OPINIE - BUITENLAND

Dilemma’s rond de vervanging van de Duitse Tornado jachtbommen- werpers

LKOL B.D. P. DEKKERS

Een Tornado van de Luftwaffe, hier de ECR variant

De Duitse luchtmacht, de Luftwaffe, beschikt al sinds begin van de jaren tachtig over een vloot Tornado jachtbommenwerpers. Dit vliegtuig werd destijds door een Europees consortium ontwikkeld als Multirole Combat Aircraft (MRCA). Het was oorspronkelijk een Nederlands initiatief voor de gezamenlijke ontwikkeling en bouw van een opvolger voor de in veel Europese landen in gebruik zijnde Lockheed F-104G Starfighter.

Voorgeschiedenis

Door de geleidelijke opeenstapeling van eisen, m.n. van de Engelse Royal Air Force (RAF), waaraan het vliegtuig zou moeten voldoen, werd de MRCA te groot en te zwaar en begonnen de kosten de pan uit te rijzen. Om die reden zagen kleinere Europese landen, Nederland, België, Noorwegen en Denemarken, zich genoodzaakt om uit het project te stappen en koos men daar voor de nog in ontwikkeling zijnde General Dynamics YF-16, die bij de Amerikaanse luchtmacht (USAF) kort daarvoor onverwacht winnaar was geworden van de lightweight fighter competitie.

De Tornado werd uiteindelijk door slechts drie Europese naties aangeschaft: Duitsland, Engeland en Italië. Van de multirole ambities bleef maar weinig overeind: de Tornado was de eerste jaren alleen inzetbaar als jachtbommenwerper. Pas meer dan tien jaar later koos een Air Defence Variant (ADV) het luchtruim, een Britse doorontwikkeling die alleen bij de RAF in dienst werd genomen als vervanger van de Phantom. Omdat de Tornado ADV in het geheel niet aan de Italiaanse eisen voor een luchtverdedigingsjager voldeed, en de in het vooruitzicht gestelde Eurofighter met een steeds langere ontwikkelingstijd kampte, zag de Italiaanse luchtmacht (AMI) zich genoodzaakt tien jaar langer dan andere gebruikers te blijven doorvliegen met de inmiddels totaal verouderde F-104S in de rol van jager voor de luchtverdediging. Om een nog enigszins geloofwaardige luchtverdedigingscapaciteit te behouden moest de AMI zelfs zijn toevlucht nemen tot het leasen van overtollige Amerikaanse F-16’s. De Luftwaffe ontwikkelde later in een Alleingang nog een Electronic Combat Reconnaissance (ECR) variant voor verkenning en het bestrijden van vijandelijke luchtverdediging (Suppression of Enemy Air Defence - SEAD). Al bij de inzet van de Engelse en Italiaanse Tornado’s tijdens de eerste Golfoorlog (1991) was gebleken dat een dergelijke ondersteuning onontbeerlijk was voor de laagvliegende [1] Tornado. De luchtverdediging van Irak scoorde met Russische SAM-systemen onverwacht meerdere successen in deze oorlog door het neerhalen van de laagvliegende Engelse en Italiaanse Tornado’s. CNN-beelden van door Irak mishandelde krijgsgevangen gemaakte Tornado bemanningen gingen de wereld over.

Einde levensduur

Van de oorspronkelijke Duitse Tornado-vloot van 324 toestellen, die medio jaren tachtig waren verdeeld over vier Luftwaffe- en twee Marine Geschwader [2], zijn nu nog een honderdtal [3] vliegtuigen in bedrijf: ca. zeventig in de Interdiction-Strike versie (IDS) en voor opleidingen en dertig in de ECR-variant. Nu, in 2020, begint het onontkoombare einde voor dit vliegtuig in zicht te komen. De onderdelenvoorraden raken uitgeput en het slopen van overtollige vliegtuigen voor onderdelen biedt ook al geen soelaas meer. Bij het onderhoudsdepot in Manching worden daarom veelvuldig kunstgrepen toegepast, zoals het kannibaliseren van voor onderhoud binnenkomende maar nog luchtwaardige vliegtuigen, om de resterende vloot in bedrijf te kunnen houden. Een kostbare en weinig efficiënte methode, getuige het feit dat Fliegerhorst Büchel, Jagdbombergeschwader (JaBo) 33 dagelijks niet meer dan ca. tien vliegtuigen in de vaart heeft om het vliegprogramma waarmee de bemanningen getraind moeten worden af te werken. De reden dat Büchel hier wordt genoemd, komt verderop nog aan de orde.

