OPINIE - BUITENLAND

Oorlog in de eenentwintigste eeuw

TIM SWEIJS, ROB JOHNSON EN MARTIJN KITZEN1

Onlangs verscheen bij de Engelse uitgeverij Routledge het boek The Conduct of War in the 21st Century. Een met 324 pagina’s tamelijk lijvig en prijzig boek (GBP 96 voor de hardcover versie). De elektronische versie is overigens beduidend goedkoper te verkrijgen (GBP 29.59, ca. € 44,50) en de hoofdstukken 1, 2, 5 en 19 zijn zelfs gratis te downloaden als open access. Het boek is van belang is voor eenieder die zich beroepsmatig of anderszins bezighoudt met het op wetenschappelijke wijze bestuderen van de oorlogvoering. Onder redactie van Tim Sweijs, Rob Johnson en onze eigen columnist Martijn Kitzen analyseerde een scala van vermaarde specialisten en wetenschappers in vier delen en achttien hoofdstukken de evolutie van de oorlogvoering tijdens de afgelopen twee decennia en blikt vooruit naar de komende jaren. Het boek bevat o.a. bijdragen over aspecten als hybride oorlogvoering, cyber warfare, nieuwe technologieën, air power in bemande en onbemande vorm, het landdomein, humanitair oorlogsrecht, command & control en nog veel meer onderwerpen. In het negentiende en laatste hoofdstuk worden door de drie redacteuren de conclusies uit de vorige hoofdstukken samengevat onder de titel ‘Assessing Change and Continuity in the Character of War’. Met toestemming van de auteurs heeft onze redactie deze samenvatting vertaald voor plaatsing in Carré.

Inleiding

Elk tijdperk heeft zijn eigen manier waarop oorlogen worden gevoerd. Onze huidige tijd staat bol van allerlei grote veranderingen op tal van gebieden: maatschappelijk, economisch, politiek en technologische vooruitgang. Deze veranderingen hebben grote invloed op onze manier van leven, maar ook op de manier waarop we elkaar bevechten. Niet alleen hoe we ons voorbereiden op de strijd, maar ook op de manier hoe we deze voeren. Met name de afgelopen twintig jaar hebben het aanzien van de oorlog totaal veranderd.

De democratisering van kinetische middelen

Aboe Bakr al-Baghdadi in 2004

Aan het kinetische front lag de voornaamste ontwikkeling op het vlak van de democratisering van de geweldstoepassing. Eenvoudig uitgelegd: de Davids van onze tijd zijn steeds beter opgewassen tegen de huidige Goliaths. De opstandelingen van onze tijd zijn steeds beter opgewassen tegen de reguliere troepen die hen met ogenschijnlijk superieure vuurkracht bestrijden. Ook in het verleden kenden de strijdkrachten van westerse mogendheden al tegenslagen bij het bestrijden van rebellerende strijdgroepen, maar vandaag de dag boeken niet-statelijke actoren steeds meer succes in de strijd tegen de op papier aanzienlijk sterkere regeringslegers.

Met name IS liet de wereld zien hoe zij met beperkte middelen de regeringslegers de ene na de andere slag kon toebrengen. Op nietsontziende wijze wist IS met gebruikmaking van onconventionele middelen indrukwekkende resultaten te bereiken, met effect op regionaal en zelfs globaal niveau. Ook de opmars van andere non-statelijke groepen als Boko Haram en Al Shabaab, toont dat deze steeds beter opgewassen lijken te worden tegen de reguliere legers die hen bestrijden. Bij de hernieuwd oplevende confrontatie tussen de supermachten worden deze strijdgroepen gevolmachtigde plaatsvervangers in de strijd in het grijze gebied, waar de grootmachten niet zelf hun belangen nastreven.

De IS-vlag

Voorbeelden hiervan zijn de namens Rusland optredende rebellen in de Donbass regio in het oosten van Oekraïne en de door Iran aangestuurde strijders van Hezbollah in Irak en Syrië. De steun van Egypte en de Golfstaten voor het Libische Nationale Leger van Khalifah Haftar is wat dat betreft een voorbode voor wat ons in de jaren twintig van deze eeuw nog te wachten kan staan.

