DEFENSIEBELEID EN KRIJGSMACHT

Vragen bij de defensiebegroting 2020

lkol b.d. F.A. Ebbelaar

Zoals elk jaar in september boog ook deze keer een aantal leden van de werkgroep Defensiebeleid en Krijgsmacht zich namens u over de defensiebegroting: wat komt er in 2020 op ons af en hoe wordt de toekomst van de krijgsmacht beschreven?


Veel gaat er beter bij Defensie. In de begroting wordt het genuanceerd verwoord in de inleiding van de Beleidsagenda:

We moeten van ver komen. We kunnen echter stellen dat het inmiddels weer voorzichtig aan de goede kant op gaat. Vijf jaar na een begrotings-dieptepunt zetten we weer stappen vooruit. We hebben het komende jaar bijna drie miljard euro meer te besteden dan vijf jaar geleden. Dat merken we ook in concrete resultaten…... We zijn er nog niet. Soms verwachten we meer dan we krijgen. Soms willen we meer dan we kunnen en duurt een verbetering langer dan we wensen. Bij het aandraaien van de grootste moeren, komen we weer kleine, losse moertjes tegen. Onze aandacht verschuift naar zaken die een lagere prioriteit hadden, maar door het oplopend achterstallig onderhoud tot grotere problemen zijn verworden: onze 11.000 gebouwen, onze verouderde IT-infrastructuur en onze voorraden. Dit onderhoud vergt tijd, geld en geduld.


Toch was niet alles ons duidelijk. Hieronder een beschrijving van onze voornaamste vragen en onduidelijkheden. Inmiddels hebben wij in recente gesprekken en communicatie met Kamerleden en ambtenaren op het ministerie onze observaties kunnen delen.

● Krimpend groeipad. Benadrukt wordt dat wij samen met onze bondgenoten in de NAVO ons grondgebied en onze belangen verdedigen. De begroting wijst op de afspraak uit 2014 om in tien jaar richting de 2% van het bruto binnenlands product te willen groeien. …Daardoor kunnen we groeien naar een krijgsmacht die een fair share levert aan de NAVO-doelstellingen. Maar wat is een fair share als de bruto defensie-uitgaven, als percentage van het bbp, twee pagina’s verder een daling laten zien in 2024 t.o.v. 2019? In dezelfde context komen uitspraken over een groeipad vreemd over: Dit groeipad om het fundament onder de NAVO samen met de andere partners te verstevigen, is vastgelegd in het nationaal plan, waarin wij laten zien hoe we de komende jaren tot 2024 de defensie-uitgaven in de richting van de 2% gaan bewegen.
Hoe ziet dit ‘groeipad’ eruit als op pagina 10 wordt geschreven dat Nederland in de periode 2019-2024 een daling laat zien in de ontwikkeling van het bbp-percentage, in tegenstelling tot veel andere Europese NAVO-lidstaten? Is hier niet sprake van een ‘krimppad’?

Personeelsmodel. Pagina 13: Defensie ontwikkelt de komende jaren een nieuw en toekomstbestendig personeelsmodel. Het is ons niet duidelijk binnen welke termijn dit model beschikbaar moet zijn en wat de kosten daarvan zijn. Wij lezen in de begroting 2020 en in de meerjarenramingen niet waar de budgetten zijn gepland voor dit model.


Beloning: Defensie zet in op de doorontwikkeling van een bezoldigingsstelsel. Het is goed om dit te lezen. De doorontwikkeling van een modern en bijdetijds bezoldigingsstelsel en een daarbij horend nieuw loongebouw zijn majeure stappen in het markt- dan wel overheidsconform maken van beloningen voor het defensiepersoneel. Hiermee zijn substantiële kosten gemoeid. Afhankelijk van de keuzes die gemaakt moeten worden, kunnen die kosten meerdere honderden miljoenen euro’s per jaar bedragen. Wij zien nergens in de meerjarencijfers dat daarvoor budgetten gereserveerd zijn. Zou het niet gewenst zijn om deze doorontwikkeling en inrichting van het nieuwe loongebouw aan te lopen als ware het een project met een daaraan gekoppeld budget, zoals we dat ook kennen bij de aanschaf van materieel?


Betrouwbare bondgenoot. Op pagina 21 wordt nog eens verduidelijkt dat we er nog niet zijn: Nederland heeft zowel in het maritieme als in het land- en luchtdomein aan de NAVO capaciteiten aangeboden, maar kan niet geheel voldoen aan wat NAVO graag van Nederland als bijdrage zou zien. Helaas is de informatie over de inzetbaarheid vertrouwelijk. Niet geheel voldoen klinkt als een onaangenaam understatement.

