Door: Martin Weusthuis


Pensioenfondsen hebben geen belangstelling meer voor micropensioenen


Foto: Erwin Olaf

Een lofwaardig streven waar de Nederlandse pensioenwereld aan mee wenste te werken. De koepels van pensioenfondsen (de Pensioenfederatie) en commerciële pensioenverzekeraars (het Verbond van Verzekeraars), staken de koppen bij elkaar en kwamen in 2011 met het initiatief van de SDMO, de Stichting Duurzame Micropensioenen Ontwikkelingslanden. Het ministerie van Buitenlandse Zaken deed mee, ook financieel, vanuit de trade and aid gedachte. Het doel van de stichting was het opzetten van collectieve pensioenvoorzieningen in ontwikkelingslanden.


De financiering van de micropensioenprojecten van SDMO gebeurde eerst door middel van donaties

uit de pensioen- en verzekeringswereld, later meer gericht vanuit een impactfonds, het Pension & Insurance Impact Fund (Pinif). In het begin verschenen ronkende teksten van waarschijnlijk de kant van de commerciële verzekeraars, zoals: “Een zaadje planten om een bloem te oogsten “ en, “We geven geen vis, maar een hengel”. Ach, u kent ze wel. De directeur van de Pensioenfederatie vond dat wij in Nederland bevoorrecht zijn, dat wij er met z’n allen in de loop der jaren in geslaagd zijn een bloeiende en hoogstaande pensioen- en verzekeringssector neer te zetten. Met een relatief kleine bijdrage en inspanning zouden wij ook met onze kennis en ervaring andere landen kunnen helpen op den duur hetzelfde te bereiken.

Hoe anders is de teneur momenteel. De SDMO is ter ziele, dat wil zeggen: rondt zijn werkzaamheden af zoals de oprichters het stellen. “SDMO werd in 2011 opgericht en heeft sindsdien bijgedragen aan een micro-pensioenregeling voor ruim 40.000 Indiërs. In Ghana is met expertise en financiële middelen uit Nederland een haalbaarheidsstudie uitgevoerd naar de oprichting van een zelfstandig pensioenbedrijf, dat inmiddels op eigen benen staat. SDMO heeft gepoogd vergelijkbare initiatieven in andere landen een impuls te geven via de oprichting van een impactfonds, PINIF. Het doel van dit fonds was om zowel financieel als sociaal rendement te realiseren in micropensioenen en microverzekeringen. Het fonds is echter niet van de grond gekomen, omdat het onvoldoende bleek aan te sluiten op het maatschappelijk beleggingsbeleid van de verzekerings- en pensioenmarkt in Nederland. Ongeveer de helft van het benodigde kapitaal werd toegezegd. Gesterkt door de positieve feedback is het bestuur hoopvol dat soortgelijke initiatieven in de toekomst alsnog van de grond gaan komen.”


Wat blijkt? De verzekeraars hadden hun halve deel van het benodigde kapitaal voor het Pinif wel toegezegd. Echter de pensioenfondsen deden dat niet. Officieel omdat het Pinif fonds onvoldoende aansloot bij hun maatschappelijke beleggingsbeleid. Daardoor deden de verzekeraars ook niet meer mee.


Nu kan ik me voorstellen dat de hoeveelheid geld die in micropensioenen omgaat voor bijvoorbeeld het ABP inderdaad niet interessant is. Daar gaan te veel aandacht en kosten naar toe in relatie tot de financiële opbrengsten die u als deelnemer eist. Ik denk ook dat de wereld intussen is veranderd. De dekkingsgraden zijn onderuit gezakt. Pensioenfondsen zijn momenteel behoorlijk met zichzelf bezig en daarnaast zijn er nieuwe andere interessante maatschappelijke onderwerpen. Zo hebben de twee koepels onlangs hun handtekening gezet onder het convenant Internationaal Maatschappelijk Verantwoord Beleggen en onder een commitment waarmee zij zich jegens minister Wobke Hoekstra verplichten vanaf 2020 te rapporteren over de klimaatimpact van hun financieringen en beleggingen. Allemaal ook belangrijk. Toch vind ik het jammer dat een fonds als het ABP niet zijn kennis en een heel klein deel van het vermogen wil inzetten voor micropensioenen. Zou het bestuur niet eens op de thee kunnen bij koningin Maxima?

Deel dit artikel op uw eigen social media