Door: René Bliek


Niet alles gaat slecht

Afgelopen jaar is het Kleding- en Persoonsgebonden Uitrusting Bedrijf (KPU-bedrijf) af en toe negatief in het nieuws geweest. Te laat, te weinig, etc. Het leek de GOV|MHB daarom goed om eens een nadere blik te werpen op het KPU-bedrijf. Om eens duidelijk te maken wat nu de rol van het KPU-bedrijf is en met welke uitdagingen het bedrijf te maken heeft.

Wat is de rol van het KPU-bedrijf?

Het KPU-bedrijf is aangewezen om namens de Commandant der Strijdkrachten (CDS) op te treden als assortimentsmanager voor het assortiment Kleding en Persoonsgebonden Uitrusting (KPGU). Het KPU-bedrijf koopt aan de hand van de verwachte behoefte goederen en diensten in en stelt deze ter beschikking aan de rechthebbenden. Naast het verstrekken van KPGU sluit het KPU-bedrijf ook onderhoudscontracten af voor de gebruiker, zoals was- of vermaakcontracten.

Welke KPGU-assortimenten worden er gevoerd?

Aan elke militair wordt KPGU verstrekt. Deze KPGU is bedoeld om de defensiemedewerker in staat te stellen zo optimaal mogelijk zijn werk te kunnen doen.

Het assortiment KPGU is in te delen in de volgende groepen kledingpakketten:

• Opkomst pakket:
Basispakket voor iedere militair die opkomt, waarin een deel werkkleding (gevechtspak, sporttenue) en uitrusting zit, en een deel dagelijks tenue (DT, tenue 6).

• Functionele pakketten:
Kleding en uitrusting die specifiek bij een functie hoort (kok, vlieger,

motorrijder, etc.)

• Inzet specifieke pakketten: Kleding en uitrusting specifiek voor optreden in ander klimatologische omstandigheden (desert, jungle of arctic).

• Ballistische beschermingspakketten: Scherfvesten en brillen.

• CBRN-beschermingspakketten: CBRN-kleding en filterbussen voor het CBRN-masker.

Uitdagingen

Balans taak-middelen ontbreekt

Voor de (laatste) grote bezuinigingsronde bij Defensie bestond het KPU-bedrijf uit ongeveer 200 medewerkers. Op het slechtste moment waren dit er nog maar 160, terwijl het takenpakket gegroeid is van 2000 naar ruim 3000 verschillende artikelen. Ook het aspect kleden VEVA-leerlingen (3000 op jaarbasis) is een extra belasting. Ik hoef niet uit te leggen dat juist in die leeftijdscategorie de maatvoering wijzigt gedurende de opleiding.

Op dit moment is men bezig met een reorganisatie bij het KPU-bedrijf (plus 19VTE) en hoopt men weer richting de 200 VTEn te gaan.


Het is wel meteen duidelijk dat deze reorganisatie niet dat zal brengen wat nodig is om de balans terug te vinden. Om die reden staat er al een vervolg-reorganisatie (plus minimaal 16VTEn) in de startblokken. Je zou eigenlijk denken dat we de uitdaging met elkaar moeten oppakken, HDE, bonden en MC.

De huidige oorzaken van de onjuiste balans

Werkgevers plicht Defensie

Zoals eenieder weet heeft de werkgever de plicht om haar werknemers optimaal te beschermen tegen mogelijke gezondheidsrisico’s in het algemeen en bij operationele inzet in het bijzonder. Daarom wordt er voor iedere uitzending of oefening een risico-analyse opgesteld. Hierbij wordt een afweging gemaakt tussen de kans op een ernstige ziekte en een eventuele risico van beschermende maatregelen, een zogeheten ‘gewogen gezondheidsrisico’. Om die reden is ook het risico op de overdracht van vectorziekten[1], zoals bijvoorbeeld Lyme en Malaria, gewogen om dit risico zoveel als mogelijk te voorkomen. Een pakket van beschermende maatregelen is getroffen. Het verstrekken van met permethrine geïmpregneerde kleding (voor missies medio 2018) is maar één onderdeel van een reeks aan maatregelen om het defensiepersoneel te beschermen tegen vectorziekten. Hier ligt nu net de uitdaging. De CDS heeft een nota uitgegeven om het personeel te kunnen voorzien van geïmpregneerde pakken met permithrine. Voor missies hebben we dat al goed voor elkaar, maar nu moet het aanvullend ook voor oefeningen en training binnen Europa. Echter de doorvertaling naar aanvullende opdrachten: wie krijgt nu wat en hoeveel, maar vooral de toewijzing van budget om dit uit te kunnen voeren, ontbreekt nog.


[1] https://nl.wikipedia.org/wiki/Vectorziekte

Tot slot


We willen als Defensie enorme stappen voorwaarts maken, maar laten we niet vergeten dat het de mensen op de werkvloer zijn die het voor elkaar moeten krijgen. Daarom is het de plicht van onze leidinggevenden om zorg te dragen voor een goede balans tussen taak en middelen. Snel reorganiseren dus en voldoende budget ter beschikking stellen. Duidelijke keuzes maken in prioritering en uitdagingen erkennen (zoals bijvoorbeeld: “hoe om te gaan met permethrine”) en deze sneller oplossen. De GOV|MHB weet hoe bureaucratisch Defensie is en levert hier zelf ook een bijdrage aan, maar juist dat is reden te meer om ons allen te realiseren dat een probleem op de werkvloer door meerdere instanties (ook de Centrales van Overheidspersoneel) moet worden opgelost.

Deel dit artikel op uw eigen social media