OPINIE - BINNENLAND

Waarom Nederlandse
F-35’s kernbommen moeten dragen

Juist om ze de wereld uit te helpen

HAN TEN BROEKE EN PATRICK BOLDER

Beide auteurs zijn verbonden aan het The Hague Centre for Strategic Studies (HCSS). Ten Broeke als Director of Political Affairs en Bolder als Strategic Analyst. Dit artikel werd op 19 december 2019 gepubliceerd op de site van HCSS en werd met instemming van de auteurs overgenomen in Carré.

De val van de muur in Berlijn luidde een geopolitieke vakantie van dertig jaar in, waarin Europa achteroverleunend, haar vredesdividend maximaal verorberde. Die pauze is voorbij. De competitie tussen staten en machtsblokken is helemaal terug en de defensiebudgetten stijgen wereldwijd. Vóór 1989 was de wereld bipolair en kon de Koude Oorlog tussen de VS en de Sovjet-Unie door het vrije westen worden gewonnen door een combinatie van geloofwaardige afschrikking en wederzijdse ontwapening. Nu verscheuren Moskou en Washington het belangrijkste ontwapeningsverdrag dat Europa kernwapenvrij hield. De reden is dat ze China willen kunnen afschrikken, het land dat aan geen enkel verdrag gebonden is en een duizelingwekkend aantal middellange- en langeafstandsraketten heeft ontwikkeld.


En zo werd het INF-verdrag, de hoeksteen in het vakantiehuis van onze continentale veiligheid, opgezegd door onze grootste bondgenoot en onze vijand van weleer. Europa staat erbij en kijkt ernaar. Maar dat was ook al zo toen Reagan en Gorbatsjov het INF-verdrag tekenden dat ons continent vrijwaarde van nucleaire middellangeafstandsraketten. Ze ondertekenden het verdrag in 1987 óver ons, zónder ons en ook vóór ons. Van de vredesbeweging tot de voorstanders van plaatsing van kruisraketten, iedereen slaakte een zucht van verlichting. Helaas moeten we weer onze adem inhouden, want de NAVO is verdeeld en de Amerikanen trekken zich terug. De Amerikaanse president Trump heeft serieuze twijfel gezaaid over de houdbaarheid van art.5 van de NAVO, waarin de solidariteit van het bondgenootschap centraal staat. De geloofwaardigheid van de NAVO hangt nu eenmaal direct samen met uitgangspunt dat NAVO-soldaten kunnen sterven vanwege een aanval op elkaars steden, of dat nu Tallinn, Tilburg of Tallahassee betreft. Maar met het verscheuren va het INF-verdrag is nu ook de nucleaire paraplu van de Amerikanen boven onze hoofden weggetrokken op het moment dat alle geopolitieke barometers storm voorspellen. De plaatsing door Rusland van Iskander raketten, die grote delen van Europa kunnen bereiken en de Baltische staten bedreigen, in de enclave Kaliningrad, is slechts één donderwolk. De Baltische staten en Polen eisen tegenmaatregelen van de NAVO of dreigen die anders zelf te nemen. En in Nederland…ach, in Nederland openen we een discussie over de kernwapentaak van de F-35. Volgens sommige politici zou het immers niet meer nodig zijn dat Nederland haar NAVO-taak uitvoert, zijnde om bij een conflict een nucleaire bom in de opvolger van de F-16 te laden.


Er lijkt weinig geleerd te zijn van de lessen die Nederland en ons continent juist vrijwaarden van die vreselijke vernietigingswapens. Maar het wordt nog erger. Net als in het begin van de jaren tachtig, toen Nederland als enige NAVO-lidstaat dreigde geen kruisraketten te plaatsen, is nu weer het idee dat we met een eigenstandige positie de wereld en de NAVO kunnen veranderen. Het omgekeerde is het geval. Indien Nederland haar kernwapentaak weigert uit te voeren staan Polen en de Baltische staten klaar om deze over te nemen, met een grotere bereidheid deze in te zetten en een geheel andere opvatting over ontwapening dan Nederland. Ons land zal elk recht van spreken verliezen in het ontwapeningsdebat en we verlagen zelfs de nucleaire drempel waarboven deze verschrikkelijke wapens worden ingezet. De Nederlandse Tweede Kamerleden debatteerden over kernwapens, maar nog meer dan in de jaren tachtig van de vorige eeuw leken de internationale verhoudingen daarbij uit het oog te zijn verloren. Net zoals de Adviesraad voor Internationale Veiligheid (AIV) bij monde van oud-NAVO SG Jaap de Hoop Scheffer al concludeerde, is het risico van nieuwe kernbewapening in Europa helaas toegenomen en zal het afzien door Nederland van de nucleaire taak voor de F-35 dat gevaar alleen maar vergroten. Ook de regering-Rutte stemde in met de AIV-conclusies. Maar in de Tweede Kamer worden die conclusies door sommigen genegeerd.

Daarom toch nog eens teruggekeken naar de reden waarom die kernbommen noodzakelijk zijn en ze juist in het bommenruim van een Nederlandse F-35 de kans vergroten om nooit te worden ingezet.

