VIERKANT BESCHOUWD

De gevolgen van Corona voor Defensie

Dit Vierkant Beschouwd wordt geschreven op het moment dat het coronavirus Nederland volledig in z’n greep heeft. Er is inmiddels sprake van meerdere duizenden doden. Het aantal IC-bedden in de Nederlandse ziekenhuizen is uitgebreid en blijkt vooralsnog voldoende. Het ziet er ook naar uit dat de medische verzorging voor al die patiënten toereikend blijft. Daarvoor is een ‘intelligente lock-down’ ingesteld, die het maatschappelijk verkeer aan banden legt. Zo zijn we in enkele weken tijd in een grote crisis beland en is al duidelijk dat er grote consequenties zullen zijn voor onze economie. Geen oorlog dus, maar mogelijk wel een ontwrichting van onze samenleving op de korte termijn. In dit VB gaan we in op de gevolgen van de huidige pandemie voor de Nederlandse krijgsmacht. We bezien de rol van Defensie tijdens deze crisis en vragen ons af of COVID-19 veranderingen teweeg gaat brengen in het veiligheidsbeeld van ons land. Vervolgens doen we een voorspelling van de effecten die de crisis zal hebben op de zogenaamde ‘lange lijnen’, die met de Defensienota 2018 in potlood door onze regering waren neergezet. We sluiten af met enkele conclusies, waarbij we vooral de vraag willen beantwoorden of onze krijgsmacht de komende jaren het ingezette proces van reparatie, aanvulling en versterking kan voortzetten.

Rol van Defensie tijdens de coronacrisis

Hoewel het coronavirus in zijn uitwerking vooral op leeftijd discrimineert en met name ouderen het hardst raakt, zijn ook kinderen en jongvolwassenen niet veilig. Er zijn ook al Nederlandse militairen geïnfecteerd, onder andere in Litouwen bij de enhanced Forward Presence (eFP)-missie en op ZMS Dolfijn, een onderzeeboot die aan het oefenen was op de Atlantische Oceaan. Het personeel is daardoor tijdelijk niet inzetbaar. Zoals het er nu uitziet komt de voorbereiding en uitvoering van militaire operaties niet in gevaar. Zij het dat onze soldaten juist voor een belangrijk deel uit missiegebieden zijn teruggetrokken, o.a. uit Irak. En ook nationale en internationale oefeningen worden afgeblazen, zodat de gereedheid gestaag afneemt.

In het kader van de derde hoofdtaak - ondersteuning van civiele autoriteiten in eigen land - levert Defensie hand- en spandiensten aan medische instellingen die kampen met een gebrek aan behandel- en transportcapaciteit en aan medische apparatuur en andere schaarse middelen. Ziekenhuizen worden ondersteund met plancapaciteit. Bij de overplaatsing van patiënten vanuit Brabant naar ziekenhuizen boven de grote rivieren, werden militaire ziekenauto’s ingezet. En militaire artsen en verpleegkundigen vullen op een aantal plaatsen de personele tekorten aan. Het opzetten van extra militaire hospitalen is in Nederland niet aan de orde. Die capaciteit is met de bezuinigingen van de afgelopen decennia vrijwel geheel verdwenen.

Publieke handhavingsdiensten kunnen een beroep doen op Defensie

De minister van Defensie heeft verklaard dat de publieke handhavingsdiensten, met name politie en BOA’s, eventueel een beroep kunnen doen op Defensie. Daarbij kan worden gedacht aan het afdwingen van de afgekondigde maatregelen, zoals het verbod om met drie personen of meer de straat op te gaan. Maar dat alleen als de civiele handhavers echt in de problemen komen. In de eerste weken na afkondiging van de maatregelen valt nu juist op - uitzonderingen daargelaten - dat de Nederlandse bevolking zich keurig gedraagt.

In andere landen (China, Zuid-Korea, Singapore, maar ook in België) worden drones ingezet om in de gaten te houden hoe de mensen op straat zich gedragen. En om ze te instrueren, of zo nodig tot de orde te roepen. Onze politie gaat schoorvoetend ook met drones aan de slag, maar moet de kennis en expertise hiervoor nog opbouwen. Defensie kan hierin wel iets betekenen. De defensieorganisatie beschikt over een viertal pelotons binnen de landmacht, die zijn uitgerust met UAV’s (onbemande vliegtuigen). Met name de Puma is geschikt om te worden ingezet als sensor, of om mee te communiceren. Bij diverse andere onderdelen wordt ook al jarenlang met drones geëxperimenteerd, maar de Defensie Materieel Organisatie (DMO) heeft nog geen raamcontract voor snelle levering.

