OPINIE - BUITENLAND

Poetins Rusland of Ruslands Poetin?

De continuïteit in Russische strategische cultuur

MARNIX PROVOOST

‘I cannot forecast to you the action of Russia. It is a riddle wrapped in a mystery inside an enigma. But perhaps there is a key. That key is national interest.’ - Winston S. Churchill -

Maj Marnix Provoost MA is infanterie-officier en momenteel werkzaam als promotieonderzoeker bij de Nederlandse Defensie Academie (NLDA).

Dit artikel werd op aanraden van de auteur met toestemming van de redactie atlcom overgenomen uit Atlantisch perspectief nr. 3-2022. De afbeeldingen zijn geplaatst onder de creative commons licentie.

De afgelopen twee decennia voerde de Russische Federatie een steeds assertiever en agressiever buitenland- en veiligheidsbeleid. Op 24 februari van dit jaar resulteerde dit in de grootschalige invasie in Oekraïne. Tot verrassing en afschuw van velen woedt er een oorlog op het Europese continent, met alle verschrikkelijke gevolgen van dien. Het mag inmiddels duidelijk zijn dat hier een Russisch wereldbeeld aan ten grondslag ligt, dat fundamenteel verschilt van het westerse. In analyses en commentaren over de huidige oorlog in Oekraïne wordt echter veelal gesproken in termen als Poetins oorlog, die wordt uitgevochten door Poetins Rusland. Maar kan het Russische buitenland- en veiligheidsbeleid hoofdzakelijk worden toegeschreven aan het denken en handelen van enkel en alleen een staatshoofd? Want hoewel ze invloed hebben op het buitenland- en veiligheidsbeleid, worden ook de denkbeelden en acties van een staatshoofd sterk beïnvloed door de strategisch cultuur van het land zelf [1].

De strategische cultuur van een land is de sleutel om te kunnen begrijpen hoe dit land crises ervaart en daarin handelt. Het huidige Russische buitenland- en veiligheidsbeleid komt voort uit het Russische wereldbeeld en is daarmee een onderdeel van wat de Russische strategische cultuur genoemd kan worden. Voor politici en beleidsmakers binnen de Euro-Atlantische gemeenschap is het dus cruciaal om te begrijpen wat de Russische strategische cultuur is. Dit begrip is nodig om doordacht en prudent tegenbeleid te ontwikkelen en vormt een voorwaarde om adequaat om te kunnen gaan met de bedreiging die Rusland vormt voor de Europese veiligheid en stabiliteit. Dit artikel heeft dan ook als doel om de lezer op hoofdlijnen te informeren over enkele constanten in de Russische strategische cultuur. Gezien de complexiteit van dit onderwerp, kan dit artikel geenszins alomvattend noch diepgravend zijn. Wel poogt het een algemeen beeld te schetsen en de lezer te inspireren om zelf alsnog meer verdieping te zoeken om de Russische strategische cultuur en het daaruit resulterende buitenland- en veiligheidsbeleid te doorgronden.

Strategische cultuur

Sterke organisaties worden gekenmerkt door leiders die de eigen organisatiecultuur kennen en deze cultiveren [2]. Dit is ook toe te passen op de strategische cultuur van een land. Academici en beleidsmakers zijn het er onderling echter niet over eens waaruit de strategische cultuur van een land precies bestaat, laat staan wat de definitie ervan is. Wel is er in hoofdlijnen overeenstemming dat de strategische cultuur het wereldbeeld van een land bepaalt [3]. Ook is er overeenstemming dat de strategische cultuur van een land het product is van diepgewortelde historische ervaringen, politieke cultuur en geografie [4]. Deze drie factoren geven de strategische cultuur van een land dan ook een belangrijke mate van coherentie, consistentie en continuïteit.