Dit vindt allemaal plaats te midden van de verschuivende machtsbalans tussen de grootmachten en lager geclassificeerde krijgsmachten. Deze laatste groep beschikt nu over capaciteiten die tien jaar geleden nog ondenkbaar waren. Geavanceerde wapens en commandovoering zijn niet langer een exclusief voorrecht van het Westen. Onbemande wapensystemen van allerlei kaliber hebben hun weg gevonden naar tal van actoren in de conflictregio’s van de wereld. De westerse suprematie bestaat hooguit nog in de vorm van een voorsprong op tactisch gebied. Het strategisch denken als ‘vakmanschap’ staat er al tijden op een laag pitje en met name politieke leiders hebben nog maar weinig duidelijk stelling genomen waar het gaat om het formuleren van duidelijke en realistische politieke doelstellingen. Vele andere statelijke actoren zijn wel in staat om slagvaardig te handelen, samenhangende doelstellingen te bepalen en waar mogelijk te innoveren. In de westerse politiek is een zekere weerzin ontstaan om nog betrokken te raken in de bloedige realiteit van een oorlog; de afnemende bereidheid om te vechten heeft in de postmoderne maatschappij geleid tot bijna twee decennia van nauwelijks enig strategisch resultaat en andersoortige vooruitgang tijdens uitgevoerde missies. Deze afkeer, gecombineerd met de gestage vooruitgang bij de ontwikkeling van onbemande wapensystemen en sensoren, heeft geleid tot een nieuwe vorm van risicobeheersing: uit de lucht en op grote afstand, vaak met steun van locals en een klein contingent special forces. Deze vorm van conflictbeheersing, ook wel aangeduid met termen als remote of liquid, is een steeds grotere rol gaan spelen en heeft langzamerhand de voorkeur voor de counterinsurgency (COIN) en stabilisatiemissies van voor 2010 verdrongen. Het is ook lang niet zeker of de op pijnlijke wijze opgedane, waardevolle lessen van deze conflicten nog wel bewaard zullen blijven.

Kinesis

In de tussentijd zijn tal van nieuwe vormen om druk uit te oefenen - kinesis - ontstaan. De globalisering zoals die de laatste vijfentwintig jaar heeft plaatsgevonden heeft een nog niet eerder vertoonde mate van afhankelijkheid tussen landen met zich meegebracht, waardoor ongekende economische en sociale verworvenheden zijn ontstaan. Tegelijkertijd zijn echter ook tal van zwakheden aan het licht gekomen en uitgebuit voor kwaadwillige doeleinden. Door futurologen en militaire specialisten werd overigens in de jaren negentig al gewaarschuwd voor deze risico’s. Na wat voorzichtige experimenten in het eerste decennium van de eenentwintigste eeuw begon de grootschalige ontwikkeling van capaciteiten, tactieken en strategieën op dit gebied. De inzet van cyber-operaties op, maar ook buiten het slagveld, met soms aanzienlijke gevolgen, toonde alle betrokken partijen de tactische en strategische impact, maar ook de eraan verbonden risico’s en beperkingen. De inzet van cyber als wapen, op zichzelf of in combinatie met andere – kinetische - middelen wordt in toenemende mate de norm. Voor iedere expert die verkondigt dat dit de toekomst is, staat overigens een ander die exact het tegenovergestelde beweert. Hoe het ook zij, juridisch geschoolden en beoefenaars van de krijgswetenschappen moeten gaan nadenken over een aanpassing van het huidige oorlogsrecht met betrekking tot gedragingen in bello, ad bello, en extra bello2.

