BOEKBESPREKING

Wat er op het spel staat

Titel: Wat er op het spel staat

Ondertitel: Mijn oproep voor vrede en vrijheid

Auteur: Michail Gorbatsjov

Vertaling: Gretske de Haan

Uitgeverij: Unieboek (Het Spectrum bv, Amsterdam)

ISBN: 978 90 00 364930

Boekinformatie: Hard cover, 184 pagina’s; september 2019

Prijs: € 19,99

Recensent: kol b.d. A. Kruize

De auteur

Michail Sergejevitsj Gorbatsjov (2 maart 1931) was secretaris-generaal van de Communistische Partij van de Sovjet-Unie (CPSU) van 1985 tot 1991 en president van de Sovjet-Unie (USSR) van 1990 tot 1991.

Gorbatsjov werd geboren in de regio Stavropol (in het zuiden van de huidige Russische Federatie). Hij groeide op in een boerenfamilie en werkte aanvankelijk in verschillende collectieve boerderijen. In de jaren vijftig studeerde hij rechten aan de staatsuniversiteit van Moskou en studeerde af in 1955. Tijdens zijn studie werd hij partijlid en was politiek zeer actief. In 1970 werd hij eerste secretaris van de communistische partij in Stavropol Kraikom, algemeen eerste secretaris van de Opperste Sovjet in 1974, en tenslotte werd hij lid van het Politbureau in 1979. Na de dood van Konstantin Tsjernenko in 1985 werd hij benoemd tot algemeen leider van het Politbureau en was daarmee de nieuwe machthebber van het land.

Hij is vooral bekend geworden door zijn pogingen om de CPSU te hervormen met glasnost (openheid) en perestrojka (hervormingen). Gorbatsjov speelde een belangrijke rol bij het beëindigen van de Koude Oorlog en de hereniging van Duitsland, waarvoor hij op 10 december1990 de Nobelprijs voor de Vrede ontving. Maar mede door zijn hervormingen verloor de partij ook steeds meer macht waardoor uiteindelijk de Sovjet-Unie uiteen viel.

Het boek

Gorbatsjov beschrijft in zijn boek een aantal gevaarlijke ontwikkelingen op het wereldtoneel die naar zijn idee kunnen leiden tot een allesvernietigende oorlog. Die oorlog zou het gevolg kunnen zijn van het onvermogen van politieke leiders om oplossingen te (willen) vinden. Hij vestigt zijn hoop op dialoog en verzoening bij de grote uitdagingen waar de wereld van vandaag voor staat. Het boek telt 21 hoofdstukken, ondergebracht in vijf delen.


Het eerste deel (Onze gemeenschappelijke veiligheid) gaat vooral over de ‘militarisering van de wereldpolitiek’; men is bij conflicten eerder geneigd tot wapengekletter dan tot dialoog. Met name de Verenigde Staten (VS) worden aangevallen wegens het opzeggen van het INF-verdrag - het verdrag dat in 1987 tot stand kwam onder Gorbatsjov en Reagan - en het terugtrekken uit de nucleaire overeenkomst (JCPOA) met Iran, ook een overeenkomst waarvoor Rusland zich heeft ingezet. Het optreden van het Westen, onder leiding van de VS, na beëindiging van de Koude Oorlog heeft veel schade aangericht in de onderlinge betrekkingen.

In het tweede deel (We moeten samen handelen) komen verschillende uitdagingen aan bod die nauw samenhangen met de globalisering. Gorbatsjov onderkent dat de globalisering veel heeft opgeleverd, maar de ongelijke verdeling van rijkdom, ecologische problemen en opkomend populisme zijn de schaduwkanten ervan.

In het volgende deel (Ideeën en politiek) doet de auteur vooral een oproep voor nieuwe politieke ideeën en samenwerking in een tijd dat bestaande ideologieën, o.a. door opkomend populisme, lijken te verdwijnen.

In deel vier van het boek (Wie is wie in de geglobaliseerde wereld?) behandelt de auteur naast de positie van een aantal grote landen (de VS, Rusland, India, China, Europa) ook de rol van de massamedia bij internationale conflicten en de positie van internationale organisaties.

Deel vijf heeft Gorbatsjov gewijd aan de relatie tussen Duitsland en Rusland. Zijn positieve mening over West-Duitsland in de periode voorafgaande aan en tijdens het proces van de eenwording met Oost-Duitsland, die in 1990 tot stand kwam, is omgeslagen in teleurstelling nu Duitsland zo duidelijk de kant van het Westen heeft gekozen.


Het is vooral het Westen dat volgens Gorbatsjov de grote veroorzaker is van de grote spanningen op het wereldtoneel waarmee we thans te maken hebben. En die spanningen kunnen volgens hem leiden tot een grote, allesomvattende oorlog; dat is de waarschuwing die in het hele boek doorklinkt. Het is begonnen kort na beëindiging van de Koude Oorlog, toen het Westen in een soort overwinningsroes verkeerde die leidde tot een ‘claim op het monopolistische leiderschap op het wereldtoneel’. In het verlengde daarvan wordt het interventionisme van het Westen veroordeeld (o.a. Afghanistan, het Midden-Oosten). Hier valt toch wel duidelijk een eenzijdige, niet objectieve benadering van de schrijver op. Want waar hij het Westen veroordeelt op diens interventies, wordt met geen woord gerept over het optreden van Rusland sinds het aan de macht komen van Poetin. Zo stelt de auteur dat ten tijde van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de leiders beter hadden moeten nadenken over de positie van Oekraïne en de Krim, daarmee suggererend dat Oekraïne niet zelfstandig had moeten worden (blz. 159). Maar vervolgens geen woord over het annexeren van de Krim in 2014, het optreden van Rusland in Oost-Oekraïne daarna en bijvoorbeeld de Russische interventie tijdens de oorlog in Syrië (2015). Ook t.a.v. binnenlandse aangelegenheden is Gorbatsjov uiterst bescheiden in zijn kritiek op het Russische leiderschap, terwijl hij in diverse hoofdstukken het belang van een goed functionerende democratie duidelijk onderstreept.


Gorbatsjov heeft een belangrijke rol gespeeld ten tijde van het einde van de Koude Oorlog. In het Westen wordt hij daarom geprezen, in eigen land wordt hij door velen nog altijd gezien als de man die de Sovjet-Unie te gronde heeft gericht. Wie dit boek leest kan de indruk krijgen dat Gorbatsjov vooral als een goed staatsman herinnerd wil worden. En hoewel het boek zeker niet objectief is, legt de auteur in een aantal gevallen wel de vinger op de zere plek en dat maakt het de moeite waard om te lezen.