OPINIE - BUITENLAND

Turkije, de oorlog in Syrië en internationale betrekkingen

KOL B.D. A. KRUIZE

In september 2019 voerden Amerikaanse en Turkse troepen nog gezamenlijk patroiulles uit in het grensgebied van Noord-Syrië (bron: Wikimedia Commons)

Tot kort voor het uitbreken van de coronacrisis in Europa was Turkije veel in het nieuws vanwege de situatie in de Syrische provincie Idlib. Daar werd een offensief gevoerd door de troepen van het door Rusland gesteunde Assad-regime met als doel om ook dat deel van het land weer onder controle van de Syrische overheid te brengen. Turkije heeft zich in die strijd gemengd met onder meer als gevolg een spoedvergadering bij de NAVO en spanningen bij de EU door het vluchtelingenprobleem. Op 5 maart jl. werd tussen Turkije en Rusland een staakt-het-vuren in Idlib overeengekomen. Sinds die tijd is de situatie in Syrië nauwelijks in het (Nederlandse) nieuws geweest, vooral als gevolg van de problemen door de coronacrisis. Nu Turkije nauw betrokken is bij de ontwikkelingen in Syrië kan de vraag worden gesteld wat dit betekent voor de positie van Turkije. Na een kort historisch overzicht wordt eerst uitgebreider stilgestaan bij de gebeurtenissen in de periode augustus - oktober 2019 in Noordoost-Syrië. De gebeurtenissen in deze periode zijn van grote invloed geweest op de posities van verschillende landen en groeperingen. Vervolgens wordt de situatie in de provincie Idlib in beschouwing genomen. Ten slotte wordt getracht een antwoord te geven op de vraag wat dit alles ook betekent voor de positie van Turkije in internationaal verband.

Kort historisch overzicht

Hoewel de geschiedenis van de Republiek Turkije teruggaat tot de oprichting in 1923, is het jaar 2011 een goed startpunt voor een kort overzicht van de ontwikkelingen tot heden. Tot 2011, het begin van de zogenaamde ‘Arabische Lente’, verliepen de zaken voorspoedig voor Turkije. Sinds 2002 regeerde de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling, AKP, in het land. De partij heeft sinds 2002, met een korte onderbreking in 2015, de absolute meerderheid in het parlement, maar bij de lokale verkiezingen in 2019 heeft de partij van president Erdoğan in een aantal grote steden forse verliezen geleden. De economie floreerde, Turkije onderhield goede banden met het Westen en was een betrouwbaar lid van de NAVO (met het op een na grootste leger binnen de alliantie). Het land met ca. tachtig miljoen inwoners (inbegrepen de Koerden) had aspiraties om een leidende positie (als leider van de soennieten) te bekleden in het Midden-Oosten. De AKP vertoonde kenmerken van de Muslim Brotherhood, wat gunstig was voor de relatie met een aantal landen in de regio.

Vervolgens hebben zich in het Midden-Oosten meerdere ontwikkelingen voorgedaan die de Turkse aspiraties enorm hebben beïnvloed.