Politieke oorlog in een wereld waar alles met alles verbonden is

In onze digitaal verbonden wereld is er een overvloed aan nieuwe mogelijkheden om invloed uit te oefenen in het informatie domein. De traditionele manier om op politieke wijze oorlog te voeren wordt nog steeds gebruikt, zij het in een grondig gemoderniseerde vorm. De zich razendsnel verspreidende - viral - informatiestromen via sociale netwerken wordt slim uitgebuit door geslepen beoefenaren van dit conflictmodel. De propagandaslag in de conflicttheaters van weleer heeft plaatsgemaakt voor het, al in vredestijd, wijdverspreide mengen in maatschappelijke discussies. Het effect van de CNN tv-uitzendingen uit de jaren negentig verbleekt bij de invloed van de gemanipuleerde boodschappen die miljoenen mensen binnenkrijgen via Facebook en andere sociale media. De echo’s hieruit vormen een aanzienlijk explosiever mengsel in deze smeltkroes dan vrijwel alle politieke wetenschappers en sociologen hadden durven te voorspellen. Het manipuleren van de openbare mening is op zich niets nieuws en wordt door vriend en vijand al sinds tijden toegepast, lang voordat het tijdens de Koude Oorlog gedocumenteerd begon te worden. De huidige omvang en het effect ervan is echter een nijpend probleem geworden, waarmee alle betrokkenen, ongeacht het regime waarvoor zij werken, mee worstelen. Militaire commandanten en hun politieke leiders moeten nu meer dan ooit tevoren kunnen inschatten hoe de verslaggeving aan de eigen kant en aan die van de tegenstander zal gaan plaatsvinden en hoe de ‘andere kant’ de informatie zal gaan vervormen tot ‘nepnieuws’. In de beginstadia van een conflict of confrontatie wordt desinformatie vaak gebruikt om het initiatief te nemen in de strijd om het algemeen aanvaardde verhaal. Als het conflict zich gaat uitstrekken over een langere periode kan een zekere vermoeidheid ontstaan over de aanleiding tot het conflict. Alhoewel dit effect moeilijk meetbaar is kan deze vermoeidheid ertoe bijdragen dat de eerste partij die op grootschalige wijze de openingszet plaatst in het verkondigen van de waarheid de strijd om het narratief in zijn voordeel kan beslechten. Het effect van de nieuwe propagandamiddelen bevestigt nog eens dat de waarheid het eerste slachtoffer is in de oorlog. Militaire organisaties aan weerskanten hebben complete informatie-eenheden opgezet om de informatie die de tegenstander bereikt zodanig te brengen dat hij zich zou kunnen bedenken.

Luchtaanval op een IS-positie in Kobane

De Russische inspanningen op dit front hebben zeer zeker tal van andere partijen geïnspireerd om dit voorbeeld na te volgen. Maar de mogelijkheid om op deze wijze steun te genereren in de vorm van sympathisanten en financiële steun speelt hierbij zeker ook een rol. De inzet van informatie tijdens operaties speelt met zekerheid een rol bij het uitstralen van fysieke kracht. IS dankte zijn opkomst na 2010 aan zijn standvastige, dappere en krachtige uitstraling, totdat de beweging als conventionele macht werd verslagen. De aanvankelijke successen van IS waren een duidelijk bewijs van de risico’s van decentrale netwerken die haar boodschap verspreidden.

Het effect van gejuridiseerde oorlogvoering

Het misbruik van juridische middelen, hiervoor werd de term lawfare bedacht, is een veelgebruikt mechanisme geworden in hedendaagse conflicten. Voor sommigen betekent dit concept een vergaande uitbreiding van de stelling dat oorlog in essentie het georganiseerd gebruik van geweld is bij het nastreven van politieke doelen. En toch, het uitgebreide juridisch stelsel dat de oorlogvoering begeleidt en dat al dateert uit de dagen van Cicero en sindsdien doorlopend verder is verfijnd, wordt nu gebruikt en misbruikt door staten en non-statelijke actoren, zowel binnen als buiten de gebruikelijke kaders van een oorlog. Daarbuiten trachten staten de drempel tot een oorlog niet te overschrijden en vermijden zij een oorlogsverklaring. Dat leidt tot steeds verder doordringende begrippen als hybride oorlogvoering, confrontaties in de grijze zone, strategische dwang en, in een recente omschrijving, ongedefinieerde oorlogvoering. Binnen de traditionele kaders van een oorlog is er een toename te zien van partijen die tactisch en strategische voordelen trachten te behalen op tegenstanders die het oorlogsrecht respecteren door het plaatsen van potentiële militaire doelen in de onmiddellijke nabijheid van civiele infrastructuur. Op deze wijze wordt de tegenstander in een frame geperst als schender van het oorlogsrecht en wordt de berichtgeving hierover breed uitgemeten in tal van berichten in de media.

