Bewaken en beveiligen

OPINIE - BINNENLAND

Veelzijdig, daadkrachtig en aanvullend

Een voortzetting over de rol van de marechaussee in het militair discours

KOL KMAR B.D. J.L. HOVENS

In Carré 1-2019 brak kol KMar b.d. Jos Govaarts een lans voor hernieuwde of verstevigde inbreng van het marechaussee-element in het discours over defensiebeleid en krijgsmacht binnen de NOV. Terecht wees Govaarts erop dat met de kennis en ervaring opgedaan binnen de vele samenwerkingsverbanden de KMar een waardevolle bijdrage kan leveren aan de werkgroep D&K van de NOV. Hoewel er aanvankelijk toch wel enige aarzeling aanwezig was, hebben vier redenen mij aanleiding gegeven deze aarzeling aan de kant te zetten en te reageren op zijn bijdrage. Een eerste doorslaggevende reden is vooral gelegen in de noodzaak om het geschetste beeld van de gendarmerie du monde te nuanceren. Een tweede argument zit vooral in de beantwoording van de vraag waar de toegevoegde waarde zou moeten liggen. Een daarmee samenhangende, derde drijfveer, betreft de vraag of alleen direct aan defensie gerelateerde taken een gezonde basis vormen voor de door Govaarts bepleitte inbreng. Een laatste reden is gevonden in het uitblijven van een reactie vanuit de door Govaarts aangesproken doelgroep.

De wereld van de gendarmeries

Het beeld dat Govaarts schetst in zijn bijdrage gaat uit van een omvang van meer dan één miljoen gendarmes wereldwijd en een bijna impliciete gelijksoortigheid tussen de verschillende korpsen. Dat beeld behoeft een zekere nuancering ten aanzien van de omvang, maar ook ten aanzien van hun onderlinge overeenkomsten. Wanneer we kijken naar het aantal gendarmes wereldwijd, dan is van belang dat we weten wat we onder gendarmerie willen verstaan. Afhankelijk van de invalshoek van de betreffende auteur wordt er gesproken over een politieorganisatie die een militaire structuur en organisatie kent en een centrale leiding (Emsly, 2014), of spreekt men over een militaire organisatie die politietaken uitvoert ten behoeve van de burgerbevolking (Scobell & Hammitt, 1998). Vanwege het ontbreken van een eenduidige definitie, zoekt een aantal auteurs hun toevlucht tot het beschrijven van een aantal kenmerken aan de hand waarvan een gendarmerie kan worden herkend (Easton, 2001; de Weger, 2009; Philippot, 2016). Tot die kenmerken worden gerekend: de naam, de organisatievorm en -werkwijze (centrale leiding, opleiding en esprit de corps), de rol en positie binnen het land of het politiebestel daarvan, de missies en hun uitvoeringsmodaliteiten, verantwoordelijkheidsrelaties en de middelen. De eerder aangehaalde pogingen om grip te krijgen op het begrip ‘gendarmerie’ gaan echter veelal voorbij aan het feit dat de nationale politiebestellen, waarvan ze deel uitmaken, ook moeten worden gezien als empirische organisatorische werkelijkheden die zich historisch hebben ontwikkeld.

In tegenstelling tot hetgeen Govaarts beschrijft, lijken gendarmeries meer van elkaar te verschillen dan met elkaar overeen te komen. Daar waar het ene korps nog zuiver militair is en vanuit een ondersteunende rol aan de civiele politie bij grootschalige handhaving van openbare orde en veiligheid opereert, wordt het andere korps gezien als een politiekorps, dat voor de uitvoering van haar politietaken, maar ook ten aanzien van betalingen, functietoewijzing en middelen, verantwoording aflegt aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en voor de uitvoering van militaire taken en de promotie van personeel aan het Ministerie van Defensie. Wat de verschillende gendarmeriekorpsen met elkaar gemeen hebben is het hybride karakter waarin militaire status en organisatiekenmerken hand in hand gaan met de uitvoering van één of meer civiele politietaken, dat deze korpsen geoefend en toegerust zijn om (veelal in groepsverband) politietaken tussen en voor de burgers onder moeilijke, instabiele en zware omstandigheden uit te voeren, en hun esprit de corps.