  • De ‘Arabische Lente’; door de instabiliteit en wisseling van regeringen in verschillende landen verloor Turkije opgebouwde relaties en daardoor invloed; dat was o.a. het geval in Tunesië. Het in 2013 aan de kant zetten van de Muslim Brotherhood in Egypte door de militairen, was eveneens een streep door de rekening van Turkije. Dat gold ook voor het optreden van Saoedi-Arabië en de Verenigde Arabische Emiraten, waardoor de steun van Turkije en Qatar aan Brotherhood-rebellengroeperingen werd gefrustreerd.
  • Door de nucleaire deal met Iran, werd de brugfunctie van Turkije voor Iran in de contacten met het Westen minder belangrijk.
  • Het grootste probleem voor Turkije ontstond door de oorlog in Syrië. Door de burgeroorlog in dat land ontstond machtsruimte, waardoor IS (vanuit Irak) zich op Syrisch grondgebied in de oorlog kon mengen. In de strijd tegen IS zouden de Syrische Koerden (PYD/YPG) [1] een belangrijke rol gaan vervullen, vooral in het noordelijke deel van Syrië dat grenst aan Turkije. Dat leverde voor Turkije een extra veiligheidsprobleem op vanwege de relatie van de YPG met de PKK [2]. Een extra complicatie vormde de steun van de Verenigde Staten (VS) aan de YPG; hierdoor kwamen Turkije en NAVO-bondgenoot Amerika tegenover elkaar te staan. Een ander facet van de oorlog in Syrië was, dat een enorme vluchtelingenstroom naar Turkije ontstond (Turkije heeft volgens schattingen ca. 3,5 miljoen Syrische vluchtelingen binnen de grenzen). Turkije had zich altijd op het standpunt gesteld dat voor een oplossing van het conflict in Syrië, het regime-Assad van het toneel moest verdwijnen. Die hoop werd de bodem ingeslagen door de Russische interventie in Syrië in september 2015, die van meet af bedoeld was om Assad in het zadel te houden, iets wat inmiddels volledig geslaagd is.
  • Toen Turkije in 2015 uiteindelijk ging deelnemen aan de internationale coalitie tegen IS, bleef het niet gevrijwaard van aanslagen door IS op het nationale grondgebied. De dreiging voor Turkije is hierdoor drievoudig geworden: de PKK, IS en de vluchtelingen.
  • Door de Russische interventie en de steun van Iran en Hezbollah, wonnen de troepen van Assad weer terrein op de anti-Assad rebellengroeperingen, die o.a. door Turkije werden gesteund. Gelijktijdig kwam IS door het optreden van de internationale coalitie steeds verder onder druk, vooral door de succesvolle strijd door Syrische Koerden die daardoor steeds meer gebied langs de grens met Turkije in handen kregen. De veiligheidssituatie werd hierdoor voor Turkije steeds ongunstiger.
  • Uiteindelijk koos Turkije ervoor om met Rusland en Iran te gaan samenwerken om een oplossing voor Syrië te realiseren. De toenadering met Rusland begon op 9 augustus 2016 met het aanbieden van excuses aan Rusland door president Erdoğan voor het neerschieten van een Russisch gevechtsvliegtuig negen maanden eerder. De toenadering moet ook gezien worden in het steeds meer afzetten van Turkije tegen de VS (en het Westen), enerzijds a.g.v. de militaire steun van de VS aan de Syrische Koerden, anderzijds a.g.v. het conflict tussen beide landen door de weigering van de VS om de aldaar in ballingschap levende Fethullah Gülen uit te leveren; Gülen wordt door Turkije ervan beschuldigd achter de mislukte staatsgreep van begin juli 2016 te zitten.
  • Ook in Irak verliep de situatie voor Turkije niet voorspoedig. Turkije rekende het noordelijke deel van Irak altijd tot de Turkse invloedsfeer (gebieden met soennitische moslims). Door de strijd tegen IS rukten in 2014 sjiïtische milities, gedeeltelijk gesteund, getraind en bewapend door Iran, op naar Noord-Irak. Hierdoor verloor Turkije invloed in die gebieden en die situatie verergerde vanaf september 2017 door het mislukte referendum over een zelfstandige Koerdische staat in Noord-Irak; Iraakse regeringstroepen en sjiïtische milities heroverden betwiste gebieden op de Koerden. Deze ontwikkeling was voor Turkije niet alleen ongunstig vanwege het verlies aan politieke invloed - terwijl Iran in die regio juist meer invloed kreeg - maar was ook nadelig voor de economische banden van Turkije met de regio, o.a. voor de oliehandel met de Koerden.
  • De samenwerking met Rusland is niet beperkt gebleven tot alleen de strijd in Syrië. Turkije heeft het Russische luchtafweersysteem S-400 aangeschaft, waarvan de levering in juli 2019 is begonnen. Verder werkt Turkije nauw samen met Rusland op het gebied van energievoorziening (olie, gas).

De conclusie is dat door bovengenoemde ontwikkelingen de ambitie van Turkije om een leidende rol te spelen in het Midden-Oosten volledig is gefrustreerd. Het loslaten van het beginsel van de seculiere staat, de binnenlandse veiligheidsproblemen en het steeds verder afdrijven van het Westen zijn ontwikkelingen die mede bepalend zullen zijn voor de toekomst van Turkije. De samenwerking met Rusland en Iran past in het streven van Turkije om toch invloed in de regio te verkrijgen en de doelstellingen op veiligheidsgebied te realiseren. De militaire operaties van Turkije in Noord-Syrië onderstrepen dit. Die operaties werden in naam uitgevoerd ter bestrijding van het terrorisme, maar kwamen in de praktijk neer op het terugdringen van de Syrische Koerden in de gebieden langs de grens met Turkije. Zo werd tussen september 2015 en maart 2016 operatie Euphrates Shield (in de omgeving van de stad Manbij, ten westen van de Eufraat) uitgevoerd, en volgde in januari 2018 operatie Olive Branch (in de omgeving van de stad Afrin). En tussendoor werden door het Turkse leger in september 2017 posities betrokken in de noordwestelijke provincie Idlib. Alle drie de operaties kwamen tot stand na coördinatie met Rusland, wat aantoont dat de Russen, die uiteraard ook samenwerken met de troepen van Assad, in control zijn bij de gevechten in belangrijke delen van Syrië. Met deze operaties streeft Turkije naar militaire veiligheid en politieke invloed bij het oplossen van de problemen Syrië. Uiteindelijk moet het de positie van het land in het Midden-Oosten versterken.

