VAN DE VOORZITTER

Personele vulling Defensie

BGEN B.D. J.L.R.M. VERMEULEN

Het koesteren van hoop, het verwerken van teleurstellingen, maar ook vasthouden aan de ingezette koers, dat zal ons motto moeten zijn. Defensie en het personeel zijn het meer dan waard.

Ik kan mij nog heel goed de tijd van vroeger voor de geest halen dat ik bij de koffie en passant vernam dat er een nieuw arbeidsvoorwaardenakkoord was gesloten. De militaire belangenorganisaties en Defensie hadden toen, in goed overleg, de noodzakelijke stappen gezet; een prima resultaat dus. Al sinds een tiental jaren zien wij echter dat er in het geheel geen stappen meer op het terrein van de arbeidsvoorwaarden kunnen worden gezet zonder allerlei, zich traag voortslepende, buitengewoon moeizame onderhandelingen. Hierdoor ontstaat zowel voor de werkgever, het Ministerie van Defensie, als de namens het personeel aan de onderhandelingen deelnemende militaire bonden, schade omdat de bij het overleg betrokken partijen er maar niet in slagen om in goed overleg tot een aanvaardbare cao te komen. Het militaire personeel is hier nu de dupe van.

Maar waar het werkelijk om gaat is de personele vulling van de militaire vacatures bij Defensie. Op dit moment liggen de aanpassing van het Flexibele Personeel Systeem (FPS) en de methodiek van bezoldiging op tafel. Een enorme arbeidsvoorwaardelijke ‘olifant’ in een door ruzie, het zich niet houden aan gemaakte afspraken en geschonden vertrouwen, wel erg klein geworden porseleinkast.

Drie noodzakelijke stappen

In mijn ogen zijn er drie stappen die gemaakt moeten worden om weer terug te keren naar een situatie van constructief overleg, zoals die ook bestond voor 2010.

In de eerste plaats: eerder gemaakte afspraken zouden niet nog eens onderwerp van discussie mogen zijn. Er wordt nu al zeer veel schriftelijk vastgelegd. Partijen citeren deze afspraken en confronteren de andere partij daarmee. Alleen dit al draagt vervolgens alleen maar bij tot verharding van de standpunten en een verdere verwijdering. Naar mijn mening zou bij verschillen in interpretatie van gemaakte afspraken al in een vroeg stadium van het proces geëscaleerd moeten worden tot aan de minister. Je kunt niet onderhandelen als de piketpalen niet erkend worden. Een discussie over interpretatie van afspraken zou niet door mogen etteren, maar moet vroegtijdig in de kiem worden gesmoord.

Ten tweede: het zorgvuldig verkennen van de problematiek. Anders dan voorheen gebruikelijk was, leveren niet alleen Defensie, maar ook de bonden stukken aan voor het overleg, elk vanuit de eigen visie en vanuit de eigen deskundigheid. Dit is een nieuwe ontwikkeling die bij de onderhandelingen over de pensioenen voor het eerst werd toegepast. Maar nu bij de bezoldiging was het nog steeds verrassend voor de werkgever. Als beide partijen uitgewerkte ideeën hebben, dan is het goed hier eerst eens goed kennis van te nemen. Het werkt niet als partijen verrast worden. Eerst moet de volledige breedte en diepte gekend zijn vooraleer er gemanoeuvreerd en eventueel afgeruild kan worden. Dus, eerst na het intensief verkennen van elkaars ideeën kan er overlegd worden. Dit overleg door de onderhandelaars zou plaats moeten vinden aan de overlegtafel waarbij voor een succesvolle uitvoering een absolute mate van vertrouwelijkheid noodzakelijk is. Daarentegen moet de fase van verkennen juist zo open mogelijk gebeuren, zodat zorgvuldige afstemming met de leden van de militaire bonden en het overige defensiepersoneel kan plaatsvinden, om vast te stellen of er voldoende draagvlak voor het standpunt van de bonden is. En laten wij wel zijn, het gaat echt ergens over.

Ten slotte: het profileren van de bij het overleg betrokken partijen als moderne werkgever en moderne vakorganisaties. Er wordt veel gesproken en geschreven dat werkgevers in deze tijd adaptief, innovatief en flexibel moeten zijn, evenals de organisaties van de werknemers. Echter, er wordt niet gesproken over hoe een moderne werkgever, samen met moderne vakbonden, deze olifant door de deur zouden moeten kunnen duwen. Wanneer de stappen een en twee zijn gezet, dan is het moment daar om met hernieuwd vertrouwen deze discussie weer op te pakken. Er ligt op dit gebied te veel terrein braak.

Het koesteren van hoop, het verwerken van teleurstellingen, maar ook het vasthouden aan de ingezette koers, dat zal ons motto moeten zijn. Defensie en zijn personeel zijn het waard.