Voorkeur Europees product

Waar de meeste grotere Europese luchtmachten, met uitzondering van Frankrijk, volop bezig zijn met de overschakeling naar de Amerikaanse F-35 Lightning II, is in Duitsland de politieke en militaire discussie nog volop aan de gang over de keuze van het vliegtuigtype dat in aanmerking komt voor de vervanging van de Tornado. Hier spelen meerdere aspecten mee die in andere landen nauwelijks aan de orde waren. Al sinds de jaren zeventig, na de massale aankopen van Starfighters en Phantoms, is de Duitse defensieorganisatie vrijwel volledig afgestapt van de verwerving van Amerikaanse wapensystemen, of het nu om jachtvliegtuigen, helikopters of transportvliegtuigen gaat.

De Duitsers zijn grote voorstanders van Europese samenwerking op defensiegebied en willen dat ook in het aankoopbeleid laten doorklinken. Een goed voorbeeld hiervan is de EF-2000 Eurofighter, die ooit als Jäger 90 op de tekentafel het levenslicht zag. Inmiddels is de Eurofighter sinds 2003 operationeel in Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Spanje, Italië, Oostenrijk en Saudi-Arabië. De verdere ontwikkeling van de Eurofighter is nog steeds gaande; na de eerste Tranche 1 vliegtuigen beschikt de huidige productieversie, Tranche 3, over sterk verbeterde software, een moderne state of the art AESA-radar en een volwaardige air-to-ground capability. Van deze serie zijn de laatste vliegtuigen onlangs door de Luftwaffe in gebruik genomen. Het zou dus voor Duitsland een logische beslissing zijn om de Tornado’s een op een door de Eurofighter te vervangen. Maar, zo eenvoudig is het niet.

De Duitse Eurofighter

Nucleaire complicatie

Al sinds jaar en dag is Duitsland, naast o.a. België en Nederland, deelnemer in de groep NAVO-luchtmachten die met gebruikmaking van Amerikaanse kernwapens een nucleaire capaciteit heeft, eertijds met de F-104G en later met de Tornado. Na het einde van de Koude Oorlog werd de Duitse nucleaire component beperkt tot nog maar een van de Tornado Geschwader, JaBo 33, Büchel. Een unieke situatie, omdat een in Europa ontworpen en gebouwde jachtbommenwerper door het aanbrengen van de noodzakelijke bedrading en software, dual capable (DUC) was geworden en op die manier door de VS kon worden gecertificeerd om met de Amerikaanse B-61 kernbom te worden uitgerust. Amerikaanse vliegtuigen, zoals de F-104, de F-16 en de F-35 zijn meestal van huis uit al gecertificeerd voor een nucleaire rol, zij het dat bij de F-35A pas vanaf de block 4 software upgrade deze capaciteit wordt toegevoegd. Men zou dus kunnen overwegen om dezelfde modificaties als destijds bij de Tornado ook bij een volgende versie van de Eurofighter toe te passen. Maar dat is te eenvoudig geredeneerd: onder de huidige omstandigheden zou het zeker tien jaar gaan duren om de Eurofighter te certificeren voor het meevoeren en afwerpen van het B-61 kernwapen. Dat betekent dat een aantal DUC Tornado’s nog tot 2030 of langer in de lucht zou moeten worden gehouden. Als het al technisch mogelijk zou zijn, zou dit met onwaarschijnlijk hoge kosten gepaard gaan en een weinig efficiënte investering zijn.

