Column duovoorzitters

Vullen met militair personeel

door Ruud Vermeulen

Uit de laatste cijfers naar de Tweede Kamer blijkt dat de defensieorganisatie nog verder leegloopt. Met name het militaire personeelsbestand kan niet worden gevuld. Dit in tegenstelling tot de situatie bij onze burgermedewerkers. Zij vinden de defensieorganisatie wel aantrekkelijk en bezetten steeds meer militaire functies.

De hamvraag is dan hoe komt dit, maar vooral ook hoe we dit gaan oplossen. Het doel moet toch zijn om militaire functies te vullen met goed opgeleide en goed gemotiveerde militairen tegen uitlegbare kosten? De vraag die wij ons dus moeten stellen is, hoe is dit zo gekomen? In mijn ogen zijn hier twee redenen voor: enerzijds de politieke sturing en het hiermee samenhangende onvermogen om tijdig de personele bakens te verzetten, en anderzijds ons vigerende personeelssysteem en het daarbij gehanteerde bezoldigingssysteem.

Politieke sturing

In 2004 werd de krijgsmacht onder leiding van minister Kamp ernstig afgeslankt. Er gingen 12.000 functies verloren en daarna was de organisatie volgens de minister betaalbaar en gereed voor de toekomst. In 2010/2011 herhaalde minister Hillen dit kunstje nog eens en het zou mij niet verbazen als minister Bijleveld ons dit nog een keer wil flikken. Lees de teksten in de defensienota’s er nog maar eens op na, de mooiste teksten werden voor dit doel verzonnen. Toekomstbestendig, modern, zelfs het woord investeren werd door Hillen gebruikt bij het voor de tweede keer snijden in 6 jaar, met wederom 12.000 functies. De huidige onbalans vindt hierin zijn oorsprong. Daarna hebben wij de controverse rond het AOW-gat gehad, de vermaledijde WUL-problematiek, het opschuiven van de UKW-leeftijd en de pensioenproblematiek. Daar bovenop, het niet mogen vullen boven de 90% toen wij personeel konden innemen. En nu staan wij raar te kijken dat er gaten vallen?! De politieke sturing is ernstig laakbaar. Dit heeft ook geleid tot de tegenstelling tussen bonden en Defensie. Hierdoor komen ook het overleg over een nieuw bezoldigingssysteem en een bij de tijd passend personeelssysteem maar moeizaam van de grond. Het wantrouwen is groot. En de vraag blijft in de lucht hangen: heb ben wij ons nu beter gewapend tegen deze onbetrouwbare politieke sturing? Ik ben bang van niet.

Personeelssysteem en bezoldiging

Wanneer je in de exitinterviews kijkt naar de redenen waarom militairen voortijdig weggaan, dan valt op dat deze direct te maken hebben met het huidige vigerende personeelssysteem en de bezoldigingssystematiek.

Personeelssysteem

Voor een personeelssysteem moet je de essentie kunnen aangeven. Waar gaat het nu eigenlijk om? Voor mij zijn het een zevental ijkpunten waarop dit systeem gebaseerd zou moeten worden. .

  1. Balans. Ik geloof in een balans tussen mens/werknemer en de organisatie. Waarom is ook de organisatie belangrijk? Als je geen materieel hebt en niet kunt oefenen/uitzenden, dan word je ook met een zak geld niet gelukkig.
  2. Uitlegbaar. Wanneer je naar arbeidsvoorwaarden kijkt dan moet het uitlegbaar zijn. Waar heb je wel en niet recht op en waarom? Met name militairen zijn gevoelig voor eerlijk en fair. Dan ga je deze organisatie vullen maar met name gevuld houden.
  3. Game changer 1: tweeverdieners. De tweeverdiener-maatschappij is normaal geworden. De discussie over Vlissingen komt niet uit de lucht vallen, dit is een maatschappelijk gegeven.
  4. Game changer 2: langer doorwerken. De mens wordt gemiddeld ouder en blijft langer fit. De overheid verhoogt de pensioengerechtigde leeftijd. Maar ook de mens/ de militair in de organisatie heeft behoefte om meer zelf te kunnen bepalen ‘wanneer het op is’. Hier speelt ook de RVU boete en de ‘remotie discussie’.
  5. Karakteristieken van de krijgsmacht. Kijk eens door een moderne bril naar deze organisatie, dan zie je militairen die in het operationele hart van de krijgsmacht functioneren, maar ook militairen die veel meer gefunctionaliseerd bezig zijn, alleen wel direct opgeroepen kunnen worden om in hun gefunctionaliseerde richting eenheden te vullen. Een voorbeeld is de personele richting. Je werkt bij de personeelsdienst, je kunt direct uitgezonden worden als S1 of G1. Daarnaast is er steeds meer behoefte aan gespecialiseerde militairen, onze cybermensen bijvoorbeeld. Elk kent zijn eigen dynamiek. Hier zullen wij oog voor moeten hebben.
  6. Zwaartepunten in de carrière tussen werkgever/werknemer. In ons voorstel staat in de eerste periode het ‘dienen’ centraal. Het zwaartepunt ligt hier bij de defensieorganisatie. In een volgende periode moet er evenwicht aangebracht worden tussen werk en privé. En uiteindelijk in het derde tijdvak moet het zwaartepunt komen te liggen op het mogelijk maken om nog te kunnen genieten van de resterende arbeidsproductiviteit van het personeel. Hier ligt het zwaartepunt op het personeel.
  7. Flexibiliteit. Nederland is kampioen ZZP-en. Er is inmiddels een breed erkende doorgeslagen flexibilisering. In de voorstellen van Defensie hoor je de term ‘contractvormen’. In mijn ogen mag personeel niet vogelvrij zijn. Ook de commissie Borstlap heeft dit in januari 2020 nog eens onderstreept. Ook de coronapandemie geeft hier een duidelijke zet in de goede richting. Na een eerste operationele plaatsing en het bieden van goede uitstroommogelijkheden is het adagium wat mij betreft dat je bij Defensie geen baanzekerheid hebt, maar wel werkzekerheid. Dat zou het nieuwe normaal moeten zijn. De balans tussen werknemer en werkgever. Beide hebben verantwoordelijkheden. Dat is flexibiliteit en adaptiviteit.