De strategische cultuur van een land is vervolgens verder concreet te maken door vanuit dit geografische, historische en politiek-culturele perspectief een antwoord te formuleren op een aantal vragen. Hoe beschouwt het leiderschap van het land bijvoorbeeld de internationale betrekkingen en de rol van een crisis daarbinnen? En in het verlengde daarvan: hoe ziet het leiderschap de rol van militaire inzet in een dergelijke crisis? En welke rol spelen crises en militaire inzet vervolgens samen in het buitenland- en veiligheidsbeleid van dit land? En welke dreigingen en vijanden ziet het leiderschap van een land? En tenslotte, welke strategische handelingsopties ziet het leiderschap om binnen de internationale betrekkingen op die dreigingen en vijanden te reageren? De antwoorden op deze vragen vormen samen een beeld van de strategische cultuur van een land en zullen terug te zien zijn in het buitenland- en veiligheidsbeleid.

Het bovenstaande lijkt wellicht een simplificatie van een uitermate complex onderwerp en in zekere zin is het dat ook. Toch tonen de antwoorden op deze vragen een historische consistentie en continuïteit aan in het Russische buitenland- en veiligheidsbeleid, ongeacht of dat onder de vlag van het Keizerrijk, de Sovjet-Unie of de Russische Federatie was. Het Russische leiderschap lijkt zich dus zeer bewust van de eigen strategische cultuur en blijkbaar wordt deze dan ook zorgvuldig gecultiveerd.

Hoewel ze invloed hebben op het buitenland- en veiligheidsbeleid, worden ook de denkbeelden en acties van een staatshoofd sterk beïnvloed door de strategisch cultuur van het land zelf. Afgebeeld is de Russische president Poetin tijdens de mars van het Onsterfelijke Regiment, een optocht waarin nabestaanden de foto’s van hun voorouders dragen die meevochten in de Tweede Wereldoorlog (foto: Kremlin.ru / CC BY 4.0)

Geografie, historie en politieke cultuur

Na ziin ontstaan kende Rusland geen natuurlijke barrières als grenzen. Het gevolg hiervan was dat het land kwetsbaar was voor invasies door vijandig gezinde buren. Hier liggen de wortels van het Russische idee dat het land permanent bedreigd wordt van buitenaf [5]. De enige manier om invasies te voorkomen leek, in de Russische perceptie, om de grenzen van Rusland naar buiten toe uit te breiden. Om het zodoende nieuw verworven grondgebied weer te kunnen beveiligen tegen invasies, leek het vervolgens wederom nodig om de grenzen nog verder naar buiten toe uit te breiden. Uiteindelijk stuitten de Russen zodoende in het noorden op de Arctische Oceaan, in het oosten op de Zeeën van Japan & Ochotsk en de Stille Oceaan, en in het zuiden op gebergtes zoals de Kaukasus, Pamir en Tian Shan. In het westen vonden de Russen echter geen onbetwiste natuurlijke barrières.

Als gevolg van deze expansiedrift is Rusland het grootste land ter wereld. Door de enorme oppervlakte, de uitgestrekte grenzen en de vele etniciteiten heeft de territoriale integriteit van Rusland echter altijd onder druk gestaan. Verder heeft het westelijke, Europese zwaartepunt van Rusland weinig tot geen ongehinderde toegang tot de wereldwijde maritieme handel. De drie locaties vanaf waar Rusland toegang zou kunnen hebben, zijn relatief eenvoudig af te sluiten ter hoogte van de Bosporus, de Sont en de Straat van Denemarken en de Noorse Zee. Rusland beschikt weliswaar over enorme voorraden fossiele brandstof, maar de afhankelijkheid van de export hiervan maakt Rusland economisch ook kwetsbaar. Dit maakt Rusland binnen het eigen strategisch denken economisch, militair en uiteindelijk ook politiek kwetsbaar. Ook maakt het Rusland, de maritieme ambities ten spijt, tot een continentale macht met alle consequenties die daaraan vasthangen [6].

Vanuit een geografisch perspectief is Rusland dus kwetsbaar voor invasies, met name vanuit het westen. Deze kwetsbaarheid wordt bevestigd door de vele invasies die Rusland te verduren heeft gehad. De gepercipieerde dreiging van het ontbreken van natuurlijke barrières wordt nog eens versterkt door het feit dat het zwaartepunt van Rusland in het westelijke deel van het land ligt. Dit maakt Rusland, in het Russische denken, in existentiële zin kwetsbaar voor strategisch verrassing vanuit het westen. Deze combinatie van geografie en historie vormen de basis van een Russische preoccupatie omtrent het gebied tussen de westelijke grens van Rusland en de oostelijke grens van Duitsland [7]. Om de gepercipieerde dreiging

tegen het kwetsbare westelijke zwaartepunt van Rusland het hoofd te kunnen bieden, is strategische diepte in westelijke richting nodig. Strategische diepte is wat Rusland in onder meer in 1812 en 1941 in staat stelde om invasies uit het westen te kunnen weerstaan en moet worden gecreëerd door de grenzen van Rusland en/of de Russische invloedssfeer zo ver mogelijk richting het westen te verleggen.