Het zal niet verbazen dat de totale omvang van gendarmeries in de wereld varieert naargelang de gehanteerde definitie. Wanneer wordt uitgegaan van een striktere formulering, waarbij een korps zowel taken in de opsporing en voorkoming van strafbare feiten alsook in de handhaving van de openbare orde heeft, en deel uitmaakt van de krijgsmacht of naar voorbeeld van deze krijgsmacht is georganiseerd, dan komt het aantal gendarmes wereldwijd uit op zo’n 835.000. Wanneer varianten, waarbij minder politietaken worden uitgevoerd of waarbij de relatie met de krijgsmacht niet of nauwelijks aanwezig is, worden meegeteld, dan kan wereldwijd met zo’n 3,5 miljoen gendarmes worden gerekend.

Nationale en internationale samenwerking nader beschouwd

Als dan al binnen die mondiale gendarmeriefamilie er niet altijd sprake is van eenduidigheid en in een aantal gevallen ook niet van eenzelfde takenpakket, dan dringt de vraag zich op wat de waarde van de (internationale) samenwerkingsverbanden van de marechaussee voor het discours binnen de NOV over defensiebeleid en krijgsmacht daadwerkelijk kan zijn. Hoewel de kennis en ervaring van de veelzijdige gendarmeriekorpsen betekenisvol kan zijn, moet het antwoord op de vraag naar de waarde meer worden gezocht in de veelzijdigheid van de taken die de KMar zelf uitvoert. Binnen die taakvelden, die elk zowel nationale als internationale samenwerkingsverbanden kennen, worden vakinhoudelijke zaken vanuit verschillende (en andere dan alleen krijgsmacht gerelateerde) perspectieven besproken met partners uit diverse sectoren. Zo maakt de marechaussee vanuit haar grensbewakingstaak deel uit van het EU-agentschap Frontex (Europees grens- en kustwachtagentschap) en bestaan er eveneens contacten met individuele grensbewakingsdiensten, zoals onder meer de Duitse Bundes Polizei, de Belgische Federale Politie, de Britse Border Force en de Franse Police National (alle civiel). Daarnaast werkt de KMar vanuit haar grensbewakingstaak ook nationaal samen met onder meer douane, kustwacht en politie. Vanuit haar taken in het kader van bewaken en beveiligen (waarbinnen een kleine duizend medewerkers werkzaam zijn) is de marechaussee bezig met persoons- en objectbeveiliging. Dat gebeurt in vaak complexe omgevingen - zowel nationaal als internationaal - en soms onder complexe omstandigheden. Afhankelijk van de context waarbinnen beveiliging en bewaking plaatsvinden, verschillen opdrachtgevers/gezag en publieke en private partners. De KMar neemt vanuit dit taakveld zowel nationaal als internationaal deel aan zeer diverse overlegfora, maakt deel uit van netwerkorganisaties en neemt deel aan gemeenschappelijke trainingsbijeenkomsten.

Grensbewakingstaak KMar

Internationale en Militaire Politietaken (Defensiekrant; 21-3-2019)

Het derde en laatste taakveld betreft internationale en militaire politietaken. Daarbij moet onderscheid worden gemaakt tussen de politiezorg die op basis van de Politiewet wordt verricht, de persoonsbeveiliging ten behoeve van het Ministerie van Defensie en de expeditionaire inzet waaronder civiele politiemissies, de NAVO Militaire Politietaken (MP), crowd and riot control en stability policing. De politiezorg voor Nederlandse militairen in binnen- en buitenland en voor de militairen en hun gezinsleden van buitenlandse strijdkrachten en internationale hoofdkwartieren in Nederland speelt zich af in een omgeving waar de marechaussee, het Openbaar Ministerie (OM), de civiele politie, het Ministerie van Defensie en degenen waarover de politiezorg wordt uitgeoefend elkaar ontmoeten, elkaar raadplegen en waarin richting wordt gegeven aan de activiteiten en de wijze waarop deze worden uitgevoerd. De overige taken binnen het taakveld staan min of meer los van de politiezorg. Deels betreft de gevechtsondersteuning met de MP-functies mobiliteit, veiligheid en detentie. De vaak genoemde vierde MP-functie - de politiefunctie - zou, omdat deze zich richt op de militair zelf, zowel betrekking kunnen hebben op de politiezorg voor de Nederlandse militair als de buitenlandse militair in het operatiegebied. Crowd and riot control, stability policing en civiele politiemissies richten zich in de fasen van het realiseren van stabiliteit en operaties ten behoeve van vredesopbouw en -instandhouding op de politiezorg voor de lokale bevolking in het operatiegebied en/of de opbouw of hervorming van de lokale politie.