Ontwikkelingen in Noordoost-Syrië, augustus - oktober 2019

De kaart hiernaast laat zien dat het noordoostelijke deel van Syrië wordt beheerst door de Koerden (de kaart dateert van augustus 2018; de weergegeven situatie was tot augustus 2019 feitelijk ongewijzigd). Turkije had al langere tijd de intentie om een safe zone in te richten langs de grens met Syrië, vanaf de rivier de Eufraat tot aan de uiterste oostpunt. Die zone, op Syrisch grondgebied, zou een diepte moeten krijgen van 40 km met een lengte van bijna 400 km. De belangrijkste functie van de safe zone was het dienen als veiligheidsbuffer tegen acties door Koerden op Turks grondgebied. In een later stadium zouden Syrische vluchtelingen vanuit Turkije terug kunnen keren naar bepaalde locaties in de safe zone. Dit laatste zou een verlichting betekenen van de enorme druk die het herbergen van ca. 3,5 miljoen vluchtelingen met zich meebrengt. Bij het voornemen om vluchtelingen over te brengen naar de safe zone is door critici aangevoerd dat Turkije hiermee de bevolkingssamenstelling in die gebieden zou willen beïnvloeden: door het vestigen van niet-Koerdische bewoners zou de invloed van de Koerden teruggedrongen worden.

Eenzijdig optreden van Turkije zou enorme risico's met zich meebrengen, zoals confrontaties tussen Turkse en Amerikaanse troepen.

Bij meerdere gelegenheden heeft president Erdoğan aangegeven hoe dan ook de safe zone te willen realiseren, eventueel in een eenzijdige militaire operatie. Een dergelijk optreden zou op het militaire vlak enorme risico’s veroorzaken. Ten eerste zouden problemen ontstaan op het gebied van air space management, dat in het gebied ten oosten van de Eufraat door de Verenigde Staten (VS) werd uitgevoerd in het kader van de internationale coalitie tegen IS. Ten tweede zou bij acties over de grond het grote risico ontstaan van directe confrontaties tussen Turkse en Amerikaanse troepen. Na het in december 2018 door president aangekondigde vertrek van de Amerikaanse troepen uit Syrië, waren in augustus 2019 namelijk nog ca. duizend Amerikaanse militairen aanwezig in Noordoost-Syrië, vooral ter ondersteuning van de YPG. Het was dus zaak om in ieder geval voorafgaande aan een eventuele Turkse operatie de nodige coördinatie te plegen. In de eerste week van augustus 2019 leidden gesprekken tussen de VS en Turkije tot een deal over het inrichten van een safe zone in Noordoost-Syrië, een overeenkomst met de nodige onduidelijkheden [3]. Beide landen waren het niet eens geworden over de grootte van de zone; de VS wilden niet verder gaan dan een zone van 7 - 10 km diep met een lengte van ca. 140 km. De YPG moest zich uit de zone terugtrekken en de zware wapens (artillerie, mortieren, meervoudige raketwerpers) inleveren. Verder bevatte de deal afspraken over door het Turkse leger te gebruiken routes, het vermijden van dichtbevolkte gebieden, het inrichten van checkpoints door de VS en Turkije, air space management, gezamenlijke operatiecentra ter voorkoming van onderlinge confrontaties en het opzetten van post-conflict reconstructieprojecten. Ten slotte was overeengekomen dat Turkse troepen niet voor eind september 2019 de zone zouden binnentrekken. Met deze regeling werd niet alleen tijd gewonnen, maar werd tevens voorkomen dat een eenzijdige militaire operatie door Turkije catastrofale gevolgen kon krijgen.

Op 10 oktober 2019 viel Turkije Noordoost-Syrië binnen, na luchtaanvallen en beschietingen op de dag ervoor. Operatie Peace Spring was begonnen. Maar vanaf dat moment zouden de gebeurtenissen een snelle wending nemen.

