecteren van mensenrechten. Het feit dat landen als Libië, Soedan of Venezuela zitting hebben in die commissie is natuurlijk een gotspe, waardoor het aanzien van de VN bij landen waar mensenrechten wel worden gerespecteerd ernstig te lijden heeft.

En, last but not least, als er dan na veel getalm uiteindelijk toch blauwhelmen worden uitgezonden, schep dan de mogelijkheid dat deze zo nodig gewisseld kunnen worden met groene helmen op de hoofden van de deelnemende troepen. Troepen die met elkaar kunnen communiceren en wier inzet op elkaar is afgestemd. Troepen die niet zelf verkrachtend en plunderend de noodlijdende bevolking gaan terroriseren. Troepen die geen rekening hoeven te houden met geheime afspraken, verborgen agenda’s en allerlei om maar vooral geen schot te hoeven lossen als dat het Kremlin, Witte Huis, de Verboden Stad, Downing Street of het Élysée politiek beter zou uitkomen. Om het militaire draadje van de VN naar Europa door te trekken, zou om te beginnen de EU moeten streven naar een sterkere stem in de VN-Veiligheidsraad. Dat zou bijvoorbeeld kunnen door de niet-permanente zetels te transformeren naar of uit te breiden met stoelen voor organisaties als de EU, de Afrikaanse Unie (AU) en eventueel hun tegenhangers in Azië en Latijns-Amerika. Dit zou aan het begin van de eenentwintigste eeuw weleens het meest haalbare kunnen zijn. Het is evident dat dit nooit ten koste van de permanente leden van de Veiligheidsraad kan gaan, want die zullen dat nooit accepteren.

Ten slotte

‘I have a dream’, sprak Martin Luther King voor het Lincoln Memorial in Wahington in 1963. Een rede die diepe indruk maakte, niet alleen bij zijn 200.000 toehoorders, maar evenzeer op de rest van de wereld. Jammer genoeg zijn dromen tegenwoordig vaker dan ooit bedrog in de steeds onveiliger wordende wereld van de eenentwintigste eeuw. Toch willen we hier niet in mineur eindigen, want zonder VN zijn we waarschijnlijk slechter af. Dus aan al degenen die de VN invulling hebben gegeven en zullen blijven geven: Congratulations, United Nations, hang on to a dream! Redactie