Anders dan in de Verenigde Staten (VS), waar de belangrijkste adviseur van de president op medisch-biologisch gebied een militair is, heeft de Nederlandse krijgsmacht weinig expertise op het gebied van virusbestrijding. Onze soldaten leren hoe je moet omgaan met de straling die vrijkomt bij een aanval met kernwapens en met de gevolgen van de inzet van chemische strijdmiddelen. Virussen zouden als biologische wapens kunnen worden ingezet, maar vanwege de onbeheersbare gevolgen acht men de kans erg klein dat een vijand hier gebruik van maakt. Het is evident om de kennis en kunde in zo’n geval bij civiele instanties te ‘beleggen’. In ons land kijkt niemand ervan op dat het RIVM een civiele instantie is, waar onder vredesomstandigheden ook Defensie zich naar richt [1].

ZMS Dolfijn moest eind maart haar reis afbreken omdat acht bemanningsleden waren besmet met corona.

Het veiligheidsbeeld

Veel landen om ons heen hebben de grenzen gesloten, als primaire reactie om de verspreiding van het virus tegen te gaan. Het laat zien dat de Europese Unie (EU) met uitzondering van de economie nog weinig bindend vermogen heeft. Welzijn en medisch beleid zijn tot op heden puur nationale verantwoordelijkheden gebleven. Het valt daarbij op dat elk land zijn eigen maatregelen neemt en via grenscontroles en dus ook blokkades moet voorkomen dat de eigen burgers letterlijk en figuurlijk gaan shoppen bij de buren.

In Frankrijk spreekt president Macron van ‘oorlog’, om aan te geven dat er een groot gevaar is voor de Franse bevolking, waarvoor de noodtoestand is uitgeroepen. Het is evident dat hiermee geen oorlogsverklaring tegenover ander staten is afgegeven. Een jus ad bellum - een situatie waarin het oorlogsrecht geldt - is dan ook niet aan de orde. In Nederland praten we wel over ‘de strijd tegen het virus’ en onze minister-president heeft het over ‘de ergste crisis sinds de Tweede Wereldoorlog’, maar onze nuchterheid prevaleert.

De coronacrisis maakt geen einde aan de lopende oorlogen in de wereld en de vluchtelingenstromen drogen niet op. Er wordt gevreesd voor een enorme humanitaire ramp als het virus zich gaat verspreiden in vluchtelingenkampen en in gebieden waar niet of nauwelijks medische voorzieningen aanwezig zijn; denk aan Jemen en Noord-Syrië, waar de ziekenhuizen zijn weggebombardeerd. Hier krijgt Europa en dus ook Nederland op enig moment weer een stevige kluif aan.

Vanuit China en Rusland - en overigens ook uit andere landen - wordt praktische hulp geboden aan de Europese landen die het zwaarst worden getroffen, zoals Italië en Spanje. Rusland levert zelfs medisch materiaal aan de VS, waar in sommige gebieden binnen enkele weken een noodtoestand is ontstaan. Met deze steun van de niet-westerse grootmachten wordt een belangrijk signaal afgegeven: de hegemonie van de VS brokkelt nu snel af. Dit betekent zeker ook iets voor de machtspolitieke balans in de wereld; COVID-19 maakt dit goed zichtbaar.

Ook Iran heeft een groot probleem, doordat ‘heilige plaatsen’ ware broedplaatsen van het coronavirus zijn geweest en het zich daar enorm heeft kunnen verspreiden. De VS wrijven het probleem nog eens verder in door extra sancties. Grootmacht Amerika toont op deze wijze weinig empathie en neigt vooralsnog niet naar aanpassing van de buitenlands-politieke koers.

