PRIKKEN EN PRIKKELS

De Grand Prix van het Plein

Foto's: Wikimedia Commons

Vrijwel ongemerkt is op 5 juni van dit jaar de Commandant der Strijdkrachten (CDS) een kopje kleiner gemaakt. Op die datum is namelijk het definitieve reorganisatieplan aanpassing topstructuur vastgesteld. Het doel van deze reorganisatie, het vereenvoudigen van de besturing van de defensieorganisatie, kon kennelijk alleen worden bereikt door de militaire invloed daarop zoveel mogelijk uit te sluiten.

Het is immers een bekend gegeven dat beleid maken en besturen stukken makkelijker gaat als je niet voortdurend rekening hoeft te houden met de mensen die het moeten uitvoeren. De nieuwe topstructuur moet een strikte scheiding garanderen tussen beleid, uitvoering en toezicht en korte metten maken met de versnippering van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Dit alles moet bijdragen aan de kwaliteit van de besluitvorming, want daar valt kennelijk nog wel wat aan te verbeteren.

Op zich werd het wel een keer tijd dat de bezem door de topstructuur werd gehaald. Wat de helderheid ten aanzien van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden betrof, viel er wel wat op de organisatie van de ‘oude’ bestuursstaf af te dingen. In de oude bestuursstaf, bij de oprichting door ons reeds aangeduid als ‘overvolle stuurhut’, stonden maar liefst acht stuurlieden zich te verdringen achter het roer (zie afbeelding 1). In de nieuwe topstructuur (zie afbeelding 2) is dat aantal cosmetisch teruggebracht naar drie. Cosmetisch, want twee stuurlieden die in de nieuwe situatie volgens het organogram niet meer mogen meesturen, de Directeur Communicatie (DC) en de Directeur Juridische Zaken (DJZ), slapen nu wel bij de kapitein, de Secretaris-Generaal (SG), in de hut. De andere stuurlieden, de hoofddirecteuren beleid, personeel, bedrijfsvoering en de directeur veiligheid, hebben een bedje gekregen in de hut bij de Directeur-Generaal Beleid (DGB) die de rol van eerste stuurman gaat vervullen en de koers mag bepalen. De CDS wordt hiermee in feite tot tweede stuurman gedegradeerd. De nieuwe topstructuur komt er dus op neer dat de groep oude stuurlieden onder leiding van de nieuwe eerste stuurman nu gezamenlijk de koers mag gaan uitzetten die de CDS als tweede stuurman moet gaan varen. Voor de Hoofd Directeur Financial Control (HDFC) verandert er op het oog niet zoveel. Die bewaakt, evenals voorheen, de schatkist, maar heeft daarbij wel nog meer te zeggen gekregen over de planning van de uitgaven. Op welke wijze deze nieuwe indeling nu de kwaliteit van de besluitvorming moet verbeteren is echter nog een raadsel.

Figuur 1

Figuur 2

Het functioneren van een organisatie wordt niet zozeer bepaald door het organogram of de ‘hark’, maar door de grondhouding en professionaliteit van de mensen die binnen die organisatie werkzaam zijn. Als die mensen niet willen samenwerken en de uitdagingen waarmee ze geconfronteerd worden niet als een team tegemoet treden, dan is er geen hark die hen daartoe zal kunnen bewegen. Wat dat betreft kunnen we de herziening van de topstructuur gerust beschouwen als de zoveelste illustratie van onbegrip voor wat er werkelijk nodig is bij Defensie en zouden we, evenals voorgaande keren, de nieuwe hark voor kennisgeving aan kunnen nemen en weer overgaan tot de orde van de dag, zonder ons er iets van aan te trekken. Daarmee zouden we echter voorbijgaan aan de omgekeerde coup die zich binnen Defensie heeft voltrokken met de vaststelling van de nieuwe topstructuur, waarmee naast beleid nu ook de rol van corporate planner en allocator, voorheen de rol van de CDS, volledig in civiele handen is gekomen. De regie en coördinatie over de Beleid-, Plan- en Begrotingsprocedure (BPB) is belegd bij de HDFC. Deze bereidt in de nieuwe structuur de besluitvorming en toewijzing van middelen voor. De DGB neemt de planfunctie over. Voor de CDS resteert de rol van behoeftesteller en vooral die van uitvoerder van datgene dat door anderen is bedacht. Het enige dat hem aan invloed op het beleid en de plannen resteert is dat hij, als enige nog in de stuurhut aanwezige militaire professional, advies mag geven over de uitvoerbaarheid van dat beleid en die plannen. Het is echter de vraag of hij ook gehoord wordt.