In het roodomrande gebied 1 ligt de in oktober 2019 door Turkije gerealiseerde veiligheidszone; in dit gebied bevinden zich sinds die tijd daadwerkelijk Turkse troepen. In het overige grensgebied, vanaf de uiterste noordoosthoek van Syrië tot aan de rivier de Eufraat, worden door Turkije en Rusland gezamenlijk patrouilles uitgevoerd; andere delen worden bezet door grenstroepen van het Syrische leger. Het roodomrande gebied 2 is de provincie Idlib; de zwart-gestreept lijn vormt de provinciegrens (bron: Wikimedia Commons).

De presidenten Poetin en Erdoğan op 22 oktober 2019 in Sotsji (bron: Wikimedia Commons)

Enkele dagen eerder, op 6 oktober, had president Trump in een telefoongesprek met de Turkse president laten weten de Amerikaanse troepen uit de grensstreek terug te zullen trekken. Dat was uiteraard voor Turkije geen slecht nieuws, maar voor de YPG des te meer; zij beschouwden het terugtrekken van de VS-troepen als verraad. Elke steun en bescherming door de Amerikanen viel weg, Turkije had vrij spel. Op 17 oktober werd door de VS en Turkije plotseling een vijfdaags bestand afgekondigd. De VS hadden een duidelijke reden voor het bestand. Er bestond namelijk de mogelijkheid dat Amerikaanse troepen rechtstreeks in gevechtscontact zouden komen met - door Rusland gesteunde - Syrische troepen die naar het noorden waren opgerukt om de Turkse invasie te stoppen. Dat oprukken was mogelijk doordat de YPG, na bemiddeling door de Russen, de controle over een aantal strategische plaatsen in Koerdisch gebied hadden overgedragen aan het Syrische leger (een overeenkomst die op 14 oktober tot stand kwam). De VS waren totaal verrast door deze snelle wending, maar het was voor de Koerden een actie uit zelfbehoud. (In december 2018 hadden de Koerden een soortgelijke actie gepleegd. Na de aankondiging dat de VS hun troepen uit Syrië zouden terugtrekken, droegen de Koerden de stad Manbij over aan het Syrische leger waardoor een buffer ontstond tussen de Koerden en Turkse troepen ten westen van Manbij.) De Amerikanen trokken zich versneld terug uit Noordoost-Syrië, waarbij uiteindelijk toch enkele honderden Amerikanen in Oost-Syrië gestationeerd bleven, volgens de VS ter bescherming van de olievelden aldaar. Een nieuwe verrassing volgde op 22 oktober. President Erdoğan had gedreigd om na het verstrijken van het bestand zijn offensief voort te zetten. Echter, enkele uren voor het verstrijken van het bestand maakten presidenten Poetin en Erdoğan op een persconferentie in Sotsji bekend dat beide landen m.b.t het Turkse offensief in Noordoost-Syrië een nieuwe overeenkomst hadden gesloten waarmee het staakt-het-vuren van 17 oktober werd voortgezet. De overeenkomst [4] houdt in grote lijnen het volgende in:

Turkse legervoertuigen tijdens Operation Peace Spring (bron: EPA)

  • Turkije houdt de controle over de veroverde bufferzone; het veroverde gebied heeft een breedte van 60 – 100 km en een diepte van maximaal 30 km (een beperkt deel van de oorspronkelijk door Turkije nagestreefde zone);
  • het Syrische leger (grenstroepen) bezet de rest van de oorspronkelijke beoogde zone;
  • na het terugtrekken van de YPG uit de zone worden door Turkije, samen met Russische militaire politie, patrouilles uitgevoerd tot 10 km diep op Syrisch grondgebied (in het deel van de zone dat niet door Turkije word bezet);
  • een akkoord uit 1998 wordt herbevestigd, wat inhoudt dat Turkije tot 5 km diep op Syrisch grondgebied mag opereren bij de uitvoering van antiterrorisme acties.

In ongeveer twee weken van elkaar snel opvolgende en vaak chaotische gebeurtenissen was de situatie in Noordoost-Syrië volledig gekanteld. Na aanvankelijke toestemming van de VS voor het starten van operatie Peace Spring had Turkije in zeer beperkte mate z’n doelen bereikt: slechts een klein deel van de beoogde bufferzone was gerealiseerd, waardoor de YPG niet over een groot gebied was teruggedrongen en er was weinig ruimte gecreëerd voor het vestigen van uit Turkije afkomstige vluchtelingen in de zone. In het niet bezette deel van de beoogde zone werden posities ingenomen door Syrische troepen, wat inhield dat het Syrische leger voor het eerst sinds 2012 weer aan de grens met Turkije stond. En het uitvoeren van patrouilles door Turkije moest geschieden onder het wakend oog van Rusland. Ten slotte dwongen de bepalingen Turkije tot enige vorm van samenwerking met Syrië.

