Foto: Pexels/Kat Jayne

OPINIE - BINNENLAND

De militair gemuilkorfd

KOL B.D. DRS. A.E. DE ROOIJ

Het stond er zo mooi in de Defensienota 2018. Het begon al in het voorwoord: ‘We willen transparant en betrouwbaar zijn in wat we doen en wat we bereiken. We willen een aantrekkelijke en betrouwbare werkgever zijn. En we werken aan een stevige verankering van Defensie in de samenleving’. Verderop in de nota werd het nog een keer benadrukt: ‘Wat willen we zijn: Een betrouwbare en betrokken werkgever, waar mensen trots op zijn om bij te werken. Transparant en zichtbaar in een betrokken samenleving’.

In de praktijk blijkt nu echter dat het helaas alleen bij deze mooie woorden is gebleven. De recente aanwijzing van de Secretaris-Generaal (SG) draagt de militair op om geen contacten met de buitenwereld te onderhouden, behalve via het filter van de Directie Communicatie.

Herziene aanwijzing

In februari van dit jaar publiceerde de SG een herziene versie van de Aanwijzing A/978 over Extern optreden, mediacontacten en publicaties. Deze versie verving het exemplaar uit 2012. De verschillen tussen de oude en de nieuwe versie van de aanwijzing zijn op z’n minst opvallend te noemen. De richtlijnen over contacten met journalisten, extern optreden en het publiceren van artikelen en/of boeken zijn in de nieuwe versie sterk vereenvoudigd. Dit lijkt positief, maar in de nieuwe versie van de richtlijn is een groot deel van de nuances die in de oude waren opgenomen, weggevallen. De defensiemedewerker mag nu alleen naar buiten optreden aan het handje van de Directie Communicatie, de penvoerder van deze aanwijzing. Ik zal nader ingaan op de drie gebieden die in de titel van de aanwijzing worden genoemd.

Contacten met journalisten

Beide versies van de aanwijzing zijn heel strikt waar het contacten met journalisten betreft: ‘Interviews met journalisten over functiegerelateerde onderwerpen, vinden uitsluitend plaats na toestemming, of op uitnodiging van de Directie Communicatie’, luidt de tekst in de huidige versie. In 2012 stond een overeenkomstige tekst. Toen werd echter nog toegevoegd dat een militair, als hij als persoon werd benaderd, advies kon inwinnen bij de Directie Communicatie. Ook was het de defensiemedewerker toegestaan zelfstandig met media in contact treden als zijn persoonlijke integriteit - gekoppeld aan zijn of haar functie - in het openbaar in twijfel was getrokken.

Deze teksten zijn uit de huidige versie geschrapt. Het keurslijf voor de militair (en burgermedewerker) in de omgang met de media is dus behoorlijk aangetrokken.

Extern optreden

Onder externe optredens verstaat Defensie het delen van informatie over Defensie tijdens bijeenkomsten en gesprekken met personen die niet in dienst zijn van Defensie. Voor defensiemedewerkers die zich hierbij moeilijk een beeld kunnen vormen geeft de aanwijzing een aantal voorbeelden van externe optredens: spreekbeurten, conferenties, symposia, workshops, forumdiscussies en - als klap op de vuurpijl - het meewerken aan een (speel)film.

Ook op dit gebied zijn de regels strak: een defensiemedewerker moet zich eerst voor advies wenden tot de Directie Communicatie. Ook hier is het een en ander uit de oude aanwijzing vervallen. Daarin kreeg de defensiemedewerker tips over hoe te handelen: ‘Beperk uw uitspraken altijd tot geldend beleid, uw eigen verantwoordelijkheden en uw eigen werk- en / of privédomein; schendt niet uw geheimhoudingsplicht en schaadt niet de belangen en veiligheid van anderen; wees bewust van uw publiek, dit is vaak groter dan u denkt; wees bewust van gevolgen van uw optreden voor uw privéomgeving, uw collega’s en het imago van Defensie’. Waarom deze tips zijn geschrapt is op het eerste gezicht onduidelijk. Ook laat de aanwijzing in het midden wat er gebeurt als de medewerker een (negatief) advies van de Directie Communicatie naast zich neerlegt. Volgens mij liggen de redenen hiervoor in elkaars verlengde. Men wordt ontmoedigd om ‘naar buiten te treden’.

