OPINIE BINNENLAND

Op de korrel

Laat minister Bijleveld
de landmacht in de steek?

kol b.d. drs. A.E. de Rooij


Ruim een jaar geleden, in juni 2018, verscheen de Defence Planning Capability (DPC) Review van de NAVO over de status van de Nederlandse defensie. Over de Koninklijke Landmacht werd (vrij vertaald) onder meer het volgende geschreven: Zowel de zware infanteriebrigade als de middelzware infanteriebrigade beschikken over onvoldoende bataljons. Zij hebben onvoldoende gevechtskracht. Er is onvoldoende artillerie om beide brigades tegelijkertijd te steunen. Bovendien worden de vereiste reactietijden voor de snelle reactiemacht niet gehaald, met name door tekortkomingen in de logistiek. Optreden hoog in het geweldsspectrum tegen een gelijkwaardige tegenstander zou voor de Nederlandse landstrijdkrachten een serieuze uitdaging betekenen.

Dat was schrikken, of misschien ook wel niet echt. Iedereen die enigszins in Defensie is geïnteresseerd, wist dat het ‘piept en kraakt’, vooral bij de landmacht.


Het was dan ook enigszins geruststellend toen een half jaar later de reactie van minister Bijleveld verscheen. In deze Kamerbrief, die net voor het kerstreces verscheen, schreef de minister het volgende: ‘Het kabinet heeft de intentie om te investeren in vijf capaciteitsdoelstellingen zoals vastgelegd in het NAVO Defensie Planningsproces. Door middel van deze investeringen versterken we de slagkracht van onze krijgsmacht (robuustere eenheden die binnen de NAVO zelfstandiger kunnen optreden hoog in het geweldsspectrum) en het voortzettingsvermogen (hoe lang we een bepaalde inzet kunnen volhouden). Ook verbeteren we de inzetbaarheid, zodat we indien nodig sneller aanwezig kunnen zijn bij (potentiële) conflicten’. En ‘Het betreft de volgende prioriteiten: F-35 jachtvliegtuigen; vuurkracht op land; vuurkracht op zee; special operations forces; cyber- en informatiedomein’.

Voorlopig wordt de prioriteit - vuursteun op land en op zee - niet ingevuld (foto: Ministerie van Defensie)

Mooie woorden, maar om deze doelstellingen te realiseren zouden ook extra middelen nodig zijn, volgens sommigen zelfs enkele miljarden per jaar. Alleen werden aan de mooie voornemens van de minister geen financiën gekoppeld. Hoeveel geld beschikbaar was, zou pas met het verschijnen van de Voorjaarsnota duidelijk worden.


En dat viel dus flink tegen. Eind mei verscheen op de internetpagina van het ministerie een triomfantelijke mededeling: ‘Het kabinet steekt tussentijds extra geld in Defensie. Structureel gaat het om € 162 miljoen extra per jaar’. Volgens minister Bijleveld laat dit extra geld zien dat Defensie tot de topprioriteiten van dit kabinet behoort. Laat ik duidelijk zijn: dat zijn haar woorden, niet de mijne. Verderop in hetzelfde persbericht geeft ze ook min of meer toe dat de krijgsmacht niet echt een topprioriteit is voor dit kabinet, wanneer ze zegt dat het geld dat vrijkomt bij de Voorjaarsnota, onvoldoende is om te investeren in alle prioriteiten en er dus keuzes moeten worden gemaakt.


Deze keuzes maakte ze bekend in een Kamerbrief die, toevallig(?), op de laatste dag voor het zomerreces werd gepubliceerd. Het betreft een verslag van een NAVO-bijeenkomst. In de loop van de brief blijkt dat niet langer in vijf maar in drie prioriteiten wordt geïnvesteerd. Dit is ten eerste de aanschaf van extra F-35’s om daarmee ‘de basis’ te leggen voor een derde squadron. Daarnaast wordt geïnvesteerd in de ondersteuning van de special forces en uitbreiding van het cyber- en informatiedomein. Beide laatste gebieden zijn politiek gezien hot en vereisen relatief gezien weinig financiële middelen. Een op het eerste gezicht logische keuze dus.

Dit betekent echter wel dat de andere twee in december genoemde prioriteiten, vuurkracht op land en op zee, voorlopig afvallen. Hierin wordt niets extra’s geïnvesteerd. En als ik mij beperk tot de landmacht, kan ik niets anders dan concluderen dat het voorlopig uitdagend blijft voor onze landmachtmilitairen om te worden ingezet in een groot conflict tegen een gelijkwaardige tegenstander. Maar ja, het is onwaarschijnlijk dat dit nog gebeurt tijdens deze kabinetsperiode.