● Herijking. Aan het einde van de Beleidsagenda wordt voorzichtig vooruitgekeken en de realiteit onverbloemd weergegeven:
We kunnen samen weer vooruitkijken. De schappen raken geleidelijk aan weer vol, onze mensen krijgen vernieuwd en verbeterd materieel, onder verbeterde en veiligere (werk-)omstandigheden én met betere arbeidsvoorwaarden. Zaken die essentieel zijn voor het uitvoeren van onze grondwettelijke taken zoals het beschermen van ons (bondgenootschappelijk) grondgebied.
We zijn er echter nog niet. Nog lang niet. We willen de basis verder op orde brengen, om daarna de slagkracht te kunnen versterken en uiteindelijk onze gevechtseenheden te kunnen vergroten om zo onze schakel in de NAVO-veiligheidsketting te versterken. Hoe we dit gaan doen werken we uit in de herijking van de Defensienota die in 2020 wordt gepresenteerd. Een herijking die we aan de hand van gesprekken met ons defensiepersoneel en met mensen buiten de organisatie zullen vormgeven in een bijzonder en belangrijk jaar.


Begin oktober is de Kamerbrief uitgekomen die de procedure beschreef om tot de herijking te komen. Voor de GOV was het teleurstellend dat wij niet behoren tot de organisaties die uitgenodigd worden om hierover mee te denken. Waarom moeten bonden en beroepsverenigingen zich altijd opdringen om te voorkomen dat ze na de oorlog worden geïnformeerd?

● Bij de prestatie-indicator ‘vulling met personeel’ begrepen wij de norm van 100% voor burgerpersoneel. Voor de vulling van militair personeel wordt weliswaar een stijgende trend aangegeven maar tevens de norm van 90% gehanteerd. Waarom is de vulling met militair personeel normatief 10% lager en wordt ook niet de norm van 100% gehanteerd? Wordt dit gecompenseerd met adaptieve militairen?

● Op pagina 37 en verder worden de inzetbaarheidsdoelstellingen beschreven. Net als voorgaande jaren zijn wij niet enthousiast over deze presentatie. Ook deze keer vroegen wij ons af hoe de inzetbaarheidsdoelstellingen bij de krijgsmachtdelen, waarbij slechts een klein deel van de beschikbare eenheden operationeel gereed gesteld hoeft te zijn, zich verhouden met een inzet in het kader van de eerste hoofdtaak.

● GrIT. Het programma Grensverleggende IT (GrIT) moet invulling geven aan de basis IT-infrastructuur binnen Defensie. Hiervan werd al in 2014 geconcludeerd dat deze urgent vernieuwd moet worden. Op pagina 61 van de begroting wordt toegelicht dat GrIT essentieel is voor de slagvaardigheid van de krijgsmacht. Zonder een moderne en robuuste IT-infrastructuur is de strategische keuze (uit de Defensienota) voor Informatiegestuurd Optreden (IGO) een wassen neus. De huidige situatie met GrIT is daarom desastreus; niet alleen IGO loopt vast, maar bijvoorbeeld ook het verwerken en beschikbaar stellen van informatie die door de F-35 en de MQ-9 Reaper wordt verworven, gaat de komende jaren een groot probleem worden. Welk tijdpad en welke eventuele extra maatregelen zijn voorzien om de operationele informatievoorziening in 2020 en 2021 (en mogelijk ook de jaren daarna, als GrIT niet snel uit de impasse komt) op een volwaardig niveau te krijgen?

● Het programma Foxtrot wordt vermeld als randvoorwaardelijk voor IGO. Op pagina 62 wordt Foxtrot in één adem genoemd met TEN (Tactical Edge Networking), waarvoor de minister onlangs een overeenkomst (MoU) heeft getekend met de Duitse minister van Defensie. Het Duitse programma ‘Digitization - Land Based Operations’ (D-LBO), met een geplande investering van miljarden Euro’s, is daarmee gekoppeld aan het Nederlandse Foxtrot. Uit publicaties in bladen als Carré en Intercom blijkt dat er ook aan Nederlandse kant enorme investeringen zullen worden gedaan in mobiele communicatiesystemen, battlefield management systemen, enz. Waarom is het programma Foxtrot / TEN inhoudelijk en financieel nog nergens in de begroting terug te vinden, vroegen wij ons af. Het ontbreekt ook volledig in het Defensie Projecten Overzicht.

● Investeringsbudget IT. Op pagina 66 van de begroting is de verdeling van het investeringsbudget grafisch weergegeven. Daarin is zichtbaar dat de geplande uitgaven voor IT in de planperiode (t/m 2034) een dalende lijn volgen; dat is vreemd. Is hierin rekening gehouden met een groot programma als Foxtrot / TEN? En hoe is dit te rijmen met de strategische keuze voor IGO en het belang dat deze regering hecht aan innovatie en IT (met o.a. drones, robots en AI-toepassingen), waar nu al volop mee geëxperimenteerd wordt?

Bij het schrijven van deze bijdrage (medio oktober) is het onze bedoeling het wetgevingsoverleg van 30 oktober te volgen. Zo nodig zullen we in Den Haag onze zorgen nogmaals ventileren.

Bekijk vier korte video's m.b.t. de begroting van 2020