Het publiceren van artikelen en of boeken

Wat betreft het derde onderwerp is de nieuwe versie van de aanwijzing juist uitgebreider dan zijn voorganger. In 2012 was de SG heel kort. Als een medewerker het voornemen had een artikel of een boek over Defensie te publiceren of aan een dergelijke publicatie bij te dragen, moest men vooraf contact opnemen met de Directie Communicatie. In de versie van 2020 wordt wat uitgebreider op dit onderwerp ingegaan. Ten eerste wordt vermeld dat het gaat om advies te krijgen en dat het niet gaat om toestemming vooraf, wat in strijd zou zijn met artikel 7 van de Grondwet: ‘Niemand heeft voorafgaand verlof nodig om door de drukpers gedachten of gevoelens te openbaren, behoudens ieders verantwoordelijkheid volgens de wet’. Het tweede lid van dit artikel stelt hetzelfde over uitzendingen op radio of televisie. De SG wil dus zelfs de schijn van ongrondwettelijk handelen wegnemen. Maar zij voegt er ook direct een zin aan toe die in mijn ogen een rechtstreeks dreigement is: ‘Wel geeft het advies een indicatie van wat een toetsing achteraf zal opleveren indien de auteur besluit het advies te negeren en welke (mogelijk juridische) consequenties daaraan verbonden kunnen zijn’. Er is dus een verschil met toestemming vooraf vragen. Dit is echter niet heel groot, op z’n zachtst gezegd.

Maatregelen

Als er in strijd met de aanwijzing wordt gehandeld, of als het vermoeden daarvan bestaat, kan een onderzoek volgen wat tot het nemen van disciplinaire maatregelen kan leiden. Deze tekst is in beide versies van de aanwijzing gelijk. De versie van 2020 laat het echter niet hierbij, maar toont de vragen die bij een dergelijk onderzoek centraal staan. Het zijn de volgende: a. afstand tussen de functie van de betrokken ambtenaar en het beleidsterrein waarover de uitlatingen zijn gedaan; b. de politieke gevoeligheid van de materie; c. het tijdstip waarop de uitspraken zijn gedaan; d. de wijze waarop de uitspraken zijn gedaan; e. de voorzienbaarheid van de schadelijkheid ten tijde van de uitspraken; f. de ernst en de duur van de door de uitspraken ontstane problemen voor de dienstvervulling van de betrokken ambtenaar of het functioneren van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met diens functievervulling. Ik zou deze vragen moeten laten voor wat ze zijn en u er zelf over laten oordelen. Ik vind ze echter tenenkrommend en veel te subjectief.

Directie Communicatie

… Binnen de organisatie werkt de directie aan betrokkenheid, identificatie en trots. Zodat Defensiemedewerkers als ambassadeurs van de krijgsmacht kunnen optreden.

https://www.defensie.nl/organisatie/bestuursstaf/eenheden

Juridisch kader

De aanwijzing is gebaseerd op twee (vrijwel gelijkluidende) artikelen uit de Ambtenarenwet en de Militaire Ambtenarenwet. Daarmee lijkt het dat er een solide juridisch fundament onder de aanwijzing ligt. De wet zegt namelijk het volgende: ‘De (militaire) ambtenaar dient zich te onthouden van het openbaren van gedachten of gevoelens dan wel de uitoefening van het recht tot vereniging, tot vergadering en tot betoging, indien door de uitoefening van deze rechten de goede vervulling van zijn functie of de goede functionering van de openbare dienst, voor zover deze in verband staat met zijn functievervulling, niet in redelijkheid zou zijn verzekerd’.

Als deze tekst enigszins archaïsch op u overkomt, hebt u gelijk. De wet is van 1931. Hij is daarna diverse keren aangepast, maar dit artikel (12.a) staat er nog steeds in. De Ambtenarenwet, geldend voor burgerambtenaren, is nog ouder (1929) en kent eenzelfde artikel. Nu is er sinds het verschijnen van deze wetten wel het een en ander veranderd, onder andere de Grondwet is diverse malen aangepast. In de huidige versie is de vrijheid van meningsuiting in artikel 7 verwoord, zoals ik hierboven al heb beschreven. Het wetsartikel in de (Militaire) Ambtenarenwet is veel beperkender dan de Grondwet lijkt toe te staan. De Grondwet zelf verbiedt echter wetten en internationale verdragen aan de Grondwet te toetsen (artikel 120). Waar wetten wel aan getoetst mogen worden, zijn internationale verdragen. Het belangrijkste verdrag waaraan Nederland, na het verschijnen van bovenstaand wetsartikel, zich heeft gebonden is het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Artikel 10 van het EVRM geeft iedereen vrijheid van meningsuiting. Het tweede lid van dit artikel geeft aan dat er beperkingen kunnen worden gesteld aan deze vrijheid van meningsuiting. Dergelijke beperkingen moeten bij wet zijn geregeld en moeten ‘in een democratische samenleving noodzakelijk zijn in het belang van de nationale veiligheid, territoriale integriteit of openbare veiligheid, het voorkomen van wanordelijkheden en strafbare feiten, de bescherming van de gezondheid of de goede zeden, de bescherming van de goede naam of de rechten van anderen, om de verspreiding van vertrouwelijke mededelingen te voorkomen of om het gezag en de onpartijdigheid van de rechterlijke macht te waarborgen’. Vergelijk dit nu eens met de ‘centrale vragen’ uit de aanwijzing van de SG. Ook nu laat ik het oordeel aan de lezer over.