Dit zijn dan ook voor mij de ijkpunten voor een nieuw personeelsbeleid. En natuurlijk moeten er dan nog een groot aantal zaken worden afgesproken, maar de kunst is om vast te houden aan deze uitgangspunten.

Bezoldiging

Het volgende punt is de bezoldiging. Zoals ik in mijn blog al heb aangegeven en in de vlogs naar voren komt, bestaat het bezoldigingsbeleid uit twee delen: het loongebouw en de van het loongebouw onafhankelijke werk gerelateerde toelages. Voor ons is het essentieel dat voor het concipiëren van het loongebouw eerst de functiewaardering eerlijk en uitlegbaar is. Het is onze heilige overtuiging en wij denken dit ook te kunnen staven, dat de militaire component onvoldoende is meegenomen. Alleen dit is wel het fundament waarop dit gebouw rust. Alles wat je hieraan doet, wordt beïnvloed door de discussie over die functiewaardering. Het tweede deel wordt gevormd door de toelages. Het doel van de GOV is eerlijk en uitlegbaar. Daar waar wij gelijk zijn aan burgers, daar moet je je ook daarmee vergelijken. Daar waar je afwijkt, daar moet je onderbouwd aangeven waarom je afwijkt. Dit werkt overigens van militairen naar burgers, maar ook vice versa. Daarom hebben wij gekozen voor een vergoeding voor overwerk die zoveel mogelijk gelijk is aan die van de burgers. Overigens is het schrikken als je ziet hoe slecht de militair hiervoor vergoed wordt in vergelijking met anderen. Met name bij de TOD en de oefenen uitzendtoelages, de vergoeding dus voor ons primaire/operationele proces, de basis onder onze krijgsmacht. Het wordt tijd dat eindelijk de paarden die de haver verdienen, dit ook krijgen. En ja, ik begrijp dat de ouderen nu roepen, maar wij dan? Wij zijn met een stuiver op pad gestuurd en nu grijpen wij ernaast. Hier zal zoveel mogelijk rekening mee gehouden moeten worden, maar we moeten de veranderingen aan het systeem beschouwen vanuit iemand die nieuw binnenkomt. Is het dan beter of niet? Daarna komt het vormen van overgangsbeleid voor de staande populatie.

Samenvattend

Met name de ontluisterende politieke sturing in de afgelopen 15 jaar, inbegrepen het niet tijdig aanpassen van ons personeelsen bezoldigingssysteem, heeft geleid tot de huidige ondervulling. Hier zullen wij ons, maar vooral ook onze politieke bazen, stevig rekenschap van moeten geven. De overheid is verregaand onbetrouwbaar met zijn krijgsmacht omgegaan. En ik vrees dat als wij ons niet harder opstellen dit nog vaker gaat gebeuren. Om de organisatie te kunnen vullen zijn ook een herziening van ons personeelssysteem en onze bezoldigingssystematiek noodzakelijk. Dat kan niet ineens. Pak dan dat deel wat het meeste effect heeft, wat direct raakt aan ons primaire/operationele proces, i.c. de TOD en de oefen- en vaartoelage. Dat zet zoden aan de dijk. Bovendien is het eerlijk en uitlegbaar. Nu zitten wij nog steeds onder het niveau van de vakkenvuller bij de AH.