Door die eigengereide en egocentrische koers van president Trump is ook de verhouding tussen de VS en Europa er de laatste jaren bepaald slechter op geworden. Deze ‘factor Trump’ zorgt er namelijk voor dat de ‘westerse orde’ versneld wordt afgebroken. En dat is problematisch voor ons, want - in de woorden van Arend Jan Boekestijn en Rob de Wijk - ‘Europa is een economische reus, maar een politieke dwerg’, waardoor we voor onze veiligheid sterk afhankelijk blijven van het militaire potentieel van Amerika.

De eFP-missie in Litouwen

Het rapport Verkenningen van 2010 gaf een heldere analyse van de veiligheidstoestand in de wereld, waarbij (vrij vertaald) multipolaire machtscentra en onzekerheid ‘het nieuwe normaal’ zouden worden. Anno 2020 blijkt dit overeen te komen met de realiteit. De conclusie was toen dat de Nederlandse krijgsmacht veelzijdig inzetbaar moet zijn - het zogenoemde ‘Zwitserse zakmes’. Sinds 2010 zijn er echter nog stevige bezuinigingen geweest en de krijgsmacht heeft pas de laatste jaren weer een financieel duwtje gekregen.

In het laatste decennium is wel sprake van een oorlog waar Nederland in zijn geheel bij betrokken is, maar waarvoor geen formele oorlogsverklaring is afgelegd. Dit speelt zich af in het cyberdomein. En het is duidelijk dat Defensie hierin tot op heden geen hoofdrol speelt. Er wordt weliswaar een militaire cybercapaciteit opgebouwd, maar die is bedoeld voor de verdediging van de eigen IT-netwerken en voor eventuele offensieve activiteiten. Dit laatste vergt echter parlementaire goedkeuring óf een situatie waarbij Nederland formeel in oorlog verkeert.

Ook vóór de coronacrisis had het opbouwen van voldoende militaire capaciteit geen prioriteit bij onze regering en volksvertegenwoordigers. Met name klimaat, gezondheid, onderwijs en binnenlandse veiligheid stonden hoger op de agenda. Hierdoor kan zelfs de toezegging om te voldoen aan de vraag van de NAVO op het gebied van military capabilities al niet meer worden nagekomen.

Wijzigen de ‘lange lijnen’?

Bij aantreden van het kabinet-Rutte III is erkend dat het veiligheidsbeeld snel somberder wordt en dat onze krijgsmacht moet worden ‘gerepareerd’ en daarna versterkt. Dit is vastgelegd in de Defensienota 2018, waarmee de reparatiemaatregelen werden geconcretiseerd. Vrij snel na het uitkomen van de Defensienota kondigde de minister van Defensie aan dat de zogenaamde ‘lange lijnen’ verder worden uitgewerkt en dat dit zou resulteren in een herijking van de Defensienota in 2020. Daarmee de verwachting wekkend dat nog in deze regeringsperiode duidelijk wordt hoe Defensie zich de komende jaren versterkt.

Inmiddels weten we dat er binnen Defensie nu een visiedocument wordt ontwikkeld. Het is helder dat dit geen (ge-herijkte) Defensienota zal zijn en we mogen dit document pas in het najaar verwachten. Dan rijst de vraag wat deze politieke leiding, tot aan de verkiezingen over een jaar, nog voor de krijgsmacht wil en kan betekenen. Is er reden om de koers te verleggen, of om te pleiten voor een tempowijziging in het proces van versterking? En wat betekent de huidige pandemie, die naar verwachting nog wel even aanhoudt?

Sinds 2018 - en ook al sinds 2010 - is de veiligheidssituatie niet drastisch gewijzigd, maar is wel duidelijker geworden dat Europa zich tot een politieke eenheid moet omvormen, met ook militaire macht. De coronacrisis laat echter zien dat Europese landen volstrekt niet geneigd zijn om hun belangen te delen met hun buren. We beseffen ook dat er zonder existentiële veiligheidscrisis nauwelijks militaire samenwerking zal ontstaan.

