VAN DE VOORZITTER

We zijn volledig doorgeslagen!

BGEN B.D. J.L.R.M. VERMEULEN

Onlangs las ik een artikel in het dagblad Trouw waarin Kees van Lede, van 1984 tot 1991 voorzitter van de werkgeversorganisatie VNO en van 1994 tot 2003 bestuursvoorzitter van chemiegigant Akzo Nobel, zijn zorgen uitsprak over het in zijn ogen nu doorgeslagen ‘aandeelhouderskapitalisme’.

Dat zette mij aan het denken. Hoe was destijds de verhouding tussen kapitaal en arbeid ook alweer en hoe is de situatie nu, in onze tijd? Hoe komt het dat Defensie vrijwel kapot bezuinigd is en dat ook dit kabinet en deze bewindslieden geen deuk in een pakje defensieboter geslagen hebben en zullen slaan? Is er iets fundamenteel mis met onze samenleving?

Na de Tweede Wereldoorlog was het adagium dat iedereen de handen uit de mouwen moest steken en hard aan het werk zou gaan. In Nederland lag een aanzienlijk deel van de infrastructuur in puin en de woningnood was groot. Ik sta nog wel eens voor het huis waar ik geboren ben. Mijn ouders woonden daar in de jaren vijftig van de vorige eeuw op de begane grond en een ander gezin met een kind woonde op de eerste verdieping. Op zolder hadden mijn ouders voor zichzelf nog een slaapkamer getimmerd. Eerder hadden zij vijf jaar bij hun ouders ingewoond. Het was de tijd van de zesdaagse werkweek en lange, lange werkdagen. Er was gebrek aan alles.

Eind jaren vijftig begon het beter te gaan met Nederland en het herstel zette zich door tot ver in de jaren zestig. Tijdens het kabinet-Den Uyl begon het grote potverteren, onder meer door de uitgaven ten behoeve van de ultieme verzorgingsstaat. Het motto van het kabinet was ‘spreiding van kennis, macht en inkomen’ en de ondernemer kwam in een kwalijke reuk te staan. Ondanks de aardgasbaten liepen de tekorten op de begroting snel op en Nederland raakte, mede door de oliecrisis van 1973, in een diepe en langdurige recessie. Te veel geld ging naar de factor arbeid (de werknemers) en te weinig geld naar de factor kapitaal (ondernemers en aandeelhouders). De verhouding was volledig uit balans. Vanaf het kabinet-Lubbers 1 zien wij dat de balans weer hersteld ging worden. Het begrotingstekort werd jaar op jaar teruggebracht door te snijden in de sociale heilstaat, maar ook in de ambtenarensalarissen. Het was de tijd van de greep uit de pensioenpot van het ABP. Om dit in de toekomst te voorkomen werd het ABP zelfstandig gemaakt. Lubbers was zelf een succesvol ondernemer en het ondernemer-zijn mocht weer. De overheidsinkomsten en -uitgaven kwamen weer in balans, evenals de verhouding tussen kapitaal en arbeid. Na het vallen van de Muur in 1991, gevolgd door de uitbreiding van de EU en de toenemende globalisering, ontstond een krachtige economische ontwikkeling. Het neoliberalisme werd geboren met zijn principes van marktwerking en een terugtredende overheid. Maar al in 2008 moest de overheid, de belastingbetaler dus, meerdere banken te hulp schieten om de economie te redden en aldus de rekening betalen om te voorkomen dat banken en grote bedrijven zouden omvallen. Na de crisis ontwikkelde het aandeelhouderskapitalisme zich verder met grote winsten voor bedrijven en aandeelhouders. De vergaarde rijkdom werd echter niet of nauwelijks gedeeld met de werknemers en slechts een zeer kleine groep mensen werd en wordt nog steeds ongelooflijk veel rijker, terwijl de rest van de bevolking niet of nauwelijks beter van de oplevende economie werd en wordt. Giganten zoals Google, Apple en Amazon groeiden onstuimig, vrijwel zonder ergens belasting te betalen, en proberen zelfs andere bedrijven uit de markt te werken om een monopolie-positie te verwerven. Zelfs middelgrote landen zijn niet meer in staat om hen de pas af te snijden.

In de jaren zeventig was ons land volledig uit balans door het grote potverteren, maar nu is hier en in de hele westerse wereld een enorme onbalans door het neoliberalisme en het daardoor opgekomen aandeelhouderskapitalisme. De noodzaak voor Amerikaanse werknemers om twee of drie banen te hebben om te kunnen overleven begint ook hier zijn intrede te doen. Wij zijn volledig doorgeslagen. Een zeer kleine groep in de wereld trekt alle revenuen die wij met ons allen voortbrengen naar zich toe.

Wat betekent dit voor de overheid?