In de wapenwedloop concurreerden de grootmachten USSR en de VS met elkaar om meer en meer kernbommen met steeds grotere kernladingen. Daarmee ontstond een dermate grote dreiging van algehele wederzijdse vernietiging dat de afschrikking effectief was en het nooit tot inzet van deze wapens heeft geleid. Nu zijn we dertig jaar verder en is er een nieuwe wapenwedloop gaande tussen vooral Rusland, China en de VS. De geopolitieke spanningen lopen op en de techniek heeft forse stappen gemaakt. In de VS is de focus vooral gelegd op de strijd tegen het terrorisme en is het strategisch nadenken over kernwapens op de achtergrond geraakt. In Europa zijn we op militair-strategisch gebied als individuele lidstaten vooral met onszelf bezig geweest. In China en Rusland echter is wel steeds aandacht gebleven voor geopolitieke strategie en interstatelijke competitie. Nieuwe wapens met veel meer precisie, hogere snelheden en een veel groter bereik zijn ontwikkeld, waardoor zowel de VS als Rusland baat kregen bij het opzeggen van het INF-verdrag, waar China niet aan gebonden was terwijl het wél een duizelingwekkend aantal raketten bouwt. Maar terwijl de nucleaire grootmachten vooral oog hebben voor China, kunnen de Russische raketten ons nog steeds bereiken.


De verschillende types Iskander raketten komen allemaal in verschrikkelijke uitvoeringen en maken, met hun bereik van ruim boven de 500 km, verschillende West-Europese steden tot een potentieel doelwit. In de nucleaire doctrine van de NAVO zouden de Amerikanen pas steden moeten opofferen als een conflict niet tot Europa beperkt kan blijven. Deze dramatische logica van de mutual assured destruction (MAD) mag dan niet de onze zijn, maar is wel een strategische werkelijkheid. Als wij weigeren kleine tactische kernwapens met de F-35 in te zetten, raken we onze geloofwaardigheid bij de Amerikanen kwijt. Als wij niet zelf bereid zijn de escalatie-drempel te verhogen, worden we continu onder schot gehouden door Russische raketten die heel snel van kernkoppen kunnen worden voorzien. Die Russische wapens hoeven dan niet eens te worden ingezet om het Balticum en NAVO-troepen in dat gebied tot gijzelaars te maken.

B61 trainingswapen

B61 nucleaire bom (foto: Wikimedia Commons)

Nu door de Russen wordt gesproken over kleinschalige en tactische inzet van nucleaire wapens, die men noodzakelijk acht voor de verdediging van de eigen troepen, is het risico van een beperkt nucleair conflict vele malen groter geworden. De totale disproportionaliteit van de inzet van Amerikaanse zware kernwapens, gecombineerd met de twijfel die hun president zaaide over art. 5, zorgt ervoor dat Polen en de Baltische staten zich zeer bedreigd voelen. Het is een dreiging die niet met mooie NAVO-persberichten kan worden weggenomen. Wél door vertrouwenwekkende maatregelen, zoals de modernisering van het nucleaire arsenaal, die de balans kunnen herstellen. De nucleaire taak van de F-35, met de B61-mod 12 nucleaire precisiebom met instelbare explosieve kracht, herstelt die balans en het vertrouwen. Doordat Nederland met de eigen F-35’s heel lang de eigen vinger aan de trekker kan houden, kunnen we de inzet van deze wapens direct beïnvloeden. Het vergt immers ook dat er een eigenstandig politiek besluit door de Nederlandse regering aan vooraf gaat. Het overdragen van de zeggenschap over Amerikaans eigendom aan Nederlandse vliegtuigbemanningen en de opdracht geven de missie uit te voeren zal uitsluitend met politieke instemming van de Nederlandse regering gebeuren. Bovendien kan de regering tijdens de vlucht van de F-35 nog besluiten deze terug te laten keren zonder de bom afgeworpen te hebben. Als een ander land met een minder terughoudende en helder denkende regering deze taak zou hebben, kunnen we als Nederland noch de inzet van kernwapens, noch de discussie daarover langer beïnvloeden.


Het was juist Nederland dat de afgelopen jaren als voortrekker fungeerde in het debat over wereldwijde nucleaire ontwapening. Dat debat kan Nederland alleen maar geloofwaardig blijven voeren als het de grote kernwapenlanden kan aanspreken. Dat kan Nederland niet als het niet bereid is zelf nucleaire taken uit te voeren. Het beschikken over de kernwapentaak, hoe zwaar en ongewenst die taak ook is, maakt dat Nederland juist wordt gerespecteerd en gehoord in haar pleidooi voor een kernwapenvrije wereld. Helaas gaat die paradox op in een wereld die steeds minder bereid is de noodzaak tot ontwapening in te zien. De ongeveer twintig kernwapens die uit Nederland zouden wegblijven doen helemaal niets aan de ruim 14.000 wapens waarvan wereldwijd sprake is. Ze zullen in dank worden overgenomen door andere NAVO-lidstaten die op dit moment juist niet van plan zijn om bij te dragen aan ontwapening.