OPINIE - BINNENLAND

Waarom de strijd tegen ISIS anders was

Status-based versus behaviour-based targeting

IR. W.F. HELFFERICH

Van september 2014 tot januari 2019 - met een tussenperiode waarin de Belgische luchtmacht het stokje overnam - zijn Nederlandse F-16’s actief geweest in het Midden-Oosten in de strijd tegen ISIS. De Air Task Force Middle East (ATF-ME) vloog voornamelijk boven Irak, maar na een wijziging van de inzetregels, ook boven Oost-Syrië, meer dan drieduizend Air Interdiction (AI) en Close Air Support (CAS) missies, waarbij meer dan 2100 keer wapens werden ingezet. Daarbij werd de tegenstander aangevallen op basis van zijn status en niet, zoals eigenlijk bij alle eerdere uitzendingen, op basis van zijn gedrag. Daarmee was de oorlog tegen ISIS fundamenteel verschillend. Lkol mr. drs. Duco le Clercq van de Stafgroep Juridische Zaken (SJZ) van het Commando Luchtstrijdkrachten (CLSK) en lkol-vlieger Ronald van der Jagt, plaatsvervangend commandant van de Vliegbasis Leeuwarden, lichten de verschillen toe.

‘Er zijn twee manieren waarop mensen militair kunnen worden aangevallen: status-based en behaviour-based’, stelt jurist Duco le Clercq. ‘Status-based (op basis van juridische status) komt voort uit het klassieke interstatelijke conflict. Dat jij een groen pak aan hebt, betekent dat ik jou mag aanvallen, ongeacht wat je op dat moment aan het doen bent. In een niet-interstatelijk conflict, zoals we eigenlijk de afgelopen decennia alleen maar gekend hebben, is dat niet per se het geval. Er is geen reguliere krijgsmacht en dan zijn er dus niet direct militairen om aan te vallen. Aanvallen worden dan vooral gebaseerd op directe deelname aan vijandelijkheden, een zeer complex rechtsvraagstuk. Zo werd CAS in Afghanistan vooral op basis van zelfverdediging gedaan. Dat gold ook voor de missie in Mali. De enige missie waar we primair optraden op ‘offensieve’ geweldsinstructies was die in Kosovo, maar dat was eigenlijk weer een interstatelijke aangelegenheid. Sinds die tijd is het vooral behaviour-based, aanvallen op basis van het gedrag van de tegenstander en ter verdediging van eigen troepen’.

Voltijdstrijders

‘Het conflict tegen ISIS was anders. We kunnen niet op de exacte Rules of Engagement (ROE’s) ingaan, maar er is vastgesteld dat de strijders en leiders van ISIS voltijdstrijders zijn en dus op basis van hun status kunnen worden aangevallen. Waar in Afghanistan het in bijna alle gevallen van het gedrag van de tegenstander afhing voordat je daar iets tegen kon doen, was dat nu helemaal niet meer het geval. Op het moment dat de tegenstander wordt gespot, of die nou schiet of niet, en jij kan voldoende identificeren dat dat de tegenstander is, dan mogen we die aanvallen. Je kunt dus echt de vijand opzoeken en aanpakken. En dat hebben we gedaan. Dat is niet nieuw, want zo zijn oorlogen al eeuwenlang gevoerd, maar in de complexe niet-interstatelijke conflicten van de laatste decennia is dat anders geweest. Nu, met hernieuwde aandacht voor grote, interstatelijke conflicten is dat mogelijk weer de toekomst van het optreden van het luchtwapen. En van de hele defensie, want het geldt ook voor de andere krijgsmachtdelen’, aldus de ervaren jurist die ook als Legal Adviser (LEGAD) uitgezonden is geweest.

