PRIKKEN EN PRIKKELS

Informatiegestuurd optreden

Wondermiddel of waanzin?

Sinds de kreet gelanceerd werd in de Defensienota van 2018, kun je tegenwoordig geen brief, interview of rapport meer lezen, zonder dat daarin een verwijzing wordt gemaakt naar Informatiegestuurd Optreden (IGO). Het is een term die binnen elk defensieonderdeel anders kan worden geïnterpreteerd, maar in de kern is het een allesomvattend concept waarbij door gebruik te maken van genetwerkte technologie een informatievoorsprong wordt gecreëerd die kan worden omgezet in militair succes. Daar kan niemand het mee oneens zijn, toch?

IGO vormt natuurlijk een prachtig uitgangspunt, maar is eigenlijk niets nieuws. Alle besluitvorming en handelen vindt plaats op basis van informatie. Nog niet zo lang geleden noemden we dat Network Centric Warfare (NCW), een term die eind jaren negentig door de Amerikanen werd geïntroduceerd en vrij snel door de NAVO werd overgenomen. Niet lang daarna werd dit omgedoopt tot Network Enabled Capabilities (NEC), één van de grootste Force Multipliers van de eenentwintigste eeuw genoemd. Het idee was simpel: met betere IT-netwerken zorgen dat zoveel mogelijk informatie beschikbaar komt, zodat militaire eenheden beter en sneller kunnen opereren. Dat concept is echter gebaseerd op drijfzand want het gaat volledig voorbij aan het feit dat informatie op zichzelf geen waarde heeft zonder duiding. Klopt de duiding niet dan klopt het besluit ook niet. De informatievoorsprong komt dus niet voort uit het hebben van meer informatie, maar heeft alles te maken met de kwaliteit van die informatie. Overigens biedt het hebben van een informatievoorsprong niet in alle gevallen de garantie voor het nemen van verstandige besluiten, zoals een zekere staatsman met de beschikking over ’s werelds meest geavanceerde inlichtingencapaciteit dagelijks laat zien.

Wat bovenstaande concepten nog meer gemeen hebben is dat ondanks de grootse ambitie die het uitstraalt, er tot nu toe slechts door een beperkt aantal landen overtuigend stappen worden gemaakt om hieraan invulling te geven. Deels heeft dit te maken met de vele conceptuele verschillen van inzicht, maar ook met het feit dat het een kostbare aangelegenheid is, die ten koste gaat van meer traditionele militaire capaciteiten.

De reden waarom IGO de laatste jaren aan relevantie heeft gewonnen is voor ons echter wel van belang. De hybride aard van conflicten maakt dat het niet altijd meer tot een fysiek treffen komt. Vaak worden andere methoden en middelen aangewend om politieke en militaire doelen te bereiken. ‘Vechten’ met informatie speelt daarbij een belangrijke rol. Ook dat is overigens niets nieuws: Sun Tzu en Machiavelli begrepen dat als geen ander. Dat neemt niet weg dat de krijgsmacht nog steeds in staat moet zijn geweld toe te passen indien nodig. Er zijn echter meerdere manieren om een tegenstander te beïnvloeden, zonder direct over te gaan tot het fysiek aangrijpen van die tegenstander. Dat is echter een tak van sport waar onze krijgsmacht traditioneel niet goed in is. We ontberen de benodigde kennis en capaciteiten en daar zit hem nu net de crux.

Kijkend naar de komende jaren heeft Defensie de grootste moeite om een sluitend investeringsplan te maken. Het lukt nog steeds niet om de modernisering van de communicatie- en informatiesystemen in de statische en mobiele omgeving, door middel van GrIT en FOXTROT, maar ook een groot project als de opvolger van het systeem dat aan de basis ligt van de logistieke en financiële processen (SAP), in goede banen te leiden. In het investeringsplan draait het de komende jaren toch vooral om grote materieelprojecten als de F-35, nieuwe onderzeeboten, tanks en raketartillerie. De slimmerik die opmerkt dat deze nieuwe capaciteiten vol met nieuwe technologie zitten, waardoor het volledig aansluit bij alle gedachten over IGO, mist daarbij een cruciaal punt.

IGO is veel meer dan alleen maar technologie. De hele IGO-gedachte rust op het vermogen te kunnen omgaan met grote hoeveelheden informatie, om op die manier een informatievoorsprong te verkrijgen ten opzichte van een eventuele tegenstander. Daar hoort overigens ook een robuuste IT-infrastructuur bij, waarvan de kern wordt gevormd door de genoemde programma’s GrIT en FOXTROT. Technologie is dus zeker een factor, maar mens, mindset en organisatiecultuur zijn misschien nog wel belangrijker. Het vermogen om in die complexe wereld overeind te blijven vraagt onder meer om andere competenties, concepten en doctrine.

De kernvraag is dus: welke rol zien we vanaf nu voor de krijgsmacht? De krijgsmacht blijft ongetwijfeld nog steeds een geweldsorganisatie, maar moet daarnaast en meer dan voorheen in staat zijn om militaire conflicten te voorkomen of op een andere manier tot een goed einde te brengen. Ultimo kan dat door het dreigen met en het toepassen van geweld, maar de hybride aard van conflicten vraagt dat we ons ook bekwamen in andere wijzen van beïnvloeding van en bescherming tegen een vijandig of agressief opererende partij of staat. Daarvoor zijn capaciteiten nodig die ingezet kunnen worden onder de drempel van conflict. Dat zijn meestal niet die F-35 en de tank, maar eerder geavanceerde sensoren, cybercapaciteiten of capaciteiten die een commandant kunnen ondersteunen in het uitdragen van de juiste narrative via alle communicatiemogelijkheden die daarvoor ter beschikking zijn. Succesvol opereren in een hybride omgeving vraagt een fundamenteel andere kijk op de inzet van het militaire machtsinstrument en de capaciteiten die daarvoor nodig zijn: ons operatietoneel is een informatieomgeving geworden en die informatieomgeving vormt de laatste jaren de dominante factor.

Dat is voor een organisatie die zich tot nu toe heeft ontwikkeld als een geweldsorganisatie een enorme stap die niet eenvoudig te maken is. Dat vergt allereerst een heldere Defensievisie, en die visie moet gepaard gaan met ferme besluiten die de noodzaak tot verandering onderstrepen. Zolang die visie er niet is en de bijbehorende besluiten niet worden genomen, blijven we vooral goed in de dingen die we al deden.

Was het niet Einstein die zei: De definitie van waanzin is keer op keer hetzelfde doen en een andere uitkomst verwachten?

Redactie