Vanuit historisch perspectief is ook de Russische perceptie van de eigen nationale identiteit relevant. In het Russische wereldbeeld is Moskou sinds de val van Byzantium het ‘derde Rome’ en daarmee het middelpunt van de oosters-orthodoxe kerk. Verder bevat het denken over de eigen nationale identiteit het idee dat Rusland een doorslaggevende rol heeft gespeeld in diverse Europese oorlogen en daarbij altijd een hoeder is geweest van de machtsbalans op het Europese continent [8]. Het willen handhaven van een machtsbalans is ook nu nog herkenbaar in het nastreven van een multipolaire wereld en de pogingen om de gepercipieerde westerse hegemonie te beëindigen.

Collectieve welvaart is nooit een aspect geweest dat Russische burgers aan de staat verbond en hen loyaal maakte. Wat dat wel deed, is de perceptie van de macht van de staat binnen de context van de zorgvuldig gecultiveerde Russische identiteit en strategische cultuur. De politieke cultuur van Rusland kenmerkt zich dan ook door autocratisch bestuur. Het politieke debat in Rusland gaat niet zo zeer over de vraag óf een staat sterk of gecentraliseerd zou moeten zijn, maar juist over de vraag hoezeer. Reeds onder Nicolaas I werd de combinatie van orthodoxie, autocratie en de Russische identiteit een centraal thema in het besturen van Rusland [9]. En hoewel het oosters-orthodoxe geloof ten tijde van de Sovjet-Unie naar de achtergrond werd gedwongen, heeft de autocratische vorm van besturen nooit ter discussie gestaan. Onder Poetin is de traditionele drie-eenheid van besturen echter weer duidelijk terug te zien.

Strategische diepte is wat Rusland onder meer in 1812 en 1941 in staat stelde om invasies uit het westen te kunnen weerstaan. Afgebeeld staan Duitse soldaten tijdens Operatie Barbarossa in 1941 (foto: Bundesarchiv, Bild 101I-209-0090-28 / Zoll / CC-BY-SA 3.0)

Een kleine Russische elite heeft nagenoeg totale controle over de binnenlandse en buitenlandse politieke processen, de economie, de oosters-orthodoxe kerk, het veiligheidsapparaat en de informatievoorziening naar de bevolking toe. Het land is zodoende te typeren als een autocratisch bestuurde oligarchie, met Poetin aan het hoofd. Ondanks dat het wereldbeeld van deze elite mogelijk niet bij alle Russen leeft, staat dit bestuurssysteem wel toe dat één manier van denken dominant is binnen de strategische cultuur en dat het denken en handelen van deze sleutelfiguren en ideologen van grote invloed is op het buitenlanden veiligheidsbeleid. Ook deze personen zijn echter opgegroeid en gevormd binnen de historisch gewortelde en zorgvuldig gecultiveerde Russische strategische cultuur, wat hun denkbeelden en handelen heeft beïnvloed. Op hun beurt zullen ook zij deze strategische cultuur nu uit overtuiging of opportunisme cultiveren om hun persoonlijke belangen en die van Rusland na te streven.

