HISTORIE

De lelijkste vliegtuigen aller tijden

LKOL B.D. P. DEKKERS

Een bekend Engels gezegde luidt: If it looks good, it is good. Een wijsheid die voor de meeste vliegtuigen redelijk opgaat, en in luchtvaartkringen wordt wel gezegd: If it don’t look right, it won’t fly right. Vrij vertaald zou men kunnen zeggen: als het er niet uitziet, kan het ook niks zijn. Voor de lelijkste vliegtuigen aller tijden gaat dit gezegde zeker op. Oordeelt u zelf aan de hand van de hieronder opgestelde top vijf.

Als hekkesluiter op de vijfde plaats kwam de Engelse BAE Nimrod AEW-3. De Engelsen, nooit te beroerd om met iets lelijks uit de bus te komen, hadden zich op het elegante Comet verkeersvliegtuig uit de jaren vijftig uitgeleefd om er iets lelijks van te maken. De Royal Air Force (RAF) had behoefte aan een vliegende radarpost als opvolger van de antieke Shackleton uit de oorlog. De Nimrod MR-1, een onderzeebootbestrijdingsvliegtuig ontwikkeld uit de Comet, werd gekozen om daartoe doorontwikkeld te worden. Het resultaat was een Nimrod met een afzichtelijke puist op de neus waarin de radar opgeborgen zat. Het project werd geplaagd door onoplosbare technische problemen, gigantische budgetoverschrijdingen en in 1986 in arren moede stopgezet. De elf gebouwde vliegtuigen vonden een roemloos einde als onderdelenbron voor de Nimrod onderzeebootbestrijders.

De Engelse BAE Nimrod AEW-3

Op de vierde plaats eindigde de McDonnell XF-85 Goblin; onthoud deze naam, hij komt verderop nog terug. Het was waarschijnlijk met een lengte van ca. vier meter, gebouwd in een soort eivorm, het kleinste jachtvliegtuig dat ooit het levenslicht zag. De ontwerpers waren mogelijk geïnspireerd door de uit de Tweede Wereldoorlog (WO II) daterende Messerschmitt Komet, de Me-163. De Goblin was ontstaan als een project om de gigantische tienmotorige Convair B-36 bommenwerper enige vorm van bescherming te bieden tegen vijandelijke jagers. Het toestel werd daartoe opgeborgen in het bommenruim van de B-36 om in geval van een interceptie door de vijand te worden gelanceerd. De noodzaak hiertoe ontstond omdat tijdens WO II was gebleken dat het vliegbereik van escorterende jachtvliegtuigen te beperkt was om de bommenwerpers all the way bescherming te kunnen bieden. De P-51 Mustang had tijdens WO II in het Europese theater voldoende bereik om de B-17 Flying Fortress te kunnen escorteren tijdens het offensief tegen nazi-Duitsland, maar de in ontwikkeling zijnde latere bommenwerpers zouden de P-51’s zowel in snelheid als vliegbereik weldra op achterstand zetten. De McDonnell XF-85 was het antwoord op de noodzaak deze nieuwe bommenwerpers bescherming te kunnen bieden. Helaas waren de prestaties die de twee prototypes lieten zien danig onder de maat en zij zouden in een luchtgevecht tegen Russische MiG’s het onderspit moeten delven. Bewapend met nietige .50 machinegeweren zou de Goblin ongeveer de uitlaat van de MiG’s moeten binnenvliegen om enige schade te kunnen aanrichten.

Ook ontstonden grote problemen bij het weer aan boord nemen van de Goblins als hun taak er op zat. Hiertoe was het ‘moederschip’ voorzien van een soort trapeze waaraan de vlieger van de Goblin zijn vliegtuig zou moeten aanhaken na het voltooien van zijn missie. Geen eenvoudig karwei om zo nauwkeurig te vliegen in de turbulentie onder en achter de bommenwerper. Tijdens de testfase lukte het aanhaken dan ook maar tijdens drie van de uitgevoerde testvluchten met de B-29, die door de testvliegers liefkozend Monstro was gedoopt. Tijdens de eerste testvlucht ramde testvlieger Ed Schoch de trapeze met zo’n geweld dat hij het dak van zijn cockpit verloor.

De XF-85 Goblin

Als de XF-85 ooit operationeel zou zijn ingezet was de enige overlevingskans van de vlieger waarschijnlijk gelegen in een onbedaarlijke lachbui van de Sovjet-vliegers bij het zien van de Goblin die het tegen hen durfde op te nemen. Toch was met de stille dood van de Goblin het idee van een parasietjager nog niet ten grave gedragen. Later werd namelijk met de F-84F nog een poging gewaagd om een jachtvliegtuig in een bommenwerper mee te voeren, maar ook dit project, FICON geheten, was geen lang leven beschoren. De ontwikkeling van het bijtanken in de lucht maakte de noodzaak voor aan boord meevoeren van een escorte-jager overbodig.