Juridische onderbouwing

‘Verschillend ten opzichte van het verleden is dat we nu nog meer en duidelijker een juridische onderbouwing zoeken voor een conflict dan ervoor’, voegt lkol Ronald van der Jagt toe. ‘Je ziet dat wapeninzet op basis van recht steeds zwaarder meetelt in de afwegingen om al of niet tot wapeninzet over te gaan’. Juristen van CLSK zijn constant uitgezonden geweest ter ondersteuning van de ATF-ME, eerst naar gastland Jordanië en later naar het Combined Air Operations Centre (CAOC) in Qatar. Daar adviseerden zij bij iedere aanval de National Approval Authority (NAA). ‘In eerdere campagnes, zoals Kosovo, werd een detachement aangeboden aan de NAVO of een coalition of the willing. Uit het targeting process kwam een target folder en dat doel werd aangevallen, maar daar zat niet voor iedere aanval een LEGAD bij. We kenden de zogenaamde Red Card Holder (RCH). We leverden troepen aan een hoofdkwartier en die RCH beoordeelde alleen of het binnen het Nederlandse mandaat paste. Was dat niet het geval dan zei deze ‘stop’. Nu zat in het CAOC die NAA, degene die altijd toestemming moest geven voor wapeninzet en dat is een heel ander principe dan aan de zijlijn kijken en de rode kaart trekken op het moment dat je denkt dat het mis dreigt te gaan omdat het niet past binnen het Nederlandse mandaat’, aldus de ervaren jachtvlieger.

Vermijden burgerslachtoffers

Aan de vergroting van de juridische ondersteuning liggen volgens overste Le Clercq meerdere redenen ten grondslag. ‘In Afghanistan is de nadruk bij luchtaanvallen echt komen te liggen op het vermijden van burgerslachtoffers. Men kwam er achter dat het belangrijker was burgerslachtoffers te vermijden dan af en toe een Taliban uit te schakelen. Het ging om het winnen van de hearts and minds. Daarnaast: de oorlog tegen ISIS vond, in tegenstelling tot alle andere hiervoor, niet echt onder eenhoofdige leiding zoals van de VN of de NAVO plaats. Het ging om een meer losse coalitie van landen die allemaal een eigen mandaat en eigen geweldsinstructies hadden, samen optrokken en zich lieten coördineren door de VS, zonder dat er van echte aansturing sprake was. De deelnemende landen besloten zelf de strijd aan te gaan, na het verzoek van Irak om hulp, maar je hebt daar wel de commandostructuur voor nodig die alleen de VS kan bieden. Het resultaat was dat Nederland, maar ook de andere landen, hun krijgsmacht een eigen set ROE’s meegaf. De stand van de techniek maakte dit ook mogelijk’, aldus Le Clercq.

Real time informatie

‘Waar we in het verleden uit moesten gaan van informatie die altijd een zekere vertraging kende, heb je nu veel meer real time alle informatie beschikbaar en meestal ook wel op hetzelfde informatieniveau als de vlieger om een call te maken of je wel of niet de gevraagde wapeninzet kan uitvoeren’, stelt Van der Jagt. ‘Door het CAOC wordt wapeninzet gevraagd aan de NAA in de vorm van de vraag: ‘Wij hebben hier een situatie en we hebben daar graag de ondersteuning van Nederlandse F-16’s bij, kunnen jullie ons helpen?’ Binnen een tot vijf minuten ben je volledig op de hoogte van wat er speelt en kun je je afweging maken. Ultimately moet de vlieger beslissen, maar die krijgt via zijn secure comms, Link 16 of op een andere manier, bericht dat de Nederlander in het CAOC toestemming geeft voor wapeninzet, met eventuele beperkingen’.

Als voorbeeld van het laatste noemt overste Van der Jagt de waarneming van een bewegend doel, zoals een brommer. ‘Die brommer beweegt met een snelheid van 60 km/u in de richting van een dorp. Wat de status is van de mensen die daar wonen weet je niet. Het kan een slapend dorp zijn, omdat het al een tijdlang op de scheidingslijn van de strijdende partijen ligt, of onder controle van ISIS of Irak/Syrië. Wat zijn de leefomstandigheden? Zijn er burgers? Of is het verlaten? Uiteindelijk begrijpen we, met alle informatie die we hebben, dat de berijders van de brommer deel uitmaken van ISIS. Het uitnemen van de strijders op de brommer vermindert de slagkracht van ISIS en is dus geoorloofd. Daarom kan je daarvoor toestemming geven met bijvoorbeeld de beperking dat niet binnen een kilometer van het dorp te doen. De vlieger maakt uiteindelijk zelf de call. Maar dat kan niet andersom als de omstandigheden wijzigen. Hij kan niet zeggen ‘ik heb de toestemming gekregen om de brommer uit te nemen met die beperking, maar ik doe het toch omdat die brommer anders een risico is’.

