door Martin Weusthuis


Pensioendossier is angstdossier

Het pensioendossier is een angstdossier geworden. Dat is begonnen na de eeuwwisseling. Daarvoor was het feest met rendementen in de dubbele cijfers en prachtige vooruitzichten met gematigde premies. In die jaren was pensioenenhet terrein van een handvol actuarissen en pensioenjuristen en een paar bestuurders die zich bezig hielden met deze uitermate saaie aangelegenheid. Maar toen kwam in 2001 eerst de dotcom crisis en daarna in 2008 de kredietcrisis. Een aantal pensioenfondsen kreeg moeite de jaarlijkse indexatie op de pensioenen uit te betalen en na 2008 gingen sommige fondsen over tot korten. Momenteel staan de kranten dagelijks vol met pensioennieuws, worden er rechtszaken aangespannen tegen de toezichthouder en om zetels in pensioenfondsbesturen, en vinden veel werknemers en gepensioneerden de pensioenkwestie een zeer belangrijke zaak.


Angst speelt al langere tijd een hoofdrol in de pensioendiscussie. Het begon al in 2001 na de dotcom crisis. Het antwoord vanuit de pensioensector kwam in 2011, in de vorm van een aangepast pensioenakkoord dat mee-ademde met de financieel-economische condities en zonder garanties, het zogenoemde reële stelsel. Dat mislukte helaas. Werknemers waren bang voor wat het casinopensioen werd genoemd omdat ook kortingen expliciet mogelijk werden. Daarna is het niet veranderd. Ook de toezichthouder is daar vatbaar voor gebleken. DNB sloeg de angst om het hart toen de marktrente maar bleef doordalen. Tot 2018 stelde DNB nog dat in een nieuw pensioencontract zonder garanties (het reële stelsel), gerekend kon worden met een hogere rekenrente dan de risicovrije rente, want die hoort bij een pensioenregeling mét garanties. In 2018 verklaarde DNB plotsklaps dat ook in een nieuw reëel stelsel gerekend moet worden met de risicovrije rente, officieel om de pensioenen van de jongeren te bewaken. Ik denk dat ook angst meespeelt. DNB wil na de (banken)kredietcrisis niet opnieuw de zwarte piet toegespeeld krijgen in een eventuele pensioencrisis. Maar ook in de discussie over het huidige systeem blijkt de angst. In de vorige eeuw belegden pensioenfondsen grotendeels in vastrentende waarden en specifiek in (staats)obligaties en zij behaalden gemiddeld zo’n 7% rendement per jaar. Genoeg om met een acceptabele premie een goed pensioenresultaat te bereiken. Door het wegzakken van de lange rente sinds de jaren negentig vorige eeuw is het rendement op obligaties echter sterk gedaald. Pensioenfondsen zijn daarom steeds minder in vastrentende waarden en steeds meer in beter renderende aandelen en andere zakelijke waarden gaan beleggen.