Tijdelijke aanstelling en pensioenopbouw

door Bert Blonk

Binnen de defensieorganisatie werken tientallen, zo niet honderden, gewezen militairen (ugm-ers). Deze mensen zijn natuurlijk bij uitstek geschikt om, met hun kennis en ervaring, direct ingezet te worden voor projecten en dergelijke.

Formeel zijn zij tijdelijk als burgerpersoneel aangesteld ‘voor het verrichten van enkele diensten’. Eén van onze leden heeft zo’n aanstelling en meldde zich bij ons met de mededeling dat bij zijn aanstelling geen pensioenopbouw plaatsvindt, gevolgd door de vraag of dit terecht is. Uit de regelgeving blijkt dat deze aanstellingsvorm is uitgesloten van pensioenopbouw, maar zijn aanstellingsbesluit vermeldt ook dat hij voor een vast aantal uren per week en tegen een vast uurloon is aangenomen. Dat strookt natuurlijk niet met het ‘verrichten van enkele diensten’ dat een meer incidenteel karakter heeft. Hierdoor waren wij van mening dat deze aanstelling niet mocht worden uitgesloten van pensioenopbouw.


De GOV|MHB besloot om ABP aan te schrijven en deze verwees de zaak door naar Defensie. Daar drong al vrij snel het besef door dat dit punt mogelijk veel meer tijdelijke aanstellingen aanging. Onze casus werd de voortrekker van een onderzoek dat, na maanden wachten, een voor ons lid zeer gunstige nota opleverde. Deze nota heeft de strekking dat ons lid en alle medewerkers met eenzelfde type aanstelling op peildatum 1 september 2019, pensioenopbouw krijgen. Deze pensioenopbouw vindt plaats tot uiterlijk 31 december 2019 en heeft een maximale terugwerkende kracht van vijf jaar. De pensioenpremie zal volledig ten laste komen van Defensie.


Omdat de aanstellingsgrond: het verrichten van enkele diensten, in de onderhavige gevallen ten onrechte wordt gehanteerd, zullen de betreffende medewerkers die na 31 december 2019 in dienst blijven een andere, passende, aanstellingsvorm krijgen, waarbij op reguliere basis pensioenopbouw zal plaatsvinden. Het is de bedoeling dat de nota via de P&O afdelingen defensie breed zal worden toegepast en dat begin volgend jaar de feitelijke herstelactie wordt uitgevoerd.