De coronacrisis zou een 'trigger' kunnen zijn voor een majeure wijziging van het Nederlandse defensiebeleid

Maar de verhoudingen tussen de grootmachten van deze wereld zijn aan het veranderen en de huidige pandemie zou dit proces kunnen versnellen. Als de VS niet meer bij machte of van zins zijn om onze ‘veiligheidsparaplu’ te vormen, staat Europa voor een groot dilemma. Dan zal er grote druk komen - met name van Frankrijk en van de landen die zich bedreigd voelen aan de oost- en zuidflanken van het continent - om extra militaire capaciteit te genereren. Nederland moet daar in mee, op straffe van het verlies van (veel) politieke invloed. Zo zou de coronacrisis dus de ‘trigger’ kunnen zijn voor een majeure wijziging van het Nederlandse defensiebeleid. Maar de kans dat zich dit de komende maanden voltrekt en dat de huidige politieke leiding hier proactief mee omgaat, achten wij zeer klein.

Wij voorspellen daarom dat de eind van dit jaar te verschijnen visie op Defensie weer een fraaie analyse zal weergeven van de steeds complexere (veiligheids-)wereld. De conclusie van dit document zal zijn dat het van eminent belang blijft om de krijgsmacht te versterken. Er is helaas nog het nodige aan achterstallig onderhoud; denk aan de infrastructuur (gebouwen en kazernes) en aan de IT (met grote programma’s als GrIT), maar ook aan de belofte aan de NAVO om de operationele capabilities op het gewenste niveau te brengen. Naar verwachting zal dus de noodzaak tot verder repareren en tot extra investeren in alle domeinen (land, lucht, zee, cyber en space) opnieuw worden toegelicht. De grote vraag is of er voor die versterking ook een vertaling zal worden gemaakt naar concrete capaciteiten, met een tijdlijn om die (in-)gevuld te krijgen en met toewijzing van budgetten.

Relevant is eveneens de vraag of er binnen Defensie meer capaciteit voor CBRN [2] dient te worden gecreëerd. De noodzaak hiertoe lijkt niet aanwezig. Biologische wapens zullen ook na deze crisis niet snel aan de wapenarsenalen van staten worden toegevoegd, gelet op de zeer slechte beheersbaarheid van de verspreiding en dus de gevolgen, juist ook voor de eigen bevolking, bij het ‘loslaten’ van virussen of bacteriën.

Het netto effect voor de krijgsmacht

De coronacrisis zorgt ervoor dat er de komende jaren veel geld moet worden besteed aan het herstel van onze economie. Dat zou zomaar ten koste kunnen gaan van de plannen om Defensie de komende jaren sterker te maken. Waarbij de regering volgend jaar - ten tijde van de verkiezingen - waarschijnlijk zal ‘aantonen’ dat Nederland goed op weg is om in 2024 te voldoen aan de NAVO-eis om 2% van het bruto binnenlands product (bbp) te besteden aan haar defensie. Dat krijg je als het bbp door een economische neergang beduidend lager wordt.

Door de economische malaise zijn er wellicht ook andere opstekers. Er ontstaat weer meer waardering voor publieke diensten en er komt veel personeel vrij door faillissementen van bedrijven in ons land. Dan zou Defensie dus ook meer personeel moeten kunnen werven. Die kans moet zeker worden benut.

Laten we echter realistisch zijn en niet veronderstellen dat de Nederlandse bevolking na de coronacrisis hard roept om een sterkere krijgsmacht. Zoals de voorbereiding op een pandemie was verwaarloosd, gokt de huidige regering erop dat er geen grote existentiële crisis komt in de vorm van oorlog. Dan kunnen we weliswaar blijven benadrukken dat onze krijgsmacht nu niet is ingericht en voorbereid voor de eerste hoofdtaak, het optreden in een grootschalig conflict. Maar de kans dat er echt voldoende financiële middelen worden toegewezen om de organisatie hiervoor capabel te maken, achten wij zo goed als nihil. We gaan het zien.

Redactie

Eindnoten

1. Binnen de defensieorganisatie vult het Coördinatiecentrum Expertise Arbeidsomstandigheden en Gezondheid (CEAG) deze rol in voor personeel op uitzending. CEAG is onderdeel van de Defensie Gezondheidszorg Organisatie, heeft ruim 100 medewerkers en werkt nauw samen met het RIVM.

2. CBRN is de afkorting van Chemisch, Biologisch, Radiologisch en Nucleair. Op al deze gebieden zijn capaciteiten aanwezig binnen Defensie, teneinde zich tegen deze categorieën wapens/strijdmiddelen te kunnen weren, dan wel deze te kunnen verontzijdigen.