Belangrijk binnen de politieke cultuur is de gedachte dat internationale betrekkingen een permanente onderlinge confrontatie zijn om nationale belangen na te streven [10]. In deze arena van strategische competitie kan een confrontatie tussen landen en/of internationale organisaties zich in een breed spectrum, op vele vlakken en in vele vormen manifesteren wanneer belangen botsen. In de meest extreme vorm kan een confrontatie leiden tot een gewapend conflict, maar veelal doen deze confrontaties zich voor als een spontane of kunstmatige crisis op onder andere politiek, diplomatiek, economisch, financieel, juridisch of informationeel vlak. Deze holistische benadering in het strategische denken over confrontaties en crises is een voortvloeisel uit de Russische intellectuele traditie van systeemdenken. Binnen dit holistische perspectief op strategische interactie in de internationale betrekkingen is veiligheid een concept dat begrensd is in ‘hoeveelheid’. Dit betekent dat Rusland, waar het veiligheid aangaat, in de praktijk een ‘zero-sum’ perspectief heeft op het onderhouden van internationale betrekkingen. Vanuit dit perspectief kan internationale samenwerking dan ook alleen bedoeld zijn om ten behoeve van het eigen nationale belang een sterkere positie te verkrijgen en zal dit altijd ten koste gaan van de veiligheid van andere landen.

De Russische benadering van internationale betrekkingen kent ook geen binair onderscheid tussen een staat van oorlog of vrede; er is slechts ‘worsteling’ of competitie tussen landen, variërend in vorm, intensiteit en potentiële gevolgen. Het onderscheid tussen oorlog en vrede, en de overgang daartussen zijn in de Russische strategische cultuur dus fundamenteel anders dan in het Westen. Vanuit Russisch perspectief zijn bijvoorbeeld economische sancties een vorm van oorlogvoering, net zoals het verspreiden van informatie of het steunen van oppositieleiders en dissidenten. In het verlengde hiervan wordt ook de internationale rechtsorde opgevat als oneerlijk en een middel om westerse belangen veilig te stellen [11].

In de context van strategisch interactie tussen landen is de Russische overtuiging dat Rusland, de Russische identiteit en Ruslands territoriale integriteit permanent worden bedreigd vanuit het Westen en dat deze dreiging moet worden geadresseerd. Deze dreiging is niet alleen militair in de vorm van een oostwaarts uitbreidende NAVO, maar bestaat juist ook uit het naar Rusland overslaan van de westerse cultuur, waarden, ideologie en het politieke systeem. De Verenigde Staten zijn hierbij de voornaamste Russische antagonist, met in het kielzog de overige westerse bondgenoten.

Door de gepercipieerde geografische kwetsbaarheid, het gecultiveerde vijandbeeld en de reële technologische achterstand op het Westen heeft Rusland niet de optie om aan te nemen dat het Westen goede intenties heeft achter de oostelijke uitbreiding van bijvoorbeeld de NAVO en EU. De gevoelde dreiging wordt daarbij versterkt doordat deze uitbreiding ten koste gaat van de door Rusland essentieel geachte strategische diepte. De landen in Ruslands ‘Nabije Buitenland’ (de Baltische staten, Belarus, Oekraïne en Moldavië) spelen hierin een sleutelrol. Wanneer deze landen expliciet aan Rusland verbonden zijn, zorgen deze voor beschermende geografische diepte en daarnaast voor een stimulans van de Russische economie. Andersom wordt westerse invloed en presentie in deze landen als een bedreiging en aantasting van de Russische belangen gezien. Dit creëert de paradox dat de door Rusland gepercipieerde ideale veiligheidssituatie een existentiële bedreiging vormt voor de soevereiniteit van diverse Europese landen, maar dat de veiligheid en vooruitgang die deze landen zoeken binnen de NAVO en EU de door Rusland gepercipieerde existentiële bedreiging uit het Westen versterken.

Militaire inzet binnen internationale betrekkingen

Wanneer strategische interactie tussen landen de vorm aanneemt van een oorlog, wordt dit niet gezien als een confrontatie tussen de capaciteiten van strijdkrachten, maar als een confrontatie tussen systemen, die absoluut van aard is. Het mag duidelijk zijn dat de ideeën van Von Clausewitz dus een prominente plaats hebben in de Russische strategische cultuur en van grote invloed zijn op het Russische militaire denken. Binnen de Russische strategische cultuur is militaire inzet in algemene zin dan ook een onderdeel van politiek beleid en moet deze inzet altijd bijdragen aan politiek-strategisch doelstellingen. Dit betreft niet alleen inzet om namens de staat geweld toe te passen, maar juist ook bijvoorbeeld het positioneren en demonstreren van militaire capaciteiten om hun diplomatieke signaalwerking [12].