Er is derhalve meer onder de zon dan de aandacht die Govaarts aan het onderwerp stability policing (iets meer dan de helft van zijn tekst gaat hierover) doet vermoeden. Daarmee wordt tegelijkertijd de vraag (weer) opgeroepen, wat dan de toegevoegde waarde van de (inter-)nationale samenwerking van de marechaussee bij de discussies binnen de NOV over defensiebeleid en krijgsmacht is. Tegelijkertijd moet worden afgevraagd wat de betekenis van de nationale samenwerking binnen Defensie voor de marechaussee kan zijn. In de volgende paragrafen zal een aanzet worden gegeven voor de beantwoording van deze vragen.

Toegevoegde waarde van de marechaussee

Vanuit haar taakvelden kent de KMar een rijk palet aan nationale en internationale samenwerkingsverbanden en fora. Niet alleen rijk vanuit de taakstelling, maar zeker ook gezien vanuit de veelal zeer gemengde samenstellingen van die verbanden en fora.

De vraag naar de meerwaarde van de netwerken waarin de marechaussee opereert kan vanuit twee verschillende benaderingen worden beantwoord: die van de denkstijl en daarmee samenhangende verandercultuur en die van de oplossingen of mogelijke oplossingsrichtingen.

Het vertrekpunt voor de ‘denkstijl-benadering’ is de grote diversiteit aan samenwerkingspartners waarmee de marechaussee te maken heeft. Hoewel er vele overeenkomsten zijn in denkstijl, bevinden zich ook partners binnen de netwerken die afwijkende denkstijlen en een andere verandercultuur hebben dan die welke gebruikelijk is binnen de krijgsmacht. Bovendien kunnen oplossingen, die worden bedacht binnen fora die gerelateerd zijn aan niet direct voor de krijgsmacht relevante taakvelden, uitnodigen om uitdagingen binnen Defensie naar analogie toe te passen. Door wellicht dan minder in termen van oorzaak en gevolg te denken, kan dit tot verrassende uitkomsten leiden. Vanuit de tweede benadering biedt het uitgebreide en gevarieerde (inter-)nationale netwerk van de KMar de mogelijkheid om voor soortgelijke problemen of uitdagingen voor de Nederlandse krijgsmacht relatief snel oplossingen of oplossingsrichtingen aan te dragen.

Samenwerking in het kader van de enhanced Forward Presence,Litouwen (foto: Ministerie van Defensie)

Internationale politietraining (foto: Ministerie van Defensie)

Toegevoegde waarde voor de marechaussee

Hoewel Govaarts vooral de focus richt op de waarde van de (inter-)nationale netwerken voor de Nederlandse krijgsmacht, mag niet worden vergeten welke waarde de Nederlandse krijgsmacht en die van de werkgroep D&K van de NOV in het bijzonder kan hebben voor de KMar en haar netwerken. Toegevoegde waarde lijkt er op drie terreinen te zijn.

Allereerst kan de denkstijl binnen de Nederlandse krijgsmacht, waarin vergroting van de adaptiviteit en informatiegestuurd optreden (IGO) een belangrijke rol spelen, ook als spiegel dienen binnen de KMar-netwerken.

