DEFENSIEBELEID EN KRIJGSMACHT

Defensie en de Brede Maatschappelijke Heroverwegingen

Klinkt sprookjesachtig, maar een sprookje is het allesbehalve

CDRE B.D. DRS. D.F. NAGEL

Foto: Wikimedia Commons

Aanleiding

Op 11 juli 2019 heeft de minister van Financiën de Tweede Kamer ingelicht hoe hij uitvoering geeft aan de motie-Sneller (van 19 december 2018). Daarin werd de minister van Financiën verzocht ‘ter voorbereiding op een volgende neergaande conjunctuur of economische crisis effectieve beleidsopties en hervormingen, bestaande uit zowel plussen als minnen, in kaart te brengen, gegeven de ervaringen uit het verleden van brede heroverwegingen’.

Over de volle breedte van de collectieve sector zijn mogelijke onderwerpen geïnventariseerd. Gelet is op onder meer maatschappelijke urgentie, handelingsperspectief en budgettaire omvang. Er zijn zestien onderwerpen geselecteerd. Per onderwerp dienen besparingsopties, tot een maximum van 20% van het relevante budget, te worden voorgesteld. Daarnaast kunnen opties voor uitbreiding, ook tot 20%, worden voorgelegd. Derde mogelijkheid is het herschikken van prioriteiten waarbij de uitkomst budgetneutraal worden uitgewerkt. De uit de opties voortkomende maatregelen hebben betrekking op de periode 2021 -2025.

Rapportage

De rapporten zijn als analyse van een ambtelijke werkgroep eind februari afgerond en, zonder politieke weging noch ministeriële goedkeuring, nog voor de uitbraak van het coronavirus, aangeleverd bij het Ministerie van Financiën. In april zijn de rapporten aangeboden aan de Tweede Kamer.

Van de zestien onderwerpen zijn er twee van belang voor Defensie. Als eerste Naar een wendbare migratieketen (rapport nummer 14). Hierbij is de Koninklijke Marechaussee (KMar) zijdelings betrokken in de complexe problematiek van migratie. Daarom wordt hier niet verder ingegaan op dit rapport.

Rapport nummer 15 heeft als titel Veiligheid en veranderende machtsverhoudingen [1]. De rol van Defensie op het gebied van veiligheid speelt bij de heroverwegingen een dominante rol. Heroverwegingen kunnen ook betekenen dat het besef doordringt dat de krijgsmacht weliswaar herstellende is van de bezuinigingsdrift uit het verleden, maar nog lang niet op het (internationaal) gewenste niveau is, en dat de dreiging in het algemeen alleen maar toeneemt, waardoor het toekennen van een groter gewicht aan de krijgsmacht onafwendbaar is. Met deze gedachte wordt de inhoud van het rapport op hoofdlijnen besproken.

Veiligheid en veranderde machtsverhoudingen

Centraal staat de vraag hoe de veiligheid van Nederland er thans voor staat en welke maatregelen nodig zijn om die veiligheid te verbeteren en te waarborgen. Daartoe zijn experts op gebied van veiligheid zowel van binnen als buiten Defensie geïnterviewd. De algemene opvatting was dat er een gebrek aan veiligheid is, de onveiligheid door externe ontwikkelingen maar ook binnen Nederland alleen maar toeneemt en derhalve intensiveringsmaatregelen noodzakelijk zijn. Van besparingen kan dan ook geen sprake zijn was de eerste gedachte bij de aankondiging van het onderzoek.

Het gehele defensiebudget is feitelijk bestemd voor de veiligheid, met uitzondering van het budget voor pensioenen en wachtgelden. Daarnaast wordt in dit verband het budget van de KMar buiten beschouwing gelaten omdat dit bij het rapport Naar een wendbare migratieketen wordt meegenomen.

De opdracht voor de taakgroep was dat opties voor zowel besparingen als uitbreidingen tot 20% van het relevante budget moesten worden onderzocht. Het percentage komt overeen met een bedrag van ca 1,9 miljard euro, te bereiken in 2025. Dat betekent dat opties moeten worden aangeleverd die leiden tot een besparing of uitbreiding van 1,9 miljard in 2025. Ook voorstellen die per saldo budgetneutraal uitwerken (door herprioritering binnen het bestaande beleid) konden worden ingediend. Het rapport geeft aan wat de redenen zijn voor de heroverwegingen. Genoemd worden: de toegenomen onveiligheid (door zowel de onvoorspelbaarheid als toegenomen complexiteit van dreiging), de veranderde internationale machtsverhoudingen, de NAVO-norm van 2% waaraan Nederland nog immer niet voldoet, het Europese defensiebeleid en de ontwikkelingen daarbinnen en tot slot het feit dat de Nederlandse krijgsmacht nog steeds niet op orde is (nog niet hersteld van de jarenlange bezuinigingen).

