Dr. Martijn Kitzen is Universitair Hoofddocent Krijgswetenschappen aan de Nederlandse Defensie Academie en voormalig officier.

OPINIE - BINNENLAND

Defensievisie 2035

de olifant die het uitzicht belemmert?

MARTIJN KITZEN

We weten dat onze premier 'visie' maar een vies woord vindt. Een gedetailleerde blauwdruk voor de toekomst is volgens hem immers als ‘de olifant die het uitzicht belemmert’. Hij pleit voor visie als perspectief dat ertoe moet leiden dat Nederland als sterk land klaar is voor de toekomst. Vorige maand zou de lang verwachte Defensievisie 2035 worden gepresenteerd.

Nu deze is uitgesteld tot het najaar hebben we mooi de gelegenheid om hier met de woorden van onze premier op vooruit te kijken. Hoe moet die nieuwe Defensievisie er uit gaan zien om Nederland voor te bereiden op toekomstige bedreigingen? Wie naar de toekomst kijkt, moet leren van het verleden. De geschiedenis herhaalt zich weliswaar niet, maar vaak zijn er opmerkelijke overeenkomsten met het heden. Door te kijken hoe men vroeger omging met complexe vraagstukken, kunnen we soortgelijke problemen nu beter leren begrijpen. Neem bijvoorbeeld de manier waarop Nederland na het einde van de Eerste Wereldoorlog omging met defensie. Na vier jaar van mobilisatie, investering en vernieuwing leek de krijgsmacht eindelijk een beetje opgewassen tegen haar taak. Economische en maatschappelijke problemen zorgden er echter al snel voor dat er op defensie werd bezuinigd. Toen eind jaren dertig de oorlogsdreiging toenam was het te laat om dit nog te repareren. De gevolgen zijn bekend.

Dit soort voorbeelden laat zien hoe belangrijk het is dat we proberen onze visie op de toekomst los te zien van de politiek-bestuurlijke dynamieken van het moment. Ondanks de problemen van vandaag moeten we oog blijven houden voor de lange termijn. Minister Bijleveld noemde de coronacrisis als belangrijkste reden voor het uitstellen van de Defensievisie 2035. Dat geeft mogelijk ruimte voor het presenteren van een realistisch perspectief dat verder kijkt dan de actuele Haagse dagkoers. Helaas vrees ik het ergste. De huidige inrichting van Defensie laat namelijk maar weinig ruimte voor het inbrengen van militaire expertise. De opvattingen van de krijgsmacht verhouden zich meestal kritisch tot de politieke realiteit. Daarom moeten wij ervoor zorgen dat de militaire kijk wordt meegewogen.

Enige zelfreflectie is daarbij geboden, want ook militairen moeten zich niet laten leiden door vastgeroeste opvattingen of een beperkt blikveld. Gelukkig hoeven we niet ver terug te kijken om te leren hoe we ons beter kunnen positioneren in dit proces. Marineofficier Roy de Ruiter beschrijft in zijn uitstekende en zeer lezenswaardige proefschrift Breuklijn 1989 hoe krijgsmacht en politiek reageerden op het einde van de Koude Oorlog. Vooral de totstandkoming van de Prioriteitennota van 1993 laat zien dat de daarbij betrokken militairen zich meer lieten leiden door het verlangen bestaande structuren en middelen in stand te houden, dan dat zij met een toekomstvisie kwamen. Het dalende defensiebudget wakkerde de rivaliteit tussen de krijgsmachtsdelen aan. Het gevolg was dat de militairen zich buitenspel zetten, waardoor de Prioriteitennota leunde op de heersende politieke opvattingen. Zodoende raakten de langtermijnbelangen van Defensie ondergesneeuwd.

Hoe voorkomen we dat dit bij de komende Defensievisie opnieuw gebeurt? De sleutel ligt in gezamenlijk optrekken. Samen met de politiek moeten we nadenken over nieuwe bedreigingen en onze rol bij de bestrijding daarvan. Zelf merk ik dat het joint opleiden van officieren niet alleen leidt tot een beter begrip voor elkaars krijgsmachtsdelen, maar ook tot creatief denken over de inzet van de krijgsmacht als geheel.

Een toekomstbestendige visie vraagt erom dat wij de politiek adviseren vanuit een gezamenlijk discussie, bijvoorbeeld over het een-op-een vervangen van middelen. Het is cruciaal een fundamentele kijk te ontwikkelen op de effecten die we willen bereiken om onze hoofdtaken te vervullen en die voortdurend te toetsen aan nieuwe ontwikkelingen. Het past dan ook niet om bijvoorbeeld onze beperkte (investerings-)budgetten nu al grotendeels vast te leggen voor de komende vijftien jaar.

De Defensievisie 2035 zou dus het huidige politieke klimaat moeten ontstijgen en steunen op een toekomstbestendig militair advies. De voortekenen lijken ongunstig. Laten we toch hopen op een visie die uiteenzet hoe Defensie ertoe bij kan dragen dat Nederland voorbereid is op toekomstige dreigingen. Mochten we toch te maken krijgen met een olifant die het uitzicht belemmert, dan weten we wat ons te doen staat.