Samenwerking met Frankrijk

Het eenvoudigst zou natuurlijk zijn ervoor te kiezen bij de Luftwaffe de Tornado te vervangen door de F-35A. De Duitsers zouden dan kunnen aansluiten bij de reeds lopende bestellingen van andere Europese landen en op de Europese productielijn (Final Assembly and Checkout Facility – FACO) te Cameri, in Italië aanhaken. Binnen de NAVO zou dan weer een stapje zijn gezet richting standaardisatie, met alle logistieke en operationele voordelen die daarmee gepaard kunnen gaan, zoals bijvoorbeeld onderdelenvoorziening en gezamenlijke opleidings- en trainingsprogramma’s. Maar, zo eenvoudig ligt dat niet in de Duitse Bondsrepubliek. Vanuit de politiek bestaat er namelijk nogal wat weerstand tegen de F-35 en het aanschaffen van dat toestel wordt in bepaalde kringen beschouwd als het zich met huid en haar overleveren aan de mogelijke grillen van de Amerikaanse industrie en overheid. Een sentiment dat nog sterker is gaan leven na het aantreden van Donald Trump als president van de VS. Dat gaat zelfs zo ver dat de commandant van de Duitse luchtstrijdkrachten (Inspekteur der Luftwaffe), lgen Karl Müllner, werd ontslagen nadat hij publiekelijk zijn voorkeur voor de F-35A had geuit. Het Bundesverteidigungsministerium liet fijntjes weten dat de visie van de Inspekteur niet in lijn was met het standpunt van het ministerie. De achterliggende gedachte was dat Duitsland en Frankrijk hun samenwerking op defensiegebied willen intensiveren, o.a. door het gezamenlijk ontwikkelen van een zesde-generatie gevechtsvliegtuig als deel van het Future Combat Aircraft System (FCAS). FCAS zou een combinatie moeten zijn van bemande, de Next Generation Fighter (NGF) en onbemande systemen. NGF zou dan op termijn de Duitse Eurofighters en de Franse Rafales moeten gaan vervangen. Onder de huidige omstandigheden zou die ontwikkeling zeker tot 2040 gaan duren, en om dat tijdpad waar te maken zou zelfs eerder vandaag dan morgen met de ontwikkeling van de benodigde technologie moeten worden begonnen. In de tussentijd zou de laatste versie (Tranche 3) van de Eurofighter het gat achter de Tornado kunnen opvullen. Helaas voor de Duitsers biedt dit zoals we hierboven hebben gezien geen soelaas voor de nucleaire ambitie van de NAVO. De laatste Eurofighters worden nu afgeleverd en om de Duitse industriële capaciteit voor het ontwikkelen en bouwen van vliegtuigen in stand te houden zal op korte termijn van start moeten worden gegaan met een uitdagend nieuw project. Deze capaciteit staat al onder druk, want na de huidige nog in gebruik zijnde vierde generatie gevechtsvliegtuigen heeft de Europese industrie door gebrek aan opdrachten nagelaten een volgende generatie te ontwikkelen. In zijn tijd was de Tornado in sommige opzichten een match voor overeenkomstige Amerikaanse tijdgenoten, en in sommige aspecten zelfs superieur, maar deze technologische voorsprong is helaas verloren gegaan.

