Pensioenen

door: Martin Weusthuis

Afwentelen van verantwoordelijkheid

De rekenrente is zoals u weet, sinds de overgang in 2007 van de (vaste) maximale 4% naar de volatiele lange marktrente, een splijtend discussiepunt tussen partijen betrokken bij ons collectieve solidaire pensioenstelsel. Sinds de lange marktrente ver onder de vroegere 4% is gedaald, verkeren de pensioenfondsen in solvabiliteitsproblemen, althans volgens die lage rekenrente.

U kent de discussie dat niet de marktrente maar de werkelijke rendementen van een pensioenfonds maatgevend zouden moeten zijn voor de te hanteren rekenrente. In die visie moet het woord rekenrente verdwijnen en vervangen worden door rekenrendement, of zoals anderen prefereren: macrostabiele discontovoet. Die discontovoet ligt dan gezien de gekende rendementen uit het verleden en de te verwachten rendementen in de toekomst, een stuk hoger dan de huidige lange rente en dus de risicovrije rekenrente. De financiële autoriteiten in Nederland houden echter strak vast aan die lage rekenrente met als argument dat de verwachting is dat de lange rente op middellange termijn ook laag zal blijven. In die verwachting vinden deze autoriteiten de rechtvaardiging voor hun pleidooi voorzichtig te zijn met uitgaven nu, omdat anders latere generaties de hond in de pot zullen vinden.

Intussen is die rekenrente een heikel punt geworden in pensioenland, omdat de rekenrente de dekkingsgraad van een pensioenfonds bepaalt. Aan de uitgavenkant zijn via die ene dekkingsgraad alle deelnemers van een fonds met elkaar verbonden. Zo zijn gepensioneerden via de dekkingsgraad gebonden aan de hoge kosten van inkoop van pensioen door de stijgende levensverwachting van jonge generaties, en de jongeren zijn gebonden aan de pensioengaranties gedaan aan de oudere generaties. Aan de inkomstenkant bepaalt de rekenrente de hoogte van de premie. Omdat werkgever en werknemer de enorm hoge premies, gepaard gaand met de huidige zeer lage rekenrente niet willen betalen, wordt de jaarlijkse pensioenopbouw niet alleen uit de premie betaald maar ook vanuit het vermogen, waardoor de dekkingsgraad daalt. En dat vinden de gepensioneerden weer niet fijn.

Die rekenrente is intussen zo knellend geworden dat velen af willen van het fenomeen. In de discussie over het nieuwe pensioenstelsel wordt ook de weg ingeslagen naar een nieuw pensioensysteem zonder rekenrente. En onderhuids zijn er krachten werkzaam die ook niets meer willen weten van een rekenrendement of een macrostabiele discontovoet. In die visie wordt er in de actieve periode een pensioenkapitaal opgebouwd met een vrijelijk in het caooverleg tussen werkgevers en werknemers te bepalen pensioenpremie. Er ligt dan geen relatie meer tussen de premie en de hoogte van het uiteindelijke pensioen.

De vrees bij de werknemersorganisaties naar aanleiding van deze discussie ligt in de houding van de werkgevers en de overheid die in het kader van het ABP ook werkgever is. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) wil af van het huidige systeem van de inkoop van jaarlijkse pensioenaanspraken met behulp van een rekenrente / rekenrendement / discontovoet. De belangrijkste reden daarvoor ligt in het steeds hoger worden van de pensioenpremie die vasthangt aan die steeds lager wordende rekenrente. En de werkgever is in het huidige systeem aansprakelijk voor 70% van die premie. Dat geldt ook voor alle andere werkgevers in het land die nog een soort van gegarandeerde pensioenregeling kennen. En de werkgevers willen van die verantwoordelijkheid af en verschuiven die naar u, de individuele deelnemer.

Er zijn voor de overheid nog andere redenen te bedenken om af te willen van die rekenrente. Volgens DNB hebben Nederlandse burgers in verhouding tot Europese burgers veel geld zitten in collectieve voorzieningen zoals o.a. de hypotheek- en de pensioenpot, waardoor er minder eigen geld is. Het gevolg is dat economische crises daarom in Nederland diepere wonden achterlaten dan in andere EU-lidstaten. Het gevolg daarvan is weer dat de overheid meer moet bijspringen dan in de andere EU-lidstaten en van die verantwoordelijkheid wil DNB af. Die past niet meer in de Europese (fiscale) verhoudingen met veel landen die helemaal of weinig collectieve kapitaal gedekte pensioenvoorzieningen kennen. DNB verschuift op die manier de Verantwoordelijkheid naar u, de individuele deelnemer.

Het nieuwe pensioenstelsel werkt toe naar individueel op te bouwen pensioenvermogens. In die omstandigheden kun je ook bedenken dat de overheid zo’n individueel pensioenvermogen gemakkelijker kan aanwijzen voor het gebruik van andere doeleinden dan pensioen. Zo wordt een pensioenpot een levenslooppot en de individuele deelnemer wordt meer verantwoordelijk voor zijn eigen pensioengeluk.

Kijk, bij een rekenrente van 4% of meer, waarbij met een redelijke premie voldoende pensioen kan worden ingekocht en waarbij de pensioenen met indexatie kunnen worden uitbetaald, wil iedereen wel de verantwoordelijkheid dragen voor een collectief pensioenstelsel. Nu de omstandigheden moeilijk worden en de verantwoordelijkheden knellend, wil iedereen van die verantwoordelijkheden af. En dan gebeurt hetzelfde zoals het altijd bij bezuinigingen gebeurt. De rijksoverheid delegeert taken en verantwoordelijkheden naar lagere overheidsniveaus zonder voldoende geld mee te sturen.

De overheid wil de verantwoordelijkheid voor de pensioenen in deze moeilijke tijden niet meer dragen en ook de werkgevers willen de verantwoordelijkheid niet meer dragen. En iedereen die daar vervolgens mee wordt geconfronteerd, wentelt deze verantwoordelijkheid verder af. En waar komt die uiteindelijk terecht? U kent het klappen van de zweep: in de laagste regionen van de keten, bij u, de individuele deelnemer.

Nu wordt in de pers de vakcentrales de bekende behoudende houding verweten bij de totstandkoming van het nieuwe pensioenstelsel. Je zou ook kunnen zeggen dat wij proberen om de verantwoordelijkheden niet helemaal af te laten zakken naar de individuele deelnemer. Om reden van het feit dat pensioenopbouw een zaak van lange adem is en niet alle mensen zich daarmee bezig willen houden. Och pensioen, dat zien we later wel. Maar ook om ervoor te zorgen dat overheid en werkgever zich verantwoordelijk blijven voelen voor een goede pensioenregeling met een goed pensioenresultaat. Daar gaat de taaie strijd over. Wilt u ons dat kwalijk nemen?