Autorisatie

‘Belangrijk is je te realiseren dat die vlieger niet een opdracht meekrijgt maar een autorisatie’, voegt jurist Le Clercq toe. ‘Als de spreekwoordelijke bus met nonnen het beeld inrijdt dan is het aan de vlieger te zeggen: Nu verandert de situatie. De jurist heeft de taak twee vragen aan de orde te stellen: 1. Is het een militair doel? En zo ja: 2. Kunnen we het aanvallen op een manier die burgerslachtoffers en schade aan civiele objecten vermijdt?’

Van der Jagt: ‘In de richtlijnen die we hebben meegekregen staat dat we zo min mogelijk burgerslachtoffers moeten maken. Dat blijft altijd een afweging van de situatie op de grond, van de informatie die je krijgt. Wat ik wel gemerkt heb is dat je heel erg afhankelijk bent, niet alleen van de informatie die je krijgt, maar ook van de ontwikkeling van het conflict, dat je ermee bekend bent, dat je weet wat er speelt. Het is altijd lastig om in een nieuw gebied gevraagd te worden voor wapeninzet, omdat je de omstandigheden niet kent. Wat je heel veel zag is dat er een aantal locaties was waar frequent wapeninzet plaatsvond. Dat je wist, dat is dezelfde situatie als vorige week. De vorige keer was het dorp daar helemaal leeg, er waren geen burgers meer. Is dat nog steeds zo of is dat veranderd? Dan kun je de afweging maken of je wel of niet kunt aanvallen’. Le Clercq: ‘Belangrijk is ook of de aanval praktisch uitvoerbaar is. Daarom is het altijd een ervaren vlieger die dat beoordeelt en het besluit neemt. Is dit de juiste bom voor dit doel, in deze omstandigheden? De juiste methode, de juiste hoek? Daar zijn wij juristen niet van. Het uiteindelijke besluit ligt altijd bij de NAA. Wij juristen moeten kunnen duiden of iets een militair doel is. Een ISIS-strijder is duidelijk, maar bij een gebouw kan dat al lastiger zijn. Als het allemaal goed gaat dan heb je als jurist alleen een bijrol’.

Lkol Van der Jagt noemt als voorbeeld de olieproductie. ‘ISIS heeft er belang bij olie uit de grond te halen, te verkopen en daarmee wapens aan te schaffen. Dat is een indirecte bijdrage aan de strijd. Maar worden er auto’s mee afgetankt die naar het front rijden en slagkracht leveren dan is dat een directe bijdrage aan de strijd. Welke mag je wel en welke niet aanvallen? De deelnemende landen staan er verschillend in waar ze die grens trekken. Nederland vindt dat er een direct verband met de strijd moet zijn’.

Le Clercq noemt andere onderdelen van het IS-apparaat, zoals bijvoorbeeld de religieuze politie, die niet een gevechtstaak heeft. ‘Ze doen andere vreselijke dingen. Maar die moet je dan weer beschouwen, zoals we dat bij de afgelopen conflicten hebben gedaan: op wat ze aan het doen zijn. Vechten ze mee dan kunnen we ze aanvallen, maar zijn ze honderd km achter het font belasting aan het heffen, dan maakt dat niet onderdeel uit van het militair vermogen van de tegenstander’.

Effectief

Hoe zorgvuldig het optreden van de ATF-ME is blijkt volgens Duco le Clercq onder meer uit het feit dat er na die duizenden gevlogen missies in Irak/Syrië nog nooit een Nederlandse militair is aangeklaagd voor iets wat hij of zij gedaan heeft. Alle incidenten zijn door het Openbaar Ministerie (OM) onderzocht, maar die onderzoeken hebben nog nooit tot vervolging geleid. ‘De resultaten zijn er naar’, stelt Van der Jagt. ‘De effectiviteit van de wapeninzet, de zeer beperkte nevenschade die is opgetreden, de manier waarop het is uitgevoerd. Maar het blijft oorlog’. De jurist sluit zich hierbij aan. ‘Het is een illusie te denken dat je een 100% cleane oorlog kan voeren. We doen ons uiterste best maar 100% garantie heb je niet en ga je ook nooit krijgen’.

De foto’s bij dit artikel zijn in september 2018 gemaakt tijdens het verblijf van ATF-ME nr. 10 op Al Azraq-Mwaffaq Salti Air Base (OJ40) in Jordanië (WFH)

Dit artikel verscheen eerder in Onze Luchtmacht nr. 3-2019.