Ondanks dat er geen binair onderscheid tussen een staat van oorlog of vrede wordt gemaakt, is het Kremlin wel duidelijk over wat het wel onder oorlog verstaat: Het is wanneer een staat geweld gebruikt om een politieke confrontatie te beslechten [13]. Oorlog is een strategische activiteit om, in samenhang met diplomatieke en economische inspanningen, politieke doelstellingen te realiseren. Naar grootte differentiërend bestaan er dan drie categorieën oorlog: lokaal, regionaal en grootschalig. Interessant is dat naast de territoriaal-geografische scope en het aantal strijdende partiijen, ook vooral ook de politieke scope varieert van 'beperkte militair-politieke doelen' via 'belangrijke militair-politieke doelstellingen' tot 'radicaal militair-politieke doelstellingen'. Deze indeling zegt overigens niets over de schaalgrootte of intensiteit van de gevechten zelf, alleen over de genoemde variabelen.

De uitkomst van ‘statelijk geweld om een politieke confrontatie te beslechten’, wordt bepaald binnen een spectrum. De hoogste vorm van succes is een politieke overwinning, met daarna een militaire overwinning, een militaire nederlaag en als laatste een politieke nederlaag. Een militaire overwinning of nederlaag is dus altijd ondergeschikt aan het politieke resultaat van de oorlog. Een militaire overwinning op zich is dan ook niet per definitie genoeg om een politieke overwinning te kunnen uitroepen, net zoals een politieke overwinning niet per definitie een militaire overwinning vereist. De ultieme politieke overwinning behelst de permanente beëindiging van het politieke conflict, geformaliseerd in een internationaal document en waarmee nieuwe oorlogen zijn uitgesloten. Een belangrijk punt om hieruit te halen is dat er binnen het Russische strategische denken dus een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen politieke en militaire successen en dat er in het verlengde daarvan dus minder belang wordt gehecht aan het behalen van tactische en operationele successen dan in bijvoorbeeld westerse krijgsmachten.

Binnen het Russische gepercipieerde permanente strategische defensief dienen militaire capaciteiten primair om het handelen tegen Russische belangen af te schrikken. Deze strategische afschrikking bestaat uit drie onderdelen [14]. In de eerste plaats is er nucleaire afschrikking, waarbij het Russische kernwapenarsenaal zowel strategisch als tactisch kan worden ingezet. Daarnaast is er de niet-nucleaire afschrikking door bijvoorbeeld inzet van conventionele strijdkrachten, speciale eenheden, huurlingen, etc. Tenslotte is er de niet-militaire afschrikking, waarbij gebruik wordt gemaakt van andere vormen van staatsmacht. De Russische opvatting is hierbij dat strategische afschrikking niet ophoudt wanneer een conflict uitbreekt, maar ook tijdens het conflict een rol heeft om voortzetting of ongewenste geografische of internationale escalatie te voorkomen.

Binnen het strategisch defensief kan plaatselijk en tijdelijk echter uit opportunisme offensief worden opgetreden. Bijvoorbeeld door in al dan niet zelf geïnitieerde internationale crises een tijdelijke positie van relatieve dominantie te verkrijgen om Russische belangen duurzaam veilig te stellen. Waar eerder, tegen een enorme financiële kosten, duurzame dominantie in het gehele spectrum van strategische interactie met rivalen werd gezocht, draait dit nu dus om tijdelijke en plaatselijke, relatieve dominantie.

Conclusie

Samenvattend verklaart het gebrek aan natuurlijke barrières aan de westelijke grens in combinatie met de historische perceptie dat Rusland wordt omringd door vijandige buren een verklaring voor het nastreven van strategische diepte in westelijke richting. De Russische perceptie over het zijn van het ‘derde Rome’ en de beslissende rol die het speelde in verschillende Europese machtsoorlogen verklaren waarom het land meent een bijzondere positie te hebben in het internationale bestel. De traditie van autocratisch bestuur biedt een verklaring voor het belang dat wordt toegekend aan het hebben van een sterke staat en een sterke leider. Het resultaat is een wereldbeeld dat Rusland een door de internationale gemeenschap erkende grootmacht in een multipolaire wereld behoort te zijn, maar strategisch in het defensief is tegen een vijandig gezind Westen. Naar gangbare westerse maatstaven als het aantal inwoners, de omvang van de economie en het BBP per hoofd van de bevolking lijkt het irreëel dat Rusland zichzelf als een mondiale grootmacht ziet. De Russische perceptie is echter niet op deze maatstaven gebaseerd, maar is het resultaat van de Ruslands geografie, geschiedenis en politieke cultuur.