In de autosport is bij de Formule 1 de coureur de professional. De coureur bepaalt niet het beleid, niet de strategie en ook niet de plannen. Zijn enige taak is uitvoering geven aan zijn opdracht, de snelste zijn en de race winnen. Rondom de coureur staat een hecht team en beleid, strategie en plannen staan allemaal in het teken van dat ene doel: de coureur in staat stellen om de snelste rondjes te rijden en de race te winnen. De teamleden spreken vaak de taal van de coureur omdat ze zelf ook aan autoracen hebben gedaan. Vanwege die achtergrond weten ze de inbreng van degene die daadwerkelijk achter het stuur zit op de juiste waarde te schatten. De invloed van de coureur is dan ook groot. Alleen de coureur kan aangeven wanneer de remmen moeten aangrijpen, of hij genoeg downforce heeft, of hij met de gemonteerde banden uit de voeten kan, of de schokbrekers voor hem goed staan afgesteld, etc. Alleen de coureur kan aangeven waar hij voor zichzelf nog ruimte ziet voor verbetering en wat hij nog nodig heeft om de overwinning dichterbij te brengen. Buiten de auto bepaalt de coureur dus niets, maar zijn advies weegt zeer zwaar omdat de mensen om hem heen weten dat hij het gevecht moet voeren. Kijken we naar de nieuwe topstructuur dan zien we dat de samenstelling en capaciteiten van de krijgsmacht voortaan door niet-militairen worden bepaald. Dit zijn mensen voor wie de militaire professie een abstractie is en die niet beschikken over de militaire kennis en ervaring die noodzakelijk is om ervoor te zorgen dat de krijgsmacht niet alleen in de politieke arena maar juist op het gevechtsveld, daar waar het er echt op aankomt, relevant is en blijft. Waar het denken over de samenstelling, inrichting en capaciteiten van de krijgsmacht voorheen behoorde tot het militair-strategische domein en onlosmakelijk was verbonden aan de militaire professie, worden de professionals in kwestie nu volledig buitenspel gezet. Het is de zoveelste schoffering van een beroepsgroep die zich ooit vrijwillig heeft onderworpen aan het civiele gezag, echter onder voorwaarde en in het vertrouwen dat dit gezag zich niet zou inlaten met zaken die tot de militaire professie behoren. Waar militairen zich vooral niet dienen te bemoeien met de zaken waar ze in civiele ogen ‘geen verstand’ van hebben of die niet ‘des militairs’ zijn en zich bovenal niet publiekelijk over dienen uit te spreken, is er in de politiek en bij de bestuurders kennelijk geen enkele schroom om het militaire domein en het militaire denken in toenemende mate in handen te geven van amateurs. In een dergelijke omgeving is de professional er enkel nog om mee af te rekenen als er in de uitvoering iets fout gaat; hij is daar immers voor verantwoordelijk. De uitvoerder als kop van Jut.

In het huidige tijdsgewricht, waarbij het accent ligt op hybride vormen van conflict, ligt het overigens voor de hand om het civiele en militaire domein meer te vervlechten. Succes in conflict is echter een team-effort. Waarbij de rol van de professional bepalend zal blijven als het er militair echt om gaat. Evenals in de Formule 1 zal een team, waarin men de coureur enkel nog als uitvoerder beschouwt, geen race meer winnen.

Redactie