OPINIE - BINNENLAND

Onze Oorlog

MARTIJN KITZEN

Minister-president Rutte tijdens zijn bezoek aan Oekraïne op 2 februari van dit jaar (foto: Wikimedia Commons)

Als u dit leest is het alweer bijna twee maanden geleden dat onze minister-president verklaarde dat die oorlog daar in Oekraïne ook de onze is. Hij voegde eraan toe dat we alles moeten doen om de overwinning voor Oekraïne dichterbij te brengen, waarbij we ervoor moeten waken dat de NAVO niet in een rechtstreek conflict met Rusland terecht komt. Je kunt het er mee eens zijn of niet, maar het is in ieder geval een duidelijk statement. Ik schreef eerder over het feit dat onze premier visie een vies woord vindt, maar deze keer moet worden gezegd dat hij een duidelijk doel voor ogen heeft. Rutte stelde zelfs dat wij als Nederlanders bereid moeten zijn de gevolgen van onze steun aan Oekraïne te dragen, ook als ons dat in de portemonnee raakt. Het gaat immers – zij het indirect – om onze eigen veiligheid en vrijheid. Helder, toch?

Als ik om me heen kijk bekruipt me echter het gevoel dat deze boodschap niet erg duidelijk is overgekomen. Dat het conflict in Oekraïne ook onze oorlog is, heeft namelijk meer om het lijf dan politieke steun toezeggen, sancties opleggen en wapens leveren. Het vraagt om de wil dit vol te houden en daarvoor is het nodig dat we de negatieve consequenties van onze positie kunnen absorberen. Van een dergelijke veerkracht zie ik weinig terug. Ik vraag me zelfs af of politici en burgers wel bereid zijn de benodigde weerbaarheid te tonen, nu we inderdaad steeds nadrukkelijker beginnen te merken dat er een rekening betaald moet worden voor onze steun. Het dragen van oplopende maandlasten en worstelen met inflatie gaat heel wat verder dan Facebook pagina’s van een geel-blauwe achtergrond voorzien. Het is verre van ondenkbaar dat als gevolg van de sancties de brandstofprijzen de komende tijd nog verder zullen stijgen. De boerenprotesten draaien weliswaar om de stikstofmaatregelen, maar laten zien dat er heel wat onvrede in het land is. De acties hebben een aanzuigende werking op andere ontevreden groepen zoals bijvoorbeeld tegenstanders van het COVID-beleid, anti-migratie activisten en gele hesjes. Deze veenbrand zou zich wel eens heel snel kunnen uitbreiden als de kosten voor levensonderhoud verder toenemen. Extra zorgwekkend is dat de stikstofproblematiek toont dat politici, die op een wetenschappelijk onderbouwde manier een voor alle partijen acceptabele oplossing proberen te zoeken, het afleggen tegen populisten die het niet altijd even nauw nemen met de waarheid. Het huidige politieke klimaat creëert zo een situatie waarin het electorale zelfmoord is impopulaire maatregelen vol te houden. Als de financiële druk verder toeneemt (en de aandacht voor de stikstofcrisis deels is overgewaaid), dan is er een grote kans dat de gevolgen van de steun aan Oekraïne het volgende onderwerp van verontwaardiging worden. Ik denk dat het dan snel gedaan kan zijn met ‘onze oorlog’.

Als het conflict in Oekraïne daadwerkelijk onze oorlog is, dan zullen de premier en zijn regering meer leiderschap moeten gaan tonen, met als doel de samenleving achter de Nederlandse inspanning te krijgen. Waar iedereen het erover eens lijkt dat een verdere escalatie van het conflict een existentiële bedreiging vormt, daar verschilt men van mening over de rol van steun in het voorkomen hiervan. Tegenstanders roepen dat je met sancties en ondersteuning het risico alleen maar vergroot, doordat je een reactie kan uitlokken. Voorstanders wijzen er juist op dat de Nederlandse (en NAVO-)positie een duidelijk signaal geeft dat Rusland te ver is gegaan en dat het in de toekomst niet nog eens moet proberen dergelijke acties uit te voeren. Anders gezegd, stelt het ene kamp dat je op korte termijn risico loopt tot verdere escalatie, terwijl het andere kamp juist probeert verdere Russische agressie op langere termijn in te dammen. Uit de woorden van Rutte blijkt dat ons kabinet de tweede redenatie volgt, maar vooralsnog wordt dit niet actief uitgedragen middels een overtuigend narratief. Het overbrengen van deze boodschap wordt overigens bemoeilijkt door de vergaande maatschappelijke polarisatie, waarbij desinformatie een grote rol speelt. Niet voor niets heeft Rusland ook in ons land al jaren daarin geïnvesteerd. Het op een lijn krijgen van de samenleving vraagt dus om het versterken van de band tussen verschillende maatschappelijke groepen en de regering, waarbij grote tegenstellingen zullen moeten worden overbrugd. Daarvoor zullen keuzes moeten worden gemaakt waar niet iedereen even blij mee zal zijn, maar die door de existentiële aard van de bedreiging wel zijn te verantwoorden.

Ons land heeft gelijktijdig te maken met meerdere problemen. Ik ben geen voorstander van het vooruitschuiven van (een gedeelte van) de problemen waar ons land mee worstelt. Maar ik kan me voorstellen dat de bereidheid, om de gevolgen voor de steun aan Oekraïne te dragen, groter wordt wanneer het kabinet een duidelijke keuze maakt en voorop stelt wat het zwaarst moet wegen. Als je het hebt over ‘onze oorlog’ dan lijkt het me duidelijk waar voor dit moment de prioriteit ligt.

Martijn Kitzen is hoogleraar aan de Nederlandse Defensie Academie en voormalig officier.