In de tijd van Joop den Uyl werd de top van de verzorgingsstaat bereikt. Onder Lubbers begon de afbouw, maar er bleef een stevige en goed georganiseerde overheid die in staat was om de overheidstaken uit te voeren. Een overheid die kennis en kunde in huis had. Vanaf 2000 zien wij dat er steeds meer wordt gesneden in diezelfde overheid. Daarnaast ontstond de tendens om steeds meer taken die eerst bij de overheid belegd waren te verzelfstandigen/uit te plaatsen, buiten de directe verantwoordelijkheid van de betrokken minister. De geprivatiseerde instituten waren echter ook niet meer te controleren door instanties als de Algemene Rekenkamer (ARK) en de Tweede Kamer. Een paar voorbeelden: Bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) is het al tijden een chaos, waarbij de als ‘puinruimer’ aangestelde directeur, Alexander Pechthold, rustig toegeeft dat de problemen onderkend zijn, maar dat het nog jaren gaat duren voordat alles is opgelost. En ja, mensen van 75 jaar of ouder van wie het rijbewijs tijdelijk met een jaar is verlengd mogen niet meer in het buitenland autorijden. Prima toch? Kijk naar het UWV dat elke keer andere richtlijnen heeft gekregen. Dan weer bezuinigen en dan weer uitbreiden. De problemen met de verwerkingscapaciteit van het ABP? komen voor een belangrijk deel door de haperende aanlevering van de gegevens door het UWV. Fraudes met subsidies worden onderkend, maar kunnen niet opgelost worden. En de minister is hiervoor niet verantwoordelijk. Maar ook het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) heeft een dergelijke constructie. Wie is er verantwoordelijk als het verkeerde adviezen geeft? Wie controleert het RIVM? Niet de Rekenkamer voor zover ik kan beoordelen, maar ook niet de Tweede Kamer.

Ook intern op de ministeries is het een steeds grotere malaise geworden. Door het steeds onder de noemer van efficiency bezuinigen zagen wij hoe de Belastingdienst vrijwel bezweken is. De ene staatssecretaris na de andere moest diep door het stof of moest het veld ruimen. Het lijkt of er intern te weinig goed gekwalificeerde mensen zijn om de stap naar de toekomst te maken. Functionarissen en bestuurders, afkomstig uit de Algemene Bestuursdienst (ABD), zonder inhoudelijke kennis, treden aan en noodzakelijke wijzigingen in het belastingstelsel kunnen door innerlijke zwakte niet doorgevoerd worden. Door de problemen bij de politie en de rechtspraak moet de politie een groot aantal zaken laten liggen. De keten bestaande uit politie, openbaar ministerie (OM) en de rechtspraak kan het werk niet meer aan. Aan de andere kant is het kabinet tegelijkertijd nog steeds bezig om de gevangeniscapaciteit terug te schroeven. Logisch toch? Er zijn immers steeds minder veroordeelde criminelen. De heilige graal: bezuinigen op de overheidsfinanciën, de ‘diepe zakken’ van minister Wopke Hoekstra; alleen, tegen welke prijs? Om dit falen van de overheid in een hedendaags daglicht te stellen: de capaciteit van de intensive care (IC-)afdelingen in onze ziekenhuizen. Duitsland heeft een IC-capaciteit van 28.000 bedden, terwijl Nederland een IC-capaciteit had van slechts 1100 bedden. Duitsland heeft negentig miljoen inwoners, Nederland zeventien miljoen. Als ik ruim tel zou Nederland dan ongeveer 7000 IC-bedden moeten hebben. En met stoom en heet water en met een nationale can do mentaliteit moeten nu de tekorten maar worden opgelost. Nederland heeft opgeschaald naar 2500 bedden, maar in vergelijking met Duitsland zouden wij dan vijftienduizend bedden moeten hebben. De overheid heeft slecht voor ons gezorgd is mijn conclusie. Maar de absolute top van mismanagement is de situatie bij Defensie. Bij alle bezuinigingen van de laatste dertig jaar stonden wij vooraan. Van 4% bbp in de jaren zeventig zakten wij gestaag af tot maar iets meer dan 1% bbp nu. Vanaf 2015 werd er weer geïnvesteerd in de krijgsmacht. De bekende twee procent zoals afgesproken in Wales gaf Defensie hoop, maar deze hoop bleek ijdel. Bij het bezuinigen stonden wij vooraan, maar bij het verruimen van de financiële middelen staat Defensie achteraan. De beloofde reparaties komen nauwelijks van de grond. In het kader van de toegezegde investeringen zijn er alleen negen extra vliegtuigen gekocht. De krijgsmacht staat er vandaag nog slechter voor dan in 1939. Aan alles is tekort. Er komt een visie voor 2035, maar er is nu de behoefte om de handen uit de mouwen steken. De krijgsmacht is dertig jaar het kind van de rekening geweest en is totaal kapot bezuinigd. Ook dit kabinet en deze bewindslieden hebben geen stap voorwaarts weten te maken. Na de coronacrisis zullen er fundamentele veranderingen noodzakelijk zijn om de balans te herstellen. Defensie blijft nodig, maar kan nu alleen maar overleven door de can do mentaliteit. Dit gaat echt mis. En wanneer er uiteindelijk, zoals na de Tweede Wereldoorlog, een parlementaire enquête wordt gehouden, dan is de conclusie dat het niet goed is gelopen en dat dit in het vervolg niet meer mag gebeuren.

Niemand is, maar ook niemand voelt zich verantwoordelijk. Kabinet en leden van van de Tweede Kamer: het is uw verantwoordelijkheid. U bestuurt dit land. U laat dit gebeuren.