Juridische zaken

door: Bert Blonk

Vertrouwensbeginsel

De algemene beginselen van behoorlijk bestuur wekken altijd de indruk stabiel en onveranderlijk te zijn, eigenlijk zoals het beginselen betaamt, maar recent heeft er toch een baanbrekende ontwikkeling in het vertrouwensbeginsel plaatsgevonden.

Het begon in mei 2019, toen de Raad van State het vertrouwensbeginsel een geheel vernieuwde invulling gaf en in december dat jaar nam de Centrale Raad van Beroep, de hoogste ambtenarenrechter, deze over. Voorheen was voor een geslaagd beroep op dit beginsel vereist dat sprake was van een concrete en ondubbelzinnige toezegging (dat een bepaald besluit zou worden genomen) door een bevoegd persoon, waaraan “rechtens te honoreren verwachtingen” mochten worden ontleend. Omdat de communicatie tussen bestuursorganen en burgers (of ambtenaren) in de regel via onbevoegd personeel van de bestuursorganen verloopt, strandde een beroep op het vertrouwensbeginsel meestal.

De nieuwe invulling van het vertrouwensbeginsel is een drietrapsraket. De eerste vraag is: is er sprake van een toezegging (in tegenstelling tot bijvoorbeeld algemene informatie)? Vraag twee is: mocht de burger er als redelijk denkend mens vanuit gaan dat de betreffende uitlating in lijn was met de opvatting van het bevoegde gezag? Als deze twee vragen positief kunnen worden beantwoord, is er sprake van gewekt vertrouwen waar de betrokkene zich op kan beroepen. De derde vraag betreft een afweging; is de toezegging strijdig met regelgeving of dreigen het algemeen belang of belangen van derden onevenredig bekneld te raken? Indien ja, dan wordt het vertrouwensbeginsel niet toegepast.

Hoewel ik deze ontwikkeling als zeer positief ervaar, is het toch heel moeilijk om aan te geven hoe onze ambtenarenrechtelijke praktijk daardoor beïnvloed zal worden. De twee voorliggende uitspraken betreffen zeer casuïstische gevallen waaruit geen brede lessen zijn te trekken. Uiteraard is een belangrijke horde uit de weg geruimd: het niet bevoegd zijn van medewerkers van P&O diensten, DCIOD etc. Maar de vraag of een medewerker echt een toezegging heeft gedaan in de lijn van wat het bevoegde gezag wil, zal toch vaak niet eenvoudig te beantwoorden zijn. Ik verwacht niet dat rechters de sluizen open gaan zetten.

Advertentie