De YPG had uit lijfsbehoud samenwerking met het Assad-regime gezocht. Dat betekende weliswaar een enorme verzwakking van de positie van de YPG, maar daarmee heeft de groepering vermoedelijk wel een grote militaire nederlaag voorkomen. Door deze ontwikkeling wordt tevens gesproken over mogelijke integratie van YPG-individuen of -eenheden in het toekomstige Syrische leger [5]. Doordat de VS zich hals over kop hadden teruggetrokken, was een machtsvacuüm ontstaan dat onmiddellijk door Rusland werd opgevuld door te bemiddelen in de deal tussen de YPG en het Assad-regime en door het sluiten van een overeenkomst met president Erdoğan, waardoor het offensief van Turkije niet werd voortgezet. Nu was Rusland ook in control in een deel van Syrië waar tot voor kort de VS de touwtjes in handen leken te hebben. Bij dit alles bestond overigens ook nog het risico dat IS van de chaos gebruik zou kunnen maken door zich in bepaalde gebieden te hergroeperen.

De strijd om Idlib

De in het noordwesten van Syrië gelegen provincie Idlib, met de gelijknamige hoofdstad die centraal in het gebied ligt, heeft een oppervlakte van ongeveer 6.000 km2 (wat ruwweg overeenkomt met de gezamenlijke oppervlakte van de Nederlandse provincies Drenthe en Overijssel). Deze provincie wordt wel beschouwd als de bakermat van de opstanden in Syrië vanaf 2011 (de ‘Arabische Lente’).

De opstanden leidden tot ingrijpen door het Syrische leger dat met grof geschut de opstandelingen te lijf ging. Tussen september 2011 en maart 2012 vond een aantal felle gevechten plaats, maar ondanks de grootschalige inzet van het Syrische leger wisten de rebellen grote delen van de provincie in handen te krijgen. Medio augustus 2018 was die situatie feitelijk ongewijzigd. De provincie Idlib is sinds de Russische interventie in Syrië (2015) een toevluchtsoord voor rebellen die uit andere gebieden door de troepen van Assad waren verdreven.

Het huidige inwoneraantal van de provincie Idlib bedraagt ongeveer 2,5 miljoen, waaronder naar schatting 100.000 rebellen [6]. Onder de rebellen bevindt zich een groot contingent extremisten/jihadisten, waaronder Hayat Tahrir al-Sham (HTS), een afsplitsing van Jabhat al-Nusrah, het vroegere al-Qaeda. Het lag natuurlijk voor de hand dat het Assad-regime bij het terugwinnen van de controle over het hele land ook de provincie Idlib weer in handen moest krijgen. In september 2018 begon het Syrische leger met steun van Rusland het offensief tegen de provincie met beschietingen en luchtaanvallen. De internationale gemeenschap had vooraf gewaarschuwd voor een humanitaire ramp: grote aantallen doden en gewonden, ontheemden, vluchtelingenstromen (Turkije, dat al ruim drie miljoen vluchtelingen binnen de grenzen heeft, zal een nieuwe vluchtelingenstroom niet toelaten) en tekorten aan water, voedsel en medicijnen.

Nadat anderhalve week eerder Rusland, Turkije en Iran er niet in slaagden een staakt-het-vuren af te spreken, werd toch op 17 september 2018 overeenstemming bereikt tussen Rusland en Turkije tot het instellen van gedemilitariseerde zones rond de hoofdstad Idlib en in de grensgebieden van de provincie [7] (zie ook het tekstkader hieronder). Daarmee leek een grootschalig offensief door het Syrische leger afgewend te zijn. Sinds het akkoord tussen Rusland en Turkije bezetten beide landen observatieposten in de gedemilitariseerde zones en werden gezamenlijke patrouilles uitgevoerd (zie de kaart hiernaast).

Tekst van de overeenkomst tussen Rusland en Turkije

Sotsji, 17-09-2018 Turkish President Recep Tayyip Erdoğan and Russian President Vladimir Putin have unveiled an agreement to forestall a Syrian regime offensive in the country’s northwestern Idlib governorate. Per Putin and Erdoğan’s announcement of the deal, signed following bilateral talks in Sochi, on Russia’s Black Sea coast, by 15 October the two sides will establish a demilitarised zone along the line of contact between Idlib’s rebels and regime forces. By 10 October, rebels’ heavy weaponry must be withdrawn from the zone, which will also be cleared of what Putin called “Jabhat al-Nusra” (now Hei’at Tahrir al-Sham, or HTS) – who exactly will do the withdrawing and clearing remains unclear. Russian and Turkish forces will patrol the zone. By year’s end, Idlib’s main highways will also be reopened to normal transit.

