VAN DE VOORZITTER

De leden zijn geraadpleegd!

LKOL NIELS VAN WOENSEL

Op donderdag 7 juli was het eindelijk zover. In een vergadering van het Sectoroverleg Defensie werd de uitkomst van de ledenraadpleging over het arbeidsvoorwaardenresultaat bekend gesteld. Met een ruime meerderheid is door de leden ingestemd met het resultaat. Voor de GOV|MHB was dit meer dan negentig procent. Daarmee komt er eindelijk een einde aan een lange periode waarin het overleg was stilgelegd.

Niet alleen de inhoud van het resultaat stemde positief maar ook de manier waarop het resultaat is bereikt en hoe het aan het defensiepersoneel is voorgelegd. Vorig jaar schreef ik bij mijn aantreden als voorzitter al dat ik van mening was dat Defensie en bonden te veel als tegenstanders met elkaar in overleg waren en niet als de sociale partners die we zouden moeten zijn. Dat we minder positioneel moesten onderhandelen en meer principieel. Dat het niet om posities in het overleg ging, maar om de belangen achter deze posities. En dat we samen naar oplossingen zouden moeten zoeken in plaats van tegenover elkaar te staan. En als ik nu terugkijk op de afgelopen maanden en hoe we dit arbeidsvoorwaardenresultaat hebben bereikt, dan zie ik toch een duidelijke stap in de goede richting. Dat we met meer begrip voor elkaars belangen, op een respectvollere manier en meer in gezamenlijkheid aan de onderhandeltafel hebben gezeten. En dat we vervolgens ook samen het resultaat hebben voorgelegd aan het personeel, samen de voorlichtingen hebben gehouden en samen hierover hebben gecommuniceerd. Dit zijn allemaal zaken die in de jaren hiervoor vaak ondenkbaar waren. Dat we tot aan de rechtbank toe met elkaar in ‘gevecht’ waren en elkaar over en weer verwijten maakten. Gelukkig is er nu een andere sfeer en wordt er op een andere manier overlegd. We zijn er zeker nog niet, maar er zijn flinke stappen gemaakt en het ziet er voor de toekomst gunstig uit.

Om het arbeidsvoorwaardenresultaat aan de leden van de NOV voor te leggen hebben wij fysiek en ook online voorlichting gegeven. We hebben geprobeerd om op verschillende nieuwe manieren, zoals podcasts, speciale informatiebulletins en online sessies u te informeren. Het was ook mooi dat we eindelijk weer het land in konden en op de diverse defensielocaties met de leden konden spreken. Dit heeft mij veel inzicht gegeven over de goede punten van dit resultaat, waar er nog kritiek op is en wat er nog moet gebeuren. Ook was het goed om weer te horen wat er allemaal speelt bij de eenheden en op de kazernes. Een aantal punten heb ik er in ieder geval van meegenomen. Iedereen is verheugd dat er nu eindelijk een nieuw loongebouw voor militairen is ingevoerd en dat daarmee een eerlijker en beter basissalaris is bereikt. Het is zeker voor de lagere rangen belangrijk dat het een flinke verbetering oplevert. Wel blijkt dat door de invoering van het nieuwe loongebouw er diverse zaken aan het licht komen waar we nog mee aan de slag moeten. Het functiewaarderingssysteem bij Defensie bijvoorbeeld, maar ook moeten we duidelijkheid krijgen welk deel van het salaris voor de bijzondere positie van de militair is. Het nieuwe loongebouw is namelijk op veel vlakken eerlijker en beter uitlegbaar, maar heeft ook laten zien waar dit nog niet het geval is. Wat verder veel wordt aangegeven is dat we snelheid moeten maken met het herzien van het stelsel van toelages. Want niet alleen het basissalaris moet concurrerend zijn, ook de toelages voor inzet of specialistische functies moeten worden verbeterd en/of herzien. Een laatste belangrijk punt is het overleg over de reorganisaties bij Defensie. Ik hoor eigenlijk vooral dat veel mensen zich zorgen maken over de snelheid waarmee reorganisaties worden uitgevoerd. Ik heb al eerder aangeven dat ik van mening ben dat, in de huidige situatie waarin Defensie verkeert, we op een nieuwe en andere manier met reorganisaties moeten omgaan en dat de rol die de bonden daarin hebben moet worden herzien. Al is het maar voor de komende jaren.

Heel waardevol dus dat we deze ledenraadpleging mochten houden en het is duidelijk dat er nog genoeg werk te doen is. Deze maand zal ik nog een bezoek brengen aan de militairen die in het kader van de enhanced Forward Presence (eFP) in Litouwen zijn ingezet. Ik ben dankbaar dat ik de gelegenheid krijg om met eigen ogen te zien hoe en onder welke omstandigheden onze collega’s daar werken. Ook zal ik tijd blijven besteden aan het bezoeken van eenheden. Om te horen wat er speelt, waar we aan moeten werken en om onze ideeën over de vervolgonderhandelingen met u te delen. Ik kijk er naar uit u (weer) te ontmoeten.

De ledenraadpleging was heel waardevol