Aan de onderhandelingstafel…

Kan het niet zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan!

door Thijs van Leeuwen

Het zal u niet verrassen, ook op het georganiseerd overleg bij Defensie heeft COVID-19 een onvermijdelijke impact. Fysiek samenzijn voor overleg is binnen de richtlijnen van het RIVM tot op heden niet uitvoerbaar gebleken en, het zal u mogelijk verbazen in deze tijd van technologische ontwikkelingen, het voeren van overleg op afstand bleek ook zeer uitdagend. Maar bovenal heeft deze crisis naar mijn mening de ware aard van de diverse spelers aan tafel duidelijk aan het licht gebracht. De vraag die ik mij telkens stel is dan ook: waar willen wij als sociale partner voor staan en welk ‘spel’ willen wij spelen? In deze rubriek zal ik u dan ook vertellen hoe ik aankijk tegen de positie die sommigen aan de onderhandelingstafel innemen en hoe wij als GOV|MHB in de wedstrijd staan.

Uitwerking van het akkoord

Om te beginnen zal ik u eerst kort informeren over de staat van het huidige overleg. Zoals ik reeds eerder heb aangegeven ligt het formele overleg vooralsnog stil. Dit betekent niet dat er geen overleg wordt gevoerd. Dit is wel het geval, maar er kunnen geen besluiten worden genomen als één van de partijen aan tafel zich niet kan vinden van de oplossing. Het gevolg van deze situatie is dan ook dat er op veel dossiers nagenoeg geen voortgang te melden valt. Oplossingen zijn immers vaak niet met unanieme instemming.

Zo ook wat betreft de uitwerking van het afgelopen akkoord, waarop de CCOOP/ACOM (als enige) heeft gereageerd met een piepbrief. Het gevolg is dat het dossier dus stilligt en pas kan worden afgehamerd wanneer wij het formeel overleg in een of andere vorm kunnen hervatten. Ik kan u vertellen dat wij, de CMHF, als sociale partner er in ieder geval continu op drukken dat we hier een modus in vinden, om de uitwerking van het akkoord zo snel als mogelijk te kunnen realiseren. Gelukkig zie ik deze urgentie terug bij een merendeel van de sociale partners, maar helaas niet bij allemaal.

Zoals ik u de vorige keer gemeld heb is de compensatiemaatregel voor het verminderd pensioenvooruitzicht voor veel van onze leden een belangrijke cao-afspraak. Deze afspraak is losgemaakt uit de verdere uitwerking van het akkoord omdat dit nog nadere uitwerking behoeft. Ik kan u melden dat er op de achtergrond hard gewerkt wordt aan de detailuitwerking hiervan, maar dat ik nog geen concrete voortgangsmelding kan doen. Dit dossier heeft mijn nadrukkelijke aandacht en ik doe er dan ook alles aan om tot een oplossing te komen. Ik hoop dat het lukt om met de overige sociale partners, dus inclusief Defensie, overeenstemming te bereiken over de uitwerking van de in het vorige Prodef Bulletin beschreven correctiefactor. Dit omdat de werkgever dan zo snel als mogelijk over kan gaan tot uitbetaling van de pensioencompensatie. Mocht dit nog niet lukken, dan zal ik de werkgever oproepen om in ieder geval over te gaan tot uitbetaling van de compensatie aan hen waarop geen correctiefactor hoeft te worden toegepast. Naar mijn mening is dit immers veruit het grootste deel van diegenen die recht hebben op compensatie. Wordt vervolgd....