Van de deal tussen Ankara en Moskou kwam echter niet veel terecht. De rebellengroepen weigerden zich aan de voorwaarden te houden, ondanks pogingen van Turkije om hen te overtuigen. Ook legden de Russen het Syrische leger geen strobreed in de weg wanneer dat de 'gedemilitariseerde zone' aanviel. Vanaf april 2019 werden de acties door het Syrische leger opgevoerd, waarbij echter nauwelijks enige vooruitgang werd geboekt. De situatie rond Idlib begon op een loopgravenoorlog te lijken.

Op 19 december 2019 lanceerde het Syrische leger, gesteund door Rusland, een nieuw offensief ter verovering van Idlib. Als gevolg van het offensief werd een deel van de Turkse observatieposten rond Idlib omspoeld door het oprukkende Syrische leger. De situatie escaleerde volledig toen eind februari 2020 tientallen Turkse militairen sneuvelden door acties van het Syrische leger, gesteund door Rusland. Ruim dertig militairen sneuvelden door een enkele Syrische/Russische luchtaanval. Turkije reageerde furieus met beschietingen en luchtaanvallen, o.a. door de inzet van grote aantallen drones, waarbij gedurende twee dagen forse verliezen aan het Syrische leger en steunende groeperingen werden toegebracht. Zo werden meerdere Syrische gevechtsvliegtuigen neergeschoten en luchtverdedigingseenheden uitgeschakeld. President Erdoğan dreigde met een totale aanval op het Syrische leger, waardoor onmiddellijk het risico ontstond van directe confrontatie met Rusland.

Het is interessant om te vermelden dat gedurende de twee dagen van Turkse acties tegen het Syrische leger Rusland zich afzijdig hield (denk bijvoorbeeld aan de inzet van luchtstrijdkrachten en air space management). Het leek erop dat aan Turkije de ruimte werd gegeven om te reageren en z’n capaciteiten te tonen, terwijl voor Syrië nog eens duidelijk werd gemaakt dat het leger zonder de steun van Rusland erg kwetsbaar was. Op 5 maart jl. werd door Rusland en Turkije een staakt-het-vuren in Idlib afgekondigd.

De gedemilitariseerde zone langs de grens van de provincie Idlib in 2018. In het rood de observatieposten van het Turkse leger (bron: Wikimedia Commons).

De situatie in het zuidelijke deel van de provincie Idlib na het op 5 maart 2020 bereikte staakt-het-vuren (bron: Wikimedia Commons)

De belangen van Turkije in relatie tot Idlib

Met betrekking tot de provincie Idlib is het belang van Turkije tweeledig: veiligheid en vluchtelingen. Voor het aspect veiligheid geldt dat Turkije ook de grens met Syrië ten westen van de Eufraat onder controle wil hebben. Zo wil men voorkomen dat vijandige elementen, al dan niet verwant aan de PKK, vanuit Syrië het land binnenkomen voor het voorbereiden, ondersteunen of uitvoeren van terroristische aanslagen. Dit is dezelfde doelstelling zoals die geldt voor de grensstreek ten oosten van de Eufraat. Toen op zeker moment de Koerden (YPG) ook gebied ten westen van de Eufraat dreigden te gaan beheersen, was dat voor Turkije de aanleiding voor het uitvoeren van de operaties Euphrates Shield en Olive Branch. Bij die operaties kreeg het Turkse leger steun van rebellengroepen, die tevens tegen het Syrische regime vochten. Diezelfde rebellengroepen zijn ook aanwezig in de provincie Idlib; ze worden gerekend tot de zogenaamde gematigde rebellen. In Idlib maken ze deel uit van de groep van 100.000 rebellen waaronder zich ook een grote groep extremisten/jihadisten bevindt. Een van die groepen is HTS, die ook als een terroristische groepering wordt gezien en van geen enkel compromis of bestand wil weten. Uit diverse bronnen blijkt dat de door Turkije gesteunde gematigde rebellen in het verleden met de extremisten hebben samengewerkt, bijvoorbeeld in de strijd tegen Assad. Volgens het Sotsji-akkoord van september 2018 zou de gedemilitariseerde zone in Idlib gezuiverd moeten worden van HTS-elementen. Die taak zou aan Turkije zijn opgedragen (in ruil voor politieke invloed bij de uiteindelijke oplossing voor Idlib?). In hoeverre het onwil of onmacht aan de zijde van Turkije is geweest, is moeilijk vast te stellen, maar wel is duidelijk geworden dat HTS nog steeds niet is uitgeschakeld. Door sommige bronnen wordt nu gesuggereerd dat het niet uitschakelen van HTS de reden zou zijn van de gerichte aanvallen op de Turkse troepen eind februari. Een ander gehanteerd argument is dat de door Turkije gesteunde rebellen in het bezit zouden zijn van draagbare luchtdoelraketten (MANPADS) die een bedreiging vormen voor Syrische en Russische gevechtsvliegtuigen.