“Lawfare is een veelgebruikt mechanisme geworden bij conflicten”

Kwaadaardige dynamiek van hernieuwde confrontatie tussen grootmachten

Tussen alle onduidelijkheid over de effecten van de nieuwe vormen van oorlogvoering hebben de wedijver en de kans op conflicten tussen superpowers weer de kop opgestoken. Al kort na 2010 begonnen de Verenigde Staten (VS), Rusland en China elk met een grootscheeps moderniseringsprogramma van de krijgsmacht; andere landen volgden in hun voetspoor. Hierbij werden niet alleen de bestaande conventionele middelen opgefrist, maar werden er ook stappen gezet om substantieel voordeel te behalen door het ontwikkelen van nieuwe technologie, zoals kunstmatige intelligentie (AI).

De supermachten lijken zich voor te bereiden op hernieuwde conflicten door het moderniseren van hun kernwapenarsenaal, het opschalen naar een hogere staat van nucleaire paraatheid, het ontwikkelen van een nieuwe generatie van hypersonische wapensystemen en de hernieuwde belangstelling voor het militariseren van de ruimte. Ondertussen hebben de steeds vaker voorkomende schendingen van het luchtruim van andere naties, maar ook de aloude gunboat diplomacy aangetoond dat de superpowers hun invloedssferen opnieuw definiëren. Op deze wijze startte een genadeloze militaire wedloop waarbij tot dusver nog geen escalatie was tot een direct treffen tussen deze landen.

USS Nimitz, gunboat diplomacy?

Zelflerende machines: gebruik tijdens militaire operaties

De explosieve toename van de rekenkracht in computers heeft de weg geplaveid voor de snelle vooruitgang in machine learning3 (ML) na 2011. Krijgsmachten waren niet de eersten die deze techniek omarmden, maar vanaf de tweede helft van het tweede decennium hebben de defensieorganisaties in de wereld, daartoe aangespoord door de ontwikkelingen in de civiele maatschappij, hun inspanningen op dit gebied opgeschroefd. Met het formuleren van plannen en het toekennen van het benodigde budget werd een begin gemaakt met het integreren van toepassingen van deze techniek in tal van aspecten van lopende operaties: doelopsporing, navigatie en logistiek. De techniek gaat sprongsgewijs vooruit door de steeds hogere snelheid waarmee steeds grotere hoeveelheden informatie verwerkt kunnen worden. De constante toevoer van informatie door de alomtegenwoordige waarnemingscapaciteit, maakt de inrichting van een C2-structuur noodzakelijk. ML heeft de navigatiekwaliteit van semiautonome systemen verbeterd en heeft de ontplooiing van de gecompliceerde en kostbare logistiek die tegenwoordig noodzakelijk is om een uitgezonden eenheid in te zetten een stuk efficiënter gemaakt. ML begint geleidelijk aan bij te dragen aan het inkorten van de zogenaamde OODA-loop4 en is een veelbelovende ontwikkeling om de economische aspecten van troepenopbouw op een hoger plan te brengen.

De rol van het kunstmatige in de realiteit, geen science fiction

Alhoewel de hyper-oorlog nog alleen een verre stip aan de horizon is, de versnelling van de oorlog is al deels werkelijkheid. We hebben de laatste paar jaar al een glimp kunnen opvangen waartoe een conflict, waarbij met kunstmatige intelligentie (AI) uitgeruste middelen worden ingezet, kan leiden. Beelden van een akelige toekomst waarin robots de macht hebben overgenomen blijven nog even science fiction, maar de eerste contouren van oorlog met door AI ondersteunde middelen zijn al duidelijk zichtbaar. Op deze wijze uitgevoerde operaties zijn vooralsnog een concept voor de toekomst, maar joint optreden, ondersteund door de nieuwste technologieën maakt al deel uit van de hedendaagse oorlogvoering.

