DEFENSIEBELEID EN KRIJGSMACHT

Brief aan de leden van de Vaste Commissie Defensie

genm b.d. J.H. de Jonge, voorzitter van de werkgroep D&K - GOV


Op verzoek van de Voorzitter Werkgroep D&K is hieronder een brief opgenomen van genm b.d. J.H. de Jonge aan de leden van de Vaste Commissie Defensie (VCD). Deze brief werd verzonden op 30 mei 2019 toen de strijd tussen de bonden en de minister nog in volle gang was en er weinig reden voor optimisme was over de afloop ervan. De brief werd eerder al geplaatst op de site van de NOV. Om de NOV-leden optimaal te informeren wordt de brief ook in deze editie van Carré geplaatst.

Leden van de VCD,


Alles lijkt erop dat de onderhandelingen tussen werkgever minister van Defensie en bonden in de afgelopen twee weken - ook in deze laatste dagen van mei in het formeel overleg SOD - opnieuw niets hebben opgeleverd; het zit zo vast als een huis en de werkgever beweegt niet. Het wordt dus nu echt tijd dat er onconventionele stappen worden gemaakt. De volksvertegenwoordiging moet hierin haar rol dominant spelen. Dat is mijn oproep aan u.


In het Ambtelijk Overleg (AO) Personeel van 12 maart j.l. lieten diverse leden van de VCD opnieuw blijken dat zij verontrust waren over het uitblijven van de langverwachte cao. De staatssecretaris antwoorde daarop dat er niet op ingegaan kon worden want ‘het is een zaak van informeel overleg tussen werkgever en bonden‘. Enkele leden van de VCD namen dat over en beaamden dat ‘je een broedende kip niet moet storen‘. Evenwel mogen we nu constateren: of de kip broedt niet, ofwel, ze zit op een nep ei. Er komt onder de huidige omstandigheden in ieder geval niets uit.


Ik ga nu niet beschrijven waarom het zo cruciaal is dat er per onmiddellijk een beter arbeidsvoorwaardenakkoord komt. Dat is u helemaal bekend. Ook het u recent gezonden Rapport IGK 2018 onderstreept het opnieuw; zie daartoe nog eens het gestelde op bladzijde 14 en 42. Het eveneens recente Rapport Resultaten Verantwoordingsonderzoek 2018 van de Algemene Rekenkamer meldt op bladzijde 8: ‘onvoldoende kwantitatief en kwalitatief personeel is een strategisch toprisico voor het Ministerie van Defensie’. Volstrekt juist, want het is met name het segment 30- tot 45-jarigen dat in groten getale het militaire pak aan de kapstok hangt en zijn/haar heil zoekt in werk buiten de poort. En het is met name dit segment dat nu juist cruciaal is voor het ‘opstaan‘ van de defensieorganisatie. Het is dat middenkader dat de crux is voor het wederopstaan van de neergeslagen krijgsmacht; zij vormen de backbone. En juist zij rennen nu steeds harder de krijgsmacht uit.


Waarom is juist nu, en niet over twee maanden, die doorbraak nodig? Voor Defensie zijn er vier negatieve vectoren die bij elkaar komen/gekomen zijn en elkaar juist nu ongekend versterken. Natuurlijk de ingestorte krijgsmacht als gevolg van te lang en onverantwoord bezuinigen en uitkleden (quote van een generaal: onder elke tegel die ik oppak ligt een probleem; het is overweldigend). Dat frustreert het professionele personeel. De tweede factor is de aanzuigende werking op goed opgeleide militairen voor een functie ‘buiten de poort‘ door de economie en krapte op de arbeidsmarkt. De derde is het nog steeds groeiende wantrouwen in de politieke en militaire topleiding van Defensie (quote van een sergeant: ik vertrouw mijn directe leidinggevende volledig, maar geloof allang niet meer wat onze hogere commandanten en de bewindspersonen in Den Haag doen of juist niet doen). De vierde is het uitblijven van de reparatie van de rampzalig slechte arbeidsvoorwaarden, i.c. de salariëring etc. en het gebrek aan waardering wat daaruit blijkt. Welnu, alleen dat laatste aspect kan de minister per onmiddellijk oppakken. En zodra die arbeidsvoorwaarden nu echt substantieel verbeterd worden, gaat dat een stuk respect en waardering, maar ook perspectief teruggeven. Waardoor die andere negatieve vectoren zich plots minder sterk zullen ontwikkelen. En dat moet dus echt nu!


En niet wachten op de uitzichtloze ‘broedende kip’? De frustratie, hulpeloosheid en boosheid, die sedert de zomer van vorig jaar (het verkeerde en daarna afgewezen arbeidsvoorwaarden akkoord) dag na dag verder gegroeid zijn, de totaal verkeerd gevallen ‘uitleggen’ van de staatssecretaris aan de werknemers van Defensie in het najaar en de winter, het verder uitblijven van zichtbare en transparante stappen, de mooie woorden die alsmaar gebezigd worden over het belang van personeel en tegelijk het klaarblijkelijke uitblijven van oplossingen, brengt veel militairen momenteel tot de overtuiging de militaire betrekking op te zeggen. En dat heeft alles te maken met de zomer aanstaande. Indien er dit voorjaar geen zicht op een fors beter akkoord zou komen, wordt de perfecte storm realiteit en verlaten opnieuw circa 1200 militairen in dat middenkadersegment de krijgsmacht. Dat leert mij de vele gesprekken die mijn team en ik afgelopen winter en voorjaar heb gehouden met militairen. Dat was immer in een informele vertrouwelijk sfeer; je hoort dan ook meer dan bij officiële bezoeken en gesprekken. Of dan er in de gereedheidsrapportages is vermeld. De militair heeft de indruk dat ‘er spelletjes worden gespeeld over hun hoofden heen’. Die waarschijnlijke uittreding van die militairen, gaat de genadeklap geven aan het herstel van de krijgsmacht. We staan erbij en kijken ernaar…


Waarom u, de defensie-gerelateerde deskundigen en woordvoerders in de Volksvertegenwoordiging? Welnu, de werkgever beweegt niet. De werknemer ook niet meer, want die is aan het einde van haar/zijn latijn. En, heeft geen recht op staking om zijn/haar belang kracht bij te zetten. Laten we ons dat nog eens realiseren, zeker nu recent ander sectoren van de samenleving wel op die wijze aandacht konden vragen. Onderzoek leert ons: ‘Lonen stijgen harder in cao’s, waarvoor gestaakt is’. En: ‘na acties gaan bedrijven meer bieden dan ze eerst van plan waren’. De militaire ambtenaar mag niet staken en dient daarvoor in de plaats terug te kunnen vallen op een ongeschreven ‘contract social’. Hetgeen inhoudt dat de werkgever zich moreel verplicht acht om de werknemer in alles goed te verzorgen, juist omdat de werknemer dat niet mag/kan afdwingen. Mijn punt is dat de minister en het kabinet dit sociaal contract eenzijdig niet nakomen en dus de Volksvertegenwoordiging als hoeder hier nu moet ingrijpen.

Gezien de taken en rechten van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, heeft u hier alle mogelijkheden toe. Des te sterker als u dit doet in gezamenlijkheid, coalitie en oppositie. Het gaat erom of u nu de krijgsmacht overlevingskans wilt bieden. Want dat zou nu de inzet moeten zijn.


De militair op de werkvloer, zonder cao, trekt momenteel in aanloop naar de zomer zijn/haar definitieve plan. De militair op de werkvloer, zonder cao kijkt nu vragend naar u op.


J.H. de Jonge

Generaal-majoor b.d.