Het tweede belang van Turkije bij een oplossing voor Idlib is het vluchtelingenprobleem. Door de strijd in Idlib zijn inmiddels grote aantallen ontheemden naar de noordelijke grens gevlucht, die door Turkije dicht wordt gehouden. Het land wil bovenop het gigantische aantal van ca. 3,5 miljoen niet nog meer vluchtelingen toelaten. Vanuit de positie van Turkije is dit begrijpelijk. Nu een bestand is afgekondigd, is misschien de druk enigszins van de ketel. Het alsnog elimineren van HTS in Idlib door Turkije zou een verder grootschalig offensief door Syrië mogelijk kunnen voorkomen en daarmee de druk van vluchtelingen aan de grens kunnen verlichten. Daar staat tegenover dat het niet uitschakelen van HTS door Turkije een excuus zou kunnen vormen voor het uitvoeren van een grootschalig Syrisch offensief, waarbij dan de verantwoordelijkheid voor het vluchtelingenprobleem bij Turkije neergelegd zou kunnen worden. Maar ook als het zou lukken om Idlib zonder een enorme slachtpartij weer onder controle van het Assad-regime te brengen - want dat is en blijft het doel van Syrië dat daarin gesteund wordt door Rusland - blijft het de vraag hoe een bestaan kan worden geboden aan de complete, deels naar Idlib gevluchte, bevolking.

Landschap in de provincie Idlib (bron: Wikimedia Commons)

Betekenis voor de internationale relaties

Het was al langere tijd duidelijk dat Rusland een bepalende rol speelde bij het herstel van de controle over het hele land door het Assad-regime. De gebeurtenissen in Noordoost-Syrië in de periode september – oktober van het vorige jaar boden Rusland de gelegenheid de controlerende rol te verstevigen, eerst door het supersnel bemiddelen bij de deal tussen de YPG en het Assad-regime en vervolgens door het sluiten van een overeenkomst met Turkije. Assad kreeg op een vrij gemakkelijke manier de controle over een deel van het land terug, iets waarvan het regime tot kort daarvoor niet had durven dromen. Het was een kans die door het overhaaste vertrek van de Amerikanen werd geboden en die door Rusland heel effectief werd benut. En ook tijdens het offensief in Idlib was het ‘toestaan’ van vergelding door Turkije tegenover het Syrische leger een staaltje van (militaire) machtspolitiek waarmee werd aangetoond dat Rusland het wie-wat-wanneer-hoe bepaalt. De footprint van Rusland in het Midden-Oosten wordt daarmee alleen maar duidelijker. En voor tegenstand van de VS in Syrië hoeft Rusland na het overhaaste vertrek niet bang te zijn.

Samenwerking van Rusland met Turkije? Alleen zolang dat past in het plan van Rusland!

Hoewel Turkije en Rusland in Syrië al enkele jaren samenwerken - naast samenwerking op energiegebied waarvan het geopolitieke belang ook niet moet worden onderschat - lijkt het toch steeds meer op samenwerking, zo lang dat past in het plan van Rusland. Turkije heeft die samenwerking bewust opgezocht, niet alleen uit veiligheidsoverwegingen (probleem met de Koerden) maar ook vanuit de meer algemene ambitie om in het Midden-Oosten een belangrijke rol te willen spelen. Wie kijkt naar de uitkomst van de gebeurtenissen in Noordoost-Syrië in de herfst van 2019, moet toch constateren dat Turkije maar een klein deel van de oorspronkelijke doelstellingen heeft kunnen realiseren, en dat vooral onder de regie van Rusland. En wie kijkt naar de situatie in Idlib moet constateren dat de situatie voor Turkije bepaald niet rooskleurig is. Daarmee wordt niet gedoeld op de relatief zware verliezen die het Turkse leger heeft moeten incasseren, maar vooral op de ongewisse uitkomst van het conflict daar. Turkije kan worden gedwongen om toch het gevecht met HTS aan te gaan, iets wat ongetwijfeld tot forse verliezen zal lijden, en het land kan worden opgezadeld met een nog groter vluchtelingenprobleem.