De Russische strategische cultuur is dus coherent, consistent en kent een grote mate van continuïteit. De verwachting is dan ook gerechtvaardigd dat deze strategische cultuur niet snel zal veranderen. Wat door de tijd heen wel veranderde, is Ruslands mogelijkheid om in lijn met deze strategische cultuur te handelen. Het opportunistische, becalculeerd risicovolle Russische buitenland- en veiligheidsbeleid van de afgelopen twee decennia is hier een voorbeeld van. Daarmee is het aan de lezer om te bepalen of we nu te maken hebben met Poetins Rusland, of Ruslands Poetin. Hoe dan ook is het uit de Russische strategische cultuur voortvloeiende beeld over de internationale orde en internationale betrekkingen niet verenigbaar met het huidige Euro-Atlantische perspectief. Ditzelfde geldt voor de vigerende normen, waarden en belangen binnen de internationale betrekkingen. Het gevolg hiervan is dat het Westen voorbereid moet zijn op structurele confrontaties met Rusland. Door de Russische strategische cultuur te doorgronden, wordt duidelijk waar deze confrontaties zich kunnen voordoen en wat daarbij verwacht mag worden.

‘Strategic culture is of interest because the concept suggests, perhaps insists, that different security communities think and behave somewhat differently about strategic matters’.

- Colin S. Gray -

Eindnoten:

  1. Zie ook: McFaul, M., (2020), ‘Putin, Putinism and the Domestic Determinants of Russian Foreign Policy’, in: International Security, Vol.45, No.2, p.95-139.
  2. Schein, E., (2010), ‘Organizational Culture and Leadership’, in: The Jossey- Bass Business and Management Series, Vol.2, Ed.4, John Wiley & Sons.
  3. Lock., E., (2017), ‘Strategic Culture Theory: What, Why, and How’, in: Oxford Research Encyclopedias: Politics, Oxford: Oxford University Press.
  4. Johnston, A.I., (1995), ‘Thinking about Strategic Culture’, in: International Security, Vol.19, No.4, p.32-64.
  5. Carleton, G., (2017), ‘Russia’, in: The Story of War, Cambridge, MA: Belknap Press of Harvard University Press.
  6. Theorieën van o.a. Alfred Thayer Mahan, Halford John MacKinder en Carl Schmitt beïnvloeden via Russische ideologen mede het Russische wereldbeeld. Zie bijvoorbeeld: Dugin, A.G., (1997), The Foundations of Geopolitics: The Geopolitical Future of Russia, Moscow: T8 Publishing.
  7. Rumer, E. & Sokolsky, R., (2020), ‘Etched in Stone: Russian Strategic Culture and the Future of Transatlantic Security’, in: Carnegie Endowment for International Peace, September.
  8. Lavrov, S., (2016) ‘Russia’s Foreign Policy in a Historical Perspective’, in: Russia in Global Affairs, No.2.
  9. Riasanovsky, N.V., (1960), ‘“Nationality” in The State Ideology during the Reign of Nicholas I’, in: The Russian Review, Vol.19, No.1.
  10. Adamsky, D., (2018), ‘From Moscow with Coercion: Russian Deterrence Theory and Strategic Culture’, in Journal of Strategic Studies, 41:1-2.
  11. Ivanov, I., (2018), ‘Russia’s post-election foreign policy: new challenges, new horizons’, in: Russia in Global Affairs, Maart
  12. Renz, B., (2016), ‘Why Russia is Reviving Its Conventional Military Power’, in: Parameters, 46(2), Summer.
  13. Voennaya Doktrina Rossiiskoi Federatsii, no. 2976, akkoord op 25 December 2014, via: (http://scrf.gov.ru/security/military/document129/).
  14. Ven Bruusgaard, K. (2016), ‘Russian Strategic Deterrence’, in: Survival, 58:4, 7-26.