Machine learning draagt bij aan het inkorten va nde OODA loop

Mosaic warfare5, een concept dat werd ontwikkeld door het Amerikaanse Defense Advanced Research Projects Agency (DARPA), staat daar nog steeds op de begroting als iets dat nog verder moet uitkristalliseren, maar de genetwerkte oorlog behoort inmiddels tot de realiteit. Het streven van de jaren negentig naar een volledige informatieoorlog kwam vanaf 2010 tot volle wasdom, maar een slagveld dat wordt beheerst door kunstmatige intelligentie blijft nog een toekomstbeeld voor de decade die voor ons ligt. Kunstmatige intelligentie is uitvoerbaar geworden bij de geweldsuitoefening voor het bereiken van politieke doelen. De kunstmatigheid heeft echter alleen nog toepassing gevonden als verlengstuk van de mens; deze blijft nodig voor de vorm en de richting. De combinatie van mens en AI heeft nieuwe vormen van oorlog het licht laten zien. Maar het blijft de mens die in controle is.

Mosaic Warfare schematisch voorgesteld

De ontwikkeling van nieuwe spelregels voor de oorlog

Tijdens deze periode van grote veranderingen worstelden de strategen met de aanpassing van de beproefde strategische concepten aan de uitdagingen die door de hedendaagse methoden om conflicten worden uit te vechten worden gesteld. Daarbij in beschouwing nemend hoe de strategische concepten uit de negentiende en twintigste eeuw, zoals afschrikking en het bepalen van een zwaartepunt, kunnen worden bijgesteld en verfijnd om werkzaam te blijven het huidige domein. Hun verhitte debatten getuigen van meer dan alleen de explosieve toename van de uitwisseling van informatie in een verbonden wereld; zij duiden ook op het feit dat de regelgeving van de oorlog, de principes en de procedures die het gebruik van geweld reguleren in nieuwe domeinen opnieuw uitgevonden worden en bekeken op hun mogelijke bijdrage aan de overkoepelende logica ervan. Het idee van een logica in de oorlogvoering was lange tijd omstreden maar in de huidige context is een vernieuwd gevoel van het nut van de krijgsmacht als instrument van de politiek zichtbaar. De historicus Edward H. Carr6 beschreef dat het altijd moeilijk is om belangrijke ontwikkelingen te onderscheiden in het tijdsgewricht waarin men leeft. Alleen al de toevloed aan gebeurtenissen bemoeilijkt het zicht op de heersende trends en wij zijn om de filosoof Hegel te citeren altijd wijzer in retrospectief. Vele politieke wetenschappers onderscheiden een teruggang in oorlogvoering na 1945, op hetzelfde moment dat vele sociologen verkondigden dat het gewelddadige conflict is afgedaald van iets tussen staten naar de samenleving. Strategen daarentegen zijn bezorgd dat grootschalige conventionele oorlogen helemaal niet achterhaald zijn en zij zien tal van indicaties dat serieuze gewelddadige en dodelijke conflicten in het verschiet.

De oorlogsregels zijn moeilijk vast te pinnen op een enkele essentie of karaktertrek. In het geval van extremistische groepen als IS veronderstellen de door hen gepleegde wreedheden een neiging tot de toepassing van overweldigend en onbegrensd geweld. Westerse krijgsmachten vertrouwen daartegen op luchtoverwicht, luchtverkenning en precisiewapens om hun interventie met zo min mogelijk nevenschade gepaard te laten gaan, zonder hun doelstelling in gevaar te brengen. Rusland en China ontwikkelden een eigen set spelregels, met het gebruik van geweld als hefboom, intimidatie en het schenden van internationale normen, waaronder ook begrepen het inzetten van plaatsvervangende strijdgroepen. Het is de vraag welke van deze regels en eigenschappen de norm gaat worden voor de vroege 21e eeuw. Het antwoord is dat er maar één gezamenlijke noemer is: oorlog is veranderlijk. De vorm is zonder twijfel van belang, maar het zijn uiteindelijk de onderliggende doelstelling en wezen die de logica bepalen.