Vooral als gevolg van de situatie in Idlib is Turkije in conflict geraakt met zowel de NAVO als de EU. Op basis van artikel 4 van het NAVO-verdrag [8] werd op 28 februari jl. op verzoek van Turkije een spoedvergadering van de Noord-Atlantische Raad gehouden. President Erdoğan eiste op duidelijke toon steun door de NAVO bij de situatie in Idlib. Zo werd gevraagd een no fly zone in te stellen. De uitkomst van de vergadering was dat het bondgenootschap haar solidariteit met Turkije uitsprak, beloofde te zoeken naar praktische steun (bijvoorbeeld de inzet van AWACS-vliegtuigen) en opriep tot het beëindigen van de vijandelijkheden. Praktisch gezien was er waarschijnlijk niet meer mogelijk voor het bondgenootschap zonder zich direct te mengen in een gevecht buiten het verdragsgebied waarbij een confrontatie met Rusland niet uitgesloten zou zijn. Maar voor president Erdoğan was de uitkomst ongetwijfeld teleurstellend. En president Poetin zal zeker met genoegen de gebeurtenissen hebben gevolgd. Want het belangrijkste doel voor Rusland in de samenwerking met Turkije is het uiteen spelen van de NAVO. De verkoop aan Turkije van het S-400 systeem kan geen ander doel hebben.

Het dreigende vluchtelingenprobleem in Idlib was voor president Erdoğan aanleiding om eerst de EU te dreigen met het openzetten van de grenzen en zo vluchtelingen de mogelijkheid te bieden Europa binnen te trekken. Vervolgens voegde hij de daad bij het woord. Doordat Griekenland de grenzen gesloten hield werd een grote uittocht voorkomen, maar er moest ook geweld worden gebruikt om de vluchtelingen te stoppen. De vluchtelingendeal uit 2016 werd hiermee onder druk gezet en president Erdoğan trachtte met zijn actie het probleem in Syrië op de agenda van de EU te plaatsen. Hoe manipulatief de actie van de Turkse president ook was, het onderstreept ook dat de EU er nog steeds niet in is geslaagd om als organisatie een gezamenlijk vluchtelingenbeleid te ontwikkelen.

Zowel voor de NAVO als voor de EU geldt dat die organisaties zich niet ongewild bij een conflict moeten laten betrekken. Dat betekent niet dat je de ogen moet sluiten voor wat er in de wereld gebeurt. Daarom zal op voorhand duidelijk gemaakt moeten worden wat wel en wat niet mogelijk is. Want je laten verrassen door een onberekenbare president en vervolgens met lege handen staan is in ieder geval geen goede optie.

Eindnoten 1. PYD: de Koerdische Democratische Eenheidspartij in Syrië. De partij kan worden gezien als de Syrische evenknie van de PKK. YPG is de Koerdische afkorting voor Volksbeschermingseenheden. De groepering werd oorspronkelijk in 2004 opgericht in het Koerdistan in Noord-Irak. In 2012 werd de YPG overgeheveld naar het Koerdengebied in Syrië. De YPG kan worden gezien als de militaire tak van de politieke PYD. 2. PKK: de (Turkse) Koerdische Arbeiderspartij. De beweging werd in 1978 door Abdullah Öcalan opgericht en komt op voor de identiteit van de Koerden; de PKK voert daartoe de gewapende strijd en wordt door Turkije, de EU en de VS aangemerkt als een terroristische organisatie. 3. Al-Monitor; Deciphering the cryptic safe zone deal between Turkey, US (13-08-2019). 4. International Crisis Group; Steadying the New Status Quo in Syria’s North East (27-11-2019) 5. Ibid. 6. NRC; Eindoffensief op Syrische provincie Idlib lijkt te zijn begonnen (04-09-2018). 7. International Crisis Group; Syria’s Idlib Wins Welcome Reprieve with Russia-Turkey Deal (18-09-2018) 8. Verdrag van Washington; Artikel 4: ieder lid kan consultatie verzoeken wanneer van een van de leden de territoriale integriteit, de politieke onafhankelijkheid of veiligheid wordt bedreigd.