OPINIE BINNENLAND

Werving: tijd om de bakens te verzetten

Wat zijn de gedachten bij het CLSK om dit probleem op te lossen

GENM B.D. R.S. VAN DAM

Foto links: Ministerie van Defensie

Defensie heeft 8.000 vacatures op een totaal van 60.000 personeelsleden. Van deze 60.000 zijn slechts 37.000 personen militair, de overige zijn burgers. De burgerfuncties zijn allen gevuld. Bij de luchtmacht concentreren de tekorten zich met name bij het technisch, beveiligings- en logistiek personeel.


Het Diensten Centrum Personeel Logistiek (DCPL) is nu verantwoordelijk voor de werving, selectie, keuring en aanstelling van personeel. Zij werven met de slogan ‘Werken bij Defensie’. Het was een politiek besluit om de vermeende macht van de krijgsmachtdelen af te bouwen en tot een een joint organisatie te komen. Hiermee kwamen echter ook de sterke merken van deze krijgsmachtdelen onder druk. Tegelijkertijd werd ook het hele proces van werving gecentraliseerd. Sinds die tijd is het tobben met de werving. Werd dit initieel nog gecamoufleerd door de economische crisis, nu wordt deze verkeerde beleidsbeslissing in volle hevigheid zichtbaar en voelbaar.


Er zijn diverse goede initiatieven ontwikkeld om het aantal vacatures terug te brengen, zoals reizende banenwinkels, grote wervingsmanifestaties, maatwerkcampagnes via social media, samenwerking met uitzendbureaus en zogeheten In House dagen, waar direct kennis gemaakt kan worden met de werkvloer. Dit laatste initiatief is geboren om specifiek kennis te kunnen maken met een bepaald Operationeel Commando (Opco). Daarnaast zijn er leerovereenkomsten met HBO’ers en MBO’ers, waarbij Defensie de studie betaalt, zorgt voor stageplaatsen en waarbij na het behalen van het diploma betrokkene bij Defensie komt werken. Overigens speelt met name bij de MBO’ers ook de wens om in hun regio te kunnen werken.

Helaas zullen deze initiatieven het personeelsprobleem niet oplossen.


Het centralistische model blijft namelijk het probleem. Allereerst moet ‘Werken bij Defensie’ worden verlaten en weer ‘Werken bij de marine, landmacht, luchtmacht en marechaussee’ worden. Voorts moet de werving weer worden neergelegd bij de Opco’s, die dat proces elk op hun eigen specifieke manier gaan inrichten. Zij onderhouden de relaties en contacten met de relevante opleidingen zoals lagere scholen (ja echt, in groep 8 moet je al gaan werven), ROC’s, MBO’s, HBO’s en niet te vergeten bedrijven en organisaties. Immers in het kader van de adaptieve krijgsmacht is uitwisseling van personeel een aantrekkelijke optie voor beide partijen. Dit alles gebeurt nu al, echter op onvoldoende schaal en dus niet effectief.


Het enige dat dan centraal blijft is de keuring: medisch, fysiek en psychologisch en dat graag binnen drie dagen, en niet zoals nu, pas na meerdere weken of zelfs maanden. Deze processen zijn ook heel goed uit te besteden en hoeven dus niet perse door personeel van Defensie te gebeuren. Daarna stellen de Opco’s de goedgekeurde kandidaten aan, inclusief eventuele secundaire arbeidsvoorwaarden. Hoe zij dat doen is hun verantwoordelijkheid.


Kortom, het idee dat centralisatie alles beter maakt, moet (ook) bij de werving van personeel worden verlaten. De bijna vierhonderd functies bij DCPL die zich hiermee bezighouden, moeten grotendeels worden verdeeld over de Opco’s. Een klein restant blijft achter voor het keuringsproces dat verder, daar waar mogelijk, grotendeels wordt uitbesteed aan civiele partijen.