Verandering en continuiteit in de aard van de oorlog

Bij het bestuderen van de krijgswetenschappen hebben de geleerden op dit gebied nogal eens de neiging om zich te concentreren op het blijvende, op de constanten, en dat hoe meer er verandert, hoe meer er hetzelfde blijft. Futurologen en technologen focussen zich meer op vernieuwing en neigen te denken dat er altijd een radicale verandering op het punt staat door te breken. De waarheid zal waarschijnlijk ergens in het midden liggen. Menigeen overschat het effect van de mate waarin veranderingen op de korte termijn plaatsvinden, maar onderschat het langetermijneffect. Maar als de toekomst dan eindelijk daar is, zal de aanpassing snel zijn en zal de stand van zaken als het nieuwe normaal worden geaccepteerd. Dat komt omdat de vele ontwikkelingen en herhalingen in het verloop van oorlogen zich zullen ophopen. De toekomst die al in de dagen van major general J.F.C. Fuller7 was voorzien heeft plaatsgevonden. Hij stelde dat oorlogvoering moest worden verstaan als control, pressure en resistance. Zo’n brede categorisering stelde hem in staat om een veelheid aan ontwikkelingen te verenigen, en te begrijpen hoe een oorlog gevoerd zou kunnen worden. We kunnen er zeker van zijn, net als Fuller, dat ook in de voor ons liggende decennia nog oorlogen zullen worden gevoerd. Gekenmerkt door tegenslagen en successen, frustrerende wrijving en menselijk falen, het falen van techniek maar ook technologische doorbraak; alles dat ons tijdens duizenden jaren is geleerd, is dat de aard van oorlog in wezen onveranderd is.

Onze conclusie is dat we de transformatie van de aard van de oorlogvoering niet moeten overdrijven, maar dat we ook niet de mate waarin de elementen van de oorlogvoering zijn veranderd moeten bagatelliseren. Wel zijn de ontwikkelingen eerder evolutionair dan revolutionair te noemen. Het is zeker dat een aantal aspecten hetzelfde is gebleven en zullen blijven: oorlog blijft het gebruik van georganiseerd geweld om politieke doelen na te streven, zij blijft de gemoederen en emoties van mensen van vlees en bloed opzwepen en zal gekenmerkt blijven door onzekerheid en wrijving. Laten we niet vergeten dat oorlog expansief en divers is. De staatsinrichting in de verschillende regio’s kent afwijkende ontwikkelingsstadia die bepalen hoe en waarom er oorlog wordt gevoerd. Lokale gewapende conflicten over de toegang tot waterbronnen en grond in het Afrika ten zuiden van de Sahara staat in sterk contrast tot de grote geopolitieke belangen in het Midden-Oosten, die op hun beurt weer heel anders zijn dan de oorlog van Rusland met Oekraïne.

“Nieuwe manieren om druk uit te oefenen zijn mogelijk geworden en oude manieren zijn daarop aangepast”

Wij hopen duidelijk te hebben gemaakt dat tijdens de laatste twee decennia een aantal elementen, de toegenomen connectiviteit en de opkomst van nieuwe synthese-elementen, nieuwe manieren om druk uit te oefenen mogelijk hebben gemaakt en oude manieren daaraan zijn aangepast. Dit proces heeft een fundamentele invloed gehad op de manier waarop tal van oorlogen overal in de wereld worden gevoerd. Aangetoond is dat in de eerste decennia van de 21e eeuw de oorlog in de grondslag onveranderd een politieke onderneming is. De ontwikkelingen in bovenstaande elementen vormen een goede grondslag om de toekomstige lijnen waarlangs de mensheid in de toekomst nog oorlog zal voeren te begrijpen.

Major general J.F.C. Fuller

Eindnoten

  1. Rob Johnson is onderzoeker en directielid van de Universiteit van Oxford; Tim Sweijs is werkzaam bij The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS) als director of research; Martijn Kitzen is hoogleraar bij de NLDA.
  2. Tijdens oorlog, tot oorlog en buiten oorlog.
  3. Machine learning omvat systemen of machines die de menselijke intelligentie nabootsen.
  4. OODA-loop: de vier stadia van besluitvorming, observe, orient, decide, act.
  5. Mosaic warfare is een door DARPA ontwikkeld concept om een tegenstander te overweldigen met een veelheid aan kosteneffectieve middelen.
  6. E.H. Carr (1892 – 1982) was een Brits historicus en diplomaat, gespecialiseerd in de geschiedenis van Rusland en de Sovjet-Unie.
  7. John Frederick Charles (‘Boney’) Fuller (1878 – 1966) was een generaal in het Britse leger, schrijver en historicus. Hij wordt beschouwd als een van de grondleggers van de tankoorlog en benadrukte het potentieel van nieuwe wapensystemen als tanks en vliegtuigen.