Het onderzoeksteam heeft een groot aantal deskundigen geraadpleegd en een, naar ons oordeel, gedegen, transparant en veel omvattend rapport opgeleverd. Genoemd en uitgewerkt zijn zeven beleidsvarianten.

  • Bezuinigen en/of herprioriteren (beleidsvarianten A en B)

A: verminderde inzet op interne en externe veiligheid (bezuiniging tot -20%); optie is een van de krijgsmachtonderdelen op te heffen. Besparing: 1,68 miljard structureel vanaf 2025. B: en/of herprioritering van het huidig beleid. Resultaat: budget neutraal.

  • Intensiveren van de huidige koers (beleidsvarianten C en D)

Op basis van de dreigingsanalyse en inschatting van de risico’s, kan het kabinet besluiten om vast te houden aan de huidige koers/beleid en daar extra maatregelen aan toevoegen. C: investeringen in herstel van de krijgsmacht (investering tot +20%), benodigd extra budget: 1,75 miljard vanaf 2025. D: versterking van de huidige koers (investering tot +20%), extra benodigd budget 2,1 miljard vanaf 2025.

  • Anticiperen en vernieuwen (beleidsvarianten E en F)

De toegenomen veiligheidsrisico’s kunnen voor het kabinet aanleiding zijn het huidige beleid aan te passen door in te spelen op grote technologische ontwikkelingen, rekening te houden met geopolitieke verschuivingen en ertoe overgaan nieuwe veiligheidsdomeinen in te voeren. Extra maatregelen toevoegen aan het bestaande beleid door verbreding naar nieuwe veiligheidsdomeinen, leidt tot beleidsvariant E. Het introduceren van nieuwe veiligheidsdomeinen kan ook door deze te financieren ten laste van andere investeringen, een budget neutrale heroverweging (beleidsvariant F). E: verbreding naar nieuwe veiligheidsdomeinen (investering tot +20%), vergt extra budget 1,98 miljard vanaf 2025. F: richten op nieuwe veiligheidsdomeinen door herprioritering. Resultaat: budgetneutraal.

  • Alternatieve beleidsvariant (beleidsvariant G)

Deze variant is ingebracht en uitsluitend gesteund door Financiën. De focus bij deze variant ligt op het voortzettingsvermogen en taakspecialisatie. Een andere overweging is het principe van modulair werken. De negatieve effecten van deze variant op de krijgsmacht reiken aanzienlijk verder dan bij de overige varianten. Deze variant kan zowel als intensivering, bezuiniging of als budgetneutrale variant worden uitgevoerd. G: taakspecialisatie (investeringen tot +20%, bezuiniging tot – 20% en budget neutraal).

Het is natuurlijk ook mogelijk een aantal varianten te combineren. Door de varianten C, D en E te combineren kan verder worden gewerkt aan de voortzetting van het herstel en het vervolgens versterken en vernieuwen van de krijgsmacht. Deze combinatie heeft dan ook de sterke voorkeur van de GOV.

Het kabinet krijgt allerlei keuzemogelijkheden om de veiligheid van Nederland te verbeteren en te intensiveren op een presenteerblad aangereikt. Het besef dat veiligheid meer aandacht verdient is alom aanwezig. Het is aan het kabinet om zichtbaar te maken dat het hen ook menens is aan die veiligheid een groter gewicht toe te kennen. Ook de politieke partijen kunnen er niet omheen dat veiligheid meer aandacht verdient en de burger verlangt dat ook. In hun partijprogramma en standpunten kunnen zij dat voor de komende verkiezingen uitdragen. Het standpunt van de GOV kan daarbij een impuls zijn.

Het rapport over de heroverwegingen is louter een ambtelijke analyse. De politieke appreciatie moet nog plaatsvinden.

Het rapport over de heroverwegingen is een ambtelijke analyse die zonder ruggespraak met de politieke leiding tot stand gekomen is en aan Financiën werd aangeboden. De politieke weging en appreciatie, binnen Defensie en ook binnen het kabinet, moet dus nog plaatsvinden. Het gaat om Brede Maatschappelijk Heroverwegingen en in de aanloop naar de komende verkiezingen zullen de inzichten van de maatschappij meegewogen worden. Ook u kunt in de discussie worden betrokken. Om die reden is het de moeite waard het rapport zelf eens te lezen teneinde uw eigen visie daarmee te versterken.