Andere ministeries

Hoe is dit bij andere ministeries geregeld? Voor hen geldt immers hetzelfde wetsartikel. Het eerste document dat ik voor deze vergelijking gebruik, is de Gedragscode Integriteit Rijk van 31 december 2019. In het hoofdstuk over communicatie kunnen we het volgende lezen: ‘Het extern delen van informatie is onmisbaar om je werk goed te kunnen doen. Je stelt anderen daardoor in staat om met jou samen te werken. En door het extern delen van informatie stel je burgers en media in staat om de totstandkoming en uitvoering van beleid te volgen’. Daarna wordt de ambtenaar uitgelegd hoe om te gaan met vertrouwelijke informatie. Het uitgangspunt is dus: ‘wees open en bewaar vertrouwelijkheid waar nodig’. De rijksambtenaar wordt dus in dit document niet betutteld, maar als een volwassene behandeld. Ook op het internet geldt een soortgelijke behandeling. In de Handleiding Online Communicatie Rijksambtenaren wordt gesteld dat rijksambtenaren online actief zijn als ambassadeur van de rijksoverheid. Bij Defensie zijn de richtlijnen voor het online optreden juist uit de regeling geschrapt.

Professionals

De tegenstelling tussen Defensie en de andere ministeries is evident. Waar Defensie restrictief en betuttelend is, moedigt de rest van de rijksoverheid openbaarheid aan, waarbij men ervan uitgaat dat ambtenaren zich bewust zijn van hun verantwoordelijkheid. En dat steekt. Militairen zijn immers bijzonder, van hen wordt meer verwacht dan van de gemiddelde burgerwerknemer bij de overheid of het bedrijfsleven. De wervingscampagne van Defensie uit 2017 zegt dit als volgt: ‘Defensie heeft sterke persoonlijkheden nodig. Het gaat om mensen die het beste uit zichzelf willen halen en die zich willen ontwikkelen tot goed getrainde professionals. Zij beschermen immers wat ons dierbaar is’.

Defensie, dat de mond vol heeft van goed werkgeverschap, vindt blijkbaar dat deze sterke persoonlijkheden en goed getrainde professionals niet zelfstandig naar buiten kunnen treden om over hun vak te praten om zo als ambassadeurs voor de krijgsmacht op te treden. Dat vertrouwt de leiding van het ministerie hun niet toe. Zij moeten begeleid en geadviseerd worden door communicatiedeskundigen. Dat zijn natuurlijk ook professionals, maar niet noodzakelijkerwijs op militair gebied.

Volwassen behandeling

Een dergelijk gebrek aan vertrouwen leidt gemakkelijk tot onvrede bij de militaire medewerkers. Een werknemer die geen vertrouwen geniet blijft moeilijker behouden. De huidige grote tekorten aan militair personeel groeien dan alleen maar. Ook is onvrede, en het zich niet daarover kunnen uiten, een van de redenen voor het lekken van informatie. In de meeste gevallen levert dat Defensie geen goede pers op. Dus daar zit men ook niet op te wachten. En tenslotte, je verankert de krijgsmacht niet in de samenleving als het personeel niet mag praten of schrijven over de aantrekkelijkheid van het militair zijn.

Het is dan ook in het belang van Defensie om zijn medewerkers te vertrouwen en te behandelen als de volwassenen en professionals die ze zijn. Daarom zou het verstandig zijn de huidige SG-aanwijzing over externe optreden, mediacontacten en publicaties zo snel mogelijk in te trekken en te vervangen door een versie waaruit wel vertrouwen in het personeel blijkt.