Georganiseerd overleg in crisistijd

Zoals ik in mijn inleiding aangaf brengt deze crisis voor mij duidelijk aan het licht hoe mensen in de wedstrijd staan. Dit zie ik op het niveau van internationale politiek, waarbij naties elkaar helpen of juist beconcurreren en elkaar de Zwarte Piet proberen toe te schuiven. Op het nationale niveau, binnen ons eigen land, waarbij bedrijven en (overheid) organisaties de handen ineenslaan en onverwachte samenwerkingen opzoeken om de crisis het hoofd te bieden. En op het individuele niveau, waarbij mensen elkaar de helpende hand toesteken om de nood van de ander te verlichten, of juist het laatste pak wc-papier voor de ander wegkapen in de supermarkt. Naar mijn mening brengt een crisis als deze onze ware aard naar boven. Ditzelfde zie ik ook terug in het georganiseerd overleg bij Defensie. Waar kiezen de sociale partners voor: reik je de ander de (spreekwoordelijke of virtuele) hand en probeer je onder deze lastige omstandigheden tot afspraken te komen die recht doen aan de positie van het defensiepersoneel? Of kies je ervoor om elke vorm van constructief overleg te blokkeren en middels powerplay enkel datgene doorgang te laten vinden waarvan jij denkt dat het jouw achterban het meeste helpt? Met het feit dat ik deze vragen stel zal het u niet verbazen dat ik in het overleg beide manieren van opstelling terugzie. Ikzelf ben als officier bij de krijgsmacht altijd gericht op het behalen van de opdracht, binnen het oogmerk van de commandant. Op dit moment is het mijn opdracht om voor u tijdig en gedegen arbeidsvoorwaarden en p-beleid te realiseren, binnen de kaders van wat voor u als personeel belangrijk is. Uw oogmerk dus. Zo ga ik dan ook het overleg in: op constructieve wijze proberen tot gedegen arbeidsvoorwaarden en p-beleid te komen die recht doen aan uw noden, overigens met een open oog voor de noden van de organisatie als geheel. Willen wij dan ook in crisistijd die opdracht behalen, dan moeten wij ons aanpassen aan de veranderde omstandigheden en het operatieplan herzien. De opdracht en de noodzaak van het behalen ervan blijven echter onverminderd van kracht! Het mooie is dat ik een dergelijke opstelling terugzie bij het merendeel van de spelers aan de onderhandelingstafel. De meeste partners, inclusief de werkgever, zijn bereid zich aan te passen en gezamenlijk een nieuw operatieplan te ontwikkelen om zo de missie te volbrengen. Helaas staat niet elke sociale partner er naar mijn mening zo in. Voor sommigen lijkt het ‘operatieplan’, zoals in 2015 met goedkeuring van alle sociale partners vastgelegd in “Afspraken overlegproces in het sectoroverleg Defensie” (zie www.prodef.nl), heilig en in beton gegoten. Met de ontstane situatie waarin wij nu niet fysiek bij elkaar kunnen komen, blijkt het dan ook voor een enkele centrale mogelijk om elke vorm van formeel overleg te blokkeren of op zijn minst te frustreren. Wat ik zie is dat sommigen ervoor kiezen om vele formele brieven te sturen, maar informeel weinig bereid zijn buiten de gebaande paden te gaan en echte stappen te maken in uw belang. Ook het realiseren van formeel overleg op afstand, zoals passend bij de huidige omstandigheden blijkt op zijn minst moeizaam. Ik kan dit niet begrijpen. Als het wereldleiders en CEO’s van internationale giganten lukt om op afstand cruciale besluiten te nemen, waarom lukt het ons dan niet om formeel arbeidsvoorwaardenoverleg te voeren? Wij verzanden continu in een discussie over het proces en worden daarbij beperkt door de afspraken uit het verleden. Ik ben van mening dat u meer verdient dan dit en dat u van sociale partners een meer volwassen en can-do opstelling mag verwachten. Ik hoop dan ook dat het ons, centrales én werkgever, lukt om de discussies over het proces achter ons te laten en ons te focussen op de inhoudelijke discussies die echt prioriteit hebben. Hierbij staan voor mij de uitwerking van het akkoord van bijna een jaar geleden, de herziening van de toelages en de totstandkoming van een nieuw loongebouw bovenaan. Kan het niet zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan. Dit is in ieder geval waar ik me voor in blijf zetten, in uw belang.

Ik wens u sterkte met de uitdagingen van deze tijd en een goede gezondheid voor u en de uwen.