De XF-85 Goblin, hier opgehangen aan de trapeze onder het ‘moederschip’.

De F-117 Nighthawk

Een eervolle derde plaats is weggelegd voor de Lockheed F-117 Night Hawk. Wie enigszins bekend is met de Amerikaanse typeaanduidingen weet dat ‘F’ staat voor fighter. Nu was de F-117 van alles, maar een fighter was het zeker niet. De F-117 was de eerste operationele toepassing van stealth, de relatieve onzichtbaarheid voor vijandelijke radar. Het toestel bezat daardoor een merkwaardige vorm en de aerodynamische kenmerken waren nauwelijks die van een echte fighter. Waarom dan die F-aanduiding? Simpel, de USAF wilde top notch vliegers voor dit top secret project werven: fighter pilots. En die krijg je niet voor een onzichtbare bommenwerper die de vormgeving heeft van een vliegende tent. Fighter pilots krijg je niet in bommenwerpers, dus vandaar de aanduiding ‘F’.

Zoals gezegd, de F-117 was in geen enkel opzicht een fighter en de naam Night Hawk beklijfde niet. De mannen die haar vlogen hadden een passender benaming bedacht: Wobbly Goblin. Helemaal onzichtbaar was de F-117 natuurlijk ook weer niet, getuige het neerhalen van een Night Hawk door de Servische strijdkrachten tijdens de Kosovo oorlog. Zoltán Dani was in die tijd commandant van de 3e Batterij van het 250e Joegoslavische Luchtverdediging Bataljon, een eenheid die was uitgerust met het SA-3 Goa SAM-systeem. Dani was een begenadigd SAM-operator die een uitgebreide studie had gemaakt van de NAVO-aanvalsoperaties en de tactiek van zijn SA-3 eenheid daar optimaal op had afgesteld. Op 27 maart 1999 had hij informatie van zijn spionnen dat vanwege slecht weer de Prowlers en de Weasels aan de grond waren gebleven en dat de F-117 vliegers het die nacht zonder escorte zouden moeten doen. Op grond daarvan waagde hij het om zijn antieke Russische P-18 radar langer aan te zetten en hij wist bij benadering de route die de F-117’s zouden vliegen, namelijk dezelfde als op eerdere dagen. Om 19:50 spotte hij een viertal F-117’s. De SA-3 fire control radar ging aan en kreeg een lock on op 13 km. Twee missiles werden afgevuurd en F-117 82-0806 werd geraakt en het vliegtuig stortte neer bij het plaatsje Budanovci. De vlieger, lcol Dale Zelko, wist zich met zijn schietstoel te redden en werd een paar uur later opgepikt door een rescue-team.

Tot zover de onkwetsbaarheid dankzij stealth. Als teken dat Servische militairen niet gespeend zijn van gevoel voor humor stuurden ze daags na het neerschieten een foto de wereld in met het wrak van de F-117 en daarbij het onderschrift: ‘Sorry, we did not know it was invisible’.

Een welverdiende tweede plaats is weggelegd voor de Boeing X-32. Tijdens de competitie voor het Amerikaanse Joint Strike Fighter programma waren na enige tijd nog twee deelnemers overgebleven, de Lockheed X-35 en de Boeing X-32. Deze competitie was al begonnen in 1993 toen het Common Affordable Lightweight Fighter project werd gelanceerd. De bedoeling was om een vliegtuig te ontwikkelen dat in meerdere versies kon worden geproduceerd voor de luchtmacht, marine en de mariniers. Om aan alle eisen te voldoen moest het toestel onder meer geschikt zijn voor operaties vanaf vliegdekschepen en verticaal kunnen opstijgen en landen. Na een hoop verwikkelingen werd de competitie omgedoopt tot een zoektocht naar de Joint Strike Fighter (JSF). De directe concurrent in deze competitie was de Lockheed X-35 en zoals bekend mag worden verondersteld werd dat de winnaar. Het vliegtuig werd verder ontwikkeld tot de nu in operationele dienst zijnde F-35 in de versies A, B of C. In alle versies werd het vliegtuig gedoopt als Lightning II.

