DEFENSIEBELEID EN KRIJGSMACHT

Een nieuwe toekomstvisie landmacht; helemaal niet slecht

LKOL B.D. F.A. EBBELAAR

Helemaal niet slecht. Het is eruit voordat ik er erg in heb. Iedereen van de GOV-werkgroep Defensiebeleid en Krijgsmacht (D&K) kijkt mij aan. Wat krijgen we nu? Eigenlijk vind ik de visie best goed, maar dan maak ik mijzelf misschien verdacht. Na bestudering en wat discussie vinden de meeste leden van D&K het een gedegen visie waar je mee vooruit kan. Natuurlijk zijn er verbeterpunten, maar eigenlijk vinden we het toch een goed stuk. En dat willen we aan de grote klok hangen. Onze laatste twintig berichten gingen over zaken die niet deugen. Over GrIT dat niet opschiet, te weinig gevechtskracht voor de NAVO, geneeskundige ondersteuning die zwaar tekort schiet en nog wat andere kritische geluiden. Ons laatste, gedeeltelijk positieve, bericht is meer dan twee jaar oud, dateert van 5 februari 2018 en gaat over de aankondiging in het regeerakkoord om het defensiebudget te verhogen. Met die verhoging waren we blij, maar vonden we toen al te weinig. En nu ineens een positief geluid.

Positief

Na een korte inleiding over de verslechtering van de veiligheidssituatie wordt de logische conclusie getrokken ‘…dat wij sterkere capaciteiten moeten ontwikkelen, dat wij in staat moeten zijn om deze capaciteiten sneller in te zetten en dat wij dit langer moeten volhouden’.

In de paragraaf over het personeel, onze mensen, is duidelijk een kentering te bespeuren naar moderner werkgeverschap. Dat moet nog wel even waargemaakt worden, maar toch. Het voornemen om binnen tien jaar het opleiden en trainen voor 50% met behulp van realistische simulatiesystemen en experimentele technologieën uit te voeren zet een mooi doel neer. Dat zal de kwaliteit nog beter maken: ‘…zowel in het informatiedomein als in de stad of het veld. Simulatie heeft als bijkomend voordeel dat de omgeving minder wordt belast’. Hopelijk draagt dat ook bij aan het terugdringen van het opleidingsverloop.

Bij de middelen wordt ruiterlijk erkend dat we de aan de NAVO toegezegde gevechtskracht niet geheel waarmaken, dat er behoefte is aan strategische communicatie en een gemis aan slagkracht over (lange) afstanden, zoals raketartillerie. Natuurlijk is er de bijna trendy vaststelling dat er geïnnoveerd moet worden. Maar wat ons erg aanspreekt is de uitspraak dat beproefde middelen en methodes niet overboord worden gegooid. De toevoeging dat er betere versies moeten worden ontwikkeld is terecht. De visie noemt de tank zonder er om heen te draaien een proven concept. Of hij er in toekomst net zo uit ziet als nu is de vraag. Voor de doorontwikkeling spreekt men over een direct firing platform. What ’s in a name? Als de tegenstander maar weet dat we hem met directe richting kunnen uitschakelen, kinetisch of op een andere manier.

Niet alleen vergezichten

Om de lezer en vooral het eigen personeel niet alleen maar vergezichten voor te houden gaat de visie ook in op doelen voor de korte termijn: 43 Mechbrig doorontwikkelen tot een echte heavy brigade voor de NAVO en 13 Ltbrigade tot een medium brigade, die onder andere het gevecht moet kunnen voeren in verstedelijkt gebied. De intentie om de grondmobiliteit van de luchtmobiele verkenners en logistiek van de snel inzetbare light brigade (11 Air Manoeuvre Brigade, 11 AMB) te verbeteren. Onderkend wordt dat het Defensie Grondgebonden Luchtverdedigingscommando (DGLC) nog niet voldoende in staat is alle risico’s af te dekken, waardoor zowel onze troepen als onze vitale infrastructuur gevaar lopen. ‘Dit vereist investeringen die in deze veranderende wereld niet lang op zich kunnen laten wachten’.

Binnen D&K vinden wij dat in Europa na de coronapandemie (nog) meer moet worden ingezet op internationale samenwerking. De visie geeft daar handen en voeten aan: ‘Bij inzet onder de NAVO-vlag worden onze eenheden ingebed in grotere verbanden, zoals een divisie- en legerkorpsstructuur. Nederland heeft daarbij de verplichting haar fair share aan divisie- en korpstroepen te leveren. Hierbij hoort ook de doorontwikkeling van het Operationeel Ondersteuningscommando Land (OOCL)’. ‘Het OOCL dient primair ter ondersteuning van de brigades, maar ook voor internationale divisies en het multinationale hoofdkwartier 1GNC’.

Verhoging flexibiliteit en voortzettingsvermogen

Onder de kop ‘Manieren’ gaat de visie in op het hoe. ‘Binnen tien jaar willen we een derde van onze personele capaciteit flexibel invullen, onder meer door inzet van reservisten en af te roepen civiele capaciteiten. Voor sommige maatregelen moet de wet- en regelgeving worden aangepast, bijvoorbeeld om militairen een periode oproepbaar te laten blijven na dienstverlaten’.

Het kan nog beter

Informatiegestuurd optreden (IGO) is het leidend beginsel. Daar zijn wij het helemaal mee eens, maar nu de uitvoering. Er wordt overtuigend geschreven over een benodigde robuuste IT-structuur en de potentie van het project Tactical Edge Networking (TEN) ‘… Een defensiebrede investering in deze initiatieven, waarbij de eerste effecten binnen vijf jaar zichtbaar moeten zijn, is daarom cruciaal’. Dat vinden wij ook, maar dan moet er op korte termijn echt iets gaan bewegen op het ministerie.

Conclusie

Wij beoordelen deze visie ‘Voorzien in Veiligheid’ als positief. Wij zijn het met de richting eens en hopen dat deze visie zijn weerklank vindt in de aangekondigde Defensievisie 2035. Ons advies: lees de visie eens aandachtig door. Het zijn maar negen goed leesbare pagina’s. Altijd goed om te weten waar een krijgsmachtdeel naartoe wil. Je moet tenslotte ook weten wat er bedoeld wordt met de ‘Hamer’ of het ‘Vlindermes’, de ‘Katapult’, de ‘Scalpel’, de ‘Paraplu’ of de ‘Polsstok’. Het staat zo raar als je niet weet waar je bij hoort.

Lees hier de Toekomstvisie Landmacht (https://nov.covey.cloud/wp-content/uploads/2020/07/Toekomstvisie-Landmacht-Voorzien-in-Veiligheid.pdf)