Vandaar de vanuit Europa uitgeoefende druk om juist nu weer te gaan investeren in Europese kennis en innovatievermogen en het verklaart ten dele de politieke weerstand tegen een makkelijke oplossing als het kiezen van de F-35A als Tornado-opvolger. Het FCAS project is essentieel als Europa een rol wil blijven spelen in de toekomstige technologische ontwikkelingen om de afhankelijkheid van de VS op luchtvaartgebied te voorkomen, en in de toekomst mogelijk zelfs van Aziatische producenten. In dit opzicht is de aanschaf door Turkije van een Russisch luchtafweersysteem een teken aan de wand. Een aanschaf die niet alleen werd ingegeven door de huidige weerzin van Ankara om met de VS zaken te doen, maar zeker ook omdat de prestaties van een luchtafweersysteem als de S-400 op dit moment een voorsprong hebben op wat het Westen op dit gebied te leveren heeft, en dat voor een fractie van de kosten. Als Duitsland zou besluiten om de F-35A aan te schaffen zou dat zeker ten koste gaan van de middelen die benodigd zijn om het FCAS project succesvol tot volwassenheid te brengen. Om de gedachten te bepalen, op dit moment wordt de ontwikkeling daarvan al geraamd op zeker 100 miljard Euro, door Frankrijk en Duitsland gezamenlijk op te brengen. Zou Duitsland om wat voor reden dan ook afhaken dan is FCAS hoogstwaarschijnlijk ten dode opgeschreven, aangezien een dergelijk budget door Frankrijk alleen niet op te brengen is.

Super Hornet/Growler en Eurofighter

De F/A-18E Super Hornet, hier in de kleuren van de US Navy

De vervanging van de Tornado in Duitsland lijkt dus op een tijdelijk, maar desondanks kostbaar, compromis uit te komen. Een combinatie van meerdere types vliegtuigen, die elk maar aan een deel van de gevraagde eisen kunnen voldoen, maar wel voor het einde van de operationele en technische levensduur aan de vloot van de Luftwaffe kunnen worden toegevoegd. Voor de nucleaire rol zou de Amerikaanse Boeing F-18E/F Super Hornet in aanmerking kunnen komen. Deze wordt nog steeds geproduceerd voor de US Navy en is naar verwachting op redelijke korte termijn, het is immers een Amerikaans vliegtuig, te certificeren voor de nucleaire rol. Bij het gelijk blijven van de huidige Duitse nucleaire commitment zou voor JaBo 33 op Büchel kunnen worden volstaan met een bestelling van ca. dertig van deze Super Hornet toestellen. Het is zelfs denkbaar dat deze zouden kunnen worden geleased uit de inventaris van de US Navy waar de F-35C nu zijn intrede doet. Her Tornado ECR Aufklärungsgeschwader (AKG) 51 op Fliegerhorst Schleswig zou dan kunnen worden uitgerust met de Boeing EA-18G Growler, de SEAD-versie van de F-18E/F Super Hornet. Dit vliegtuig heeft in de VS de rol van de vroegere EA-6 Prowler en eerdere Wild Weasel vliegtuigen overgenomen. De beschikking over een dergelijk vliegtuig is cruciaal voor een geloofwaardige nucleaire afschrikking; de F-18E/F moet het, ondanks alle inspanningen van Boeing, stellen zonder noemenswaardige stealth eigenschappen en is daardoor in een gebied waar moderne Russische luchtverdedigingsmiddelen staan opgesteld zo goed als kansloos zonder SEAD-steun. Om de Eurofighter-vloot nog eens twintig jaar enigszins bij de tijd te houden zouden de oudste (Tranche 1) exemplaren kunnen worden ingeruild voor de moderne Tranche 3 en nog verder te ontwikkelen versies. De voortschrijdende innovaties hierbij zouden ook aan de NGF ten goede kunnen komen en zo snijdt het mes aan twee kanten.

De E/A-18G Growler, de SEAD-variant van de Super Hornet

De Duitse vervanging van de Tornado is een gecompliceerd proces geworden waarbij grote politieke en industriële belangen een rol spelen. De zich geleidelijk aftekenende oplossing, vervanging door een mix van meerdere types vliegtuigen, lijkt op het eerste gezicht weinig logisch en zal nog de nodige logistieke nachtmerries gaan opleveren. Echter, bij nadere beschouwing, lijkt het eerder een logische weg om voor Europa een technologische capaciteit in stand te houden die onontbeerlijk is om op luchtvaartgebied een rol van betekenis te kunnen blijven spelen. En met het toenemende isolationisme van de VS kan dat van levensbelang zijn voor Europa en de Europese defensie.