Maar, terug naar de Boeing X-32. Wie de beide prototypes X-35 en X-32 naast elkaar ziet zal geen moment twijfelen: alleen al op grond van uiterlijke schijn was de X-32 volkomen kansloos. Het vliegtuig was zo ontstellend lelijk dat het zelfs geen naam heeft gekregen. Nu zitten vliegers zelden om creativiteit verlegen als er namen verzonnen moeten worden voor vliegtuigen, ook als die van die fabrikant al een naam hebben gekregen. Zo werd de F-16 Fighting Falcon in de vliegergemeenschap al snel de Viper; de door het Pentagon zo verguisde A-10 Thunderbolt II kreeg Warthog als geuzennaam van zijn gebruikers die met hem weglopen. Zo niet de X-32, die ziet eruit als een kikvors met vleugels en in no time had de X-32 een onofficiële naam: Monica. Wie zich afvraagt waar de naam Monica vandaan komt moet even terugdenken aan de tijd waarin deze vliegtuigen het licht zagen, de tijd van Bill Clinton en zijn affaire, met, nou ja…Lewinsky. De naam Monica betekende het doodvonnis voor deze Boeing.

De Boeing X-32, bijgenaamd Monica

De Bartini-Beriev VVA-14

Uiteraard zijn er nog veel meer lelijke vliegtuigen ontworpen en gebouwd, zeker ook in de Sovjet Unie. Een daarvan, is de absolute winnaar van deze competitie, de Bartini-Beriev VVA-14. Roberto Bartini was een Italiaanse vliegtuigontwerper die op 25-jarige leeftijd naar de Sovjet-Unie trok om daar zijn geluk te beproeven. Na een ongelukkige jeugd, zijn biologische vader weigerde om hem als zijn zoon te erkennen, werd hij in de Eerste Wereldoorlog als dienstplichtige opgeroepen om te dienen in het leger van Oostenrijk-Hongarije. In 1916 werd hij door Russische troepen gevangen genomen en opgesloten in een krijgsgevangenenkamp. Pas vier jaar later, in 1920 werd hij vrijgelaten en teruggekeerd in Italië sloot hij zich aan bij de communistische partij. In 1922 vertrok hij met medeneming van alle Italiaanse know how op vliegtuiggebied naar de Sovjet-Unie, veranderde zijn naam in Robert Ludvigovich Bartini, en ging hij vliegtuigen ontwerpen voor het Rode Leger. In 1938 viel hij bij het Sovjet-regime in ongenade op beschuldiging van spionage voor het fascistische Italië van Benito Mussolini. Tijdens zijn gevangenschap zette hij zijn werkzaamheden voor de vliegtuigindustrie voort en tijdens de oorlog mocht hij in Omsk zijn eigen ontwerpbureau oprichten, OKB-86. Hij had een groot aandeel in het ontwerp van de Toepolev Tu-2 en de Yer-2 bommenwerper. Desondanks werd hij pas na de dood van Stalin op aandringen van Maarschalk Zjoekov volledig gerehabiliteerd. Inmiddels had hij grote belangstelling ontwikkeld voor vliegtuigen die waren geoptimaliseerd om op zeer lage hoogte in het ‘grondeffect’ te kunnen opereren, in Rusland ekranoplans geheten. Zijn laatste project was de Bartini-Beriev VVA-14, een vliegtuig dat speciaal werd ontwikkeld om ingezet te worden tegen Amerikaanse kernonderzeeërs, bewapend met Polaris raketten. De VVA-14 zou verticaal moeten kunnen opstijgen, op grote hoogte met hoge snelheid lange afstanden kunnen afleggen, maar het zou ook in staat moeten zijn om golftophoogte, in ‘grondeffect’, te kunnen vliegen.

Het eerste prototype werd gebouwd in 1972 en was uitgerust met pontons om op het water te blijven drijven. Voor de horizontale vlucht was het toestel uitgerust met twee turbofan motoren met circa 15.000 pond stuwdruk. Om verticaal te kunnen opstijgen zou het toestel worden uitgerust met maar liefst twaalf liftmotoren die nodig waren om het toestel met zijn meer dan 100.000 pond gross weight de lucht in te krijgen. De bemanning van de VVA-14 bestond uit drie personen, twee vliegers en een navigator-bommenrichter. De bewapening zou kunnen bestaan uit twee torpedo’s, mijnen of acht conventionele vliegtuigbommen. Het vliegbereik was becijferd op 1500 mijl met een maximum snelheid van 470 mph. Het plafond lag op ca. tien kilometer hoogte. De eerste vlucht van het prototype vond plaats in 1972, en de eerste start vanaf het water in 1975. Na de dood van Bartini 1n 1974 ebde de belangstelling voor dit project langzaam weg en de 12 liftmotoren werden nooit afgeleverd zodat verticaal opstijgen nooit meer heeft plaatsgevonden. Na iets meer dan honderd vlieguren met de twee prototypes werd in 1976 de ontwikkeling van de VVA-14 stopgezet en in 1987 werd het ene bewaard gebleven prototype overgebracht naar het museum van de Sovjet luchtmacht in Moskou. Het bevindt zich hier nog steeds, zij het in een staat van langzame aftakeling. Een poging om het vliegtuig te restaureren is om onbekende redenen nooit van de grond gekomen. Gezien en waarschijnlijk te lelijk bevonden.