Een tweede terrein betreft de beoordeling op relevantie, bruikbaarheid, inpasbaarheid en toepasbaarheid van de vier functies van de gevechtsondersteunende militaire politie (MP): mobiliteit, veiligheid, detentie en de politiële ondersteuning in het joint optreden (Hovens, 2009). Hoewel dat nog punt van debat is, wordt stability policing tegenwoordig als vijfde MP-functie gezien. Aangezien stability policing niet door iedereen als een exclusieve functionaliteit van MP of gendarmerie wordt gezien (den Heyer, 2011) en wellicht nog beter zou kunnen worden uitgevoerd door de civiele politie, wordt gepleit om dit onderwerp breder dan alleen binnen de Nederlandse krijgsmacht te bespreken. De verdere ontwikkeling van de eerdergenoemde vier MP-functionaliteiten kan echter niet zonder de partners binnen de krijgsmacht die zich met het landoptreden bezighouden.

Het derde en laatste terrein betreft de politiezorg voor Nederlandse militairen in binnen- en buitenland. Die politiezorg is in haar algemeenheid de afgelopen dertig jaar steeds complexer geworden. Zoals Bayley (2016) onder meer constateert, wil het publiek meer en meer invloed op het politiewerk en kijken overheid en politie in het bijzonder naar de zelfredzaamheid van het publiek. Wanneer de marechaussee in lijn met die ontwikkeling haar politiezorg voor de Nederlandse militair wil gaan uitvoeren, dan zal zij met vertegenwoordigers van de krijgsmacht over vorm, inhoud en werkwijze van de politietaak ten behoeve van de krijgsmacht in gesprek moeten komen of het onderwerp van gesprek moeten uitbreiden.

Ten slotte

Aan het einde gekomen van mijn bijdrage, hoop ik dat duidelijk is geworden dat de omvang van de mondiale gendarmerie-familie varieert en afhankelijk is van de gehanteerde definitie. Ook hoop ik voldoende duidelijk te hebben gemaakt dat een rol voor de marechaussee in de werkgroep D&K van de NOV zowel vanuit het perspectief van de meerwaarde voor de krijgsmacht als die voor de KMar (en haar netwerken) zelf van belang is en dat er meer aan de taakvelden gerelateerde netwerken zijn waarbinnen een voordeel is te behalen.

Een laatste aarzeling wil ik de lezer niet onthouden. Daar waar Govaarts de handschoen toewierp naar de jongere en actief dienende marechaussee-collega’s, bleef een reactie tot nu toe uit. Omdat de eerste aanzet van Govaarts een voortzetting verdient, heb ik mijn initiële aarzeling opzijgezet en als oud-collega de handschoen opgepakt. Ik hoop met deze bijdrage jongere, actief dienende collega’s te kunnen prikkelen, te inspireren en te enthousiasmeren tot het opnemen van de toegeworpen handschoen.

Bronnen

  • Bayley, David H. (2016); 'The Complexities of 21st Century Policing’, in Policing, Vol 10, Issue 3 (2016) 163-170.
  • Easton, M. (2001), 'Demilitarisering van de Rijkswacht'.
  • Emsley C. (2014); 'Gendarmerie Policing'. In: Bruinsma G., Weisburd D. (eds) Encyclopedia of Criminology and Criminal Justice, Springer, New York, NY.
  • Heyer, Garth den (2011); 'Filling the security gap: military or police', in Police Practice and Research, 12:6, 460-473.
  • Hovens, Hans (2009); 'Inzet Marechaussee onderdeel Comprehensive Approach'. ARMEX 93 jrg, feb 2009, nr 1, 20-24.
  • Philippot, G. (2016); 'Gendarmeries du monde/Gendarmeries of the world'; Annuaire Directory, Société Nationale de l’Histoire et du Patrimoine de la Gendarmerie, 6.
  • Scobell, Andrew en Brad Hammitt (1998); 'Goons, Gunmen, and Gendarmerie: Toward A Reconceptualization of Paramilitary Formations', in Journal of Political and Military Sociology 26, no. 2 (1998): 213-227.
  • Weger, M.J. de (2009); 'The Potential of the European Gendarmerie Force', Nederlands Instituut voor Internationale Relaties Clingendael, Den Haag.